LVT Buffalo


In het voorjaar van 1945 was het duidelijk dat Nazi-Duitsland definitief op de knieën gedwongen zou worden. After het Ardennenoffensief, de laatste wanhopige stuiptrekking van de Duitse troepen, was het wachten op de definitieve beslissing van de strijd. De troepen die de Duitsers nu nog naar het slagveld stuurden waren vooral oude mannen, kinderen en soldaten die door jaren van oorlog en door verschillende nederlagen geen enkele motivatie meer hadden om nog verder te vechten. De sterkste troepen waren halsoverkop naar Oost-Europa overgebracht om de opmars van het Rode Leger proberen te vertragen. In Duitsland besefte men per slot van rekening dat een bezetting door de Sovjetunie grote ellende met zich mee zou brengen.

Voor de geallieerden was er nog maar één richting: Rechtstreeks naar Duitsland. Veel troepen droomden van een triomftocht door Berlijn. Voor het zover was, moest er nog één grote horde overwonnen worden: De Rijn werd als ultieme natuurlijke verdedigingslinie van het Duitse Rijk gezien. Indien nodig moesten alle Duitse troepen in het westen zich terugtrekken achter deze rivier, waardoor een onneembare vesting zou ontstaan.

Ook de geallieerden zagen het strategische belang van de Rijn. Een volgende oversteekpoging mocht niet, zoals operatie Market Garden, op een enorme catastrofe uitlopen. Met het uiteindelijke doel en de lessen uit het verleden duidelijk voor ogen, werd er na het afslaan van het Ardennenoffensief zeer intensief voor de oversteek getraind.

Vanwege de vele gelijkenissen met de Rijn werd de Maas uitgekozen als het oefenterrein voor de streng geheime training. Geallieerde soldaten namen hun intrek in verschillende dorpen aan beide zijden van de Maas. Dag en nacht werd er geoefend voor als het moment er dan definitief zou komen.

Kotem behoorde tot de plaatsen waar de soldaten bivakkeerden. Het hier ingekwartierde Britse bataljon was een samenraapsel van soldaten uit verschillende legeronderdelen: veteranen die zelfs al in Afrika gevochten hadden, avonturiers uit verschillende andere regimenten en groentjes, net aangekomen uit Groot-Brittannië. 

Eén van de teams was een perfect voorbeeld voor de samenstelling van het hele regiment. John Shearer, de radioman, was afkomstig uit het Schotse Aberdeen, net als zijn beste vriend, bestuurder Philip Harding, de zoon van een voornaam apotheker. Beide jongens waren rond de 20 en hadden zich pas kort van tevoren aangemeld in het leger. Schutter Stanley Clark kwam uit het Engelse Swinton, waar hij voor de oorlog melkboer was geweest. Hij was een ervaren soldaat, die in Noord-Afrika al heel wat actie had meegemaakt. Daarnaast was er nog de mysterieuze Jimmy, waarvan niemand echt iets wist. Hij was boordwerktuigkundige aan boord van de Buffalo. Omdat hij erg bedreven was in het doen van kaarttrucs kreeg hij al snel de bijnaam ‘Hocus Pocus’.


V.l.n.r.: John Shearer, Philip Harding en Stanley Clark.

Buiten het zicht van nieuwsgierige ogen trainden deze mannen voor een speciale missie: Gedurende verschillende maanden werden ze vertrouwd gemaakt met de landingsvaartuigen waarmee ze de Rijn zouden oversteken. Ze leerden alle aspecten van het voertuig kennen en leerden het perfect te beheersen.

De landingsvaartuigen waar deze troepen gebruik van maakten waren van het type LVT-4 Water Buffalo. De LVT, wat staat voor Landing Vehicle Tracked, was voorzien van rupsbanden en van een loopplank aan de achterzijde. De LVT’s werden hoofdzakelijk in de Verenigde Staten gebouwd. Groot-Brittannië bouwde ze later eveneens in licentie en nam bovendien een groot aantal exemplaren van de Amerikanen in bruikleen. Bij de Britten stonden ze bekend als Buffalo IV.

Na de strenge winter van 1944-45 werd het in het voorjaar eindelijk weer warmer. Dat had als gevolg dat overal de sneeuw begon te smelten, waardoor veel rivieren aanzwollen tot kolkende watermassa’s. Ook de Maas trad buiten haar oevers, wat voor de bewoners van de Maasdorpen niets ongewoons was. De soldaten moesten dan ook gebruik maken van roeiboten om zich te verplaatsen van hun verschillende verblijfplaatsen naar de school, waar ze hun maaltijden geserveerd kregen.

