IG-Farben chemie-farmaceutische en petrochemische industrie en het Hitler-kabinet geruisloos voortgezet vanuit Nederlands grondgebied.


Werd het Nederlands koningshuis gegijzeld door AG-Farben spion Bernhard zur Lippe Biesterfeld voor de geruisloze voortzetting van het Hitler Kabinet (Nazi regime) vanuit Nederlands grondgebied? 


https://sites.google.com/site/ncfnocancerfoundation/nazi-nederland


Vandaar ons verzoek aan de Belgische federale overheid gericht te beslissen dat in overeenstemming met de Belgische Grondwet alsnog uitvoering zal moeten worden gegeven aan het op 25 januari 1944 door koning Leopold III voltooide "politiek testament" en wel op grond van de volgende feiten: 

Ik herriner er bovendien aan dat volgens de grondwet een verdrag geen enkele waarde heeft indien het niet de koninklijke handtekening draagt. (Koning Leopold III)

Ieder Kamerlid en Senator moet een eed afleggen, in één van de drie landstalen. Die eed luidt: 

Ik zweer de Grondwet na te leven - 

Je jure d'observer la Constitution - 

Ich schwöre, die Verfassung zu beachten.

Onze steun heeft U.

Het kapitalisme is uitgevonden in Holland.

1602 kon je als gewone burger intekenen op aandelen, voor het eerst in de wereld


Begin van de VOC, 1600 te Holland. De eerste schepen zijn teruggekeerd uit het verre Azië. De nootmuskaat, pepers, kruidnagel en foelie die ze mee terugnamen bleken goud waard te zijn in Europa. Het smaakt naar meer, al die rijdom. In Amsterdam steken handelaren de koppen bij elkaar, de handel moet voortaan grootser aangepakt worden. Meer schepen, forten langs verre kusten om de handel te beschermen, meer mensen en meer pakhuizen en nog meer handelaren. Het zou, volgens deze hemelbestormende lieden, een langdurige onderneming worden, maar een onderneming die onnoemelijke rijkdom zou brengen. We spreken hier over het begin van de Gouden Eeuw. Ze hadden gelijk, die zeventien Heren. De handel op De Oost die ze bedacht hadden, bracht uiteindelijk enorme rijkdom.
In 1814 werd het eiland Banka (Indonesië) door de Engelsen uitgeruild tegen het "etablissement Cochin (Indië). Een jaar later (18 juni 1815) werd Napoleon Bonaparte definitief verslagen door een combinatie van Britse / Nederlandse, Hanoveraanse en Pruisische legers, tijdens de veldslag bij Waterloo (toenmalig Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, nu België). Dit gebeurde onder leiding van de hertog van Wellington, Blusher en de Prins Willem van Oranje-Nassau. (Willem Frederik George Lodewijk). De Rothschild‘s hebben voor en tijdens deze slag naast Engeland, Duitsland ook Frankrijk en dus Napoleon gefinancierd door middel van goudsmokkel overzee (video). Men creëerde de juiste beleggingssituatie ten kosten van oorlogen, dood en verderf, hierdoor kregen de Rothschild‘s in een slag de controle over de helft van ‘s werelds rijkdommen, zo ook over de Bank van Engeland en de volle aandelenhandel, wat tot op heden niet is veranderd. 


De Generale Maatschappij werd in 1822 opgericht door Koning Willem I als de Algemeene Nederlandsche Maatschappij ter Begunstiging van de Volksvlijt. Deze verbintenissen en relaties hadden als gevolg dat, de Engelsen het bij Banka (Indonesië) behorende eiland Billiton wilden behouden maar ondanks, gezien de goede relaties, op 17 maart 1824 door de Engelsen werd overgedragen aan de Nederlanders. Het was de kapitaalkrachtige prins Willem Willem Frederik Hendrik die als eerste staatshoofd van de Staat der Nederlanden garant stond voor het krediet. Daarmee was het koninklijk huis voor 100% aandeelhouder. Dit heeft zich verder ontwikkeld en is in 1924 overgegaan in het toen opgerichte bedrijf Gemeenschappelijke Mijnbouwmaatschappij Billiton (GMB) waarin de Nederlandse staat voor 5/8 deelnam. Het koninklijk huis bleef groot aandeelhouder, waarmee de belangenverstrengeling tussen de Staat der Nederlanden en het koninklijk huis tot stand is gebracht. In 1970 werd Billiton (waarvan ook de zinkfabriek Budelco te Budel onderdeel uitmaakte) overgenomen door Shell.
 
Iemand die denkt (en dat zijn er velen) dat Duitsland na de eerste wereldoorlog in staat zou zijn geweest om zonder hulp en zonder geld eventjes binnen een paar jaren tijd een geheel Nationaal Socialistisch Reich uit de grond te kunnen stampen en een enorme economie op te zetten (terwijl men volledig aan de grond zat), heeft het volledig mis. Dit is iets wat de officiële geschiedenis ons wel degelijk probeert te leren. In de jaren na het verdrag van Versailles waarbij Duitsland volledig aan de grond kwam te zitten, de Kaiser aftrad en men het land ‘democratie’ wilde opleggen, was het een grote instabiele chaos. Duitsland kon gaan betalen met grond, en de economie lag bijna volledig plat. Er waren vele Nationalistische groepen die in de clinch lagen met Communistische groeperingen. Vele privé legertjes werden ingezet, en de ‘democratie’ die men koste wat het kost wilde invoeren, en daarbij dus werd opgelegd, werd grootschalig geweigerd. Het land zat eigenlijk volledig aan de grond (op de elite na). Toch presteerde Duitsland het om binnen een paar jaar tijd zogenaamd ‘ongezien’ een geheel Nationaal Socialistisch voor-rijk uit de grond te stampen, inclusief de zware bewapening van extreem veel manschappen. Zomaar uit het ‘niets’ inclusief volledige oorlogsindustrie en een extreem gefinancierde propaganda-machine. En dan komen we opnieuw uit bij de rijkste families van geldzwendelaren die de aarde kent. Zeer bekende namen zoals de familie Bush en de familie Roosevelt, Rockefeller, Warburg en Rothschild duiken hier dan ook meteen weer op, ook Nederland is betrokken bij het financiering van Hitler.
 
Dit is natuurlijk met klem uit de geschiedenisboekjes gehouden, evenals de Zionistische connectie die er absoluut aan vast kleefde. Om de echte geschiedenis achter de opbouw van NS-Duitsland te beschrijven en dus de opkomst van Hitlers Derde rijk, beginnen we bij het chemische bedrijf I.G. Farben. Dit chemische bedrijf verkreeg een behoorlijke reputatie omdat het de NSDAP en de verdere opbouw van NS Duitsland financierde. IG-Farben was het ware geesteskind van de Rothschild‘s (door de Warburg connectie), en vormde een zeer machtig kartel. Het werd ook wel 'de staat in een staat' genoemd. Het kende zelfs haar eigen spionagedienst (NW-7) waar de latere beruchte Gestapo direct mee te maken had en Prins Bernhard zur Lippe Biesterfeld lid van was


De chemiereus IG Farben nam ook de Holland-route naar de VS en maakte daar gebruik van de diensten van BBH, UBC gelinieerde BHS Bank in Rotterdam en Dillon Read. Net als Thyssen richtte ook zij daarvoor een eigen bankbedrijf in Nederland op: de Hollandsche Koopmansbank in Amsterdam (1923). Zij het, dat ook de Zweedse Enskildabank een flink aandeel bezat in de nieuwe onderneming. De HKB Hollandsche Koopmansbank (nu SNS bank) stond van meet af aan onder leiding van Gerhard Fritze. Hij was getrouwd met een telg uit de familie Ilgner en mogelijk mede daardoor raakte hij steeds dieper verzeild in IG Farben's activiteiten achter de schermen van de internationale politiek. Een ander lid van die familie (Max Ilgner) leidde namelijk de inlichtingenafdeling NW 7 van het driftig naar Lebensraum op zoek zijnde chemieconcern waar (nazi) Bernhard zur Lippe Biesterfeld als spion werkte. Tot Max Ilgner vriendenkring behoorde prinses Armgard zur Lippe Biesterfeld, de moeder van prins Bernhard. Een connectie die niet alleen zoet vruchten zou afwerpen. Sir Henri Deterding was een groot supporter van Hitler. IG-Farben werd in 1925 neergezet als 'Interessen Gemeinschaft Farbenindustrie Aktien gesellschaft', welke werd georganiseerd in 1904 toen de zes grootste chemische bedrijven (Badische Anilin, Agfa, Bayer, Hoechst, Weiler-ter-Meer en Greisheim Electron) in Duitsland dit kartel begonnen te vormen. In 1929 verkreeg Fritze de Nederlandse nationaliteit. Voor die tijd was hij voor het gemak al eens tot Zweed getransformeerd om het toenaderingsproces tussen IG Farben en Enskilda wat soepeler te kunnen begeleiden. In Nederland hield hij vooral toezicht op de geldstroom tussen het Duitse moederbedrijf en het Amerikaanse filiaal Chemnyco. Dat filiaal stond onder leiding van Robert Ilgner, een tot Amerikaan genaturaliseerde broer van Max Ilgner, die bancair werd bijgestaan door de zo vertrouwde BBH en UBC gelinieerde BHS Bank in Rotterdam van Prescott Bush en Averill Harriman. Naar verluidt speelde Fritze en Max geen onbelangrijke rol bij het aaneensmeden van de Nederlandse kroonprinses Juliana en de inmiddels voor NW 7 in touw zijnde prins Bernhard zur Lippe Biesterfeld die vervolgens in het huwelijk trad met prinses Juliana en nodigde vooraanstaande Nazi's uit op zijn bruiloft waar de Hitlergroet werd gedaan.
 

Op 10 augustus 1944 vond in het Maison Rouge Hotel in het Franse Straatsburg een geheime ontmoeting plaats. Nazi-functionarissen gaven een elitegroep Duitse industriëlen opdracht om zich voor te bereiden op een ‘krachtig Duits rijk’. Met andere woorden: het Vierde Rijk. Na de bijeenkomst werd een rapport aan Britse functionarissen en de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken gestuurd. De bijeenkomst werd geleid door SS-Obergruppenführer Dr. Scheid. Hij bekleedde een hoge positie binnen de SS. Overigens was Jozias van Waldeck-Pyrmont, volle neef van de Nederlandse koningin Wilhelmina, eveneens Obergruppenführer binnen de SS. Scheid gaf de industriëlen opdracht contact te leggen met buitenlandse firma’s. Ze moesten na de oorlog grote sommen geld gaan lenen van andere landen. Eerst zouden de corporaties de nazipartij, die op de achtergrond verder zou gaan, moeten financieren. Daarna zou de overheid grote sommen geld moeten geven aan Duitse industriëlen. Vervolgens zouden Duitse bedrijven een geheim netwerk vormen van buitenlandse dochterondernemingen die zogenaamd militair onderzoek zouden doen, waarvoor de Bilderberg-conferentie (video) opgericht in 1954 door de Duits/Nederlandse Prins,"nazi" Bernhard zur Lippe-Biesterfeld die een prominente medewerker van de IG-Farben spionage afdeling N.W.7 en lid van de nazi S/S elite-eenheid was (video). In 1937 huwde Bernhard de Nederlandse prinses Juliana en gijzelde samen met IG-Farben die Hitler voor, tijdens en na de oorlog financierde het Nederlands koningshuis en Nederlands grondgebied. Dit met de collaboratie Jan Donner en Frans Houben die de macht van het Nederlandse koningshuis en de Nederlandse staat vanwege artikel 21 hielpen overdragen aan het Hitlerkabinet onder het toeziend oog van Koningin Wilhelmina, wat tot op heden misbruikt wordt als Paard van Troje voor de geruisloze voortzetting van het Derde-Rijk vanuit Nederlands grondgebied, daaropvolgend de Benelux, Europa... De leidende kracht evenals de financiële kracht kwam van de Rothschild‘s welke 'aanbevolen' werden door hun Duitse (Joodse) bankier Max Warburg van de MM Warburg Company. De Rothschilds hun vermogen is al minimaal 1.000.000 miljard groot (minimale schatting), de Federal Reserve Bank, de BIS bank, Shell, zo’n beetje elk bedrijf dat je je kunt bedenken is (meestal indirect via vage constructies) is van een deze kleine groep illuminatie families. Dan weet u voor wie de politiek werkt, en wie de baas is van Bilderberg-conferentie (video) manager Koningin Beatrix die mede gegijzeld zit vanwege haar erfenis maar ondanks keuzes kan maken. Onze steun heeft ze!


