Dorp Oost

Zie onder de foto de herinnering van Wil van den Bulk over hoe het vroeger was .........


Eind jaren veertig, begin jaren vijftig, de oorlog ligt nog maar net achter ons, begint men in Berkel en Rodenrijs uit te breiden. Bovenaan de Julianastraat ligt aan de ene kant de school van meester Docter, aan de overkant op de hoek met de Noordeindseweg de pastorie van de dominee.

Er komt een nieuwe wijk. Woningbouwvereniging Patrimonium bouwt een aantal huisjes, opgesteld in carrévorm.
De eerste stukjes Julianastraat, Oranjestraat en Wilhelminastraat worden ontwikkeld. Het begin van een nieuw dorp dat in de loop der jaren fors zal uitbreiden. Het terrein, waar nu de Ark staat en het verderop liggende terrein ligt nog braak. Hier wordt het eerst gebouwd.

De Wilhelminastraat, de van der Voortstraat, de Sterrenwijk, en de overige wijken, vroeger was het allemaal nog weiland. De Wildert was gewoon een sloot, met wat platglas tuinderijen.

Tot de eerste bewoners behoren o.a. de families Molenwijk, van den Bulk, Toussaint en Koot, verhuisd om meer ruimte te hebben of omdat dit toch wel mooie nieuwe woningen waren.
Al vrij snel hierna wordt in de straten ook aan de overkant gebouwd. Tegen de winkel van Martien Kennepohl in de Wilhelminastraat begint zijn broer Henk een patatkraam, kleine zakjes voor nog kleine prijzen. Een aantal jaren trekt hij in een pand aan de Wilhelminastraat en opent de eerste patatzaak "De Gastronoom".

Het is de tijd vat men in Berkel veel bijnamen heeft. Broers heten rooie Giel, blauwe Wim en broer Martien wordt de bruine genoemd. Andere namen zijn bijv. Arend van Kees van Arend en dan kon nog een achternaam volgen.
Veel voornamen worden in de families dubbel gebruikt. Met de bijnamen wordt het onderscheid gemaakt.
Andere bekende benamingen zijn de brug van Cor Job, de bocht van Ripping (deze ligt boven de Rippingstraat, de bocht heet nu de bocht van Spriel) en in het Rodenrijs de bocht van Van Rijn. De benaming kwam doordat bewoners met die naam daar woonden. 

Een school was er voor de Roomse kinderen in het Noordeinde, naast de kerk. Uiteraard strikt gescheiden, de bewaarschool, de meisjesschool St. Petrus en de St. Jozefschool voor de jongens. De kinderen uit het Rodenrijs moesten nog een heel eind lopen om bij de scholen te komen. Zij gingen bijna altijd gezamenlijk, men haalde elkaar op.

(bron: Wil van den Bulk)