Spaanse Sferen‎ > ‎

Van der Does

Bron: Website Gran Canaria Actueel

1599-06-25: Aanval Pieter van der Does op El Real de las Palmas.
1599-06-26: Pieter van der Does verovert El Real de las Palmas,
1599-07-03: De manschappen van Van der Does geraken in hinderlaag in Monte Lentiscal,
1599-07-08: Nadat ze het eiland niet hebben kunnen veroveren, en verslagen zijn door de eilandbewoners, trekken de
manschappen van Van der Does zich terug met 1.400 doden en 60 gewonden, ze steken de stad Las Palmas in brand,
en nemen het Stadsarchief mee evenals de bronzen luidklokken uit de torens van de Kathedrale Basiliek Santa Ana.


PIETER VAN DER DOES EN DE SLAG OM LAS PALMAS

Elk jaar op 3 juli wordt in Las Palmas de Gran Canaria in de Kathedraal van Santa Ana voor het altaar in de zijkapel - waar de kannunik, dichter en geschiedkundige Cairasco de Figueroa begraven ligt - door de Deken van de Kathedraal een homilie gehouden, waarna vervolgens met veertien slagen de bronzen - door de NVC geschonken - klok wordt geluid; een klokslag voor elke dag dat in 1599 Gran Canaria bezet was door de Hollanders.

En elk jaar wordt iemand met de Nederlandse nationaliteit uitgenodigd om deze klok met 14 slagen te laten weerklinken in het interieur van de Kathedraal.


HISTORISCHE CONTEKST
Sinds de tweede helft van de 16de Eeuw vinden herhaaldelijk piraten-aanvallen plaats op de Canarische Eilanden, al in 1595 had Las Palmas te lijden van de aanval van Drake en Hawkins, toen op 6 mei 1598 Filips II de Nederlanden toekende aan zijn dochter Elisabeth Clara Eugenie in plaats van aan de erfgenaam, de toekomstige Filips III, in de overtuiging dat zo een einde zou komen aan de burgeroorlog in Vlaanderen.

Ondanks dat de Nederlanden openlijk in opstand waren tegen de Spaanse overheersing is het handelsverkeer tussen te respectievelijke havens heel intens totdat in februari 1599 men alle handel verbood met de opstandige provincies en Spanje haar havens compleet afsloot voor de Hollandse schepen.
Dat wat als een oorspronkelijk ideologisch conflict begon, veranderde in een oorlog met een economisch karakter omdat dit verbod de onmogelijkheid inhield zout, peper en specerijen te verkrijgen en dat bracht de voornaamste motor van hun economie in gevaar, want zout vormde het onvervangbare belangrijkste middel zowel voor de conservering van vis en vlees evenals in de kaasmakerij en boterproductie.
Bijgevolg deed zich in de opstandige provincies een drastische prijsverhoging voor en een toename van de werkloosheid die tot wel 30.000 werknemers zou kunnen treffen.

Tegen de ernst van deze situatie besloten de Staten Generaal in maart van dat jaar een expeditie tegen Spanje te organiseren. Ze bewapenden een krachtige vloot en gaven die in handen van admiraal Pieter van der Does, verordonnerend, ons het groots mogelijke nadeel toe te brengen. Zo voldeed men niet alleen aan de verwachtingen van Filips II om een einde te maken aan het conflict, maar deed zich, met Filips III al op de troon, een van de ernstigste aanvallen voor en van de grootste omvang in de Canarische geopolitiek.

De gebeurtenissen vonden plaats tussen 26 juni en 8 juli 1599 plaats biedend aan wat de invasie van Canarias kon zijn en van misschien wel de rest van de Archipel. Op 3 en 4 juli werd de stad Las Palmas ingenomen en begon, wat een van de meest tragische gebeurtenissen vormde uit haar geschiedenis.

DE STRATEGISCHE WAARDE VAN GRAN CANARIA
Het belang van de ligging van de Canarische Eilanden is evident maar in die tijd was het nog belangrijker, omdat er geen Suezkanaal bestond en de specerijenhandel met de eilanden gedaan werd via de moeilijke routes van Kaap de Goede Hoop en de Straat van Magellaan.