Oorzaak Eerste Wereldoorlog

De langlopende oorzaak van de oorlog was de imperialistische buitenlandse politiek van de grootmachten van Europa, waaronder het Duitse Keizerrijk, het Oostenrijks-Hongaarse Rijk, het Ottomaanse Rijk, het Russische Rijk, het Britse Rijk, Frankrijk, en Italië. De moord op 28 juni 1914 op aartshertog Frans Ferdinand van Oostenrijk, de troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije, door een Servische nationalist, was de directe aanleiding van de oorlog. Het resulteerde in een Habsburgs ultimatum aan het Koninkrijk Servië. Er werden verschillende allianties die gevormd werden in de afgelopen decennia ingeroepen, zodat binnen een paar weken de grootmachten in oorlog waren; via hun kolonies verspreidde het conflict zich gauw over de wereld (bron: Wikipedia)
 
Op 28 juli 1914 begon het conflict met de Oostenrijks-Hongaarse invasie van Servië, gevolgd door de Duitse invasie van België, Luxemburg en Frankrijk; en een Russische aanval op Duitsland.
 
Tijdens de Eerste Wereldoorlog
 
De geallieerde bondgenoten tijdens de Eerste Wereldoorlog waren:
 
 
 
-  Erbij in 1915: Koninkrijk Italië, San Marino.
 
 
 
-  Eraf 3 maart 1918 (Vrede van Brest-Litovsk): Keizerrijk Rusland.
 

 

bron: Wikipedia)

 
Nederland was neutraal tijdens de Eerste Wereldoorlog. Er vochten geen Nederlanders in Vlaanderen, daarom werd Nederland niet opgenomen in de lijst met actuele staten die vertegenwoordigers in Vlaanderen hadden tijdens de Eerste Wereldoorlog. Toch mag het aandeel van Nederland in de Eerste Wereldoorlog niet worden onderschat. Tijdens de Eerste Wereldoorlog waren slechts tien, van de toen bestaande, staten neutraal: Argentinië, Chili, Denemarken, Mexico, Nederland, Noorwegen, Spanje, Venezuela, Zweden en Zwitserland. In tegenstelling tot de meeste van die landen lag Nederland vlak bij de frontzone. Nederland is dan ook maar op het nippertje gespaard gebleven van deelname. Opperbevelhebber Generaal C.J. Snijder was voorstander van een deelname aan de zijde van de Centrale Mogendheden, zijnde:
 
 
Koningin Wilhelmina steunde hem, maar de regering was tot alles bereid neutraal te blijven.
 
Daarom werden grove schendingen, zoals het aanvallen van schepen, door de vingers gezien. Ook bombardeerde een Brits vliegtuig in 1917 ‘per ongeluk’ Zierikzee in Zeeland. Nederland reageerde nauwelijks. Bovendien moesten Nederlandse soldaten, soldaten van andere nationaliteiten die al dan niet per ongeluk de grens overstaken, oppakken. Daardoor waren er enkele interneringskampen in Nederland, bv. in Gaasterland voor Duitsers. Ook op het eiland Urk was er een interneringskamp. Hier werden ongeveer 2000 Britten vast gehouden. Deze hadden in 1914 mee Antwerpen verdedigd.
 
Na de val van Antwerpen vluchtten ze naar Nederland, waar ze meteen werden opgepakt. In Amersfoort, Zeist, Harderwijk en Bergen aan Zee zaten dan weer 30.000 gevluchte Belgische militairen opgesloten. In Zeist brak er zelfs opstand uit wanneer wachters twee Belgen beletten te ontsnappen. Er werden zeven Belgen dood geschoten en 22 verwond. Ook ving Nederland tienduizenden (volgens sommige schattingen zelfs meer dan een miljoen) Belgische vluchtelingen op.
 
De meeste oorlogvoerende staten namen het Nederland bovendien kwalijk neutraal te blijven. Ze verdachten Nederland er van voordeel uit de oorlog te willen slaan. Er zou nu nog een scheldwoord bestaan dat daar naar verwijst: OW’er of oorlogswinstmaker. Op het einde van de oorlog liet Nederland bovendien vluchtende Duitse troepen door, zodat deze sneller hun thuisland zouden bereiken en keizer Wilhelm II kreeg asiel in Nederland. Van dan af was voor België de maat vol. Daarom eiste Paul Hymans, de toenmalige Belgische minister van Buitenlandse zaken, tijdens de Vredesconferentie in Parijs delen van Nederland op: Zuid-Limburg ten zuiden van Roermond, heel Zeeuws-Vlaanderen en de Westerschelde. Groot-Britannië, Frankrijk en de Verenigde Staten steunden de Belgen echter niet. Het Nederlandse leger had zich ondertussen wel al klaar gemaakt om België, indien nodig, binnen te vallen. België kreeg uiteindelijk enkel de Oostkantons en Rwanda-Urundi van Duitsland. Ten slotte liet de oorlog ook op sociaal economisch vlak zijn sporen na in Nederland. Er waren 500.000 mannen gemobiliseerd. Zij lieten hun gezinnen en werk in de steek. Daardoor waren er in het leger al enkele rellen uitgebroken. Bedrijven gingen dicht, er brak hongersnood uit en de Spaanse griep velde 17.400 Nederlanders. Verder werd er geplunderd, waarvoor opnieuw soldaten moesten worden ingezet. (bronnen: Wikipedia en Boek De herdenking van de Grote Oorlog en Flanders Fields)
 
Na de Eerste Wereldoorlog en voor de Tweede Wereldoorlog:
 
Op 7 september 1920 werd het Frans-Belgisch militair akkoord gesloten. Deze is ondertekend door maarschalk Foch en generaal Buat voor Frankrijk, en door generaal Maglinse voor België. Met uitzondering van enkele generaals van de generale staf en een paar ministers weet in België niemand het fijne van de zaak. Het akkoord is een geheime overeenkomst, zo geheim trouwens dat men meent dat zelfs koning Albert de juiste inhoud niet kent. Wel weet iedereen dat het akkoord bestaat. De eerste ministers hebben, zonder de inhoud bekend te maken, door de uitwisseling van brieven het bestaan ervan bevestigd. Zij hebben het akkoord trouwens in november 1920 bij de Volkenbond doen registreren en dat heeft maar één betekenis: dat het gaat om een belangrijke overeenkomst met politieke draagwijdte. De Volkenbond heeft immers zijn leden verplicht alleen deze akkoorden te registreren, die werkelijke verdragen zijn. Het ontslaat hen van de verplichting technische akkoorden mede te delen (bron: België in de Tweede Wereldoorlog).
 
In 1923 probeert Adolf Hitler met geweld de macht van de regering in Berlijn over te nemen. Maar dat mislukt. Hitler wordt opgepakt en in de gevangenis gezet. Als Hitler vrijkomt probeert hij opnieuw aan de macht te komen. Maar dit keer pakt hij het heel anders aan. Hij probeert het democratisch, via verkiezingen, net zoals de andere politieke partijen het doen. Eén ding weet Hitler zeker: Het Duitse volk heeft hem nodig. De Duitsers zullen dus wel op hem stemmen (bron: Schooltv).
 
Van 8 maart 1926 tot 26 mei 1933 was Jan Donner in Nederland minister van justitie.
 
In 1929 breekt in heel de wereld een economische crisis uit. Ook Duitsland wordt getroffen. Winkels en fabrieken moeten sluiten. Mensen hebben van de ene op de andere dag geen werk meer. Zonder baan, ook geen geld. En uitkeringen, die zijn er niet. De mensen kunnen de huur niet meer betalen en lijden honger. De Duitse regering weet niet wat ze moet doen. Maar Hitler wel. Hij is optimistisch. Hij belooft dat hij de crisis zal oplossen. Elke Duitser krijgt dan weer een baan. Hitler belooft dat de toekomst er goed uit ziet als je op zijn partij stemt en hem aan de macht brengt. Hitler blijft deze boodschap herhalen, herhalen en... herhalen. Net zolang totdat alle mensen denken: Hitler heeft gelijk! En hij weet het goed te brengen (bron: Schooltv).
 
Op 30 januari 1933 kwam Adolf Hitler in het Duitse Rijk aan de macht en werd het Hitler-Kabinet gevormd. Sinds het aannemen van de Machtigingswet op 23 maart 1933 bezat rijkskanselier Adolf Hitler dictatoriale volmachten. Hoewel dit kabinet aanvankelijk slechts vier NSDAP-leden telde, werd dit aantal in de loop der jaren gestadig uitgebreid. Met de machtsovername van Hitler eindigde de periode van de Weimarrepubliek en begon die van nazi-Duitsland (bron: Wikipedia).
 