De overstromingen waren geen belemmering voor het moordende trainingsschema van de soldaten. Iedere nacht staken de landingsvaartuigen meerdere keren heen-en-weer de Maas over.

In de nacht van 5 maart 1945 sloeg het noodlot toe. Het team van Harding bevond zich niet ver van de oever van de Maas, toen hun voertuig een hard voorwerp raakte. Als een conservenblik scheurde de bodem van de Buffalo open. In rap tempo stroomde er water naar binnen. Tot overmaat van ramp sloeg de motor af, waarna het gevaarte langzaam in het kolkende water van de Maas wegzonk.

John Shearer en Jimmy waren in staat zichzelf in veiligheid te brengen. Ze bereikten allebei de oever, waarna ze door de inwoners van Kotem liefdevol werden opgevangen. Enkele weken later werd het levenloze lichaam van Philip Harding gevonden op de oever van de Maas. Hij werd begraven op het Hasseltse Kruisveldkerkhof. Van Stanley Clark werd nooit meer iets vernomen. Zijn naam staat gegrift op de Wall of Missing op de Gemenebest-begraafplaats van Groesbeek.


Het graf van Philip Harding in Hasselt.


De naam van Stanley Clark prijkt op de Wall of Missing in Groesbeek, net als de namen van vele andere vermisten.

Halverwege de jaren ’70, ruim 30 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, was men druk bezig met de bouw van de autosnelweg E314. In de buurt van Kotem moest er een kunstwerk gebouwd worden om de Maasvallei te kunnen overbruggen. De bouw van deze Scharbergbrug zou in 1977 moeten beginnen. Om steunpilaren te kunnen plaatsen moest de ondergrond nauwkeurig in kaart worden gebracht. Duikers die de Maasbodem onderzochten deden een bizarre ontdekking: Een tank op de bodem van de rivier!

Bij navraag in Kotem kwam al snel het verhaal naar boven uit de laatste maanden van de oorlog. De interesse van een aantal historici was daarmee gewekt. Toch werd de ontdekking angstvallig stilgehouden. Het wrak bevond zich op Nederlands grondgebied. Als de Nederlanders lucht zouden krijgen van de historische schat, zouden ze hem vast en zeker opeisen.

Midden in de nacht gingen duikers van duikclub ‘Jaws’ aan de slag om kabels aan het voertuig te bevestigen. Nadat het wrak naar de Belgische kant was gesleept kon het uit het water worden getakeld.



Op 3 en 4 september 1977 vonden in Kotem de ‘tankfeesten’ plaats. De optisch gerestaureerde Buffalo had een plaats gekregen op een betonnen sokkel naast de E314. Op de flank van het amfibievoertuig was een bronzen plaats bevestigd die kort het verhaal vertelde. Eregasten bij de onthulling waren overlevende John Shearer en John Harding, de broer van Philip.

In de loop der jaren hadden de elementen vrij spel gehad op het voertuig, dat bekend was komen te staan als ‘de tank’. Roest had zich een weg gevreten door de dikke staalplaten, onkruid tierde welig en in de open laadruimte groeide zelfs een boom! Daarom werd het op 4 september 2007, precies 30 jaar na de plaatsing, van zijn sokkel gehesen voor een nieuwe restauratiebeurt. Deze operatie werd uitgevoerd door het Belgische leger. Genietroepen uit Burcht zorgden voor het hijswerk, waarna het logistiek bataljon uit Zutendaal instond voor het transport.


Gedurende twee maanden werkten vrijwilligers van de Maasmechelse vereniging ‘Maatwerk’ dag en nacht om het werk af te krijgen, en met succes: Op 11 november 2007, wapenstilstandsdag in België, werd de gerestaureerde Buffalo teruggeplaatst en opnieuw ingehuldigd. Bij deze onthulling was Alastair Shearer te gast, de zoon van de inmiddels overleden John. Het rupsvoertuig mocht weer gezien worden. De open laadruimte was voorzien van een canvas dekzeil, De bronzen gedenkplaat was vervangen door een modern, losstaand informatiebord, de sokkel werd vervangen en de grond rondom werd bestraat. Ook kwamen er fietsenrekken en een rustpunt voor fietsers en wandelaars.



Dat niet iedereen respect kan opbrengen voor gebeurtenissen uit het verleden bleek in maart 2012, toen vandalen het monument bekladden met Davidssterren en hakenkruizen. Gelukkig werd deze graffiti weer snel verwijderd, maar de schade bleef duidelijk zichtbaar.

    Lees ook: