Personen of iets ouds

Deze website Oud Berkel Rodenrijs richt zich vooral op gebouwen en gebieden, en weinig tot niet op personen.
Er zijn andere websites waarop bijvoorbeeld klassefoto's e.d. zijn te zien, of Facebookpagina's waarop dat soort foto's veel beter tot hun recht komen.
Een uitzondering wordt gemaakt in dit hoofdstuk voor personen "in combinatie met iets ouds" bijvoorbeeld een voertuig, een markant stuk gereedschap, in een bijzondere setting enz. maar natuurlijk wel in/uit de "goede oude tijd".




Willem van Wijk "de violist"

Spelend voor een prachtig oud huisje aan de Noordeindseweg, ongeveer tegenover de Vogelaarstraat.

Hij is geen burgemeester geweest, geen verzetsheld uit de Tweede Wereldoorlog en zelfs geen bekende winkelier of zo, maar Willem van Wijk is wel voor vele inwoners uit het oude Berkel en Rodenrijs een legendarisch figuur in hun herinneringen!

In de jaren '60 was Willem (toen circa 50 jaar oud)altijd onderweg met zijn viool, liep vele kilometers per dag, waarschijnlijk niet alleen maar in Berkel en Rodenrijs, maar ook zo maar ergens in het grote gebied tussen Pijnacker en Rotterdam.
Kenmerkend waren zijn lange leren jas en van die dikke brillenglazen, hij was bijna kaal en had een spitse neus. Hij heeft op de HBS gezeten en is toen 'doorgedraaid' zoals men zei. Als je naar hem kijkt, zie je een stukje prachtige geschiedenis.

Hij sprak en zong met "consumptie" dus dan gaven de mensen wat geld en zeiden dan dat hij niet hoefde te zingen.
En hij kon vloeken als de beste, dat was naast zijn vioolspel en het sproeiend spreken het derde negatieve punt van Willem.


Hij woonde toentertijd met zijn broer achter het station Berkel, direct na de spoorovergang, in een groot wit 'Amerikaans' houten huis, met een lange middengang, bouwjaar 1919. 
Het was aan de Polderweg 16 in Oude Leede / Pijnacker.
Zijn broer Albert overleed rond 2013. Het huis staat er anno 2018 nog steeds (foto rechts).

Bij Christenen zong hij een psalm en bij socialisten speelde hij "de rooie kraaienmars". Het liefst zong hij in een storm, lopend over de Klapwijkseweg.
Hij zong altijd als hij liep op weg naar huis. Hij belde overal aan en begon dan ongevraagd op zijn viool te "spelen". Alleen die vioolkist was al de moeite waard.

Iedereen wist wie Willem was, en accepteerde hem voor wie die was, mensen luisterden naar het eerste liedje en riepen dan voor dat die aan het tweede begon "ja fijn Willem, hier is een dubbeltje".

Willem hoorde je al van verre zingend en meestal ook vloekend aankomen.Soms stond hij weer te vloeken in een winkel als het regende en hij weinig gevangen had, hij kwam dan geld wisselen en daarna ging hij naar de kroeg in Rotterdam. Ook in de slagerij kwam hij zingen en spelen voor beleg op zijn brood. Na één liedje kreeg hij dan al zijn beloning.

Hoewel hij toch een thuis had, is Willem ook wel eens gesignaleerd in het zwembad aan de Sportlaan, zich wassend met spons en zeem. Wellicht omdat hij zoveel onderweg was en grote afstanden aflegde.

Foto rechts is Willem in beginjaren '40, een nog serieuze jonge enthousiaste violist.

Maar hij deed veel mensen, wellicht onwillekeurig, ook veel plezier.
Hij kwam bijvoorbeeld ook in  het Rodenrijs, altijd tegen etenstijd, en vele kinderen vonden het altijd prachtig, dat hij zo zat te hakken met zijn kin op zijn viool.
Soms kreeg hij wat geld, ook wel eens een paar boterhammen met kaas die hij dan in zijn vioolkist opborg, waarschijnlijk voor latere consumptie.




Hij liep wat af, men vroeg zich af hoeveel kilometers Willem wel liep op een gemiddelde dag. Je kwam hem rustig tegen op de Molenweg, komend uit de Oude Leede, en dan later op de dag ergens op de Noordeindseweg, en dan moest hij toch ook weer naar huis lopen in Pijnacker, geweldig toch!!

Andere herkenbare punten waren Noordeindseweg hoek Julianastraat, en ook in de Kerkstraat bij de NH-school.