Van 31 juli 1933 tot 13 maart 1944 was Jan Donner raadsheer bij de Hoge Raad der Nederlanden. Hij nam op 13 maart 1944 ontslag als raadsheer, zonder afstand te nemen van het beleid van de Hoge Raad tijdens de bezetting, waarna hij na de bezetting op 5 mei 1945 weer kon terugkeren als raadsheer bij de Hoge Raad voor de voortzetting van het Hitler-Kabinet. In deze periode zijn de volgende gegevens van belang:
-     vanaf 1933 nam Hitler de macht in Duitsland;
 
-     in 1933 werd Prins Bernhard lid van de Sturmabteilung (SA), van de NSDAP en eveneens van de Reiter-SS;
 
-     in 1935 gaat Prins Bernhard werken bij het chemiebedrijf IG Farben   
 
-     in 1936 ontmoette prinses Juliana voor het eerst Prins Bernhard tijdens een skivakantie in het Duitse Garmisch-Partenkirchen. De relatie was al eerder tijdens een geheime ontmoeting in Amsterdam gearrangeerd;
 
-     vanaf 3 december 1936 luitenant-ter-zee à la suite eerste klasse en kapitein à la suite Koninklijke Landmacht;
 
-     op 6 januari 1937 wordt aan Prins Bernhard de titel Prins der Nederlanden met het predicaat Koninklijke Hoogheid toegekend;
 
-     op 7 januari 1937 treedt Prins Bernhard in het huwelijk met prinses Juliana;
 
-     van 6 januari 1937 tot 30 april 1980 lid van de Raad van State en dus ook tijdens de Tweede Wereldoorlog onder het Hitler-Kabinet (was gelijktijdig van 1954 tot september 1976 voorzitter van de geheime Bilderberg conferenties);
 
-     op 12 en 13 mei 1940 begeleide Prins Bernhard koningin Wilhelmina en zijn gezin bij hun overtocht naar Engeland. Dit met de voorkennis dat ingevolge artikel 21 van de Nederlandse Grondwet de Nederlandse regering daarmee zichzelf heeft opgeheven en Nederland onderdeel van Duitsland is geworden wat werd aangestuurd vanuit het Hitler-Kabinet;  
Op 17 februari 1934 overleed Albert I (1875-1934). Op die zaterdag had de Belgische koning Albert I slechts één officiële verplichting: die avond zou hij in het Sportpaleis van Schaarbeek een trofee overhandigen aan de winnaar van een wielerwedstrijd. Zijn vrouw lag te bed met een lumbago en zijn zoon – de latere Leopold III – was op vakantie in Zwitserland. Koning Albert besloot dan maar de dag aangenaam zoek te maken met zijn favoriete tijdverdrijf: een klimpartijtje in de Ardennen. De koning was een ervaren alpinist; hij had zelfs de Mont Blanc bedwongen. Albert trommelde zijn kamerknecht op, die hem vaak op zijn bergtochten vergezelde, en samen verlieten zij het paleis van Laken in de zwarte Ford cabriolet van de koning, om naar een klein massief aan de Maas te rijden, in de buurt van Namen. De rotsen van Marche-les-Dames waren een geliefkoosd oefenterrein van de koning.

Albert en zijn kamerknecht hadden alle tijd van de wereld. Ze stapten onderweg nog ergens af om rustig wat te eten. Het was al vier uur geworden toen ze eindelijk de rots le Vieux Bon Dieu bereikten, die de koning wilde beklimmen. Daar zou de koning, volgens de officiële versie van de feiten, aan zijn kamerknecht gevraagd hebben beneden in de auto op hem te blijven wachten, terwijl hij naar boven ging. Om vijf uur zou hij terug zijn. Maar de koning keerde niet terug op het afgesproken uur. De kamerknecht werd ongerust en trok naar een hereboerderij in de buurt – de woonplaats van baron Eugène Carton de Wiart – waar hij het paleis van Laken telefonisch op de hoogte bracht. Was de koning verdwaald? Had hij een ongeluk gekregen?
 
Terwijl de kamerknecht en de baron samen met een aantal rijkswachters en boeren de omgeving van le Vieux Bon Dieu begonnen uit te kammen, vertrok in Laken een auto met aan boord de lijfarts van de koning, zijn vleugeladjudant Jacques de Dixmude en de voorzitter van de Belgische Alpinistenclub, graaf Xavier de Grünne. Pas om 2 uur 30 die nacht werd het ontzielde lichaam van de koning ontdekt door kapitein Jacques de Dixmude: hij lag op de rug, de ogen open, star naar de hemel gericht.

Meteen nadat het nieuws de volgende dag bekend werd gemaakt, kwamen de tongen los. De officiële versie van de feiten vertoonde dan ook tal van hiaten en tegenstrijdigheden. Zo verklaarde het parket van Namen dat de koning, op de top van de rots gekomen, tegen een los stuk steen zou hebben geleund, dat hem vervolgens zou hebben meegesleurd in zijn val. De ervaren alpinist zou bijgevolg een onvergeeflijke fout hebben begaan, zoals het ook een onverklaarbare stommiteit was geweest alléén le Vieux Bon Dieu op te klimmen. Alpinisten beoefenen hun sport immers altijd met z’n tweeën, omdat de ene moet instaan voor de veiligheid van de ander. Precies daarom had koning Albert zijn kamerknecht meegenomen. Maar waarom zou hij dan op het laatste moment gezegd hebben dat die beneden in de auto op hem moest blijven wachten? En hoe valt het te rijmen dat de koning een hele dag alle tijd van de wereld leek te hebben, om vervolgens amper één uurtje te gaan klimmen, waarna hij zich in allerijl terug naar Laken en daarna naar Schaarbeek moest reppen?
 
Waarom vroeg de koning niet aan de voorzitter van de Belgische Alpinistenclub, die blijkbaar ook in Laken verbleef, om hem te vergezellen bij zijn klimpartijtje? Hoe was het mogelijk dat mensen uit de streek al urenlang naar de koning hadden gezocht zonder hem te vinden, en dat kapitein Jacques de Dixmude het lijk al vrijwel meteen aantrof na zijn aankomst bij le Vieux Bon Dieu? Waarom werd het lichaam van de koning, in strijd met alle regels terzake, nog voor het parket ter plaatse kwam naar Laken teruggebracht? Waarom werd er geen lijkschouwing verricht? En als de koning inderdaad twintig, vijftig of tachtig meter diep viel – de schattingen lopen uiteen -, hoe is het dan mogelijk dat hij daar slechts één enkele dodelijke hoofdwonde aan overhield en voor de rest niet het minste schrammetje? Het zijn deze onbeantwoorde vragen die de geruchtenmolen in gang hebben gezet.
 
Er werd gedacht aan een politieke aanslag. In 1933 had Hitler de macht gegrepen. De Führer ijverde voor een sterk Duitsland met een sterk leger, maar de geallieerden wilden daar niet van horen. Hitler zette zijn plannen door en begon met de ‘herbewapening’ van Duitsland. Albert verzette zich tegen deze evolutie en hij bezat destijds – als de held van de Eerste Wereldoorlog - een groot gezag in Europa…De ex-ambassadeur van Duitsland in Parijs, een zekere Köster, verklaarde overigens dat sommige hooggeplaatste nazi’s geloofden dat ze Europa op de knieën konden krijgen zonder een regelrechte oorlog te riskeren. Ze hoefden alleen maar een zestal politieke moorden te plegen. Op hun zwarte lijst kwam de Oostenrijkse kanselier Dolfuss voor, die op 25 juli 1934 inderdaad omkwam bij een aanslag door een geheim agent van de nazi’s. Koning Alexander van Joegoslavië werd op 9 oktober 1934 vermoord in Marseille door een Kroatische fascist. President Titulescu van Roemenië stierf in verdachte omstandigheden in zijn bed en president Edvard Benes van Tsjechoslowakije en de Franse premier Herriot ontsnapten slechts op het nippertje aan de dood. Koning Albert I van België zou de zesde naam geweest zijn op de zwarte lijst van de nazi’s..(bron: De moord op Koning Albert I).
 
Ook zijn er theorieën die ervan uitgaan dat de Franse geheime dienst koning Albert I heeft laten vermoorden omdat hij het militaire akkoord met Frankrijk zou willen opzeggen en terugkeren naar de Belgische neutraliteit (bron: No Cancer Foundation). 
 
Op 6 maart 1936 wilde België terug naar hun buitenlandse onafhankelijke positie van vóór 1914 en zegden het Frans – Belgisch Militair Akkoord op. Dit omdat Duitsland in 1935 met herbewapening was begonnen en met herinvoering van de algemene dienstplicht (maart 1935) en de bezetting van het Rijnland dat na de Eerste Wereldoorlog gedemilitariseerd was. De internationale spanning werd versterkt door de Hitlers opzegging van het Locarno verdrag (6 maart 1936). Daarmee trachtte België te ontsnappen aan de internationale spanning en aan een nieuwe oorlog door een nieuwe onafhankelijkheids- of neutraliteitspolitiek. Na de opzegging van het Militair Akkoord werd de nieuwe neutraliteitspolitiek van België geformuleerd tijdens een toespraak van de pas gevormde minister van Buitenlandse Zaken Spaak en door koning Leopold III tijdens de kabinetsraad van 30 juli 1936 (bron: Stefaan Ingelbrecht). 

Ook werd Eduard VIII van het Verenigd Koninkrijk, koning van Engeland na de dood van zijn vader in 1936. Minder dan een jaar later deed hij weer afstand van de troon, omdat hij wilde trouwen met de al twee keer gescheiden Amerikaanse Wallis Simpson die een Duitse Spion zou zijn (video). In 1937 worden de hertog en hertogin van Windsor tijdens een omstreden bezoek verwelkomt in München persoonlijk begroet door Hitler (video). Eduard kreeg de titel Hertog van Windsor. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog keerde hij terug naar het Verenigd Koninkrijk en maakte hij deel uit van de staf van het Britse leger. Kort daarop (juli 1940) werd hij benoemd tot gouverneur van de Bahama's. Dat bleef hij tot 1945. Hertog Karel Eduard van Saksen-Coburg en Gotha was een Nazi. Zijn moeder was Helena van Waldeck-Pyrmont, dochter van vorst George Victor van Waldeck en Pyrmont en zuster van de Nederlandse koningin Emma en was dus een neef van koningin Wilhelmina. Karel verhuisde naar Duitsland, waar hij zich Carl Eduard noemde, en werd onder de hoede van zijn neef Wilhelm II opgevoed. Hij werd op 15 juli 1902 door Edward VII tot ridder in de Orde van de Kousenband verheven en steunde bij de presidentsverkiezingen in 1932 openlijk Adolf Hitler. In 1933 werd hij lid van de NSDAP en de Sturmabteilung (SA) waaronder ook als Bilderbergoprichter Bernhard van Lippe-Biesterfeld. Karel Eduard was aanvankelijk SA-Gruppenführer in de staf van de Oberste SA-Führer, in 1936 werd hij door Hitler tot SA-Obergruppenführer bevorderd en was ereleider en Obergruppenführer van het Nationalsozialistisches Kraftfahrerkorps (NSKK), luchtmachtcommodore, ereleider van de Duitse luchtvaart en Obergruppenführer van het Nationalsozialistisches Fliegerkorps (NSFK). Dit betrof erefuncties die geen daadwerkelijke bevoegdheden inhielden. In 1933 werd hij rijksgevolmachtigde voor het motorwezen en president van het Duitse Rode Kruis, in 1934 rijkscommissaris voor de vrijwillige ziekenverzorging en in 1936 rijksdagafgevaardigde van de NSDAP. Hij zette zich in om de Duits-Engelse relaties te verbeteren en woonde in SA-uniform de begrafenis van George V bij (video1) (video2).

1937 De Belgische Paul-Henri Spaak, zijn vader Paul Spaak was goed bevriend met leden van de beruchte Rothschild bankiers familie (Ashke-Nazi joden), alwaar Robert Rothschild na het slagen van zijn examen in april 1937 toegetreden is tot het kabinet Spaak. 

Op 26 augustus 1939 beslist Adolf Hitler dat hij de neutraliteit van België, Nederland, Luxemburg, Denemarken en Zwitserland garandeert (bron: Go2War2). Een neutraal land mag volgens de wet niet aangevallen worden of andere aanvallen, het mag zich wel verdedigen.
 