Eind 16de Eeuw telde Gran Canaria ruim de helft van de bevolking van de Archipel en haar hoofdstad was een voorspoedige plaats die suiker, wijn en koloniale waren stuurde naar Europese markten, vanwaar men textiel en handgemaakte producten importeerde.

Van de gehele Archipel kon men alleen vanuit de haven van La Luz als deze haven- en handelsactiviteiten verrichten, en in tegenstelling tot die van La Orotava en La Laguna die in het binnenland beschermd zijn, is Las Palmas een open stad naar zee en, daarom, blootgesteld aan aanvallen.

STAAT VAN DE VERDEDIGING
Toen in 1589 op de eilanden Don Luis de Cueva y Benavides werd benoemd tot Kapitein-Generaal, installeerde zich op Gran Canaria een contigent van 600 soldaten, bestudeerde men gedetailleerd de verdediging, en probeerde men de fortificatie te verbeteren. De la Cueva omhelsde het idee een kleine vloot te bouwen die het mogelijk maakte, troepen tussen eilanden te projecteren maar dit dynamische verdedigingsproject is nooit gerealiseerd.
De fortificaties bereikten een elementaire ontwikkeling, zodanig dat de stad Las Palmas muren had van noord naar zuid en twee forten, Sint Anna en Sint Elizabeth, plus het Kasteel van La Luz dat de haven beschermde.

Op het moment van aanval was Alonso Alvarado de Militaire Gouverneur en veteraan uit Badajoz van de campagnes van Aragón, Italië en Vlaanderen, die als tweede man Antonio Pamochamoso had, eveneens uit Badajoz en een ervaren soldaat.

Als troepen rekende men met het Derde van Las Palmas bestaande uit vier compagnieën lansiers en musketiers plus enige cavalerie en een kleine hoeveelheid korte afstand artillerie. Bij deze troepen moet men de vier compagnieën miliciens van Las Palmas, Telde, Agüimes, La Vega, Teror, Arucas, Gáldar en Guía rekenen.

Te benadrukken is dat onze soldaten voorzien waren van haakbussen waardoor zij zich blootgesteld zagen aan het vijandelijke musketvuur dat een dubbel bereik had.

Samengevat, tegenover ruim 10.000 Hollanders stonden de Grancanario' s met een klein leger van 150 beroepssoldaten en 1.000 miliciens die de wapens gebruikten waarover zij beschikten: haakbussen, spades, landbouwwerktuigen en, dat wel, een ontegenzeggelijke heldhaftigheid.

POGINGEN VAN DE HOLLANDSE VLOOT
Twee documentaire bronnen maken het mogelijk, het doel van de Staten Generaal na te gaan. Op de eerste plaats waren de instructies, gegeven aan de admiraal, dat hij volgens deze zoveel mogelijk winstgevende acties moest ondernemen als beoordeeld door de Vlaamse natie tegen alle eilanden, gebieden, en steden van de Koning van Spanje, de verbindingen tussen Spanje en haar gebieden verbreken, de schepen onderweg grijpen, en bovendien geschikte plaatsen bezetten en fortificeren voor het voor anker gaan van de schepen.

Het zoeken naar financieel voordeel is evident, zoals de poging zoveel mogelijk schade te berokkenen aan de Spaanse economie en te heersen over elk willekeurig stukje terrein dat nuttig is voor het vestigen van een steunpunt voor hun handel. Dat idee wordt ondersteund door het feit dat de aankomende schepen geladen waren met bouwmaterialen.

De tweede bron is een brief waarmee men een losgeld eist voor de redding van Las Palmas. "... de burgers en ingezetenen van de stad en het eiland Canaria zullen vervolgens verschijnen, voor het redden van hun personen, panden en landgoederen, met een waarde van 400.000 dukaten van elf realen elk.
Zo zullen zij verplicht zijn, jaarlijks 10.000 dukaten te betalen, terwijl de betreffende Staatslieden de andere zes eilanden zullen bezitten, of elk een daarvan..."