Als de kinderen dan zeiden: "Willem daar komen de Russen", dan sloeg hij op tilt. En natuurlijk bij snackbar 't Tunneltje (boven) in het Rodenrijs was Willem een veel- en graag geziene gast.

Willem kwam iedere week ook in de fietsenzaak in het Noordeinde viool spelen voor zijn zakcentje en dan ging hij daarna bij café Het Noorden een drankje halen.
Want Willem van Wijk kon best wel viool spelen, en speelde dan ook regelmatig in dat café. Typisch voor Willem was dat hij blijer was met 2 centen dan met één stuiver!
Willem was ook apetrots op de hoes voor zijn viool die hij gemaakt had van een oud biljartlaken dat hij van de eigenaar van "Het Noorden" had gekregen. Zelf in elkaar genaaid, met verschrikkelijk grove rijgsteken.

En de kinderen liepen wel eens achter hem aan, roepend "Fillem! In de broek van Willem!". Dan werd Willem pislink! (Maar ja, die kinderen waren toen ook pas een jaar of 7). Anderen scholden hem uit voor Gekke Willem, best wel zielig achteraf.
Maar veel kinderen waren als de dood voor Willem. Als moeder niet thuis was gingen ze onder de vensterbank in de woonkamer zitten zodat hij hen niet zag. En hoe harder het regende, hoe harder hij speelde.
Ook andere ouders kregen geregeld bezoek van Willem met zijn viool. Hij speelde o.a. "Eine Kleine Nachtmusik" maar wel wat vals. Van geld had hij geen besef.
Als Willem door de regen aankwam zei men "Willem , laat je koffer maar dicht, hier heb je een dubbeltje en ga maar gauw verder". Willem zong dan het liedje "Onze lieve heer, wat geef je toch een rotweer" en ging zijn weg vervolgen.

Willem van Wijk, op de foto hiernaast in midden jaren '60 in de tuin van de familie van Wijk (Warmtetechniek), overigens geen familie van Willem.

Iedere zaterdagmiddag kwam hij ook bijvoorbeeld in een voortuin aan het Tuinpad, zijn deuntje spelen. Hij heeft zelfs aan een dochter des huizes beloofd dat zij later zijn viool zou erven.
Ook bij families aan de 'tweede' Zuidersingel kwam hij meestal op zaterdag aan. Hadden die kinderen net in de zinken teil hun wekelijkse schrobbeurt gehad en dan konden ze genieten van Willem zijn optreden. Ja, dat roept nog veel meer herinneringen op. Alsof het nog maar pas geleden is.

Als kind aan Willem vragen hoe laat het was, dat was ook één van de standaard grappen of vragen. Want dan werd met een zwierig gebaar de vioolkist op de weg gezet en met een even zwierig gebaar werd de pols met het horloge ontbloot en werd de tijd medegedeeld.
Dat werd door vele kinderen zo gevraagd, en als je geluk had barstte Willem ook nog uit in gezang.... en de kinderen dan snel wegfietsen.

Hij kwam ook op de Penninghlaan en ook daar was een kind een beetje bang van hem, de moeder gaf hem ook gauw wat zodat hij niet meer dan een (half ) nummer hoefde te spelen omdat ook de hond altijd ging huilen......

Over zijn overlijden is niets officieels bekend, maar men denkt dat hij in de trein in elkaar is gezakt, hartaanval.

(Bron: aquarelafbeelding verkregen van Klaas Eldering, maar gemaakt door zijn vader Siep Eldering.  De foto's van Willem van Wijk zijn via Coen van Wijk (geen familie).
De teksten zijn een compilatie van opmerkingen gemaakt op de Facebookpagina van Oud Berkel Rodenrijs, samengesteld door Ed Jensen)



Janus van Hoffen

Janus van Hoffen, links, in 1981 in gesprek met Leo de Vries.
(bron: foto via Jolanda Noordhof-van Hoffen)

Ook Janus van Hoffen was een bekend persoon in Berkel en Rodenrijs, hij heeft op de Westersingel 46 gewoond.
Hij had een mooie voortuin met hortensia's en was daar zeer zuinig op. Als er kinderen achter zijn huis aan het voetballen waren stond hij in zijn kamer te wachten tot de bal over de heg kwam.
Voordat zij onder de heg door gekropen waren had hij de bal te pakken. Later ontdekte men bij werkzaamheden in zijn huis een zinken teil vol met voetballen.




