Home‎ > ‎De Bevrijding‎ > ‎

De bevrijding van Midden-Limburg

Na de snelle en verrassend eenvoudige opmars door de heuvels van Nederlands Zuid-Limburg, waren de geallieerde troepen aanbeland bij de 'taille' van Limburg. Op dit smalste stukje Nederland lagen de grenzen met België en Duitsland maar vijf kilometer uit elkaar. Britse en Amerikaanse troepen, nog altijd overtuigd dat ze voor kerstmis in Berlijn zouden zijn, veroverden nog altijd het ene na het andere dorp. Wat ze niet wisten, was dat hun ambities ruw verstoord zouden worden door een beekje dat nauwelijks twee meter breed was.

De Saeffeler Beek is een kleine waterloop die ontspringt in het Duitse Birgden, een kleine vijftien kilometer ten oosten van de Duitse grens. Ten zuiden van Susteren steekt het stroompje de Nederlandse grens over, om vervolgens in de Maas uit te komen. Bij de aanleg van het Julianakanaal, in de jaren '30 van de 20ste eeuw, werd de beek met pijpen onder het kanaal doorgeleid, net als de meeste andere rivieren die het pad van het kanaal kruisten.

Eind september stokte de Amerikaanse opmars door Nederlands-Limburg, doordat de Duitsers zich hadden ingegraven achter de Saeffelerbeek. In het westen sloot hun verdedigingslinie perfect aan op het Julianakanaal en de Maas, in het oosten lagen de rivieren Worm en Roer. Door langs al deze waterlopen stellingen op te werpen, ontstond er een enorme, driehoekige vesting. Deze vesting kwam bekend te staan als de 'Roerdriehoek'.

Van de geallieerde troepen die aan het front van de Roerdriehoek lagen waren de meesten Amerikaans. Slechts enkele Britse en Canadese bataljons waren in eerste instantie betrokken bij het bewaken van de frontlijn. Tegenover de geallieerden lag het XII SS-korps, geleid generaal Günther Blumentritt en bestaand uit twee SS-infanteriedivisies, één bataljon zware tanks en twee regimenten luchtlandingstroepen, waarvan er één verantwoordelijk was voor het verdedigen van Roermond, de grootste en belangrijkste stad in het gebied.

Ten westen van de Maas waren geallieerde troepen inmiddels zover opgerukt, dat ze inmiddels grote stukken van Belgisch-Limburg, Nederlands Noord-Limburg en Noord-Brabant hadden bevrijd. Op 17 september werd Operation Market Garden gelanceerd, een poging om met luchtlandingsdivisies de bruggen over de Rijn en de Maas te veroveren bij respectievelijk Arnhem en Nijmegen. Zware Duitse tegenaanvallen, brandstoftekorten en zware verliezen leidden tot het mislukken van deze operatie.

Het gevolg was dat er begin oktober nog altijd geen beweging in het Midden-Limburgse front was gekomen. Deze situatie zou nog maanden duren.

Half december 1944 kwamen er verontrustende berichten uit het zuidoosten van België: De Duitsers hadden een doorbraak geforceerd in de Ardennen. Omdat alle Amerikaanse troepen nodig werden geacht om de Duitse opmars te stuiten, werden vrijwel al hun soldaten teruggetrokken van het front aan de Roerdriehoek. Vervanging voor deze troepen kwam er van de Britten en de Canadezen. Onder de Britse troepen die nu in actie kwamen bevond zich ook de roemruchte 7th Armoured Division. Deze tankdivisie had haar sporen verdiend door Erwin Rommel in 1942-'43 uit Afrika te verdrijven. De mannen van deze divisie waren dan ook bekend komen te staan als de 'Desert Rats', 'woestijnratten'.

In december 1944, enkele dagen na het begin van het Ardennen-offensief, werden de bedoelingen van Hitler duidelijk: Hij wilde koste-wat-kost Antwerpen heroveren en een grote groep geallieerde soldaten afsnijden. De Britse bevelhebber Montgomery vreesde dan ook dat het Ardennen-offensief pas één van meerdere achtereenvolgende aanvallen was, of zelfs maar een schijnaanval. Omdat de Roerdriehoek een goede uitvalsbasis vormde voor een tweede uitval richting Antwerpen, liet hij alle beschikbare troepen aanrukken voor de bewaking van deze linie.

Half januari was het duidelijk dat het Ardennenoffensief mislukt was. Ondanks enorme verliezen aan beide zijden faalden de Duitsers in hun opzet. Nazi-Duitsland had haar laatste troefkaart verspeeld. Dit Duitse verlies was ook bij de geallieerden duidelijk. Daarom werd op 14 januari door het Tweede Britse Leger 'Operation Blackcock' gestart, bedoeld om de Duitsers definitief uit de Roerdriehoek te verdrijven. Het Tweede Britse Leger of 'XII Corps' bestond uit één tankdivisie (de eerder vermelde 7th Armoured Division), twee infanteriedivisies (43rd Wessex Infrantry Division en 52nd Lowland Division) en een bataljon mariniers (No. 45 Commando Royal Marines). 

    Lees verder:
    H.E. Harden

    Lees ook:
    De bevrijding van Zuid-Limburg