h. Scheepsrampen‎ > ‎

3. Mar del Hiero


Sparks Leo Spruit was aan boord van de "Gulf Italian", en de scheepsramp van het Spaanse schip "Mar del Hiero" staat hem, na ca 45 jaar, nog helder voor de geest:

Wij vertrokken op 11 augustus 1968 vanuit Rotterdam met als voorlopige bestemming Rio de Janeiro. Wat mij het eerste opviel was het feit, dat de bemanning vrijwel direct begon met het cleanen en gasvrij maken van de tanks. We waren nog maar net het Kanaal uit en met een nieuw record werd het sein veilig gegeven. Precies weten doe ik het niet meer, maar binnen de 24 uur. Kapitein Witsen had zo zijn eigen manier om een tanker te runnen en daar was dit een stukje van.

 

Ongeveer 24 uur daarna, ik zat beneden een bakkie te doen kreeg ik opdracht om direct op de brug te komen. Wat bleek, er was aan stuurboord een schip gepeild dat in brand stond, kortom een noodgeval. Het was 100 mijl ten westen van Las Palmas (de hoofdstand van het eiland Gran Canaria).

Ik direct naar mijn radiohut, het AAT (automatisch alarm toestel) uitgeschakeld en proberen af te stemmen op de 500 Khz. de internationale noodfrequentie op zee. Dat bleek niet te kunnen want kennelijk had het schip in nood de seinsleutel vastgezet en ook op de 510 Khz. zat alles dicht, kennelijk vanwege de bandbreedte. Uiteindelijk verbinding kunnen maken met Las Palmas-radio, het kuststation van de Canarische eilanden en ook daar was men druk bezig om uit te vissen wat er nu aan de hand was. Met een noodsein als interrumptie op de werkfrequentie van Las Palmas-radio en met een dienstbericht van kapitein Witsen de kans gepakt om het kuststation te informeren over de situatie.


Feitelijk had kapitein Witsen de verantwoordelijkheid naar zich toe getrokken en dat kon ook niet anders, want wij hadden het in noodverkerende schip in zicht. Opvallend was ook dat de opvarenden bij het zien van de Gulf Italian, een tanker in ballast, de steven wendden. Daar moesten ze niets van hebben, want waren zij niet een schip (fabriekvissers schip) dat door een hevige explosie in de machinekamer in brand was gevlogen en in zinkende toestand verkeerde?


De reddingsactie, uitgevoerd onder leiding van kapitein Witsen, nam enkele uren in beslag. Vele malen werd met sloepen heen en weer gevaren tussen het brandende schip en de Nederlandse tanker.

Toen de zon boven de horizon verscheen, waren er 40 mannen, één vrouw en een scheepshond veilig aan boord van de Gulf Italian gebracht.


Kapitein Witsen achtte het te gevaarlijk het brandende schip op sleeptouw te nemen . De Nederlandse tanker wendde de steven en zette koers naar Las Palmas.

De “Mar del Hiero” bleef vuurspuwend en verlaten achter. Een dikke zwarte rooksliert – ver achter het door de lange deining van de oceaan klievende schip – markeerde de plaats waar de heldhaftige redding zich had voltrokken.

In Las Palmas namen de schipbreukelingen afscheid van hun Hollandse redders en keerden naar Spanje terug.


Natuurlijk heb ik geprobeerd informatie te krijgen over het hoe en wat, maar daar kreeg ik geen echt antwoord op. De kapitein van het vissersship was een veteraan WO2 stuurman met radio-certificaat en was niet aanspreekbaar (of wilde niet) en liet het woord aan de 3-de stuurman en die vertelde alleen wat hem opgedragen was en dat was heel weinig. Kapitein Witsen had dit natuurlijk in de gaten en stuurde mij met diverse telegrammen naar boven met de boodschap dat onze ETA uiteindelijk primair was.  Las Palmas en de Rederij werden geïnformeerd. De 40 vissers werden gastvrij onthaald en al spoedig bleek dat er geen persoonlijke ongelukken waren gebeurd en dat het verloren gaan van het schip en de privé spullen kennelijk karma was.


Als dank voor de redding kreeg de bemanning van de Gulf Italian de scheepshond Canario. Volgens mij waren de geredde vissers blij dat ze van hem af waren, want het was een echte mannetjesputter met een kakement waar je U tegen zei en wanneer nodig liet hij dat ook blijken. De enige die hij accepteerde was HWTK Mier, die dat reuze leuk vond en hem adopteerde als zijnde zijn hond. Later is het beest in Engeland een aantal weken in quarantaine geweest alvorens naar huize Mier te mogen verkassen.
 
 
 Hwtk Douwe Mier, sparks Leo Spruit en wtk Jan Jonker lezen nog eens de mooie verhalen over de redding en vooral over de scheepshond Canario in de Engelse kranten.
 
 
 



Chef-kok Willem Haanepen stuurde in februari 2010 reeds een artikel vanuit de Gulfslag naar de webmaster over de scheepshond Canario, opgetekend dus door een verslaggever van de Gulfslag:
 
 
 
 


De scheepshond “Canario” bleef aan boord van de tanker. Daarmee werd artikel 58 van de scheepsinstructies met voeten getreden, want hierin wordt bepaald dat het verboden is om dieren aan boord te hebben. Voor “Canario” echter werd een uitzondering gemaakt. Aan boord van de Italian bevoer de hond de wereldzeeën. Kapitein Witsen schonk de hond vervolgens aan hwtk Mier ter gelegenheid van diens verjaardag. Alle bemanningsleden wilden het dier verwennen en met hem stoeien, met als gevolg dat het beest steeds wilder werd.

 

Toen hwtk Mier in Engeland werd afgelost, nam hij de hond mee. Dat ging met heel veel moeite want eigenlijk zou de hond een maand in quarantaine moeten. De douane was bereid om een oogje dicht te knijpen indien men Canario direct naar het vliegveld bracht. Vindingrijk als de bemanning van de Gulftanker was, timmerde men ter plaatse een hok in elkaar en droegen de hond langs de verbaasde douaneambtenaren naar het vliegtuig. De scheepshond kwam in Engeland aan land zonder de bodem te raken. In Nederland moest het dier helaas wel een maand in quarantaine blijven, en kwam vermagerd weer terug bij de familie Mier in Heemskerk. Daar werd hij omgedoopt in Carro, omdat dit beter was uit te spreken voor de kinderen Nienke en Roelant.

 
 
 
 
 
                                                                                                        De familie Mier met Carro



 



 
 

 
 


 

 

 

 

 

 

 

 



 
 
 
 

 
 








 
Comments