Hij is altijd vrijgezel gebleven, hetgeen enigszins onbegrijpelijk was. Hij was heel aardig en was op zijn 20e een heel knappe man met een prachtige zwarte kop met haar. Later kende men hem alleen kaal...
Hij heeft altijd bij zijn moeder thuis gewoond en... hield alles bij het oude. Hij was super zuinig op zijn spullen. Hij had eerst een fiets met voorop een bak met stoffen ,ondergoed, band en garen enz.

Familielid Dirk van Hoffen, toen nog met paard en wagen.
(bron: foto via Petra Vogelaar)

Hij heeft eerst nog met een hondenkar gelopen, voordat hij een paard en wagen had. Op de foto links houdt Dirk van Hoffen het paard even kalm terwijl Janus aan het werk is.
Later heeft Janus ook nog een motor gehad.

Weer later een mooie groene autootje met gele letters: "A. van Hoffen Manufacturen".
Zowel zijn zeer antieke motor en dito auto zijn allebei in een museum terecht gekomen... Hij bleef er altijd op poetsen.


                                        De Fordson van Janus van Hoffen voor zijn huis aan de Westersingel 46
                                                             (bron: foto via Jolanda Noordhof-van Hoffen)

Dat autootje gebruikte hij bij voorkeur niet, want daar sleet die maar van. In de vroege jaren '70 stond er maar iets van 20.000 km op de teller terwijl die kar toen toch al gauw 20 jaar oud was. Je kwam hem dus vaak fietsend tegen.
Het was de eerste auto die Maarten van Herk ooit had verkocht. Maarten zat ooit nog een uur te pielen met een ijzerdraadje om een reflectortje achterop die kar weer vast te maken; hij had iets met die ouwe kar.

                             De Fordson van Janus van Hoffen onderweg met Maarten van Herk aan het stuur.
                                                                               (bron: foto's via Petra Vogelaar)

Van Herk ging nog, zo lang Janus leefde, bij hem langs.
De Fordson was geweldig! Van Herk heeft er zelfs nog mee in het blad "British Car" gestaan.

Martin van Herk vertelde ook dat hij dan alle smeernippels moest smeren bij een beurt. In de auto waren allemaal vakjes en zelfs een molen voor allerlei garens, ook was de leren jas van Janus erbij.
De auto is ook een keer mee geweest naar de autoshow in Berkel, en dan kon je een prijs winnen als je raadde uit welk jaar hij kwam.

(bron: tekst vanaf Facebook-reacties)


De heer van Herk bij de achterkant van de Fordson van Janus van Hoffen

(bron: foto via Petra Vogelaar)

















                 Een prachtige oude foto, waarvan helaas niet bekend is waar ergens in Berkel en Rodenrijs dit is.



                                                     Vliegveld Zestienhoven, met daarvoor transport uit Berkel




Dit zijn een aantal schoenmakers, voor de schoenmakerij van Neelis, in de Nieuwstraat. 

Helemaal rechts Karel Neelis. 
Links zijn broer Cees Neelis en tweede van links Jan de Groot, was getrouwd met Riet Neelis.

Tweede van rechts Cok Hogevorst.










Het oude huis van Hermanus van der Drift (1863-1928) aan de Klapwijkseweg is in het verleden inspiratiebron geweest voor een verhaal over het buitenleven.
De publicatie verscheen in het Letterkundig Bijvoegsel van het Rotterdamsch Nieuwsblad van 19 augustus 1920.
Het verhaal is grotendeels fictief want het huis was geen boerderij maar een woonhuis met een timmerwerkplaats van Hermanus van der Drift.
De laatste had deze overgenomen van zijn vader Abraham van der Drift (1825-1905).
Een foto van de tekenaar en de schrijver (rechts) is bijgevoegd. Wie wie is, is niet bekend.
Het artikel in de krant geeft daarover geen uitsluitsel. Indertijd ben ik op deze publicatie geattendeerd door Abraham van der Drift (1912-2004), een man die tijdens zijn leven veel aan genealogie heeft gedaan.
(bron: tekst en foto's Hans van der Drift)




De Berkelse middenstand op reis, in 1940

Achteraan Koos Boer, Pietje Boer, Koos v.d. Beukel met echtgenote, Driek Oosterwijk en mevr. Neelis, mevr. Van Dam, Piet van Dam, mevr. Van Rooyen-Vermeer, Henk Seldenthuis, mevr. Seldenthuis, Arie v.d. Steen, mevr. Leeuwenburg, mevr. v.d. Steen, Bas Leeuwenburg, Wim Hogervorst.
Zittend Karel Neelis, Bas Olree, mevr. Oosterwijk-van Dam, Katrien Kaastra, mevr. Klapwijk, Arie Klapwijk, Frans Gouweleeuw en Arie van Dam.



