Gevallen dorpsgenoten


Bron: "Wie waren zij" , over de negen graven van oorlogsslachtoffers op de Algemene Begraafplaats (auteur Leo Bolleboom)

De namen, geboorte- en sterfdata van de negen medeburgers die onder het oorlogsmonument liggen begraven luiden:

            Naam                                                                          geboren   /   overleden             te         zie ook
  • Jan Kornelis Havenaar                                       08-01-1921 / 03-10-1944        Berkel     1)
  • Willem Kaptein                                                  04-02-1923 / 03-10-1944        Berkel     1)
  • Wilhelmus Hendrikus Johannes van der Spek   03-07-1921 / 03-10-1944        Berkel     1)
  • Petrus Johannes Wijsman                                  14-01-1916 / 03-10-1944        Berkel     1)
  • Gerardus Hendrikus Brand                                18-08-1923 / 13-12-1944        Berkel        
  • Frederik van der Kaaden                                   12-12-1910 / 13-01-1945         Delft        2)
  • Evert Groen                                                       28-08-1924 / 22-04-1945         Berlijn        
  • Willem Lodewijk Theodoor Thijs                     29-05-1923 / 05-05-1945        Berkel     3)
  • Nicolaas Vogelaar                                             20-12-1909 / 05-05-1945         Berkel     3)

1) Zie ook hoofdstuk Oorlogsjaren 1940-1945 / Verhalen : Een verhaal over het verzet in Berkel en Rodenrijs
2) Zie ook hoofdstuk Oorlogsjaren 1940-1945 / Verhalen : Verzetstrijder gedood
3) Zie ook hoofdstuk Oorlogsjaren 1940-1945 / Verhalen : Bevrijdingsdag werd oorlogsdag




Jan Kornelis Havenaar (8-1-1921 / 3-10-1944)

Jan Havenaar, geboren 8 januari 1921 aan de Zuidersingel had een gedeelte van de tuin van zijn vader in bruikleen gekregen.
Hier teelde hij groenten, maar daarnaast hield hij ook nog eenden en kippen waarvan de eieren geveild of verkocht werden aan mensen in de omgeving.

De Duitsers waren in Berkel omdat een wapendropping in de afgelopen nacht verraden. In Siberië hebben zij hem op 3 oktober 1944 aangehouden voor een identiteitscontrole, echter had hij geen persoonsbewijs bij zich, waarna hij werd gearresteerd.

Ook Wim Kaptein was om dezelfde reden aangehouden. Achter het schaftlokaal van de gebroeders van der Kaaden in Siberië werden zij beiden in koele bloede neergeschoten door de Duitsers, alleen maar omdat zij vergeten waren hun persoonsbewijs bij zich te dragen. Zij kregen een kogel door het hart en door het hoofd.
Op 7 oktober werd hij begraven op de begraafplaats van de N.H. Kerk.





Wim Kaptein (4-2-1923 / 3-10-1944)

Wim Kaptein werd geboren op 4 februari 1923 aan de Klapwijseweg. Na zijn lagere schooltijd ging hij werken bij slager Mostert in de Vogelaarstraat. Daar hij een leeftijd had waarvoor hij in aanmerking zou komen voor tewerkstelling in Duitsland dook hij onder bij zijn zwager Rien van Wamelen in het Rodenrijs.
Hij kreeg van Wim Koppert die een tuinderij bezat in Siberië een stukje grond in bruikleen waarop hij tabak teelde, zoals meerdere dorpsgenoten. Afnemers waren er genoeg door de schaarste.

Op dat stukje grond liep Wim de Duitsers tegen het lijf op 3 oktober 1944. Deze zagen een persoon wegrennen en over sloten springen, dit was echter Karel van der Kaaden die inderdaad door de Duitsers werd gezocht als verzetsman, maar die dus wist te ontsnappen. 
Op een stukje grond zagen zij een man, Wim Kaptein, waarvan zij dachten dat hij de vluchteling was en hij moest zich legitimeren.

Hij werd meegenomen omdat hij zijn persoonsbewijs niet bij zich had. Het was ongeveer half zes in de middag toen Wim Kaptein en zijn lotgenoot Jan Havenaar, die zich eveneens niet had kunnen legitimeren, van de bevelvoerende Duitse officier Kurt Blaese opdracht kreeg om op te staan en hem te volgen.
Achter het schaftlokaal aangekomen gaf hij het commando "Vuur" waarop de twee ongelukkingen ter aarde stortten.
Alleen omdat ze vergeten waren hun persoonsbewijs bij zich te steken werden zij vermoord. Zij moeten op slag dood zijn geweest.
Op 7 oktober 1944 werd Wim Kaptein ter aarde gesteld op de begraafplaats van de N.H. Kerk.





