Rakker


                                                                           


Rakkertje is de volgende in de rij. Het is een dobermann-pincher en zo klein als hij is zo brutaal was hij ook. Voor mij was het een lieve mooie en waakzame hond die niets liever deed als werken, spelen en knuffelen. Als ik zijn karakter moet beschrijven ben ik vlug klaar, klein maar dapper, aanhankelijk, trouw, waaks en ontzettend gesteld op de katten. De dag dat ik hem uit het asiel ging halen zal ik nooit vergeten. Het was zes weken na de dood van Kaya. De naam had ik al voordat ik wist welke hond het zou worden. Ik kan niet omschrijven wat er gebeurde toen we ons aankeken, maar het klikte meteen, al kwam hij niet aanrennen. Eerst was het kijken, toen voorzichtig aan mijn hand snuffelen en tot slot een brokje uit zijn kom eten. Toen wist ik zeker dat hij bij me hoorde. Zijn oorspronkelijke naam was Pukkie (toeval?!). Na het afhandelen van de administratieve zaken moest meneer zijn halsband omkrijgen, dat liet hij zich dus niet welgevallen. Nadat ik me dat een poosje aangekeken had, ben ik op mijn knieën gaan zitten en heb hem met zijn nieuwe naam geroepen. Hij kwam meteen naar me toe en ik kon de halsband en lijn vastmaken. Daarna wist hij niet hoe snel hij bij de deur moest komen. Het leek me verstandig om naar huis te wandelen, onderweg kwam ik langs het Mariabeeld van de kerk van Leenhof, daar heb ik Onze Lieve Heer bedankt en gebeden dat Rakkertje een gezond en lang leven bij me zou krijgen en vooral dat hij zich gelukkig zou voelen. Onderweg naar huis heb ik vrijwel de hele weg met hem gebabbeld en hij maar luisteren, snuffelen en plasjes plegen. Thuis gekomen werd de huiskamer in een ronde bekeken en gekeurd. Daarna sprong meneertje op de bank, gooide het eerste kussen eraf om het andere kussen plat te kunnen leggen, zich rond te draaien een te gaan slapen. Hij was thuis gekomen !!!

Het meest kenmerkende van Rakkertje was zijn waakzaamheid en overbescherming van zijn lievelingen de katten. Als ik met een van hun naar de dierenarts moest, kwam ik het huis niet uit zonder hem mee te nemen. De hele wandeling patrouilleerde hij tussen de mand en het einde van zijn lijn. In de wachtkamer ging hij dan keurig voor de reismand zitten zodat niemand bij zijn beschermeling kon komen. In de behandelkamer was hij wel braaf en mocht ome dokter kijken wat er aan de hand was. Eenmaal weer buiten begon het op en neer rennen weer. Eenmaal thuisgekomen moest er eerst goed gesnuffeld worden aan de patiënt en als hij merkte dat alles in orde was zocht hij tevreden een plekje op de bank om te genieten van zijn welverdiende rust.

Het afscheid kwam heel onverwacht. Het was een normale dag, ik was naar mijn werk geweest en had mijn huishouden gedaan. In de namiddag merkte ik dat hij erg suf was en dat zijn ogen iets gelig waren. Ik ben toen meteen naar de dierenarts gegaan en toen bleek dat zijn lever niet meer werkte. Hij werd steeds geler ondanks de medicijn. De volgende morgen was hij zo ziek dat ik hem in heb moeten laten slapen. Doordat de lever niet meer werkte was er geen redden meer. Dat was hard, binnen vierentwintig uur was ik mijn mannetje kwijt. Maar ik was dankbaar dat we acht jaar van elkaar hebben kunnen genieten dat hij mij zijn onvoorwaardelijke liefde heeft gegeven. Ik denk nu nog vaak aan mijn mannetje en aan het plezier dat we gehad hebben.