Op 1 september 1939 toen Nazi-Duitsland Polen binnenviel maakte de Belgische regering en de koning de wereld nog eens nadrukkelijk kenbaar dat België een neutraal land is en een neutraal land wil blijven. De Belgische bevolking had na de grote leed van de Eerste Wereldoorlog geen goed oog meer op oorlog en wilden zich dan ook strikt aan hun neutraliteit houden. Een neutraal land mag volgens de wet niet aangevallen worden of andere aanvallen, het mag zich wel verdedigen. (bronnen: België, Mei 1940 en De Belgische Monarchie).
 
Op 3 september 1939 verstrijkt het op 2 september 1939 in Londen gestelde ultimatum en Groot-Brittannië (om 10u15) en Frankrijk, evenals Australië, Indië en Nieuw-Zeeland, verklaren Duitsland de oorlog. De Britse premier Neville Chamberlain vormt een oorlogskabinet met onder meer twee tegenstanders van iedere 'vredespolitiek', Winston Churchill ( Eerste Lord van de Admiraliteit -die naar alle Koninklijke Marine schepen en installaties een bericht seint met "Winston is terug"-) en Anthony Eden (minister voor de Dominions).
 
Om door toedoen van Winston Churchill niet in oorlog te geraken met Adolf Hitler heeft de regering van België zijn neutraliteit uitgesproken en neemt Koning Leopold III het bevel over van het Belgische Leger. Koning Leopold III wilde daarmee ter bescherming van België en haar inwoners voorkomen wat zijn vader Koning Albert I ten tijde van de Eerste Wereldoorlog heeft meegemaakt (bron: AboutWorldWar2). 
 
Na de Duitse inval op 10 mei 1940 is de Belgische regering onder eerste minister Hubert Pierlot naar Frankrijk gevlucht en neergestreken in Bordeaux. Met het vluchten naar Frankrijk heeft de Belgische regering Hubert Pierlot hun op 3 september 1939 verklaarde neutraliteit overtreden en zich gevestigd in Frankrijk dat op 3 september 1939 samen met o.a. Groot-Brittannië de oorlog met Duitsland had verklaard. Niet koning Leopold III maar de Belgische regering onder eerste minister Hubert Pierlot heeft daarmee de Belgische bevolking verraden en besloten om de Franse regering, waarvan Petain sinds enkele dagen de leiding had, te blijven volgen en de oorlog tegen Duitsland voort te zetten.
 
De gevolgen daarvan tot de capitulatie (28 mei 1945) zijn dat ongeveer 6000 Belgische soldaten en ongeveer evenveel burgers het leven hadden gelaten door de militaire operaties. Van de in totaal 600.000 Belgische militairen werden er 225.000 naar Duitse krijgsgevangenkampen gebracht. Na enkele maanden werden de meeste Vlamingen vrijgelaten. Slechts circa 70.000 (alle officieren die na enige tijd gegroepeerd werden te Prenzlau, beroepsonderofficieren en Waalse militairen) bleven tot het einde van de oorlog gevangen. (bron: Wikipedia)
 
Als de Belgische regering onder eerste minister Hubert Pierlot op 10 mei 1940 niet naar Frankrijk was gevlucht en bij Koning Leopold III in België was gebleven, waartoe zij overeenkomstig hun op 3 september 1939 verklaarde neutraliteit Grondwettelijk verplicht waren, dan was België nooit in oorlog geraakt met Nazi-Duitsland omdat op 26 augustus 1939 ook Adolf Hitler de neutraliteit van België had gegarandeerd (bron: Go2War2).  
De geschiedenisboeken dienen hierop te worden herschreven en de huidige Belgische regering onder eerste minister Elio Di Rupo dienen Koning Leopold III daarop in eer te herstellen.
 
In oktober 1939 wordt Polen onder de voet gelopen door de Duitsers en het land werd verdeeld tussen Duitsland en Rusland. Vele Duitse troepen trokken terug naar Duitsland en er stonden +- 65 divisies klaar aan de grenzen, de situatie werd erger. België moest zich klaarmaken voor het geval Duitsland hun neutraliteit niet aanvaardde en zou binnenvallen. Er werden aan de grensstreken anti tank versperringen opgericht, kazematten gebouwd en mijnenvelden gelegd. België verstevigde ook zijn grootste posities, Fort Eben-Emael werd versterkt met een groot aantal manschappen en ook de K (koningshooikt)- W( waver ) linie werd versterkt, deze verdedigingslinie bestond uit 350 bunkers en tankversperringen. De Belgen noemden de KW - linie " De ijzeren muur ".
 
Op 9 april 1940 vallen de Duitse troepen Noorwegen en Denemarken binnen. Frankrijk en Engeland stonden stom van verbazing, ook België voelde nu dat de kans dat ze deze oorlog konden vermijden nihil is geworden.  Het zou niet lange meer duren of de Duitsers zouden ook de rest van "Europa" innemen.
 
Op 10 mei 1940 vallen de Duitse troepen België, Nederland en Luxemburg aan, wat men al een hele tijd vreesde is nu gebeurd, de Belgische neutraliteit werd geschonden. De schending van de Belgische neutraliteit zou echter van korte duur zijn geweest als de Belgische regering onder eerste minister Hubert Pierlot op die dag niet naar Frankrijk zou zijn gevlucht die samen met Groot-Brittannië op 3 september 1939 de oorlog met Duitsland had verklaard. Wanneer de regering onder eerste minister Hubert Pierlot in België was gebleven, waartoe die Grondwettelijk verplicht was, en het Duitse leger zonder verzet had doorgelaten om tegen Frankrijk te vechten die op 3 september 1939 aan Duitsland de oorlog had verklaard, dan zou België als neutraal land nagenoeg ongeschonden uit de Tweede Wereldoorlog zijn gekomen. Het moet voor Koning Leopold III dan ook moeilijk zijn geweest om aan te zien wat de Belgische regering onder eerste minister Hubert Pierlot tijdens de Tweede Wereldoorlog in België allemaal heeft aangericht, terwijl dat alles zou zijn voorkomen als die niet naar Frankrijk zou zijn gevlucht. De ministerraad die hieraan participeerde ontnam Koning Leopold op 28 mei 1940 dan ook zijn bevoegdheden, op basis van artikel 82 van de Grondwet: de koning 'verkeerde in de onmogelijkheid om te regeren' Na de nederlaag in de Slag om Frankrijk werd Leopold III door de toenmalige Franse premier Paul Reynaud als zondebok gepresenteerd om zijn eigen fouten te maskeren. De koning had zogenaamd eigenmachtig zijn leger te vroeg laten capituleren en daardoor zijn bondgenoten in de steek gelaten. Een koning kon door het republikeinse Frankrijk verantwoordelijk gesteld worden voor het eigen falen. Kort na de gebeurtenissen kwam aan het licht dat Leopold de Britten en de Fransen wel degelijk had ingelicht over zijn voornemen.
 
Tijdens de Tweede Wereldoorlog: 
 
Op 12 en 13 mei 1940 begeleide nazi Prins Bernhard en de Nederlandse koningin Wilhelmina en zijn gezin bij hun overtocht naar Engeland. Dit met de voorkennis dat ingevolge artikel 21 van de Nederlandse Grondwet de Nederlandse regering daarmee zichzelf heeft opgeheven en Nederland onderdeel van Duitsland is geworden wat werd aangestuurd vanuit het Hitler-Kabinet. Jan Donner was raadsheer bij de Hoge Raad der Nederlanden. Hij nam op 13 maart 1944 ontslag als raadsheer, zonder afstand te nemen van het beleid van de Hoge Raad tijdens de bezetting, waarna hij na de bezetting op 5 mei 1945 weer kon terugkeren als raadsheer bij de Hoge Raad voor de voortzetting van het Hitler-Kabinet
 
Niemand beter als Jan Donner was dan ook op de hoogte van het feit dat door het vluchten van de Nederlandse regering en staatshoofd Koningin Wilhelmina naar Londen ingevolge artikel 21 van de Nederlandse Grondwet de Nederlandse regering zichzelf daarmee vanaf 13 mei 1940 heeft opgeheven en Nederland onderdeel van Duitsland is geworden wat werd aangestuurd vanuit het Hitler-Kabinet. Seyss-Inquart kon op die manier als Rijksstadhouder de plaats van Wilhelmina overnemen. Dat er sprake was van opzet werd bevestigd met het feit dat diezelfde dag nog de Britse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken bezoek kreeg van de Franse ambassadeur die hem vertelde dat de Franse regering erg verontrust was door de brief die Koningin Wilhelmina naar de Franse President had gezonden. Volgens de ambassadeur bleek uit Wilhelmina's schrijven dat de Nederlandse regering wellicht van plan was om met de Duitsers te gaan onderhandelen. Dit des te meer zes dagen daarvoor, op 8 mei 1940, de Nederlandse pers nog uit de mond van prinses Juliana had vernomen dat het Huis van Orange zijn post nooit verlaat (bron: Gerard's WOII blog).
 
Door de onwettige 'zetelverplaatsing' naar Engeland kreeg Nederland dus naast een militaire bezetting tevens een Duits burgerlijk bestuur onder Seyss-Inquart.


 
Op 18 mei 1940 bracht Adolf Hitler decreet no. 1 uit over de regeringsbevoegdheden in Nederland. 
 
Op 25 mei 1940 laat Rijkscommissaris Seyss-Inquart voor het bezette Nederlandsche gebied aan het Nederlandsche volk een oproep uitgaan dat hij met intrede van den dag het hoogste regeringsgezag in het civiele ressort in Nederland heeft overgenomen. Bij verordening van 29 mei 1940 heeft Rijkscommissaris Seyss-Inquart alle bevoegdheden in Nederland, die door de Grondwet en de wetten aan de koning en de regering zijn toegekend, overgenomen.
 
Rijkscommissaris Seyss-Inquart benoemt en ontslaat:
 
  1. de leden van den Hoge Raad;
  2. de procureur-generaal en de advocaten-generaal bij den Hoge Raad;
  3. de presidenten der Gerechtshoven;
  4. de procureurs-generaal bij de Gerechtshoven.
  5. De overige rechterlijke ambtenaren worden benoemd en ontslagen door den secretaris-generaal van justitie, tenzij de rijkscommissaris de benoemingof het ontslag aan zich houdt.
 
Op 5 juni 1940 maakt Rijkscommissaris Seyss-Inquart in overeenstemming met het decreet van Hilter en zijn verordening de volgende benoemingen bekend:

  1. voor Bestuur en Justitie, Dr. Friedrich Wimmer;
  2. voor Openbare Veiligheid, SS-Brigadeführer Hanns Rauter (Hoogere SS- en Politieleider);
  3. voor Financiën en Economische Zaken, Dr. Hans Fischboeck;
  4. voor Bijzondere Aangelegenheden, Reichsamtsleiter Fritz Schmidt.
  5. tot Vertegenwoordiger van het Ministerie van Buitenlandsche Zaken, Gezant Otto Bene;
  6. tot Gevolmachtigde voor de Nederlandsche Bank den Ministerialdirektor voor bijzondere aangelegenheden, Staatsrat H.C.H. Wohlthat.
  7. tot chef van de Hoofdafdeling op het bureau van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied, Ministerialrat Dr. Hans Piesbergen.
Achtergrond: Het bezette Nederland werd in mei 1940 onderworpen aan een Duits burgerbestuur onder leiding van Reichskommissar für die besetzten Niederlande (rijkscommissaris voor het bezette Nederland) Arthur Seyss-Inquart. Rauter was als HSSPF ondergeschikt aan Himmler, maar tegelijkertijd was hij als Generalkommissar für das Sicherheitswesen (commissaris-generaal voor veiligheid) de ondergeschikte van Seyss-Inquart.
 