Om de nek van het dier hangt een bord waarop staat (o.a): "Paasvee tentoonstelling Delft 1e prijs".
De datum is niet ontcijferen, maar Aad van Herk zei dat 't rond 1950 was.

                                       Aad van Herk van de Molenweg (met witte jas) op de Beestenmarkt in Delft

Pa (Aad) van Herk vertelde het volgende, over deze foto:

Aad van Herk kocht 't kalf van Arie van der Voort, die had een grote boerderij, ongeveer op de locatie waar nu Cas Lamens zit. Hij had er al een aantal keren over gesproken met van der Voort, maar die zei steeds weer:
"Je ken um pas na de nieuwjaar kopuh".
Dus, in de nieuwjaarsnacht, vlak na middernacht, klopte Aad op 't slaapkamerraam van boer van der Voort, en riep:
"Wat mot die kostuh baas?",
Waarop van der Voort riep:  "100 knakuh"
Aad van Herk riep: "verkocht".
De concurrentie had het nakijken.
Van der Voort heeft het kalf toen afgemest voor Aad van Herk, voor op de paasvee-tentoonstelling.
(bron: Aad van Herk jr)


                                                Een schuit, volgeladen met kool, ergens in de omgeving van Berkel en Rodenrijs




                                                     Een optocht in Berkel en Rodenrijs, in het jaar 1913
                                                                      (bron: foto via Kees Treurniet)
                                                Een eeuw geleden bevrijd van de overheersing van Napoleon.




                                                                                             De Paaskoe
Het is slager Mostert van de Vogelaarstraat. In de volksmond Lange Krijnstraat genoemd. (Het was oorspronkelijk de grond van Lange Krijn Vogelaar).
De koe werd gekocht door de diaconie en het vlees verdeeld over de armen. Het werd als kalf aangekocht en vetgemest. Inderdaad is de paaskoe een extra gemeste koe die voor Pasen geslacht werd door de slager.
Vaak gingen daar paasveetentoonstellingen aan vooraf om de koe te showen. Daar kon de mester prijzen mee winnen. De slager liep met de paaskoe door het dorp om te laten zien aan zijn klanten welke koe hij gekocht had voor het paasmaal. Hij slachtte de koe zelf om het vlees in zijn winkel te verkopen.




Een mobiele stoomketel in 1953
aan de Klapwijkseweg

(foto: Belia van den Beukel)

De firma Zuidwijk en Koolen voer vanuit het Westland naar de Klapwijksevaart om aldaar de grond te stomen.Deze foto werd aan de Klapwijkseweg gemaakt.

De grond werd tot 40 cm diep gestoomd ter voorkoming van ziekten.
Op de foto een stoomketel. Deze staat op een schuit, maar er waren er ook op een onderstel met wielen. Hiermee werd om de zoveel tijd de grond in kassen gestoomd bij wijze van ontsmetten. Dus om mogelijke ziektekiemen en schadelijk ongedierte te doden.

Dat was een hele operatie! Er kon telkens maar een stuk gedaan worden. Eerst moesten talrijke geperforeerde dunne pijpen in gegraven worden die dan werden aangesloten op een dik koppelstuk.

Vandaar lag een speciale stoomslang naar de mobiele stoomketel. 
 Over de grond werd dan een groot zeil neergelegd en werd de stoom een poos door de grond geblazen zodat die kokend heet werd.
Daarna moesten al die buizen weer uit de grond gehaald worden en kon het volgende stuk worden behandeld.

Er werd 24 uur per dag doorgewerkt want de ketel kon je niet even 's nachts uit doen. Het klusje nam dus meestal meerdere dagen in beslag.
Het was verschrikkelijk werk wat de mannen toen deden. Bloedheet en zwaar werk. 2 steken diep moesten die buizen de grond in. Ik dacht toen al, ik ga wat anders doen want dit is mensonterend.