De eilandautoriteiten waren perplex bij het lezen van deze oneerbiedige brief waaruit duidelijk een derde doel blijkt: naast de buit en enigerlei steunpunt voor hun handel, haden de Staten Generaal de bedoeling te heersen over de Archipel, of tenminste over een van de eilanden.

DE SLAG
Zesentwintig juni, voor de baai van La Luz doemt een vloot op van 74 schepen varend onder Hollandse vlag en die van het Huis van Oranje. Alvarado beschikt over de verdediging en zet deze voornamelijk in om het aan land gaan van de vijand te verhinderen.

De Gouverneur is niet alleen, onmiddellijk komen de wethouders, de mannen van de Kerk en de plattelandsbevolking die zich aansluiten bij de manschappen van de milities om de verdediging voor te bereiden.

Er opent zich artillerievuur tussen de schepen en de verdedigers van de stad. De aan diverse schepen aangerichte schade voorkomt niet de daaropvolgende pogingen om aan land te gaan, zwaar afgewezen door de mannen van Alvarado, die - dodelijk gewond geraakt - wordt vervangen door Antonio Pamo Chamoso.
Uiteindelijk slaagt de vijfde poging met de verrassende techniek van het met platbodems de kust te naderen op een klippengedeelte dat niet voorbereid is op de verdediging en het bereik van het vijandelijke artillerievuur zorgt ervoor dat de heldhaftige verdediging van de Spanjaarden, met ontbloot bovenlijf, onhoudbaar blijkt.
Zo slagen de Hollanders erin voet aan land te zetten, niet zonder talrijke verliezen geleden te hebben, waarbij Ciprián de Torres, Kapitein van de Compagnie van La Vega, te water gegaan is, van der Does aanvalt en hem verwondt en hijzelf het leven verliest in die heldhaftige poging.

De eilandtroepen trekken zich terug, de Spaanse achterhoede trekt zich al strijdend terug totdat het contact verbreekt, en omgord de verdediging van de stad terwijl autoriteiten, documenten en waardevolle voorwerpen naar het binnenland worden gebracht.
Na een artillerie-voorbereiding van vijf uur komt de Hollandse Infanterie vooruit voor de frontale aanval op Las Palmas terwijl men die probeert te omsingelen en men de verbinding met de terugtrekkende verdedigers probeert af te snijden.
Opnieuw ligt het veld bezaaid met vijandelijke slachtoffers maar met de muren en de borstweringen vernield en vanwege enorme kracht van de aanvallers zien de miliciens zich genoodzaakt de stad te verlaten na de nodige tijd gewonnen te hebben dat de inwoners die hebben kunnen verlaten met hun bezittingen.

De stad ingenomen hebbend, probeert Van der Does een aanzienlijke som aan losgeld te innen. De eiland-autoriteiten, verzameld in Santa Brígida, wijzen de chantage af. Op 29 juni schrijven ze een brief aan de koning waarin ze rekenschap geven dat de vijand de stad heeft ingenomen, maar dat ze "het 'animo' hebben de rest te verdedigen tot aan verlies van het leven."

Zo breekt de ochtend van zaterdag 3 juli aan waarop een colonne van 4.000 Hollanders zich naar Monte Lentiscal begeeft waar Pamo Chamoso, met niet meer dan 400 manschappen, bereid is de strijd aan te gaan. De Spanjaarden hebben irrigatiekanalen afgesloten en waterbronnen droog gelegd. De zon brandt, de hitte is verstikkend. De Hollandse troepen met zware uitrusting en bewapening, niet gewend aan dit soort terrein, lijden dorst terwijl ze proberen vooruit te
komen.


Pamo Chamoso kiest als grens van de terugtrekking een weelderig bos waarin hij zijn schaarse troepen verbergt.
Hij neemt het vaste besluit de vijand de pas af te snijden en aan te vallen tussen de dichte vegetatie door te laten geloven dat men zich tegen een veel krachtigere overmacht bevond.
Onze mannen doken ineen aan beide zijden van de weg op het dominante punt dat bekend is als El Batán (de Volmolen) wat de aanvallende colonne verplichtte van onder naar boven aan te vallen en zonder de mogelijkheid in het struikgewas het voordeel van hun bewapening te benutten.