De bovenbouw van de Nederlandse regering (centrale macht) werd daarmee gevormd door:

  1. rijkscommissaris Seyss-Inquart
  2. de vier commissarissen generaal: Dr. Friedrich Wimmer (bestuur en justitie), Hanns Rauter (voor Openbare Veiligheid den SS-Brigadeführer), Dr. Hans Fischboeck (Financiën en Economische Zaken), Fritz Schmidt (Bijzondere Aangelegenheden den Reichsamtsleiter)
  3. de gevolmachtigden van den rijkscommissaris voor de provinciën: de commissarissen der  koningin tijdens de Tweede Wereldoorlog al dan niet voorzien van een speciale gevolmachtigde commissaris, zoals Kreisleiter Schmidt dat was in Limburg.
  4. de vertegenwoordiger van het Ministerie van Buitenlandsche Zaken Otto Bene
  5. de Duitse gevolmachtigde voor de Nederlandse Bank Dr. Hans Piesbergen.      
Vanaf dit moment benoemt en ontslaat de rijkscommissaris:

  1. de leden van den hoogen raad (de Hoge Raad);
  2. den procureur-generaal en de advocaten-generaal bij den hoogen raad (de Hoge Raad);
  3. de presidenten der gerechtshoven;
  4. de procureurs-generaal bij de gerechtshoven.
De overige rechterlijke ambtenaren worden benoemd en ontslagen door den secretaris-generaal van justitie, tenzij de rijkscommissaris de benoeming of het ontslag aan zich houdt. (bron: Staatsrecht sedert 10 mei 1940, bibliotheek Gemeente Amsterdam 24 augustus 1946). Hiermee heeft de secretaris-generaal van justitie een dictatoriale macht over alle rechtelijke ambtenaren.
 
Dit geeft een verklaring voor het feit dat huidig secretaris-generaal Joris Demmink (VVD) door huidig verantwoordelijk minister Ivo Opstelten (VVD) van Veiligheid en Justitie niet uit zijn functie kan worden ontzet en ook niet strafrechtelijk kan worden vervolgd voor het misbruik van minderjarige kinderen waarvan vele bewijzen zijn (bron: boek ‘De Demmink doofpot’).
 
Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart heeft aan de secretarissen-generaal van de verschillende departementen onder meer de volgende gedelegeerde bevoegdheden gegeven:

-       dat ze mogen sub-delegeren aan anderen;

-       dat ze rechtsvoorschriften in de vorm van ‘besluit’ of ‘beschikking’ mogen uitvaardigen;

-       dat ze de Nederlandse wet kunnen wijzigen, aanvullen of buiten werking stellen en van de grondwet kunnen afwijken;


Daarmee hebben de secretarissen-generaal van de verschillende departementen een dictatoriale macht verkregen (bron: Staatsrecht sedert 10 mei 1940, bibliotheek Gemeente Amsterdam 24 augustus 1946).
 
Op 15 juni 1940 beslist het Belgisch kabinet naar Engeland te gaan, maar 48 uren later vervoegt het de Franse regering op haar vlucht naar Bordeaux. De volgende dag, wanneer het einde van de strijd nakend blijkt, verkiest eerste minister Hubert Pierlot de Franse regering, waarvan Petain sinds enkele dagen de leiding heeft, te blijven volgen. Drie ministers stemden tegen : Camille Gutt, Marcel-Henri Jaspar en Albert De Vleeschauwer. Jaspar verbreekt de collegialiteit en vertrekt de dag zelf nog naar Engeland, zonder instemming. Hij wordt ook meteen afgezet. De Vleeschauwer krijgt een onbeperkt mandaat om als administrateur generaal de belangen van Belgisch Congo te verdedigen. Hij vertrekt naar Lissabon waar hij op 22 juni aankomt in gezelschap van Fernand Vanlangenhove. Die had aan Paul-Henri Spaak gevraagd zijn functie van Secretaris Generaal van Buitenlandse Zaken niet te moeten opnemen in bezet gebied. De volgende dag sturen zij een telegram naar alle Belgische diplomatieke vertegenwoordigers en naar de Gouverneur Generaal van Congo om aan te kondigen dat een gemachtigd lid van de regering buiten Duits bereik is en dat de oorlog wordt voortgezet. De Gouverneur Generaal reageert op deze boodschap met zijn bekende radiorede. Een andere bestemmeling, baron Emile de Cartier de Marchienne, Belgisch ambassadeur in Londen verwittigt De Vleeschauwer dat M.H. Jaspar, met de steun van Camille Huysmans, een tegenregering poogt op te richten en dat zijn aanwezigheid in Londen gewenst is. Aldus vliegt De Vleeschauwer op 4 juli naar Engeland. Vanaf dat moment werkt de Belgische regering vanuit Londen, buiten koning Leopold III om, zeer nauw samen met koningin Wilhelmina, Prinses Juliana en Nazi Prins-Bernard. 
 
Op 30 juni 1940 richt de Nederlandse prinses Juliana (echtgenote van Prins Bernhard) samen met jonkheer van Lidth de Jeude (nadien minister van Oorlog) in Londen het London Committee of the Netherland Red Cross Society” op met als doelstelling: het geven van elke vorm van hulp aan Nederlanders die hulp nodig hebben als gevolg van de huidige oorlog tussen Nederland en Duitsland. De London Committee nam de werkzaamheden in het buitenland over van het Nederlandse Rode Kruis die door de bezetting alleen werkzaam kon zijn op vijandelijk bezet gebied. De werkzaamheden waren voor de London Committee uitgebreider dan de normale activiteiten van het Rode Kruis als gevolg van de oorlogssituatie.
 
Eind januari 1943 werd door de minister van Oorlog O.C.A. van Lidth de Jeude in Londen het bureau Militair Gezag ingesteld. Dit bureau werd opgericht met als doel voorbereidende maatregelen te nemen ten behoeve van het uitvoeren van militair gezag in Nederland na de capitulatie van de Duitsland (bron: memorie met verantwoording d.d. 3 oktober 2012 van NCF/EKC aan Belgisch Grondwettelijk Hof België)

Op 23 november 1940 arriveert Rijkscommissaris Seyss-Inquart per auto in Weert aan de grens van Limburg. Hij wordt verwelkomd door zijn gemachtigde voor Limburg, Kreisleiter Schmidt, en de plv commissaris van de provincie Jos. Maanen. In Heerlen luistert hij op het bordes van de Ortsgruppe der NSDAP een redevoering van Schmidt. Met begeleiding van een Duitse militaire kapel wordt "Deutschland, Deutschland über alles" gezongen tijdens het hijsen van een hakenkruisvlag. Verder optreden op het Vrijthof te Maastricht van het muziekkorps, mét exercitie, van de Deutsche Ordnungspolizei (Grüne Polizei) uit Den Haag. Op de achtergrond speelt een tweede blaasorkest in een muziektent de begeleiding. Tot slot beelden van het bezoek dat Seyss-Inquart brengt aan de Deutsche Schule te Heerlerheide. Een meisje biedt hem bij zijn komst bloemen aan; kinderen in een klaslokaal staan op als hij binnen komt, brengen de fascistengroet en zingen een lied (video)

Tussen 1941 en 1943 heeft (SS IG-Farben spion) prins Bernhard een aantal malen de Verenigde Staten van Amerika bezocht. Volgens diverse bronnen, waaronder de Britse Secret Intelligence Service (SIS), heeft hij tijdens zijn tweede bezoek (van 20 tot en met 25 april 1942) op 24 april 1942 een brief aan Hitler geschreven, waarin hij zichzelf aanbiedt het 'Stadhouderschap' over Nederland op zich te nemen. De brief is later vanuit Londen via Portugal naar Berlijn gestuurd. Het bestaan van deze brief wordt nog steeds door de RVD ontkend, maar geheim BVD-agent Jan Heitink heeft wel degelijk een kopie van de brief in handen gehad: ondertekend door prins Bernhard én prinses Juliana. Bernhard wilde dan ook Nederlands Nazi stadhouder worden voor Hitler wat uiteindelijk ook gebeurde op een wijze zoals u hieronder kunt lezen. Na de oorlog zou het bestaan van deze brief tegenover de SIS bevestigd zijn door generaal Eberhart Schöngarth (Befelhshaber der Sicherheitspolizei und des SD). Vlak voor zijn executie? is de bewuste brief in Berlijn teruggevonden. Het is overigens opmerkelijk dat prins Bernhard zijn brief uitgerekend in Amerika heeft geschreven en niet in Londen, temeer de brief ook daar vandaan verzonden is (bron:Gerards Wo II blog).  

In 1996 verscheen het boek “Operatie JB” Het laatste grote geheim van WOII” van Christopher Creighton, een voormalige agent bij de Britse geheime dienst. Dit boek gaat over de ontvoering van Hitlers secretaris, Martin Bormann, door een geheim Brits commando, Sectie M genaamd, in 1945. De inzet van de operatie was Bormann`s toegang tot de enorme banktegoeden van de nazipartij. De algehele leiding van de operatie berustte bij Ian Fleming en het operationele commando werd toevertrouwd aan Christopher Creighton die toen amper twintig jaar oud was. In het boek wordt ook de Nederlandse onderzeeboot K XVII genoemd die door Creighton opgeblazen zou zijn op 7 december 1941. In een gesprek met Fleming worden, in hoofdstuk 9, herinneringen aan de onderzeeboot opgehaald en in een appendix komt de schrijver terug op het voorval. Het besluit om de Nederlandse onderzeeboot te vernietigen werd genomen toen deze de Japanse vloot ontdekte die op weg was naar Pearl Harbor op 28 november 1941. De Nederlandse commandant, LTZ 1 H.C. Besançon, seinde onmiddellijk een gecodeerd bericht naar de Britse marineleiding. Dit bericht werd onderschept door de cryptografen van Sectie M die het doorspeelden aan Generaal Donovan in Washington DC en Majoor Desmond Morton van de Amerikaanse en Britse geheime diensten. Beiden lichtten hun leiders President Roosevelt en Winston Churchill in. Deze vier personen waren op de hoogte van de op handen zijnde Japanse aanval die strikt geheim moest blijven. In die tijd was 80 procent van de Amerikaanse bevolking bijzonder isolationistisch ingesteld en sterk gekant tegen een oorlog met Japan of Duitsland. Roosevelt wilde wel een oorlog met Japan maar kon dit land niet de oorlogsverklaring geven zonder een geldige reden. De verrassingsaanval op de slagschepen in Pearl Harbor zou hem die reden geven. 