In latere jaren werd er minder met de hand gedaan, maar werd dat buizenstelsel door een lier op een lorrie door de 'kap' getrokken met als risico dat de neuten werden omgetrokken. Je moest er dus wel 'even' bij blijven.
Een groot zeil met daaroverheen een net. Langs de randen het stoomzeil ingraven en met jute zakjes gevuld met grind ballasten. Stoomketelverhuur v.d. Kooij in Pijnacker deed dit later met zware scheepskettingen.
Bijnsdorp van de Strikkade heeft dit ook lang gedaan, er hing altijd een aparte geur in de kassen tijdens en na het stomen. Het grondstomen in de groenteteelt gebeurde tot medio 1980 toen de steenwolteelt kwam, toen was het niet meer nodig.
(teksten van o.a. Peter Schilte, Ruud Veldkamp, Koen van Wijk, A.C. Roodsant, Aad van der Burg)




                                                          Hendrik Berghout met zijn viskar in de Kerkstraat
                                  Een foto uit de jaren '30 of '40, want Hendrik Berghout is overleden in 1946



                                   De weduwe Zwarts uit Berkel draagt nog het dagelijkse kapje (zonder oorijzers).




   De korenschoven worden binnengehaald op de boerderij van Arie Ripping aan de Noordeindseweg.
                                                  Rechts een bokkenwagen met melkkannen.

Arie Ripping had 40 bunder land tussen 't Dorp en de Noordeindseweg, bij het hoofdstuk Noordeinde / Noordeindseweg zijn twee foto's van dit land opgenomen.
(bron: foto via Aad van Herk uit het boek "Boerderijen van Berkel en Rodenrijs")




                      Veerijder Cor van Herk, met Jan(tje) Büchner naast hem, op zijn eigen erf aan de Klapwijkseweg
                                                                               (tekst/aanlevering foto: Helma van Herk)

 Op de foto staat Cor van Herk de veerijder. De assistent naast hem is zijn toenmalige buurjongetje Jan Buchner. Dit was de eerste veewagen die Cor van Herk kocht. Hij vervoerde hier schapen, varkens (biggen) en kalveren mee.

Deze bracht hij o.a. naar de veemarkt in Delft. Onderweg naar Delft moest hij door het 'Meerhek' ( tolhek), daar moest hij voor elk dier wat hij vervoerde tol betalen.

Het paard kocht hij destijds voor 500 gulden (best veel geld voor die tijd....)

Na ongeveer een jaar kocht hij zijn eerste (vee) vrachtwagen (zie foto links).
Het paard wist hij voor 600 gulden te verkopen.




                             Grabel v.d. Burg in circa 1930 voor zijn eerste tandem-asser (twee-assige) vrachtwagen
                                                                                  (bron: 150 jr. zed.lich. fam. v.d.Burg)


                                  De bakkerskar met Jan Kuyvenhoven was een bekende verschijning in het dorp

Als oud Berkelaar (ik woon al sinds 1968 in Canada) vind ik dit een hele mooie website. Die toch wel heel veel herineringen bij mij terug brengt. Ik vond zelfs een foto van mijn vader (Jan Kuyvenhoven) met zijn bakfiets van, ik dacht, Bakker Rook. Direct 2 afgedrukt voor mijn dochters hier in Canada. Heel leuk
(tekst: Arie Kuyvenhoven, juli 2015)
Ook de andere zoon, Rien Kuyvenhoven, vroeg-gepensioneerd bakker en gewaardeerd Heraut-journalist, heeft de foto op de website ontdekt en gekopieerd voor familiedoeleinden.




   Thijs Schippers sr. (broer van Paul Schippers sr.) in 1935 aan het begin van de Kerkstraat voor kruidenier Verhoeff.
                                                                                (foto via Wilco Schippers)

Paul Schippers (vader van Thijs Schippers, 1939) startte omstreeks 1934 met zijn aardappelhandel samen met zijn broer Thijs.
Het gezin van Paul Schippers woonde in een hoekhuis tegenover Autobedrijf Cas Lamens.
Het bedrijf werd groter en verhuisde naar de Kerkstraat, tegenover waar nu het Kruidvat zit. In 1938 werd daar een winkel geopend.

In 1955 kwamen de zoons ook in het bedrijf waar vader nog steeds zijn aardappelen via het venten verkocht. Moeder en dochter stonden in de winkel.
Rond 1960 werd de winkel in de Kerkstraat tweemaal zo groot en kreeg toen ook de naam Centra.

In 1970 is één van de zoons van Paul Schippers, Thijs Schippers (1939), een nieuwe en grotere winkel begonnen, ook Centra geheten plus het miniwarenhuis in de kelder, op de plek in de hoek van het plein en hoek Nieuwstraat, waar later Herman Pruisken kwam, toen Electroworld van Dijk en nu een fietsenzaak is gevestigd.