Wilhelmus Henrikus Johannes van der Spek (3-7-1921 / 3-10-1944)

Wim van der Spek werd op 3 juli 1921 geboren aan de Noordersingel.
Het gezin verhuisde later naar de Noordeindseweg waar op de avond van 20 oktober 1941 een zeer trieste gebeurtenis plaatsvond.

Een geallieerde bommenwerper liet, om niet opgehelderde reden, zijn bommen vallen boven het gebied van de Noordeindseweg.
Een van de bommen was een onbedoelde voltreffer want hij viel precies midden op het huis van de familie van der Spek. Het gezin, waarvan de kinderen lagen te slapen, werd door de explosie en de rondom inslaande bomscherven zwaar getroffen.
Toen de puin van het huis geruimd werd bleken een zoon en drie dochters te zijn omgekomen. Buiten de ouders hadden alleen Wim en zijn zus de ramp overleefd.

Zijn vader, die vrachtrijder was op een eigen vrachtauto, kon door de gebeurtenissen niet meer werken. Zijn werk werd overgenomen door Wim, die eerder zijn groot rijbewijs had gehaald.
Half april 1944 werd Wim benaderd door Jan Rozendaal, de leider van de ondergrondse in Berkel, met het verzoek om samen met hem enkele piloten in veiligheid te brengen.
Twee Amerikaanse vliegers kropen in de melktank achterop de vrachtauto en naar Belgie vervoerd.
 Later deed de tank nog vele goede diensten als Wim in Limburg voedsel ging halen. Het voedsel werd opgeslagen in schuren en later door de ondergrondse verdeeld. 

Vanaf die tijd besloot Wim ook deel te nemen aan het strijdende gedeelte. Door de loslippigheid van een inwoonster waren de Duitsers naar Berkel gekomen omdat zij gehoord hadden van een wapendropping op het land van Jan (Job) van der Burg achter in het Noordeinde.
Een tweede reden was dat de Duitsers op zoek waren naar 4 personen. Op Dolle Dinsdag had de ondergrondse burgemeester Stuiver (NSB'er) opgepakt, maar moesten hem vrijlaten toen bleek dat de geallieerde opmars nog lang niet tot de bevrijding zou leiden. Met de leiding van het verzet werd toen overeengekomen dat dat als Stuiver naar Rotterdam geroepen zou worden, hij dan 4 namen van verzetstrijders zou opgeven, hij zou tenslotte moeilijk kunnen volhouden geen verzetstrijder te hebben gezien. Het briefje met de vier namen was in het bezit van bevelvoerder Kurt Blaese toen hij dus Berkel aandeed voor onderzoek.

In de Bonfut werd Wim op 3 oktober 1944 gearresteerd en moest hij zich legitimeren, en Blaese zag dat hij één van de vier gezochten was. Samen met zijn vriend Piet Wijsman, die eveneens gearresteerd was, werd hij vervolgens bij de familie In 't Veen aan de Rodenrijseweg onderworpen aan een verhoor.
Toen hij bleef weigeren meer namen te noemen ontstak Blaese in woede en gaf hem bevel naar buiten te lopen.
Het was 6 uur in de middag toen zij op de landerijen achter de Bonfut aankwamen. Daar aangekomen klonken er plotseling schoten. Dodelijk gewond zakten Wim van der Spek en Piet Wijsman ter aarde, op lafhartige wijze werden zij vermoord door schoten in de rug.
Wim van der Spek werd op 7 oktober 1944 begraven op de R.K. begraafplaats.




Petrus Johannes Wijsman (14-1-1916 / 3-10-1944)

Piet werd op 14 januari 1916 geboren aan de Noordersingel. Zoals veel van zijn leeftijdgenoten ging hij direct na school werken.
Zijn eerste werkgever was zijn oom Gerrit Wijsman die een tuinderij bezat.
Tijdens de oorlog veranderde hij van baan en werd controleur van de veehouderscentrale.

Daarnaast was er altijd al een grote affiniteit met de familie van Koos van der Spek. Behalve dat hij bevriend was met Wim had hij ook verkering met Grada, één van de dochters van deze familie. Hoewel hij geen lid was van de ondergrondse trok hij er veelal op uit met zijn vriend Wim, die wel lid was.

