Monument




 Het houten kruis, het eerste gedenkteken m.b.t. de oorlog, in 1946

Reeds snel na de oorlog, in het voorjaar van 1946, zorgde Berkel en Rodenrijs voor het eerste gedenkteken ter nagedachtenis aan de oorlogs-slachtoffers.
Het werd geplaatst op het Johan van Oldenbarneveltplein.

Op de foto boven wordt de vlag verwijderd en het gedenkteken onthuld door burgemeester Gründemann. Het heeft als zodanig nog geen drie jaar gestaan.
Men vond een houten kruis toch te eenvoudig voor wat zich hier in de oorlog heeft afgespeeld. Het voormalig Berkels Verzet is hiervoor gaan sparen en met behulp van de Gemeente is het gelukt.

 Het houten kruis heeft tot 6 augustus 1949 op het dorpsplein (Johan van Oldenbarneveltplein) gestaan, het huidige gedenkteken (zie onder) is toen hier geplaatst en onthuld, wederom door burgemeester Gründemann.

Ontwerper: Gerard Hoppen

Onthulling: 1949

Het oorlogsmonument in Berkel en Rodenrijs (gemeente Lansingerland) is een zuil van witte natuursteen, bekroond met een beeld bovenop van treurende vrouwenfiguren met gebogen hoofd en de rechterhand op hun hart.









Al sinds de oprichting vormt het monument het centrale gedenkpunt in het dorp.

Het oorlogsmonument herinnert de inwoners van Berkel en Rodenrijs (gemeente Lansingerland) aan het leed dat de Tweede Wereldoorlog heeft veroorzaakt.



Door de renovatie van het centrum van Berkel en Rodenrijs begin jaren '60 en het daardoor verdwijnen van het Johan van Oldenbarneveltplein werd het monument in 1965 verplaatst naar een (tijdelijk) plekje op de Algemene Begraafplaats, en wel voorbij de ingang meteen links (zie foto links).
(foto v.Bohemen/NIOD)






In 1995 is de zuil gerenoveerd en definitief en meer centraal en prominent geplaatst
 op de Algemene begraafplaats aan de Ds. van Koetsveldstraat. 
(foto: www.4en5mei.nl)

Toen
zijn hier tevens de oorlogsslachtoffers herbegraven.
De namen en geboorte- en sterfdata van de negen medeburgers die onder het monument liggen begraven luiden:
  • Jan Kornelis Havenaar                                       08-01-1921 / 03-10-1944          1)
  • Willem Kaptein                                                  04-02-1923 / 03-10-1944          1)
  • Wilhelmus Hendrikus Johannes van der Spek   03-07-1921 / 03-10-1944          1)
  • Petrus Johannes Wijsman                                  14-01-1916 / 03-10-1944           1)
  • Gerardus Hendrikus Brand                                18-08-1923 / 13-12-1944    
  • Frederik van der Kaaden                                   12-12-1910 / 13-01-1945            2)
  • Evert Groen                                                       28-08-1924 / 22-04-1945 
  • Willem Lodewijk Theodoor Thijs                     29-05-1923 / 05-05-1945            3)
  • Nicolaas Vogelaar                                             20-12-1909 / 05-05-1945            3)

1) Zie ook hoofdstuk Oorlogsjaren 1940-1945 / Verhalen : Een verhaal over het verzet in Berkel en Rodenrijs
2) Zie ook hoofdstuk Oorlogsjaren 1940-1945 / Verhalen : Verzetstrijder gedood
3) Zie ook hoofdstuk Oorlogsjaren 1940-1945 / Verhalen : Bevrijdingsdag werd oorlogsdag

Zie ook hoofdstuk Oorlogsjaren 1940-1945 / Gevallen dorpsgenoten voor een korte beschrijving van deze personen.


Het oorlogsmonument



Na de verschrikkingen van de oorlog begon de wederopbouw en moest het leven in de veranderde maatschappij opnieuw worden vormgegeven. Dat kon echter niet zonder het verleden op een gepaste wijze af te sluiten.
Er waren vele doden te betreuren: militairen, slachtoffers van de vernietigingskampen, verzetsmensen en gewone burgers. Zij verdienden het om op een gepaste manier geëerd te worden en op vele plaatsen in het land verschenen dan ook zelfbedachte herdenkingsmonumenten.