Nadat hij met de Centra was gestopt heeft hij nog enige tijd een winkeltje gehad in een pand aan de Nieuwstraat (zie foto links).
(bron: foto links en tekst uit Met de handel aan de wandel)








                                                                      De Beestenmarkt in Delft, jaren '60
                                                                         (Bron: aanlevering foto: Helma van Herk)

Deze foto is genomen op de veemarkt in Delft. De koe is een zogenaamde paaskoe. Dit waren de betere ' luxere' koeien, speciaal gekocht voor het mooie stuk vlees wat men voor de Paasdagen kon kopen in de slagerij.
Volgens Cor van Herk viel het nog niet mee om deze koe op de foto te krijgen want het was een 'lastig kreng...' 
De man die de koe vasthoudt is Aad Zeeuw sr. De man met de hoed is Johan Krijgsman, eerder eigenaar van genoemde slagerij tot 1947 toen Aad Zeeuw deze overnam. Later, in 1970, heeft Jan de Rooij de slagerij aan de Rodenrijseweg weer overgenomen en vervolgens nam zoon Wim de Rooij het over in 1994.
 De man met de pet is Cor van Herk de veerijder. De man met de alpinopet is Leen Buchner.




                                                                     Melkboer Dirk Gravesteijn, in 1955

Er waren nog geen supermarkten, maar dit was de voorloper van de later bekende SRV-wagens.
Melkboer Dirk Gravesteijn bracht de melk aan huis, in flessen of vanuit de bus in de kan, in het grensgebied tussen Oude Leede en Rodenrijs. Voor de kar stond/liep toen pony "Zwartje".

Foto links: Dirk Gravestijn met  pony "Shelby", in latere jaren.

Later is zijn zoon Arie met zijn ijzeren hond (Spijkstal wagen) langs de weg gegaan. Dirk ging dan met de fiets mee en ging naar de verre klanten en Arie bleef op de hoofdweg. Foto is genomen op de Oude Leedeweg met uitzicht richting de Eendenkooi.

Polderweg, Bovenvaart, Groene Kade, Oude Leedeweg, Onderweg, Wilgenweg, (Boven)molenweg, Ackersdijk en stukje Zuideindseweg was het werkgebied.




                                   Hermanus van der Breggen, broodbakker te Berkel en Rodenrijs, op zijn ronde




Willem Verwoerd, van de wagenmakerij/carrosseriebouw aan de Noordeindseweg 26



                                                                                  Ineke en Wim-Peter Verwoerd bij een driewielig karretje, 
                                                                                  met de eigenaar ervan achter het stuur. Beginjaren '60.






Boven: Melkboer Cor Hoogerbrugge in 1937

Links: Cor Hoogerbrugge op Koninginnedag 31 augustus 1945


(foto's: Stadarchief Rotterdam via Ruud Veldkamp)
















Achterin het Rodenrijs, in de jaren '60, nog voorbij de Laan van Koot, op de Rodenrijseweg 487, tegenover het huis van toen de familie Havenaar (nu van familie van Vianen), daar voor de hooitas van zijn boerderij, juist ja, daar zit Gerrit van Leeuwen op zijn paard "Ninone". Zijn andere paard "Rakker" stond op stal.


FOKVEEDAG



Op de foto de geitenkeuring De man met de hoed is Piet Sies met daarnaast Mary Lam. 
Is de man links Alfredo di Lotto? Het zal rond 1970 zijn geweest.


Op deze foto de koeienkeuring. Voorop loopt Sjaak Bak van de Oude Bovendijk met "Leny" in het jaar 1980.
De tweede man is Adrie van der Berg van Hoeve Ackerdijk uit Delft (hoewel anderen hierin Flip Vonk herkennen).

De fokveedag werd jaarlijks gehouden, eerst op het land van Kees van der Burg aan de Westersingel met hun 3 kinderen Manus, Henk en Annie. Het was in het land naast de z.g. Nieuwe Buurt met de winkel van v. Dam op de hoek. Dat was in de periode 1950-1960.
Daarna werd de fokveedag georganiseerd bij van Mannekes aan de Leeweg/Klapwijkseweg. 
Kees Kegel verzorgde daar de koffie, frisdrank en ijs, later ook met patat e.d.
In de jaren '80 verhuisde het evenement naar het centrum van het dorp.