Met Wim van der Spek was hij de ochtend van de 3e oktober naar Rodenrijs vertrokken. Daar aangekomen zouden ze in de Bonfut gaan helpen met het uitpakken van wapens die in de voorgaande nacht gedropt waren.
Toen de Duitsers onverrichterzake uit het Noordeinde kwamen, werd er halt gehouden bij de Bonfut.
De Duitsers hadden reeds achterdocht dat hier een bron van verzet woonachtig was. Zij zagen een tiental fietsen staan tegen het huis van Piet In 't Veen, hetgeen verdacht was. Toen zij een tas openden vonden zij een revolver.

Via spelende kinderen kregen zij te horen dat het de fiets van Piet Wijsman betrof. Hij werd gearresteerd en vastgehouden.
Het was nog vroeg in de avond dat Piet Wijsman en Wim van der Spek plotseling opdracht kregen om op te staan en voor de Duitsers uit het land in te lopen dat achter het huis van de familie In 't Veen lag. Hier aangekomen hielden de Duitsers hun pas in en schouderden hun geweren. Toen klonken er schoten. Beide mannen waren met schoten in hun rug op lafhartige wijze om het leven gebracht.
Piet Wijsman werd op 7 oktober begraven op de R.K. begraafplaats.





Gerardus Henrikus Brand (18-8-1923 / 13-12-1944)

Gerard Brand werd op 18 augustus 1923 geboren aan de Noordeindseweg. Hij ging later werken op het hoveniersbedrijf van zijn vader.
Tewerkstelling in Duitsland dreigde, maar Gerard had geen zin om als slaaf de Duitsers van dienst te zijn en dook onder. Op 8 juli 1943 verliet hij het ouderlijk huis om er, zoals later zou blijken, nooit meer terug te keren.

Hij dook voorlopig onder bij een boer, S.v.d. Berg, in Stompwijk-Zoeterwoude. Op de boerderij maakte hij voor zichzelf een schuilplaats. Toch vertrok hij, onrustig als hij was, en ook omdat hij wist dat het zuiden van Nederland al bevrijd was.

In de omgeving van Opheusden werd hij opgemerkt door een Duitse patrouille en gearresteerd. Na eerst ondergebracht te zijn in een nood-gevangenis in Lunteren werd hij later overgeplaatst naar het politiebureau in Velp (Gld.) Na een uitbraakpoging waarbij ook Gerard bij betrokken was werden de gevangenen overgebracht naar de Rotterdamse Bank, ook in Velp, dat als gevangenis dienst deed.

Enkele Duitse posten wrden door burgers beschoten, en als represaille werden op 12 december werden acht gevangenen weggevoerd uit het bankgebouw. Bij het aanbreken van de dag, 13 december 1944, werden de acht ongelukkigen om het leven gebracht door de kogel. In twee massagraven bij de Emmapyramide in Rozendaal waar ze ook werden gefusilleerd, vonden ze voorlopig hun laatste rustplaats. Het zou pas op 1 april 1947 zijn dat hun stoffelijke resten geborgen konden worden.
Gerard Brand werd op 2 juni 1947 begraven op de R.K. begraafplaats.




Frederik Van der Kaaden (12-12-1910 / 13-1-1945)

Freek van der Kaaden werd op 12 december 1910 geboren op de boerderij van zijn ouders Gerrit van der Kaaden en Adriane Zwarts in het grensgebied van de Bonfut en Wildersekade. Na zijn schooltijd ging hij eerst werken bij zijn vader. Hij haalde zijn groot rijbewijs, hiermee kon hij chauffeur op een vrachtauto worden en hij droomde van een eigen vrachtvervoerbedrijf.

Hij trouwde met Catharina van der Ven en zij gingen wonen aan de Zuidersingel. Hoewel zij de zorg hadden voor een groot gezin belette hen dat niet om onderduikers in huis op te nemen. Ook ondernam hij met vrienden hongertochten naar Friesland.

Voor het verzet was hij erop uit getrokken om accu's te kraken waar ze op dat moment om verlegen zaten. In Oude Leede, waar hij ze zou halen, werd hij opgewacht door Nederlandse landwachters.
Na beschoten te zijn viel Freek ter aarde en werd zwaargewond naar een ziekenhuis in Delft gebracht. Daar bezweek hij op 13 januari 1945 aan zijn verwondingen.
Hij werd op 20 januri 1945 ten grave gedragen op het kerkhof van de N.H. Kerk.




