Onderwijs

In 2012 zijn de eerste experimenten gestart met met zowel de inhoud als de didactische aanpak van het ondernemerschapsonderwijs bij Entrepreneurship@HU. Er zijn veel slagen gemaakt en inmiddels onderscheid het ondernemerschapsonderwijs zich door een nadrukkelijke focus op de vraagkant van de waardepropositie. Dat leidt tot een meer systematische aanpak van het Business Design en door veel onderzoek naar kritische aannames om die te vervangen door feiten. Het eindproduct is een "Validated Business Design". De aanpak maakt gebruik van de inzichten op het gebied van ondernemerschap van Tim Brown, Alex Ostenwalder, Eric Ries en anderen. Voor het onderzoek wordt gebruikt gemaakt van de Design Thinking Cycle en de Lean Start-up Cycle. Het onderzoek is daarmee ontwerpgericht, abductief, validerend en iteratief van aard.

Didactisch model:
Het didactisch model bij Entrepreneurship@HU gaat ervan uit dat de student de regie heeft over het eigen leerproces. Er wordt een beroepsproduct gemaakt (Validated Business Design, eventueel aangevuld met een haalbaarheidsanalyse). Leerdoelen zijn vooraf helder gemaakt en de toetscriteria van het beroepsproduct ook. Tussen leerdoelen en eindtermen komt het leren tot stand door co-creatie met de studenten, waarbij de studenten "tools" krijgen aangereikt, die hen in staat stelt een goed beroepsproduct op te leveren, maar voor de rest worden ze aangemoedigd zoveel mogelijk zelf keuzes te maken, die keuzes te onderbouwen en de consequenties van die keuzes te overzien. De docent heeft als leercoach de taak op studenten te inspireren, te motiveren en te faciliteren. Het didactisch model is ontwikkeld in lijn met de HU Visie op Onderwijs.


In de praktijk:
In de praktijk betekend dit dat de rol van de docent verandert van "kennisoverdrager" (teacher) naar "leercoach" (learner). De docent stelt vooral vragen, wijst op de aangeboden "tools" en is terughoudend in het geven van antwoorden. Concreet betekend dit voor de studenten thuis studeren en in de klas huiswerk maken. Het betekent ook dat studenten/ondernemers: 
  • van te voren kennis neemt van het onderwijsmateriaal, dat on-line wordt aangeboden;
  • wordt gevraagd het onderwijsmateriaal op je eigen situatie toe te passen en er op te reflecteren;
  • de les te hebben gevolgd EN het huiswerk hebben gemaakt, vóór de les begint;
  • in de les de opdrachten bespreken en feedback krijgen op het werk dat thuis gemaakt is.
Door studenten tools aan te reiken en ze opdrachten te geven die ze nooit eerder gedaan hebben, worden ze uitgedaagd. Als ze loskomen van hun initiële verzet en in de opdracht duiken blijkt dat ze zonder veel instructie zeer complexe opdrachten voor het grootste deel kunnen vervullen. Dit maakt de studenten trots en nieuwsgierig naar de ontbrekende kennis om de opdracht in zijn geheel te kunnen vervullen. Door instructie alleen te richten op de ontbrekende kennis wordt het onderwijs geheel vraaggestuurd. 
 
De studenten leren door te experimenteren en te onderzoeken op basis van hypothesen (aannames die ten grondslag liggen aan het businessidee). Bij experimenteren kan er geen sprake zijn van "falen". Experimenten kunnen per definitie mislukken. Het daarom belangrijk om een veilige omgeving te creëren waarin geëxperimenteerd kan worden en wanneer de uitkomst van het experiment tegenvalt, dan is dat "balen", maar het kan geen falen zijn omdat je er wat van hebt geleerd."

Verder wordt van de docent (leercoach) niet verwacht dat die antwoord heeft op alle vragen. Op de belangrijkste vraag aan een student, "hoe ga JIJ van JOUW bedrijf een succes maken" kan de docent geen antwoord geven. Bovendien, als de studenten zich verdiepen in specifieke materie, weten ze al snel meer dan de docent zou kunnen weten. Dat is heel normaal. In de rol van leercoach richt de docent zich op het leerproces en niet zozeer op de leerinhoud.
Ċ
Nils de Witte,
17 apr. 2016 05:43