Wanneer bekend zou worden dat Roosevelt en Churchill van de Japanse aanval op Pearl Harbor afwisten en niets hadden ondernomen om deze te voorkomen zouden zij politiek uitgeschakeld worden. Zodra het bericht van de Nederlandse onderzeeboot was ontvangen kreeg zij de opdracht terug te keren naar de basis in Singapore. De K XVII mocht geen haven aan doen en de bemanning moest zich onthouden van verdere berichtgevingen over de Japanse vloot. Onder de naam LTZ Paul Hammond reisde Creighton met een Berwick vliegboot via Nova Scotia, Canada, San Fransisco en het eiland Wake af naar de Noordelijke Marianen. Daar begaf hij zich volgens afspraak aan boord van de K XVII. Creighton was in het bezit van volmachten van de bevelhebber van de Britse onderzeedienst, Admiral Sir M. Horton, de Nederlandse Commandant Zeemacht in Londen, admiraal Fürstner en Koningin Wilhelmina. Deze volmachten gaven hem de autoriteit om commandant Besançon operationele opdrachten te geven daar de Nederlandse onderzeeboot zich onder Brits operationeel bevel bevond. Bij één van de kleine Marianen, net ten zuiden van Pagan en ongeveer 800 zeemijl ten zuiden van Japan werden er uit de Berwick vliegboot kratten overgeladen in de onderzeeboot. De Nederlandse bemanning kreeg te horen dat er kerstgeschenken in de kratten zaten afkomstig van hun collega`s in Engeland. De meeste kratten bevatten inderdaad jenever, bier, champagne en andere kerstmisspullen. Maar in één krat zat cyanidegas en in twee andere bevonden zich explosieven met ontstekingen en tijdschakelaars. De volgende dag, zondag 7 december 1941, kreeg de Britse geheime agent bevel de operatie voort te zetten. Die avond verliet hij de K XVII en ging terug naar de Berwick. Een half uur later kwam het dodelijke cyanidegas vrij en was te zien hoe de bemanning trachtte uit de onderzeeboot te ontsnappen. Even later explodeerde het vaartuig en zonk. Creighton stelde vast dat er geen overlevenden waren (bron: Go2War2).

Vanaf 5 maart 1943 – september 1945 was mr. B.Ph. Baron van Harinxma thoe Slooten in het “London Committee of the Netherland Red Cross Society”, werkzaam als voorzitter onder President Prinses Juliana (echtgenote van Prins-Bernhard) en onder Vice-President van Jhr. O.C.A. van Lidth de Jeude (VVD), die vanaf 15 september 1942 tot 23 februari 1945 minister van oorlog was en die na de bevrijding vergaande bevoegdheden kreeg om het Hitler-kabinet vanuit Nederland voort te zetten.
 
Met deze Nederlandse ambassadeur Mr. B.Ph. Baron van Harinxma thoe Slooten in Brussel, werkte de Belgisch minister Paul Henri Spaak vóór, tijdens en na de tweede wereldoorlog nauw samen (bron: memorie met verantwoording d.d. 3 oktober 2012 van NCF/EKC aan Belgisch Grondwettelijk Hof België).
 
Op 25 januari 1944 heeft koning Leopold III zijn Memorandum voltooid om het persoonlijk en vertrouwelijk te overhandigen aan Belgisch Premier Hubert Pierlot. In  "politiek testament" heeft koning Leopold III als gevangene op Belgisch grondgebied vanuit het kasteel van Laken over de buitenlandse en koloniale politiek letterlijk het volgende geschreven (bron: 1944-1949)
 

 
8: De buitenlandse en koloniale politiek
 
 
Inzake het internationale statuut eis ik in naam van de grondwet dat België in zijn volledige onafhankelijkheid zou worden hersteld en dat het geen verbintenissen of akkoorden met andere staten zou aanvaarden, van welke aard ook, dan in volledige soevereiniteit en mits de noodzakelijke tegenprestaties.
 
Ik houd er ook aan dat geen afbreuk wordt gedaan aan de banden tussen de kolonie en het moederland.
 
Ik herinner er bovendien aan dat volgens de grondwet een verdrag geen enkele waarde heeft indien het niet de koninklijke handtekening draagt.
 
Leopold,
 
Koning der Belgen,
 
gevangene in het kasteel van Laken
 

Koning Leopold heeft in zijn  "politiek testament" geschreven dat het gepubliceerd moest worden in het geval hij niet in België zou zijn als de geallieerde troepen het land zouden bevrijden (zelf schreef hij "bezetten".). In het testament eiste hij excuses van de regering in ballingschap voor de gebeurtenissen van 1940 en verwierp hij de verdragen die zij in Londen gesloten had (bron: wikipedia).
 
Op 9 juni 1944, drie dagen na de geallieerde landing in Normandië (D-day) werd de koning met zijn familie door de Duitsers weggevoerd, eerst naar Hirschstein bij Dresden en later naar Strobl in Oostenrijk (bronnen:  Historisch Nieuwsblad en boek Leopold III, De koning, het land, de oorlog).
 
In 1951 werd de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), de voorloper van de Europese Unie, opgericht. De EGSK was de eerste supranationale organisatie en daarmee begon de erosie van nationale soevereiniteit, een proces dat tot op de dag van vandaag doorgaat.
 
Amnestie: Maar voordat de nazi’s een gemeenschappelijke markt konden opzetten moest amnestie worden verleend aan alle nazi-industriëlen en moesten de nazi-bankiers en -functionarissen weer in de samenleving integreren. In 1957 werd door de Amerikaanse Hoge Commissaris voor Duitsland John J. McCloy een generaal pardon ingesteld voor industriëlen die waren veroordeeld wegens oorlogsmisdaden. De twee machtigste nazi-industriëlen, Alfried Krupp van Krupp Industries en Friedrich Flick van Daimler-Benz, werden na drie jaar gevangenisstraf vrijgelaten. Krupp en Flick speelden een centrale rol in de economie in nazi-Duitsland. Krupp werd al snel één van de grootste industriëlen van Europa. Flick bouwde na de oorlog ook een groot imperium op.
 
“Veel grootindustriëlen die nauw betrokken waren bij het naziregime gebruikten Europa als dekmantel om na de overwinning op Hitler de Duitse politieke geest na te streven,” zei historicus Dr. Michael Pinto-Duschinsky. “De belangrijkste figuren uit de nazi-tijd waren de grondleggers van de Europese Unie.” Veel grote namen zoals BMW, Siemens en Volkswagen, die onder meer Duitse munitie en de V1-raket vervaardigden, waren niet vies van slaven- en dwangarbeid.
 
Hermann Abs, een machtige bankier uit de tijd van het Derde Rijk, werd in 1937 benoemd tot bestuurslid van Deutsche Bank. Hij zat als vertegenwoordiger van Deutsche Bank ook in de raad van toezicht van I.G. Farben, in de nazi-tijd één van de machtigste bedrijven. In de jaren twintig ontstond de chemiereus door een fusie van onder meer BASF, Bayer en Hoechst. Dit bedrijf was zo nauw verbonden met de SS dat het in Auschwitz over een eigen slavenkamp beschikte: Auschwitz III.
 
Na de oorlog werden 24 bestuursleden van I.G. Farben aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden. Slechts de helft van hen moest daadwerkelijk de gevangenis in. Na acht jaar stonden ze allemaal weer op vrije voeten.
 
Zoals in het rapport vermeld stond vormde zich inderdaad weer een krachtig Duits rijk, een rijk dat de basis vormt van de hedendaagse Europese Unie. Abs kreeg de leiding over het Marshallplan, een omvangrijk hulpplan voor de wederopbouw van de door oorlog getroffen landen in Europa. In 1948 overzag hij in feite het Duitse economische herstel.
 
Toen Konrad Adenauer, de eerste bondskanselier van West-Duitsland, in 1949 aantrad was Abs zijn belangrijkste financieel adviseur. Achter de schermen bleef hij werkzaam voor Deutsche Bank, de bank die tijdens de oorlog groot was geworden door slavenarbeid in bezette gebieden.
 
Europese federale staat: In 1957 ondertekenden de zes leden van het EGSK het Verdrag van Rome, het verdrag ter oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG). Het verdrag maakte de weg vrij voor andere machtige supranationale instituties waaronder het Europees Parlement en de Europese Commissie. Tijdens de oorlog werd Ludwig Erhard gefinancierd door I.G. Farben. Na de oorlog benoemde Adenauer hem tot minister van Economische Zaken. In 1963 volgde Erhard hem zelfs op als bondskanselier.
 
Officieel is er nu vrede en stabiliteit in Europa. Duitsland is een democratie, waar weer een joodse gemeenschap woonachtig is. Het is echter niets meer dan uiterlijke schijn. “Over 50 jaar denkt niemand nog aan natiestaten,” zei minister van propaganda in nazi-Duitsland Joseph Goebbels eens. De natiestaat bestaat nog wel, maar het streven richting een Europese federale staat is onlosmakelijk verbonden met de plannen van de SS en de Duitse industriëlen om een Vierde Rijk, een economisch in plaats van een militair imperium, op te bouwen.
 
Eind vorig jaar werd de huidige Duitse bondskanselier Angela Merkel in Portugal onthaald door betogers die spandoeken droegen met teksten als ‘Hitler go home!’ Veel Portugezen zien Merkel als een ijzeren dame die een keihard bezuinigingsbeleid oplegt. De vakbonden zien de Portugese premier Pedro Passos Coelho als een soort lakei van Merkel. Het geheime rapport is in 2011 vrijgegeven door de Britse Nationale Archieven (bronnen: Dailymail.co.uk en Posthoorn).  
 
Op 10 augustus 1944 vond in het Maison Rouge Hotel in het Franse Straatsburg een geheime ontmoeting plaats. Nazi-functionarissen gaven een elitegroep Duitse industriëlen opdracht om zich voor te bereiden op een ‘krachtig Duits rijk’. Met andere woorden: 

Het Vierde Rijk.
 
Na de bijeenkomst werd een rapport Economisch rijk: De functionarissen zouden een geheim netwerk van buitenlandse bedrijven gaan oprichten (Bilderberg-conferenties). Men zou wachten tot de tijd rijp was om vervolgens Duitsland weer over te nemen.
 
Van de industriëlen waren vertegenwoordigers van Volkswagen, Krupp en Messerschmitt aanwezig. Ook schoven functionarissen van de Duitse marine en het ministerie van Bewapening aan. De aanwezigen besloten dat het Vierde Rijk geen militair rijk, maar een economisch rijk moest gaan worden en daarnaast niet alleen om Duitsland moest draaien.
 
Nazi-Duitsland verplaatste vervolgens grote hoeveelheden kapitaal naar de neutrale landen. Duitse bedrijven begonnen in het buitenland een geheim netwerk te vormen (Bilderberg-conferenties). De Duitse economie herstelde na 1945 opzienbarend snel. Het Derde Rijk was in militair opzicht verslagen, maar de machtige bankiers, industriëlen en ambtenaren in nazi-Duitsland, herboren als democraten, begonnen in Europa al snel een economische en politieke integratie na te streven. Het is goed mogelijk dat het Vierde Rijk, zoals voorzien door de nazi-industriëlen, in ieder geval ten dele is gerealiseerd.(Nazi achtergrond van ‘EU’)
 
Wilhelmina: Het rapport na de geheime ontmoeting was opgesteld door een Franse spion. De bijeenkomst werd geleid door SS-Obergruppenführer Dr. Scheid. Hij bekleedde een hoge positie binnen de SS. Overigens was Jozias van Waldeck-Pyrmont, volle neef van de Nederlandse koningin Wilhelmina, eveneens Obergruppenführer binnen de SS. Scheid gaf de industriëlen opdracht contact te leggen met buitenlandse firma’s. Ze moesten na de oorlog grote sommen geld gaan lenen van andere landen. Slechts enkele industriëlen werden uitgenodigd voor een tweede besloten vergadering, die werd voorgezeten door Dr. Bosse van het ministerie van Bewapening. Daar werden geheimen gedeeld met de elite van de elite. Bosse had een stappenplan ontwikkeld voor de implementatie van het Vierde Rijk. Eerst zouden de corporaties de nazipartij, die op de achtergrond verder zou gaan, moeten financieren. Daarna zou de overheid grote sommen geld moeten geven aan Duitse industriëlen. Vervolgens zouden Duitse bedrijven een geheim netwerk vormen van buitenlandse dochterondernemingen die zogenaamd militair onderzoek zouden doen. (Bilderberg-conferenties) Het geld zou via twee banken in Zürich (BIS bank) worden doorgesluisd naar de buitenlandse netwerken. De nazi’s stuurden al jaren geld naar de neutrale landen. De oorlog bleek voor Duitsland uiteindelijk zeer winstgevend te zijn geweest.