Evert Groen (28-8-1924 / 22-4-1945)

Op 28 augustus 1924 werd Evert Groen als elfde kind geboren, zij woonden toen aan de Zuidersingel. Na zijn schooltijd ging Evert werken bij een boer, Flip Rodenburg, die zijn eerste maar ook zijn laatste werkgever in Nederland zou zijn.

Zijn broer Henk had hem al enkele keren verteld dat Evert opgeroepen zou kunnen worden voor de zogenaamde "Arbeitseinsatz" en dat hij dan overal terecht zou kunnen komen. Het voorstel van Henk was dat Evert zich vrijwillig zou melden want dan zou hij kunnen bepalen welk werk hem het beste beviel. Op nog geen 19 jarige leeftijd vertrok Evert begin 1943 naar Duitsland.

In het dorpje Bucholz kwam hij te werken bij een kolenboer, en daar had hij het goed naar zijn zin. Op 22 april 1945, tijdens de stormloop van de Russen op Berlijn, zat Evert net zoals vele burgers in een schuilkelder in verband met de overal en rondom inslaande granaten.

Wat hem toen bewogen moet hebben om plotseling op te staan en naar buiten te gaan zal altijd wel een raadsel blijven. De kogel die hem velde was precies boven en tussen zijn ogen zijn schedel binnengedrongen. Of het fatale schot werd afgevuurd door een Rus of door een Duitser is niet van relevant belang. De kolenboer waarvoor hij werkzaam was ontfermde zich over het stoffelijk overschot en zorgde ervoor dat hij een nette begrafenis kreeg in Bucholz.
Van hieruit werd Evert op 30 maart 1950 door de Nederlanse Oorlogsgraven Stichting overgebracht naar de begraafplaats van de N.H. Kerk.




Willem Lodewijk Theodoor Thijs (29-5-1923 / 5-5-1945)

Wim Thijs werd geboren op 29 mei 1923 in Goes. Hij doorliep met veel succes diverse scholen, Mavo A, Mavo B en uiteindelijk de HBS in Dordrecht waar hij met goede cijfers slaagde. Omdat het door de oorlog voor hem onmogelijk was verder te studeren ging hij voorlopig werken bij een verzekeringsmaatschappij.

In 1943 bracht de post ook in huize Thijs de beruchte oproep voor tewerkstelling in Duitsland. Hij had echter besloten dit niet te doen en dook onder. Eerst kwam hij terecht in de Lier, maar daar moest hij vertrekkken nadat de Duitsers bij een razzia zijn papieren in handen hadden gekregen. Hij vond een ander adres en dat was bij Siem Vermeer aan de Klapwijkseweg.

Wanneer Wim zich precies aansloot bij het verzet is moeilijk te zeggen, wel is zeker dat hij bij het laatste gevecht met de Duitsers was, bij de bloemenveiling. Dit gevecht vond plaats op Bevrijdingsdag 5 mei 1945.
Het plaatselijk verzet onder leiding van Jan Rozendaal stonden juist op het punt hun wapens in te leveren in Rotterdam, toen een Duitse patrouille het vuur opende. Het gevecht dat daarna uitbrak zou aan een groot aantal Duitsers het leven kosten, maar ook aan 3 verzetslieden (één uit Bergschenhoek, twee uit Berkel en Rodenrijs). Één van deze drie was Wim Thijs. Hij werd geraakt door een Duitse kogel en door veel bloedverlies stierf hij in de avonduren.
Hij is op 9 mei 1945 begraven op de begraafplaats van de N.H. Kerk.





Nicolaas Vogelaar (20-12-1909 / 5-5-1945)

Niek Vogelaar werd op 20 december 1909 geboren als zoon van Krijn Vogelaar en Jannetje Verhoef. Zijn vader had een tuinderij aan de Rodenrijseweg, daar waar nu de huizen staan van de Warmoezerij.
Na zijn schooltijd ging Niek dan ook bij zijn vader werken.

In augustus 1939 werd de algemene mobilisatie afgekondigd, en ook Niek ontkwam hier niet aan. Toen de Tweede Wereldoorlog op 10 mei 1940 ook voor Nederland een feit was werd Niek met zijn peleton naar de Moerdijkbruggen gedirigeerd om deze te verdedigen tegen de oprukkende Duitsers. Toen hij bij schermutselingen licht gewond werd dook hij onder bij een boer. Na enige weken keerde hij terug naar Berkel en ging verder werken bij zijn vader.