                                   De zeer bekende "jongvee-dagen" in centrum van Berkel, hier eind jaren '80
              De man rechts op straat met de lichte jas, in de camera kijkend, is veerijder Cor van Herk, naast zijn vrouw

Tijdens de jongveedag was er ook de geitenkeuring. Super gezellig. En dan op zo'n dag het gewicht of hoeveelheid melkproductie van een koe raden. Stond dan zo'n enorme koe waarbij je je antwoord in een ton moest doen. Grappig.
Oh en als ik mij goed herinner... Wim Dronkers stond er met zijn wagen.  Ik herinner mij ook kinderen met karretjes achter de geiten. Weet niet of dit een race was. Leuk om aan terug te denken.




                                                        De Schutterij voor 't Raedthuys in de Herenstraat




Boven de platglaskassen van Izaäk Havenaar, en onder de verwarmde kas van dezelfde tuinder.

Vele herinneringen komen weer boven als we terugdenken aan zo'n platglaskas (mooi woord!)

Er werden vaak komkommers gekweekt, van die kromme, van de koude grond.
Er waren ook van die hele kleine, die werden stekkies genoemd.
Als 's avonds de veilingschipper, die zijn schuit vlakbij de brug naar de Pastoor Verburghweg afmeerde, van de veiling terug kwam stonden wij te roepen: "Krijgen wij een stekkie! Krijgen wij een stekkie!" en dan gooide hij er een stuk of wat naar ons toe. Soms ook een paar tomaten. Heerlijk was dat!

Ook kroppen sla in de platglaskas, en ook kalabassen, zelfs spinazie werd er verbouwd.
Ik kan me nog herrinneren, dat er bloemen in stonden tegenover ons. Er werd ook altijd gestoomd in die kassen
En meloenen, we gingen zondag's op bezoek bij een oom in Pijnacker, en gingen we mee helpen ""luchten "", dat was een blok hout onder de ramen leggen zodat de warmte eruit kon.

Het glas van zo'n platglaskas (mooi woord eigenlijk!) heet een éénruiter
Als schooljongen rond 1958 1 vakantie bij een platglastuinder gewerkt. Lekker in de open lucht maar wel erg veel bukken......




                                           Anton Rodenburg zelf achter de bakkerskar




Hier een foto van de plaatselijke timmerman van Berkel sinds 1923: Timmerbedrijf Maree. Nu nog steeds in de familie als onderdeel van Deurenspecialist Simon Maree. De foto is uit 1980 met Simon, Cees, Harrie en Joop.
(Foto-aanlevering: Sam Maree)

Nicolaas Maree had samen met zijn vrouw Maree-van den IJssel een winkel in huishoudelijke artikelen aan de Noordeindseweg 216. Deze winkel is toen overgegaan naar Siem Maree, een Nicolaas Maree en zijn zonen Joop en Kees Maree starten in 1923 een timmermansbedrijf Gebr. Maree. Met drie man vertegenwoordigen zij het timmerbedrijf en wordt de basis gelegd voor een mooie toekomst. Het werk wordt in die tijd verricht voor het katholieke gedeelte van het dorp. Na een aantal jaren begint neefje Simon Maree als timmerman in het timmerbedrijf.

In 1983 start (neefje) Simon Maree voor zichzelf met een deuren-speciaalzaak. Hij begint op dat moment als een van de eerste gespecialiseerde deurenhangers in Nederland bij de grotere deurfabrikanten. Hierin groeit hij uit tot een bedrijf met twintig man personeel. Het gaat goed met het bedrijf en Simon Maree gaat zich meer richten op de particulier. Zodoende begint hij in 2001 met zijn eigen deurenwinkeltje waarin hij alles op gebied van deuren gaat verkopen voor de particuliere klant uit het dorp. In deze periode groeit Simon Maree uit tot dé deurenspecialist van Berkel en Rodenrijs en omgeving.

In 2010 komt Simon's zoon Sam het deuren-bedrijf versterken. Samen nemen vader Simon en zoon Sam het naastgelegen timmerbedrijf Gebr. Maree over, waarna de (familie)circel weer rond is. 




