Bonifatius laatste reis met Lullo

017-01-19T18:19:28+00:00

Een collega genaamd Jarig verzekerde mij eens dat het in Friesland echt uitmaakt of iemand wel uit Dokkum komt. Nu ken ik deze mooie stad gelukkig alleen van de doorreis met de Elfstedentocht op de fiets. Bonifatius vermoord door de Friezen bij Dokkum in 754, is wat wij op school over Dokkum leerden. De Nederlandse taal heeft helaas niets dat nog aan Bonifatius herinnert, maar eerlijk is eerlijk de Duitsers zeggen nog altijd Vati tegen hun eigen vader. Wat blijkt, het is nu juist de naam van Lullo die het Nederlands verrijkte. Lullus, de bisschop van Mainz (755-786), moet het stoffelijk overschot van Bonifatius in Friesland ophalen en naar Utrecht varen. Hij is dus 'de lul' zoals in "de klos". En ook van hem is zeker al het 'lullen' zoals in "ouwehoeren" en het 'hij lult maar wat', alsof het "onzin is wat ie kletst". Of ook het 'lulletje rozenwater' erbij hoort, is nog de vraag. Laten wij daarom op zoek gaan naar juist die andere kant van dit historische drama van de Roomse paap die in Friesland bot ving.

Bonifatius wordt geboren als Wynfreth in Exeter in het zuidwesten van Engeland. De jongeman groeit op, verkrijgt een kerkelijke functie, verlaat Engeland en onderneemt reizen naar onder meer Rome. Op een dag moet hij werken bij de Friezen en hen 'bekeren'. Willibrord was hem reeds voorgegaan, maar het wil toch niet echt lukken met dit 'kinderlijk naïeve volk'. In Willibalds biografie Vita Bonifatii lezen wij waarom: De Friezen zijn dieven!. Het begon allemaal op een goed gekozen plek bij een klein riviertje geheten Bo(r)ni. Het vormt de zuidgrens van Oostergo. De Friezen gebruiken het en wonen er pal naast in hun grote boerderijen (heimen zoals burdo in rijen). Het riviertje ontspringt achter Bakkeveen bij Allardsoog (de bron) en stroomt naar Irnsum. Daar mondt het uit in de Oude Middelzee (is later dichtgeslibd) tussen Westergo en Oostergo, nu bij Oude Schouw. Onderweg kent men de plaatsen: Bakkeveen, Oldeboorn, Akkrum en Irnsum. Het mysterieuze riviertje kent vele namen zoals Bordine, Boorne, Borne, Bardo, Burdo, Boerdiep, Koningsdiep en Alddjip. Na het dichtslibben van de Middelzee verdwijnt de naam van het riviertje vanaf Irnsum. 

Als we de legende onderzoeken, treft men bij Bakkeveen nog altijd de oude namen Biskopsreed en De Biskop aan. Een ‘reed’ klinkt als het engelse ‘raid’ wat een overval is. Ook de andere namen in die omgeving zoals Bisschopsrug, voor de nabijgelegen Hondsrug, wijzen hier naar. Nou heeft men, niet zo heel ver hierbij vandaan, ook nog eens een Engelse muntschat gevonden. Journalist Kerst Huisman van de Leeuwarder Courant sprak met Markus van den Berg uit de plaats Tijnje. Hij is de enige die uit zijn familie Lageveen verhalen heeft meegekregen over de vindplaats van de muntschat van Terwispel. In 1863 trof men bij het graven een muntschat aan van 161 sceatta’s die men “it Ingelske jild” noemde. Van den Berg wijst op het gebied ten noordwesten van Terwispel. Nog preciezer, het veen tussen het Moerdiep (Fr. Mûdjip)en de verharde weg Riperwâlden. Het moer stroomt in de Boorne (Fr: Alddjip) en suggereert hier wel een veenmoeras, het mud is namelijk een zeer diepe sloot met heel veel inhoud (het is namelijk een inhoudsmaat). Het Moerdiep en Boerdiep liggen in elkaars verlengde. De schat is destijds aan het Friese Museum geschonken. Alle munten dateren uit ca. 750. Dit blijkt uit de zeer exacte datering (R.O.B., J. Mom). De geldschat vormt het enige bewijs dat de Friezen de patriarch beroofd hebben.

Maar hoe komt Lullo nou in dit verhaal terecht? Willibald meldt ons het volgende. Zo, kwam het dat Bonifatius bij Friesland zijn kamp opsloeg. De prediker beperkte zich tot die jongeren die het Oosters spreken. Met hen gaat hij, op de oevers van de rivier die Bordne genoemd wordt, in discussie. Hij leert hen de belangrijkste geloofsprincipes: onderwezen door de heilige schrift is echt geleerd, geen kwaad vergelden met kwaad en het is ook mogelijk om een ‘goede voor slechte’ te betalen, de aflaat te kopen. Aangezien Bonifatius aan de jongeren een bedrag uitkeert, verkrijgen zij na het aanhoren van zijn preken een beloning die ze mee naar huis nemen. Op een dag onstaat er een conflict. Na meerdere kascontroles blijkt de telling niet te kloppen, er ontbreekt een bedrag. Ze worden beschuldigd van diefstal, een van de jongeren zou dit gedaan hebben en die krijgt meerdere slagen. Niet lang daarna verschijnen enige volwassenen bij Bonifatius die de belangrijke zaken bespreken willen. Na een wachttijd van drie dagen om het geld terug te geven, is het oorlog. Gewoonlijk kalmeert men wel, maar hier is telkens sprake van hernieuwde woede bij alle betrokkenen. De Friezen weigeren te leven met zijn sancties en accepteren zelfs elke goddelijke berisping en gaan over tot het dood maken van Bonifatius door hem te verjagen.


Verbijsterend vindt de uitgekozen bisschop Lullo het dat hij het stoffelijk overschot van Bonifatius moet gaan ophalen. Zijn zeereis verloopt uitermate genadig met hele krachtige winden over het meer en door een gevaarlijke zeestraat genaamd Aelmere (het oude Flevomeer). Met veel bekwaamheid en leiderschap (ductum, niet te verwarren met dokkum!) slaagt hij er in om na vele dagen reizen en praten weer met de boot en aan boord het stoffelijk overschot veilig huiswaarts te keren in de stad Trecht. Daar wordt het lijk van Bonifatius opgeslagen en pas begraven wanneer de aartsbisschop van Mainz is ontvangen. Trecht is waarschijnlijk Utrecht, maar Dordrecht en Papendrecht komen ook in aanmerking. Vooral de religieuze omgevingsnamen als Kerkeplaat (offerplaats boven Dordrecht bij Tempelvelt) en het Papen pleiten hiervoor. Na de begrafenis van Bonifatius is het echter vooral de naam Lullo die onze spreektaal verrijkte. Het maakt in Friesland dus inderdaad verschil of men uit Dokkum komt en of men nog niet jarig is.


Beelden van Friesland
Zie ook mijn foto's over Bonifatius gemaakt op reis in Fryslân 
na Sloten (Sleat).


© 2017 F.N. Heinsius