William James: Psychologie en opvoeding
gesprekken met leraren 

Voorwoord

In 1892 I was asked by the Harvard Corporation to give a few public lectures on psychology to the Cambridge teachers. The talks now printed for the substance of this course, which has since then been delivered at various laces to various teacher-audiences. I have found by experience that what y hearers seem least to relish is analytical technicality, and what they most care for is concrete practical application. So I have gradually weeded out the former, and left the latter unreduced; and, now that I have at last written out the lectures, they contain a minimum of what is deemed `scientific' in psychology, and are practical and popular in the extreme.

Some of my colleagues may possibly shake their heads at this; but in taking my cue from what has seemed to me to be the feeling of the audiences I believe that I am shaping my book so as to satisfy the more genuine public need.

Teachers, of course, will miss the minute divisions, subdivisions, and definitions, the lettered and numbered headings, the variations of type, and all the other mechanical artifices on which they are accustomed to prop their minds. But my main desire has been to make them conceive, and, if possible, reproduce sympathetically in their imagination, the mental life of their pupil as the sort of active unity which he himself feels it to be. He doesn't chop himself into distinct processes and compartments; and it would have frustrated this deeper purpose of my book to make it look, when printed, like a Baedeker's handbook of travel or a text-book of arithmetic. So far as books printed like this book force the fluidity of the facts upon the young teacher's attention, so far I am sure they tend to do his intellect a service, even though they may leav unsatisfied a craving (not altogether without its legitimate grounds) for more nomenclature, headlines, and subdivisions.

Readers acquainted with my larger books on Psychology will meet much familiar phraseology. In the chapters on habit and memory I have even copied several pages verbatim, but I do not know that apology is needed for such plagiarism as this.

 

In 1892 ben ik door het bestuur van Harvard uitgenodigd om een aantal openbare lezingen over psychologie te verzorgen voor docenten uit Cambridge.
Dit boekje bevat de kern van de lezingen die ik sindsdien op verschillende plaatsen voor leraren heb gehouden. Ik heb gemerkt dat mijn toehoorders minder geïnteresseerd zijn in technische analyses en dat hun belangstelling meer uitging naar concrete en praktische toepassingen. Daarom heb ik de eerste er langzamerhand uitgewerkt en de laatste ongewijzigd gelaten. Nu ik uiteindelijk de lezingen in boekvorm heb opgeschreven bevatten zij maar zeer weinig wetenschappelijks en zijn vooral uiterst praktisch en eenvoudig.
Veel collega's zullen waarschijnlijk daarover hun hoofd schudden, maar ik heb mij laten leiden door de wens van mijn toehoorders en denk dat ik mijn boek een vorm heb gegeven die aansluit bij de behoefte van een meer oprecht publiek. 
Natuurlijk zullen de onderwijzers hierin de precieze verdelingen en onderverdelingen, bepalingen, rubrieken en andere mechanische kunstgrepen missen waarmee zij gewend zijn zich vol te laten proppen. Maar mijn voornaamste wens was hun in te laten zien en in te laten voelen dat het geestelijk leven door hun leerling wordt ervaren als een soort handelende eenheid.
Kinderen laten zich niet onderverdelen in bepaalde processen en afdelingen, en het eigenlijke doel van dit boek zou verloren zijn gegaan wanneer het als een Baedeker's reisgids of een wiskundeboek van de persen was gerold. Voor zover boeken zoals deze überhaupt de jonge leraar opmerkzaam kunnen maken op de veranderlijkheid van de feiten ben ik zeker dat ik hem een dienst bewijs, ook al wordt aan zijn legitieme verlangen naar meer namen, cursiveringen en onderverdelingen niet tegemoet gekomen.
Lezers die bekend zijn met mijn uitvoeriger psychologische werken, zullen vele bekende uitdrukkingen tegenkomen. In de hoofdstukken over gewoonte en geheugen heb ik vele bladzijden letterlijk overgeschreven, maar ik weet dat ik mij voor dit plagiaat niet hoef te verontschuldigen.

WILLIAM JAMES.

Cambridge, Mass., Maart 1899.

 

XIII Het vormen van ideeën >