Kaya


                                                                                          


Wat Kaya zo bijzonder maakte was dat ze ondanks een minder fortuinlijke start toch een opgewekte blijde dame was. Ook zij was een dierproevenhondje, alleen had zij het geluk dat haar bloed ter vergelijking gebruikt werd, dus er zijn geen proeven met haar gedaan. Wel is ze in een "laboratorium" geboren en opgegroeid. Ze kon het goed vinden met Sassie, alleen het eten was soms een bron van onenigheid.



Maar samen op de bank liggen en slapen dat vonden ze perfect. Ze hebben het best prettig gehad zo saampjes. Alleen toen Sassie ziek werd heeft Kaya daar best een beetje onder geleden omdat ze toen niet meer de aandacht kreeg die ze gewend was. Op een avond was ze opeens spoorloos verdwenen, niet meer in de tuin, niet in het huis. Dus toen ben ik haar meteen gaan zoeken en tot mijn verbazing liep ze parmantig met een meneer mee. Toen zijn mijn ogen wel open gegaan. Ik heb er toen voor gezorgd dat ook zij haar aandacht kreeg. Als beloning voor mij is ze nooit meer weggelopen.

 

Wat me van Kaya het meest bijgebleven is is de dag waarop ik haar heb moeten laten inslapen. Ze heeft vijf jaar met tepelkanker geleefd, ze had hier geen last van en kon ook niet geopereerd worden. Op een gegeven moment kreeg ze problemen met plassen. Dus toen ben ik weer naar de dierenarts gegaan en het bleek dat de kanker zich uitgezaaid had in de blaas. Deze zat helemaal vol met kanker en daardoor kon ze moeilijk plassen. Dat was heel slecht nieuws. Omdat ze geen pijn had, heb ik toen met de dierenarts afgesproken dat ik een paar dagen tijd zou nemen om haar nog eens extra te verwennen en om aan het idee te wennen dat ik haar kwijt zou raken. Na het weekend heb ik gebeld dat de dierenarts haar hier thuis in zou laten slapen. Het speciale was dat toen de dierenarts kwam, zij hem kwispelend en dartelend ging begroeten. Ze was zo opgewekt dat het nauwelijks te geloven was dat ze zo ziek was. Dat heeft het voor mij wel gemakkelijker gemaakt om te accepteren dat het onvermijdelijke gebeurd was: weer afscheid moeten nemen van een van mijn lievelingen. Het laatste beeld van de kwispelende en vrolijke meid is altijd bij me gebleven en de wetenschap dat ze geen minuut geleden heeft, ondanks vijf jaar met kanker rondlopen. Daar kon ik vrede mee hebben.