Op 5 september 1944 wordt door Paul Henri Spaak en Mr. B.Ph. Baron van Harinxma thoe Slooten de Nederlands-Belgische-Luxemburgse Douane-overeenkomst gesloten om daarmee België en Luxemburg na de oorlog mee aan het vanuit Nederland voortgezette Hitler-kabinet te verbinden. Deze overeenkomst is op 5 september 1944 valselijk ondertekend door:
-       Mr. B.Ph. Baron van Harinxma thoe Slooten namens de Regering van Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden en
 
-       Dhr. Paul-Henri Spaak namens de Regering van Zijne Majesteit de Koning der Belgen en
 
-       Dhr. Paul-Henri Spaak namens de Regering van Hare Koninklijke Hoogheid de Groothertogin van Luxemburg,
Paul Henri Spaak heeft deze overeenkomst getekend in strijd met het door koning Leopold III op 25 januari 1944 (9 maanden eerder) voltooide  "politiek testament" en daarmee in strijd met de Belgische Grondwet.  
 
Op grond van deze in strijd met de Belgische Grondwet op 5 september 1944 te Londen gesloten Nederlands-Belgische-Luxemburgse Douane-overeenkomst is het op 2 februari 1958 gesloten Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie, en Verklaring, gedaan te ’s-Gravenhage op 17 juni 2008 (“Nieuw Benelux-Verdrag”) gebaseerd, wat vanaf na de oorlog tot op heden (67 jaar lang) met geld van de belasting betalende Nederlanders, Belgen en Europeanen een chemische genocide tot gevolg heeft gehad van een zodanige omvang dat daardoor miljarden wereldbewoners eerder zullen sterven aan kanker of andere ernstige vergiftigingsziekten. De (wereld)banken hebben maar liefst 67 jaar lang nagenoeg al het spaargeld van de Belgische en Europese inwoners geïnvesteerd in (multinationale) bedrijven die chemische genocide plegen op miljarden wereldbewoners. Daarmee zijn de banken feitelijk de grootste geld stelende en chemische genocide plegende instellingen die de wereld ooit heeft gekend. Deze vanuit banken gefinancierde chemische genocide op miljarden wereldbewoners kan door die banken nooit meer worden terugbetaald. Het pompen van honderden miljarden euro’s vanuit het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) om de euro te redden zal dan ook op zeer korte termijn een regelrechte ramp tot gevolg hebben en een wereldoorlog veroorzaken van een zodanig grote omvang waarmee mogelijk het menselijk ras op aarde volledig wordt vernietigd.  België is het enige land ter wereld die dit kan laten stoppen door alsnog uitvoering te geven aan het op 25 januari 1944 door koning Leopold III voltooide  "politiek testament" waartoe het Grondwettelijk verplicht is.
 
Op 8 september 1944 keerde de Belgische regering (zonder koning) vlak na de bevrijding van Brussel en Antwerpen terug uit ballingschap in Londen. De eerste naoorlogse regering (zonder koning) werd enkele weken later gevormd onder Huberet Pierlot
 
Op 9 september 1944 werd het memorandum van koning Leopold III aan premier Pierlot en aan de minister van Buitenlandse zaken Paul-Henri Spaak overhandigd.
 
Op 20 september 1944 werd prins Karel door de Verenigde Kamers tot regent van het koninkrijk verkozen, omdat zijn broer Leopold III door krijgsgevangenschap in Duitsland in de onmogelijkheid verkeerde om te regeren. Hij legde op 21 september de grondwettelijke eed af en moest zijn taak om redenen zoals hieronder beschreven tot 20 juli 1950 vervullen. Opmerkelijk daarbij was dat prins Karel in 1946 twee miljoen Belgische frank stortte in de kas van de politieke partij van Paul-Henri Spaak om verkiezingen te organiseren (bron: Wikipedia).  
 
Op 13 maart 1945 zette koningin Wilhelmina, die geen Staatshoofd meer was, in Eede (Zeeuws Vlaanderen) weer voet op Nederlandse bodem (Bron: Wikipedia).
 
Van 4 april 1945 tot 24 juni 1945 wordt dr. E. (Jan) de Quay (KVP/RKSP) door Koningin Wilhelmina benoemd tot Nederlands minister van oorlog, wat wettelijk niet kan, want vanaf 18 mei 1940 had Adolf Hitler de regerings-bevoegdheden van Nederland overgenomen (Bron: Parlement & Politiek)  

Op 26 april 1945 nam Dwiggt D. Eisenhower het initiatief voor een ontmoeting tussen 'zijn vertegenwoordigers' enerzijds en aan Duitse kant Seyss-Inquart en Blaskowitz. De Duitsers vermoedden dat het doel van de ontmoeting zou zijn te praten over een Duitse capitulatie en besloten werd dat Blaskowitz niet zou gaan. Een eerste bespreking had plaats op 28 april 1945 in een school in Achterveld bij Hoevelaken. Seyss-Inquart stuurde zijn plaatsvervanger Schwebel; aan Geallieerde kant waren Montgomery's chef-staf, de Guignand, en de organisator van de voedselhulp generaal Galloway aanwezig. (Bron: De Tweede Wereldoorlog)
 
Op 27 april 1945 is Adolf Hitler samen met Eva Braun gevlucht uit zijn bunker in Berlijn, zijn plek zou zijn waargenomen door acteurs en look a likes van Hitler. Vervolgens zou hij zijn gevlucht naar Tonder in Denemarken vandaaruit naar Travemunde in Duitsland en toen is hij doorgevlogen naar Spanje. Vanuit daar konden ze met hulp van generaal Franco vanuit de Canarische eilanden met een duikboot vluchten naar Argentinië. Samen met ongeveer 50 vertrouwelingen van Hitler zou hij in zuid Argentinië aangekomen zijn. Er zijn verklaringen van een Duitse piloot dat hij op 28 april 1945 Hitler en zijn vrouw Eva Braun uit Berlijn heeft weggevlogen (Bronnen: Plazilla, Paradigma, Belang van Limburg). 
 
Het moge u duidelijk zijn dat toen Hitler op 26 april 1945 vernam dat Eisenhower op 28 april 1945 een eerste bespreking in een school in Achterveld bij Hoevelaken zou hebben om te praten over de Duitse capitulatie Hitler daags erop op 27 april 1945 is gevlucht. Dit was bij de Duits generaal Blaskowitz en Rijkscommissaris Seyss-Inquart bekend. Daarom waren Blaskowitz en Seyss-Inquart op 28 april 1945 ook niet op die eerste bespreking aanwezig.
 
Op 28 april 1945 was Seyss-Inquart niet aanwezig bij het overleg om te praten over de Duitse capitulatie omdat hij in het geheim een afspraak had met prins Bernhard. In de dagboek aantekeningen van prof. dr. J. E. de Quay staat daarover letterlijk het volgende geschreven: “Om 11 uur was hij er. Reed meteen weg voor onderhoud met Seijs-Inquart...zoals hij met een woord tegen mij zei. Om vier uur prins terug. Deed verslag van historische bezoek aan hoofdkwartier bij het Canadeesche leger, waar Schwebel aanwezig was. Deze was geblinddoekt door de lijn gebracht. Er was uitsluitend gesproken over voedsel. Morgen zal men beginnen met het droppen uit vliegtuigen.” (Bron: dagboekaantekeningen van prof. dr J. E. de Quay). Het behoeft geen toelichting dat Prins Bernhard met Seijs-Inquart hebben gesproken over de vlucht van Hitler en zijn vrouw Eva Braun en hun plannen m.b.t. tot de zelfmoord op 30 april 1945 van een dubbelganger van Hitler met in zijn testament dat hij Admiraal Dönitz heeft aangewezen als zijn opvolger. 
 
Op 30 april 1945 kwamen bijeen Seyss-Inquart met de generaals Schwebel en Reichelt (chef-staf van de Duitse militaire bevelhebber over bezet Nederland generaal Blaskowitz), generalkommissar Friedrich Wimmer en ambtenaar Liese (van de Liese-Aktion) en zeven hoge Nederlandse ambtenaren, onder wie secretaris-generaal Hans Hirschfeld en de hoge ambtenaar Louwes, die over voedseldistributie gingen. Prins Bernhard nam ook deel en er waren twee Russische waarnemers.
 
Onder leiding van luitenant-generaal Walter Bedell Smith, Amerikaan, vertegenwoordiger van generaal Eisenhower, namen aan de onderhandelingen deel de volgende generaals:
  • Harry Crerar, de opperbevelhebber van het Canadese legerkorps
  • Sir Francis de Guingand, Brit, chef-staf van Montgomery
  • Sir Alexander Galloway, Brit, van Montgomery's 21st Army Group
  • Andrew Geddes, Brits RAF air-commodore, belangrijk organisator van de voedseldropping waaronder die van Operatie Manna op 29 april 1945
  • Charles Foulkes, de Canadese bevelhebber in Nederland, die op 5 mei 1945 de capitulatie van de Duitsers in Wageningen in ontvangst nam
  • Hugh Webb Faulkner, Brits schout-bij-nacht
  • George Kitching, Canadees, vice-chef-staf van generaal Crerar
  • Sir Kenneth Strong, Brit, uit Reims, chef van de inlichtingenafdeling van het geallieerde hoofdkwartier SHAEF
  • Iwan Susloparow, Rus, namens de Sovjet-Unie
  • Sir Edgar Williams, Brit, chef-staf inlichtingen van Montgomery.
Daarnaast namen nog deel volgens de plaquette in Achterveld de officieren kapitein Gooding, mogelijk brigadegenraal Galbride, lt-kol P.H. Tedman (Canadees), lt-kol J. Weidemann (Can.), kol. I. Zenkovitsch (SU).

Er werd niet alleen afgesproken dat er verruimde voedseltransporten zouden plaatsvinden, maar ook werden er regelingen getroffen voor het openstellen van het gehele luchtruim boven Nederland plus het vrijmaken van de Nieuwe Waterweg en de waterweg via Dordrecht en dat vanuit het dan geneutraliseerde Rhenen per dag 1000 ton levensmiddelen over de weg aangevoerd zou worden. De relatieve zwaarte van de delegatie van geallieerde zijde was bedoeld om meteen de capitulatie te regelen, wat echter niet geheel lukte. Het behoeft geen toelichting dat Hitler en andere nazi’s onder deze gecreëerde openstelling van het luchtruim boven Nederland gemakkelijk met een vliegtuig naar Spanje hebben kunnen vluchten. 
 