Het grootse deel van de troepenmacht wachtte, terwijl dertig of veertig eilandbewoners de flanken aanvielen van de Hollandse achterhoede. De onzen bestreden hun tamboers terwijl ze al zwaaiend met hun vaandels in de lucht de berg afdonderden om meer in aantal te lijken.
De aanval ingezet hebbend, ontaarde deze in een zodanige woede dat de indringende troepen, vollledig verrast, begonnen aan een wanordelijke terugtocht bergafwaarts naar de nabijgelegen stad.

De vijandelijke represaille liet niet op zich wachten, onmiddellijk ging men over tot het plunderen van de hoofdstad en het in brand steken van gebouwen. Ze brachten de luidklokken van de kathedraal over naar hun schepen, de kanonnen en alle landbouwproducten die zich maar eigen konden maken, totdat de volgend ochtend de hoofdstadbewoners die niet bereid waren hun stad te laten vernietigen met zoveel geweld aanvielen dat de Hollanders naar hun schepen vluchtten en de rest van de buit achterlieten.
Op zondag 4 juli herstelde de stad zich definitief en vier dagen later verliet de vijandelijke vloot de baai.

(bron: uit toespraak luitenant-generaal P. Galan, 2 juli 2016)


DEEL VAN TOESPRAAK

Vanwege zijn verdiensten in diverse belangrijke bestuurlijke functies kreeg Pieter van der Does van de Staten van Holland de heerlijkheden Vriezekoop en Rijnsaterwoude. Rond 1591 kocht hij ‘Huis ter Does’ in Leiderdorp dat tot een eeuw daarvoor in bezit van de familie Van der Does was geweest. Hij en zijn vrouw lieten het in 1598 her- of verbouwen; dat was dus kort voor de aanval op El Real de Las Palmas in de zomer van 1599.

Het was onder Keizer Karel de Vijfde als Koning Filips de Eerste van Spanje, dat de Tachtigjarige Oorlog (van 1568 tot 1648) tussen Spanje en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden aan de gang was - ook wel de ‘De Opstand’, of ‘De Nederlandse Opstand’ genoemd - en, ondanks de oorlog, de handel tussen het koninkrijk Spanje en de toenmalige Spaanse Nederlanden toch door is gegaan, maar... dat na het overlijden van Keizer Karel in 1555, zijn enige zoon als Koning Filips de Tweede van Spanje de handel met de Spaanse Nederlanden verbood en Spanje ter zee te maken kreeg met de opkomende maritieme mogendheden Engeland en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, wat de uiteindelijke triomf mogelijk maakte voor de Republiek, die zich ontwikkelde tot een wereldmacht en waardoor de 17e eeuw wordt beschouwd als de Gouden Eeuw voor de Republiek op economisch, wetenschappelijk en cultureel gebied.

Echter voordat die ontwikkeling een feit was, heeft de Raadspensionaris van de Staten-Generaal, Johan van Oldenbarnevelt, besloten om na het stopzetten van de handel tussen Spanje en de Republiek, oorlogsbuit te gaan veroveren in Spanje.

Johan van Oldenbarnevelt heeft zich als advocaat bij het Hof van Holland in 1572 aangesloten bij Willem van Oranje en is in 1579 gekozen in de commissies van financiën en marine van de Staten. Nadat Van Oldenbarnevelt in 1582 de vertrouwens-persoon van Willem van Oranje was geworden, en de Staten-Generaal met de prins naar Delft waren verhuisd, groeide de macht van Van Oldenbarnevelt en vanuit die positie besloot hij om - na het stopzetten van de handel tussen Spanje en de Republiek - oorlogsbuit te gaan veroveren in Spanje.

Daartoe is voor de rede van Vlissingen in de provincie Zeeland een vloot van Hollandse en Zeeuwse schepen samengebracht die onder leiding van Pieter van der Does, dan viceadmiraal van de Admiraliteit van Amsterdam, in mei 1599 vertrok richting de Spaanse-Portugese kust met de bedoeling deze aan een blokkade te onderwerpen daar men toentertijd, zoals gezegd, met deze landen in een langdurige oorlog was verwikkeld (de Tachtigjarige Oorlog).

