Het West-Friese dialect

In West-Friesland spreekt men het West-Friese dialect. Niet alleen de dialecten binnen de omringdijk, maar ook het Tessels en Wierings rekent men tot het West-Friese dialect. Het is niet om aan te horen voor de échte Fries, zelfs het Deense Fries klinkt beter. Het heeft grammaticale en lexicale opvallendheden. Over de herkomst van het West-Fries is veel discussie onder de geleerden. Vanwege de overeenkomsten met het Fries wordt er van uitgegaan dat het West-Fries een van het Oudfries afgeleide taalvorm is, die veel meer dan het échte Fries door het Hollands is beïnvloed. Sommige spreken zelfs van een overgangsdialect. Andere taalwetenschappers noemen de overeenkomsten met het Fries eerder toevallig. Naar schatting 25.000 mensen spreken het West-Fries, veelal ouderen. Toch wordt ook onder jongeren relatief vaak van het West-Fries gebruik gemaakt en ontstaan er nog altijd nieuwe West-Friese woorden en uitdrukkingen. West-Friesland hoort bij het Friese grondgebied, de regio van Ondervelsen tot de Vliestroom om precies te zijn. Van oudsher was er regelmatig migratie uit Friesland waarmee de West-Friese taal (wederom) verrijkt werd. Ook de relatieve ouderdom van het West-Fries valt op. In West-Friesland vindt men veel stolpboerderijen. Deze stolpboerderijen behoren tot de Noordelijke huisgroep, een boerderijtype dat tevens voorkomt in Friesland en Groningen. In Friesland vindt men de zogenaamde stelpboerderijen met het woongedeelte en het werkgedeelte onder één dak. Het West-Fries lijkt daarmee oorspronkelijker dan het échte Fries. De klinkertransformatie uit ‘stulp’, is in West-Friesland dus veel ouder. Friesland heeft veel taaltransformaties achter de rug (u-oe-o-a-e).

           Picasso in 1905 in West-Friesland


© 2017 F.N. Heinsius