De Pompeblêden

Julius van Gelder
Wat is de Friesche vlag eigenlijk? De hedendaagse nationale driekleur heeft het rood met wit en blauw, in horizontale strepen. Krachtige mensen in een koud en nat land. Friezen hebben rode moerasbladeren in schuine banen met wit en blauw. Spannende vlaggen hebben boombladeren (maple leaf), diagonalen (union jack), sterrenkunde (stars and stripes) of landbouwwerktuigen (hamer en sikkel), en zijn moeilijk na te maken. Onze spreekwoorden gaan van Met vlag en wimpel of Als een vlag op een modderschuit. De vlag hoort bij het leven. Vooral bij zoiets als Vlaggetjesdag. Wie vlagt, hoe laat, en met welke vlag gaan we vlaggen, en hoe lang? En dan, staan ze te wapperen en klapperen op alle huizen en gebouwen. In de wind, hoog boven het land, staat de vlag, in de kleuren zoals gekozen in een ver verleden, onze nationale trots. Het vaandel liep voorop. Stond het ergens, dan bleef het daar staan, niemand kon er bij. Kernzaken staan hoog in het vaandel. De vlag staat fier te 'wapperen' en hoort bij de winnaar.  Die pompeblêden bij Fryslân vonden de Romeinen klaarblijkelijk zó walgelijk stinken, dat de Friezen dat uitermate geschikt bevonden. Het Friese wapen met rode leliebladeren op blauw staat voor krachtig 'pompen' of koud 'verzuipen' anders red je 't niet bald. De zilveren schuinbalk is voor onwetendheid. Daarom hebben ze de vlag veranderd naar rood op wit. De vlaggestok of vlegel is de stok die bij het dorsen hoort om het graan met een hefboom beweging heel hard los te slaan. Het vlaggen bij de finish van de fries is snoeihard. Ter tafel ligt ook regelmatig de officiële instructie. Zo van zus en zoo doen we het dan die dag met die hele troep. Allemaal mensen die er 'weer verplicht bij moeten wezen'. Strijken, hijsen, salueren. Veel, heel veel, en soms ook bewust, lang, zwijgen, daarbij. Zeker bij de doden. En als het eindelijk zover is, is er ook altijd veel narigheid met vlaggen. Dan moeten ze vlug anders opgehangen, in brand gestoken of vol met alle boze leuzen. Alleen creatieve, twijfelachtige volken doen er nóg een vlag bovenin. Een smalle, oranje reep linnen die men er bovenin bij op 'knoopt'. De wimpel is zo simpel. Niet dubbelop maar wel vro-lijk en kleu-rig. Het vale rood wordt soms oranje, scheelt een wimpel. Dan iets bij van We zullen alles wel afwimpelen. Laat mij maar. De wimpel heeft iets voor de fijnproevers. Zoals wat peper en zout om het zaakje toch op smaak te krijgen. Driewerf hoera.

De Nederlandse vlag in de 17de eeuw (door J.H. Isings)

(c) 2017. F.N. Heinsius