                                     Op de tuin van Bart van Spronsen in Rodenrijs, met platglas kassen rond 1910



Een archiefstuk betreffende de openbare verhuring van een stukje dijkgrond en grasgewas op de Nieuwe Weg (tolweg)
                                                                           tussen Berkel en Bergschenhoek       
                                                                                   (bron: 150 jr. zed.lich. fam. v.d.Burg)




                       Vrachtvervoer bij de veiling, eind jaren '50




                                                                    De eerste VW-Kever van Jaap van Etten




                                                                            Werken op het land, met de tractor
                                                                                       (bron: Molenaars Oude Tractoren)




              Prachtige foto van Kassen uit de lucht in Berkel en Rodenrijs. Fotograaf Hans Elbers Fotovlieger.nl
                                                    (Bron: http://www.flickr.com/photos/hanselpedia/15184048478/)




Teun en Bets Rozendaal kort nadat ze waren begonnen een klantenwijk op te bouwen.
(foto: collectie S. Rozendaal)



                                                                   Cor Rodenburg, op de Noordersingel
                                                                                      (bron: verz.C.Rodenburg)


                                         Henk (Henny) Oosterwijk met zijn groentenkar op de Noordersingel

Hij was niet de enige groenteboer. Er waren er heel wat in Berkel en toch hadden we allemaal ons brood. Ik wil ze wel even noemen: in het Noordeinde had je Scholte, Kees Bloom, Piet de Brabander en nog later kwam daar Schippers bij die naar het dorp is gegaan. In Rodenrijs, aan de Bonfut, had je Rozendaal, terwijl Arie Stolk aan het eind van de Zuidersingel zat. En dan wij zelf natuurlijk. Tijdens het jaarlijks Oranjefeest op 31 augustus stonden we zelfs met vier groenteboeren met elk een kraam. Er was altijd een goede samenwerking.



                                          Klaas van der Hoek van de Rodenrijseweg bij het koeien melken
                                                               (bron: foto via Ann Waardenburg)



Vanaf maart 1975 verschenen zijn artikelen onder de rubriek ANNO in het maandblad SPOT, echter in 1979 stopte dit maandblad. Inmiddels was Cor van Wanrooij in 1977 ook de rubriek HEDEN & VERLEDEN gaan verzorgen voor het weekblad DE SCHAKEL, in 1991 omgedoopt tot DE HERAUT. Cor van Wanrooij stopte met schrijven in 1996.


 De vader van Cor, Johannes (Hannus) van Wanrooij, wordt in circa 1880 geboren in Geffen bij Oss. Hij gaat daarna werken als boerenknecht in Hazerswoude-Rijndijk waar Cor op 22 juli 1912 wordt geboren.
Met een tussenstop in Wateringen verhuist het gezin in 1914 naar de boerderij van Sjaak van der Burg aan de Noordeindseweg 260 in Berkel en Rodenrijs.  Piet van den Bos boerde daar toen en Hannus gaat werken als knecht en krijgt met zijn gezin daar inwoning. Na 1 jaar vertrekt hij weer en gaat hij wonen aan de Noordeindseweg 182, het middelste huis van een blokje van drie woningen.

Toen hij in de 6e klas zat van de St. Jozefschool werd hij door zijn vader van school gehaald, hij kon gaan werken op de boerderij van Grabel van de Burg aan de Klapwijkseweg. Na een jaar stapte hij over naar de tuinbouw maar eind jaren '30 werd hij vanwege de crisis werkloos. Hij gaat eerst als melkventer in Wassenaar wereken, later bij Jaap de Kroes aan de Bovendijk werken, overal met kost en inwoning.

In 1938 verhuisden de ouders van Cor naar het rijtje huizen langs de Noordeindsevaart naast de boerderij van Frank van der Burg op nr 59. Deze huizen waren van de tuinders Willem en Koos van Leeuwen.
Cor trouwt in 1938 met Riet Stigt en gaat wonen in zijn ouderlijk huis op de Noordeindseweg 182.
In 194 neemt Cor de handel in petroleum en huishoudelijke artikelen over van zijn zieke vader. Het venten ging met de hondenkar, later een bakfiets, vanuit een loods naast Cor zijn woning. Totdat de bank failliet ging, en hiermee Cor ook.
De oliehandel werd overgenomen door Frans Gouweleeuw.
Hij werkte vervolgens voor diverse bedrijven, en naast zijn werk heeft hij ruim 30 jaar een bloeiende krantenwijk.

In 1960 verhuist Cor met zijn gezin naar de Julianastraat 29 in de pas opgeleverde Oranjebuurt, het werd een gezin met 9 kinderen. Cor heeft tot zijn overlijden in 2001 in Huize St. Petrus gewoond, hij is bijna 89 jaar oud geworden.
(bron: HVBR)


KAARTSPEL


             Kaarten met een vooruitziende blik. 

Niet alleen van Berkel en Rodenrijs, maar ook van Bergschenhoek en Bleiswijk, op weg naar ooit Lansingerland toen.







Lijst met subpagina's