Vanwege de zware verdediging lukte het Van der Does en zijn manschappen niet om dit voor elkaar te krijgen, waarop zij zijn doorgevaren naar het Real de las Palmas, het tegenwoordige Las Palmas de Gran Canaria.
En heeft hij in de zomer van 1599 de stad ingenomen, maar kon die maar 14 dagen vasthouden.

De verovering van Gran Canaria mislukte en na zware verliezen reisde hij met een deel van de vloot door naar het aan de Afrikaanse Westkust gelegen Sao Tomé, destijds evenals de Canarische Eilanden Spaans bezit.
Daar vond Pieter van der Does zijn einde vanwege verwondingen die hij bij de inname van El Real de Las Palmas had opgelopen; sommige bronnen melden echter dat hij stierf aan malaria.

(bron: uit toespraak burgemeester L.M. Driessen-Jansen, 2 juli 2016)



ANEKDOTE:
Deze anekdote speelt zich af in 1999 toen – ter gelegenheid van de 400ste verjaardag van de Aanval van de Hollandse Vice-Admiraal (¡pirata!) Pieter van der Does op Las Palmas de Gran Canaria – het bestuur van de Nederlandse Vereniging Canarias (NVC) het respectabele bedrag van 20.000 harde Nederlandse guldens (!) aan het inzamelen was voor het doneren van een bronzen luidklok.

Dit, als vervanging van wat destijds door jonkheer Pieter uit Las Palmas was meegenomen en waarvoor de toenmalige Nederlandse honorair consul in Las Palmas de Gran Canaria, Joep Hezemans, aanvankelijk weigerde, om zitting te nemen in het NVC-Comité van Aanbeveling.

Joep’s redenering was: “Ik neem als Consul geen zitting in een dergelijk comité, omdat twee jaar geleden, de Britse ambassadeur door de Tinerfeños is uitgefloten toen deze in Santa Cruz de Tenerife aanwezig was bij de 200ste-herdenking van de aanval van Admiraal (¡pirata!) Horatio Nelson.

Gelukkig draaide de heer Hezemans al heel snel bij, toen hij op Gran Canaria doorkreeg met wat voor een grote, indrukwekkende actie het NVC-bestuur bezig was.
Waardoor de Nederlanders op 29 juni 1999 – 400 jaar na de bewuste aanval – na het overhandigen van de bronzen luidklok door NVC-voorzitter Toos Ebben-Manders en in aanwezigheid van de Nederlandse Ambassadeur, Graaf Jan de Marchant et d’Ansembourg, plus een grote afvaardiging van Nederlandse marinemensen in tropenuniform – op het Plaza de Stª Ana deelgenoot werden van het allerhoogste militaire eerbetoon wat een buitenlandse gemeenschap in Spanje (lees: Nederlandse gemeenschap op de Canarische Eilanden) ook maar heeft kunnen krijgen.


Pieter Van Der Does, 'piraat' of admiraal?

“LAS PALMAS DE GRAN CANARIA - 20 juli 2009 - Het navolgende krantenartikel is op maandag 20 juli 2009 geschreven door de Grancanarische leraar, journalist en schrijver Jaime Rubio Rosales:
Dezer dagen heeft Antonio Bethencourt Massieu, onderscheiden met de ‘Premio Canarias de Historia’, leraar van Canarische geschiedkundigen en mijn boezemvriend zich nogal nijdig gemaakt. Hij deed dit, omdat wetenschapper Willem Hovestreydt afgelopen week in een artikel in dagblad ‘La Provincia’ heeft gemeld, dat Van der Does geen piraat was (zoals men zegt op de Canarische Eilanden), maar admiraal.

De mosqueo (geïrriteerdheid) van Bethencourt komt, omdat hij denkt, dat geen enkele Canarische geschiedkundige de betreffende admiraal piraat noemt, wat een vreselijke vergissing zou zijn. En het kan zijn, dat hij gelijk heeft; maar in de geschreven pers, zelfs in Carnavalsteksten(!), noemt men hem altijd piraat en zo kent ons volk hem ook. Het is echter goed, dat men deze vergissingen corrigeert, zoals wij die toepassen op andere grote zeehelden zoals Drake of Sir Walter Raleigh.