Na 5 september 1944 (Dolle Dinsdag) sloot Niek zich aan bij de ondergrondse. Daar werd hij ingedeeld bij de B.T (bewakingstroepen). Op 5 mei, enige uren voor de officiële capitulatie, begon zich in Berkel en Rodenrijs een klein drama af te spelen. Bij het vuurgevecht dat tussen beide groepen was ontstaan kwamen vele Duitsers maar ook direct al twee verzetstrijders om het leven. Niek was op dat moment met zijn kinderen op school, en hoorde na thuiskomst van omstanders wat zich heeft afgespeeld in het Rodenrijs.

Ondanks dat hij lid was van de B.T. (bewakingstroepen) en onder een ander commando stond, sloot hij zich aan bij het strijdende gedeelte (S.G.) dat onder commando stond van Jan Rozendaal. De verzetstrijders trokken zich terug in Siberië en wachten de komst van grotere groepen Duitsers af. Hier was het ook dat Niek tegen Jan Rozendaal zei dat hij besloten had mee te vechten. Hij wilde echter eerst nog zijn vrouw vertellen dat hij zich bij hen had aangesloten.

Jan Rozendaal kon hem niet tegenhouden daar Niek niet onder zijn bevel stond. Zowel Jan Rozendaal als anderen raadden hem aan zeer voorzichtig te zijn. Toen Niek na enige tijd kruipend en sluipend de landerijen naast de Westersingel bereikte, op korte afstand van zijn huis, werd hij opgemerkt door een Duitse soldaat.
Even later knalden er geweerschoten door de Westpolder en was Niek Vogelaar dood.
Hij werd op 9 mei 1945 begraven op de begraafplaats van de N.H. Kerk.



Alle 9 verzetsstrijders werden op 14 september 1965 herbegraven op het ereveld voor oorlogsslachtoffers op de algemene begraafplaats aan de Ds. van Koetsveldstraat.   Zie ook het hoofdstuk Oorlogsjaren 1940-1945 / Monument.



(Bron van alle bovenstaande : Wie waren zij ; Uitgave Olree ; schrijver L.J.M. Bolleboom)



                                               Siberië? Ja, Siberië, ga naar het hoofdstuk Rodenrijs / Siberië !



PER ABUIS GEBOMBARDEERD

          Links de 4 omgekomen kinderen, boven het gebombardeerde huis.

Op 20 oktober 1941 vond er in Berkel en Rodenrijs een uiterst tragische gebeurtenis plaats.

Dit is het huis en de schuur van Koos van der Spek, op de plek waar de Planetenweg op de Noordeindseweg uitkomt. 
Het toestel dat de bommen gooide behoorde toe aan het Australische 458 R.A.A.F. Squadron met als thuisbasis Holme-on-Spaldingmore in Engeland. Men vloog met de tweemotorige Wellington.
De nog onervaren bemanning van dit toestel zou deze nacht voor het eerst in actie komen en waarbij o.m. doelen in Rotterdam moesten worden bestookt. 

Met tien toestellen werd in een armada van 284 toestellen meegevlogen. Door het slechte weer was er geen goed zicht op vastgestelde vlieghoogte en vlogen de toestellen wat heen en weer rondom Rotterdam. 
Daarbij is de Z-1218 Wellington door Duitse luchtafweergranaten getroffen. In een noodafworp heeft men de bommen afgeworpen, waarna de 5 bemanningsleden zijn gesprongen. Ze werden in de buurt van Rotterdam gevangen genomen. Als crashtijd werd opgegeven 23.45 uur.

De projectielen kwamen per abuis neer op de woning van de familie van der Spek aan de Noordeindseweg. 
Vier kinderen van het gezin, in de leeftijd van 14 tot 21 jaar, en een onderduiker uit Rotterdam kwamen hierbij om het leven. 
De ouders, een dochter en een zoon overleefden de tragedie, die later een bizar vervolg kreeg toen juist die ene zoon, Wim van der Spek, als verzetsstrijder in 1944 door de Duitsers werd doodgeschoten (zie hogerop op deze pagina).

(bron: foto's: beeldbank)



Bron: "Wie waren zij" , over de negen graven van oorlogsslachtoffers op de Algemene Begraafplaats (auteur Leo Bolleboom)