Deze monumenten, hoe goed bedoeld ook, pasten lang niet altijd in het beeld van de burger en de overheid. In mei 1946 stuurde het Departement van Onderwijs Kunst en Wetenschappen daarom een schrijven aan alle gemeenten waarin werd gesteld dat alle ontwerpen van oorlogsmonumenten door de minister goedgekeurd moesten worden. Monumenten zonder officiële goedkeuring zouden zonder pardon worden verwijderd. Later dat jaar werd de Nationale Monumentencommissie in het leven geroepen waarvan prins Bernhard erevoorzitter was. Deze commissie streefde ernaar om in elke gemeente een oorlogsmonument op te richten en hielp daarbij met adviseren en organiseren.

Meteen na de bevrijdingsfeesten werd een tijdelijk monument opgericht in de vorm van een houten kruis op het Johan van Oldenbarneveltplein voor het gemeentehuis. Dit was een tijdelijke oplossing want er moest natuurlijk een echt monument voor in de plaats komen. Het dorpsbestuur gaf hiervoor opdracht aan de Rotterdamse beeldhouwer J. Hoppen die meteen aan de slag ging met een ontwerp.
Zijn werk werd door de koude winter van 1945-’46 enigszins bemoeilijkt want hij schreef in januari aan het gemeentebestuur: “Door gebrek aan kolen moet ik nog even wachten met het boetseerwerk voor het monument. Het werk wat ik onder hande had is bevroren...”

Het zou nog maanden duren voordat zijn ontwerp was afgerond. Zijn eerste idee betrof een obelisk- vormige zuil met daarop een beeld van een vrouw met vaandel en een knielende soldaat. Hij kon de gemeente geen ontwerptekening zenden omdat het beeldhouwwerk volgens hem niet te tekenen was. Een professionele fotograaf maakte een foto en zond die ter beoordeling naar Berkel. De meningen van B en W en de betrokken partijen waren nogal verdeeld. Na maanden had de beeldhouwer nog niets gehoord en vroeg de gemeente per brief om hun beslissing. Deze brief werd niet beantwoord dus hij waagde er een telefoontje aan. Er moest nog over vergaderd worden en daarna zou hij het horen. Weer gingen er maanden van discussie overheen.

In augustus 1946 zond men de foto met beschrijving ter beoordeling naar het Ministerie van Onderwijs Kunst en Wetenschappen. Pas in maart 1948 ontvingen zij een antwoord: Het kleine pleintje is niet echt geschikt voor een monument, maar bij gebrek aan beter kan het volstaan. De vorm van het ontwerp spreekt niet tot de verbeelding; bovendien past een obelisk helemaal niet in zo’n landelijke omgeving en een muur erachter is uit den boze. De trappen links en rechts van de zuil zijn te gekunsteld, de commissie kan een nieuw ontwerp beter aan een echte architect overlaten....

De gemeente besloot ondertussen op 6 november 1947 een plaatselijk comité voor het oorlogsmonument op te richten onder voorzitterschap van burgemeester A.A.M. Gründemann. De heer J. Benschop vervulde de rol van secretaris en penningmeester en zij werden bijgestaan door J. Krijgsman, D. van der Burg en L. Hordijk. De commissie werkte samen met de initiatiefnemers en uitvoerders NBS (Ned. Binnenlandse Strijdkrachten), de SG (Strijdend Gedeelte) en de LO (Landelijke Onderduikers).

Na de ongezouten kritiek van het Ministerie besloot men toch om de beeldhouwer opnieuw te vragen. Hoppen leverde een nieuw ontwerp dat na wijziging van de tekst “Door taai verzet ons land gered” in “Ter nagedachtenis aan hen die vielen in het verzet” nu wel de goedkeuring van de commissie en vervolgens het Ministerie kreeg. Het monument werd uitgevoerd door A. Slinger van de Rotterdamse Steenhouwerij in Vaurion, een Franse kalksteen. De voet meet 2,2 meter en het totale monument is zo’n 2,75 m hoog. De vier figuren aan de top van de naald verbeelden “Het gedenken aan hen”.

De onthulling van het monument vond plaats op zaterdagmiddag half vier, 6 augustus 1949, op het Johan van Oldenbarneveltplein voor het oude gemeentehuis. Na de grootschalige sanering van het oude dorp was er geen plaats meer voor het plein. Het monument verhuisde naar de ingang van de Algemene Begraafplaats aan de Ds van Koetsveldstraat waar sinds die tijd elk jaar op 4 mei de kranslegging plaatsvindt.

Ron Tousain


Bron:
Archieven van de Gemeente Berkel en Rodenrijs 1930 - 1989
GAR 1308 inventarisnr. 1337