Het geval wil, dat we tot nu toe van Pieter van der Does bijna niets afweten en wel om één reden: tot voor kort was hij een onbekende in zijn eigen land!

Nu echter weten we, dat hij de zoon was uit een aristocratische en rijke familie die in de nabijheid woonde van het riviertje ‘De Does’ (vandaar zijn achternaam) in het nabij de kust gelegen Leiderdorp.
Het is uitgerekend in de Universiteit van Leiden waar we een van de weinige ‘Van der Does-specialisten’ tegenkomen: Willem Hovestreydt, met wie ik enkele weken geleden het genoegen had, de lunch te bij enkele gemeenschappelijke vrienden in Agaete.

We hebben daar lange gesprekken gevoerd over ons personage en we hebben er enkele interessante documenten kunnen inzien. Iets wat mijn aandacht trok, is, dat Van der Does door zijn volk als een heilige wordt beschouwd, omdat hij heel edelmoedig en vriendelijk was. Echter, wij Canario’s, zien hem als de duivel van die barbaarse aanval op de stad Las Palmas welke werd uitgevoerd met een vloot van 74 schepen en 11.000 perfect getrainde manschappen op 26 juni 1599: 410 jaar geleden!

Ondanks alles hebben wij Canario’s de Hollanders verslagen bij Cruz del Inglés (in feite zou men dit Cruz del Holandés moeten noemen) nabij Santa Brígida. Naar dit plaatsje waren onze burgers gevlucht, samen met milities die niet alleen uit Las Palmas kwamen, maar ook uit Telde, Arucas, Gáldar en van bijna het gehele eiland. De strategie was, om de door Guiniguada oprukkende Hollanders uit te putten.

En inderdaad, bij aankomst op Cruz del Inglés waren zij door de zon, de vegetatie en de enorme klim gedecimeerd. Rematar la faena fue coser y cantar (Ze om te leggen, was een koud kunstje ). Mijn grootvader, Teodoro Rosales, hoogleraar Geografie en Geschiedenis en officieel schrijver van de stad Arucas, beschreef het in de volgende bewoordingen:

Juli negentien-negen-en-negentig/de zesentwintigste dag/met donderbussen en lichte wapen/is ons leger naar Las Palmas gegaan./In zestig schepen/ bracht Van der Does, hun Admiraal/een onafzienbaar geschut en negenduizend opvarenden./Las Palmas was/door zijn muren afgesloten/en slechts bewoond door achthonderd zielen.

De aanval van Van der Does heeft een waardig respect in een roman van Dan Brown.

Ik refereer aan het geheimzinnige feit van zijn aanval op de Kathedraal van Las Palmas en, merkwaardig genoeg, op haar Historisch Archief.

- Welke documenten van de Canarische geschiedenis zocht Van der Does?
- Wat deed hij met deze documenten?
- Zocht hij misschien naar het gegeven van de oprichting van de Orde der Tempeliers van Las Palmas?
- Of zocht hij aanwijzingen over de Tempelschat die, volgens bepaalde bronnen, via Las Palmas zijn weg gevonden zou hebben naar Amerika?

- Wisselde Columbus daarom de zeilen van zijn karvelen voor andere met het rode Tempelierskruis, waarmee hij in Amerika aankwam?
- Lag Canarias op de geheime route van de Tempelorde naar Amerika?

Voor wat betreft de Archieven van de Kathedraal, weten we, dat deze niet in Nederland zijn. Er zijn mensen die zeggen, dat ze verloren zijn gegaan en anderen zeggen, dat deze nog steeds op Canarias zijn. Maar, waar? Wat is het “gevaar”, om niet bekend te maken waar deze archieven zijn?

Van der Does heeft ook de luidklokken van de Kathedraal meegnomen en deze omgesmolten, om er kanonnen van te laten vervaardigen. Bovendien liet hij een protestants Te Deum opdragen in de Kathedraal van Las Palmas!

Dit was dus, Pieter van der Does, een doorgewinterde zeeman die mislukte op Gran Canaria.”