Hollanders sneuvelen weer

Winsemius verzekerde ons dat het geslacht Galama reeds in de 12e eeuw tot zo danige macht was opgeklommen dat het niet alleen tegen de edelen vocht, maar zelfs met de Hollandse graven. Zo kwam graaf Floris III bijgenaamd 'De Vette' regelmatig naar Enkhuizen om te jagen in het voormalige Kreilwoud, gelegen tussen Stavoren en Enkhuizen. Dit veenmoeras was van de familie Van Galama die er regelmatig de jacht beoefende. Zo kwam het dat Galo Iges van Galama op een dag met zijn honden aan het jagen was en zo tot grote ergernis de graaf van Holland tegen het lijf liep. Galama verzocht de graaf en diens vrienden zijn grond te verlaten. De graaf verwonderde zich over de brutaliteit van de Friese landeigenaar die hem zelfs durfde te schofferen en straffen. Maar Galama raasde door: 'zo waar als ik in vrijheid geboren ben, zal ik deze grond beschermen en alles doen om het te in vrijheid te behouden'. En tegelijk viel hij de graaf met zijn mes aan. Hij zou de graaf ook direct doodgestoken hebben, als die niet beschermd was door diens begeleiders. De graaf raakte bij de aanval van Galama toch gewond aan de rechterarm, terwijl zijn mensen toesnelden om erger te voorkomen. En zo kwam het dat de graaf bleef leven, maar wel twee edelen van de graaf gestorven zijn bij deze vechtpartij in het Kreilwoud. De geruchtmakende zaak is na de bemiddeling van de hertog van Brabant flink gesanctioneerd. Het verlies aan Hollandse zijde is toen meer dan goed gemaakt door tal van Friezen zonder aarzeling te vermoorden.
 
      Boerderij De Hofstede gezegd van Galama te zijn

Men schrijft nog meer over dit geslacht Van Galama anders leest men de volgende alinea verder. In het zogeheten stamboek staat dat in 876 een zekere Igo Galama leefde die een broer was van de regerende hertog Igo van Galama de Jonge die in 929 vermoord zou zijn. Igo werkte voor de Hollanders en zou in Antiochië gestorven zijn in de krijgstochten tegen de ongelovigen. In 1168 komt tijdens de hernieuwde kruistochten ene Juw Galama in Holland te overlijden, en drie weken daarna ineens ook diens schoonvader Wilco Reynalda te Holland. Die wantrouwde ene Galo Heslinga van Galama, die een zekere Igo Galama de Tweede kende, die al zijn bezit  in het Kreilwoud van de hand deed. Deze vond tot grote schrik op een zekere dag een haring in zijn waterput, waarna hij geroepen zou hebben: “Ja, en nu verkoop ik deze plak”. Een jager in Friesland verdraagt immers geen zoute haring in zijn zoetwaterput. Tot slot kende men tot voor kort in Groningen nog een échte bakker genaamd Galama. Het geslacht zal wel uitgestorven raken binnenkort. Ook een Groningse archeoloog heeft niet eeuwig de tijd voor familieonderzoek.

               Het Roode Klif door E.J. Eelkema
In 1345 was het opnieuw donderen met de graven van Holland. Tijdens een krijgstocht tegen de Friezen sneuvelt Willem IV bijgenaamd 'De Stoute' op 26 september 1345 bij Warns, even buiten Stavoren. Met de hulp van Jan van Beaumont wenste Holland de grond buiten Stavoren, om precies te zijn de rechteroever van de Vliestroom bij het Roode Klif, te claimen. Met het hele leger echter nam Willem in een weiland aldaar "de ferkearde wei". Met primitieve wapens gaan de Friese boeren hun invallers te lijf. De Hollandse ridders werden overweldigd en verreweg de meesten van hen sneuvelden. Het stoffelijk overschot van Willem blijft achter in het veen in Friesland. De wens om het terug te halen naar Holland vormt aan het einde van de 14e eeuw nog aanleiding tot diverse nieuwe Hollandse kruistochten tegen de Friezen om het lijk op te sporen. Sinds 1500 is de Slag bij Warns ieder jaar herdacht. Zijn grootvader, Willem II, was, in een zoveelste poging om de Friezen te onderwerpen, in 1256 ook gedood door de Friezen, nadat hij met zijn paard door het ijs was gezakt. Ze begraven hem snel achter een woning in West-Friesland, opdat hij niet gevonden zal worden. Dit zorgt voor grote beroering, vooral ook in het buitenland. Zijn zoon, de welbekende Floris V, laat na een diepgaand onderzoek zijn vader opgraven bij de woning in Hoogwoud, en neemt wraak door West-Friesland nu dan maar volledig te annexeren. Ook Gerard van Velsen, een West-Fries en nog geboren op de ruïne van het kasteel bij Velsen, wreekt zich op zijn beurt weer, en laat, zoals bekend, ook Floris V ombrengen in 1296. Het stoffelijk overschot wordt onder luid boegeroep naar Alkmaar vervoerd en aldaar zonder verdere aanwezigen bij de graftombe weggezet. Hollanders en Friezen, dat zal dus nooit een succesverhaal zijn.

     Graftombe van graaf Floris V in de kerk in Alkmaar

© 2017 F.N. Heinsius