Bedell Smith werd tijdens de onderhandelingen kwaad op Seyss-Inquart toen deze koppig deed. Hij zei toen Seyss-Inquart niet over een Nederlandse capitulatie wilde spreken: "En als u door uw koppigheid nog meer verliezen aan mensenlevens veroorzaakt bij de geallieerde troepen of de Nederlandse burgers, zult u uw straf moeten ondergaan, en u weet wat dat zal betekenen. U zult worden opgehangen." - "Dat laat me koud", zei Seyss-Inquart. "Dat zal het inderdaad", riposteerde Bedell Smith. Na het overleg trachtte generaal Schwebel buiten Seyss-Inquart alsnog over te halen toch in te gaan op de onderhandelingen over capitulatie, en ging terug naar Bedell Smith die er welwillend tegenover stond (Bron: Wikipedia).
 
Het behoeft geen toelichting dat Seyss-Inquart koppig deed tegenover Bedell Smith. Hij wist namelijk dat Hitler op 27 april 1945 was gevlucht en dat een dubbelganger op 30 april 1945 zelfmoord zou gaan plegen. Om die reden zijn na de zelfmoord van zijn dubbelganger de lijken overgoten met benzine en in brand gestoken, waarbij de sporen zijn uitgewist.
 
Dat Hitler op 30 april 1945 geen zelfmoord heeft gepleegd en het om een ander persoon gaat is uit later onderzoek feitelijk bewezen. De schedel-met-kogelgat die tot nu toe aan Adolf Hitler werd toegeschreven, blijkt van een onbekende Duitse vrouw te zijn. Dat melden diverse Engelse media zondag op basis van Amerikaans onderzoek.
 
Een museum in Moskou bewaarde jarenlang de schedel van Hitler. Zijn half verbrande lichaam werd in 1945 begraven, nadat hij op 30 april 1945 samen met Eva Braun zelfmoord pleegde door een cyanidepil te slikken en zich vervolgens door het hoofd te schieten. Daarna zouden de beide lichamen zijn overgoten met benzine en in brand gestoken, om te voorkomen dat Russische troepen er misbruik van zouden maken. Sommige historici twijfelden aan deze versie van Hitlers’ dood, omdat dit zijn heldenrol nog eens zou bevestigen. Een door de Russen gevonden schedelfragment, inclusief kogelgat, bij de bunker van de nazileider gold lange tijd echter als overtuigend bewijs. Dat was een jaar nadat de lichamen al door de Russen naar Moskou waren overgebracht en daar onderzocht. Tot 1970 werden die bewaard en pas toen door de KGB verbrand tot as.
 
Wetenschappers van de universiteit van Conneticut kregen in september 2009 de mogelijkheid om het bot te onderzoeken. Ze verzamelden niet alleen DNA-monsters, maar trokken ook conclusies op basis van het uiterlijk van het schedelfragment. De onderzoekers kregen een uur de tijd voor hun onderzoek. „Het bot leek erg dun”, verklaarde hoofdonderzoeker Nick Bellantoni in de Engelse krant The Guardian. „Mannelijk bot is normaal gesproken dikker. Bovendien corresponderen de schedelnaden met die van een persoon jonger dan 40 jaar.” De DNA-test bewees vervolgens definitief dat het schedelfragment niet afkomstig kan zijn van Hitler.

Ook is het stuk bot niet afkomstig van Eva Braun. „Waarschijnlijk is het wel van een vrouw tussen de 20 en de 40 jaar, maar er zijn geen aanwijzingen dat Braun zich door het hoofd heeft geschoten of dat iemand anders dat heeft gedaan. De schedel kan van iedereen zijn geweest”, aldus Bellantoni. Hiermee is het bewijs geleverd dat  Hitler niet in de bunker is overleden (Bron: Reformatorisch Dagblad).

 
Dit geeft ook een verklaring voor het feit dat terwijl Seyss-Inquart nog in Achterveld over details confereerde, de Führer zelfmoord pleegde, na per testament Admiraal Dönitz te hebben aangewezen als zijn opvolger, waarop hij concludeerde dat capitulatie onvermijdelijk was (Bron: De Tweede Wereldoorlog).
 
Op 2 mei 1945 werden de Protocollen van Achterveld werden in Wageningen ondertekend (Bron: Wikipedia)
 
Op 2 en 3 mei 1945 Admiraal Dönitz, die in het testament de opvolger van Hitler was, ontbood Seyss-Inquart naar Flensburg te komen; deze had een dag eerder Dönitz geïnformeerd over zijn contact met Bedell-Smith. Van Dönitz kreeg hij de opdracht zijn contacten voort te zetten maar wegens slecht weer kon de boot in de nacht van 3/4 mei niet uitvaren (Bron: De Tweede Wereldoorlog). 
 
Op 4 mei 1945 om 9 uur kwam adjudant majoor Molenaar bij minister van Oorlog Jan De Quay binnen met het bericht dat de Duitsers in Nederland, Denemarken en NW Duitsland hadden gecapituleerd (Bron: dagboekaantekeningen van prof. dr J. E. de Quay). Direct daarna, dezelfde dag nog, werd Seyss-Inquart in Hamburg gearresteerd en overgebracht naar Delden om verhoord te worden door generaal Crerar, de commandant van het eerste Canadese leger, die zijn hoofdkwartier toen nog op kasteel Twickel had. Seyss-Inquart werd bewaakt door Canadese soldaten en gevangen gezet in een tent bij de watertoren, tot groot genoegen van de Deldense bevolking, die belangstellend kwam kijken. (Bronnen: Scholieren, Europese Bibliotheek). Op deze wijze moest naar de Nederlandse bevolking toe de indruk worden gegeven dat Nederland was bevrijd, met de voorkennis en wetenschap dat nadien het Hitler-kabinet en daarmee de Nazi’s vanuit Nederland zijn doorgegaan omdat Adolf Hitler niet dood was en tot 1962 heeft geleefd (Bron: Paradigma).
 
5 mei 1945 Rijkscommissaris Seyss-Inquart moest in Nederland (Delden) zijn om (onder dwang!) Jan Donner (de grootvader van Piet Hein Donner) te benoemen tot lid van de Hoge Raad. Hij was de enige persoon die daartoe bevoegd was omdat Adolf Hitler nog in leven was en Jan Donner op 13 maart 1944 ontslag heeft genomen als raadsheer, zonder afstand te nemen van het beleid van de Hoge Raad tijdens de bezetting (Bron: Europa Nu). Adolf Hitler heeft na zijn spectaculaire ontsnapping namelijk nog 17 jaar gewoond op een ranch in San Carlos de Bariloche (Patagonia), waar hij in 1962 is overleden (Bron: Paradigma). 
 
Na de Tweede Wereldoorlog: 
 
Op 5 mei 1945 wordt in Nederland gevierd dat Duitsland op 5 mei capituleerde in West-Nederland. Op die datum zou in Hotel De Wereld te Wageningen de capitulatie zijn getekend tussen de Duitse generaal Johannes Blaskowitz en de Canadese generaal Charles Foulkes, in het bijzijn van Prins Bernhard. De overeenkomst werd op 6 mei getekend in de naast Hotel de Wereld gelegen Aula van de toenmalige Landbouwhogeschool. Prins Bernhard was daarbij niet aanwezig. De akte zelf, aanwezig in het Gemeentearchief Wageningen, is gedateerd Wageningen 5 mei 1945. 
 
In werkelijkheid betrof het slechts een overeenkomst over de technische uitwerking voor Duitse troepen in Nederland van de capitulatie op 4 mei van Duitse troepen in noordwest-Europa. (bron: Wikipedia). Hiermee is het bewijs geleverd dat door toedoen van Prins Bernhard niemand namens het Nederlands Staatshoofd en/of Regering de capitulatie van Duitsland (het Hitler-kabinet) heeft ondertekend en ook niemand bij de ondertekening door de niet gemachtigde Duitse generaal Johannes Blaskowitz en de Canadese generaal Charles Foulkes aanwezig is geweest. Dit kon ook niet want Adolf Hitler was nog in leven en Rijkscommissaris Seyss-Inquart die op deze dag Jan Donner (ARP) als raadsheer bij de Hoge raad heeft benoemd in Nederland (Delden) was.

Op 6 mei 1945 om 18:00 uur stemde opperbevelhebber generaal Dwight D. Eisenhower namens de geallieerde strijdkrachten in met een complete onvoorwaardelijke overgave. Dit met de wetenschap dat Nederland nog bezet was omdat Adolf Hitler in leven was en Rijkscommissaris Seyss-Inguart in Nederland verbleef.
 
Op 7 mei 1945 werd koning Leopold III bevrijd door het Amerikaanse leger. Hij wilde meteen terugkeren naar België, maar de ministers vonden dat geen goed idee. Dit kwam Paul-Henri Spaak als minister van Buitenlandse Zaken onder Achille Van Acker om bovengenoemde redenen slecht uit. Het was namelijk Paul-Henri Spaak:
 
-       die als minister van Buitenlandse Zaken in de Regering-Van Zeeland II samen met Koning Leopold III na de opzegging van Frans-Belgisch Militair Akkoord op 6 maart 1936 tijdens zijn toespraak de nieuwe neutraliteitspolitiek van België had geformuleerd.
 
-       die als minister van Buitenlandse Zaken op 10 mei 1940 met de regering Regering-Pierlot III vluchtte naar Frankrijk die op 3 september 1939 de oorlog met Duitsland had verklaard en vanuit Frankrijk ging vechten tegen Duitsland. Daarmee heeft Paul-Henri Spaak zijn eerdere opzegging van het Belgisch Militair Akkoord op 6 maart 1936 overtreden en de nieuwe neutraliteitspolitiek van België in zeer ernstige mate overtreden.
 
-       die als minister van Buitenlandse Zaken, Informatie en Propaganda in de Regering-Pierlot in Londen op 5 september 1944, buiten Belgisch koning Leopold III en Groothertogin Charlotte van Luxemburg om, samen met Mr. B.Ph. Baron van Harinxma thoe Slooten de Nederlands-Belgische-Luxemburgse Douane-overeenkomst hebben gesloten om daarmee België en Luxemburg na de oorlog, vanuit het daarop gebaseerde Benelux-verdrag, te verbinden aan het vanuit Nederland voortgezette Hitler-kabinet.
 
-       die op 9 september 1944 uit handen van koning Leopold III zijn op 25 januari 1944 opgestelde testament heeft ontvangen, waarin koning Leopold III de excuses van de regering in ballingschap voor de gebeurtenissen van 1940 eiste en alle in Londen afgesloten verdragen (overeenkomsten) had verworpen.
Om na de Tweede Wereldoorlog vanuit de Benelux het Nazi-regime van Hitler te kunnen voortzetten:
-       mocht koning Leopold III op 7 mei 1945 niet terugkeren naar België en moest hij tot 22 juli 1950 naar Pregny in Zwitserland worden verbannen.
 
-       mocht zijn op 25 januari 1944 opgestelde testament pas vijf jaar later in 1949 bekend worden gemaakt. Daarom werd prins Karel, de broer van Leopold III, verkozen tot regent.
 
Paul-Henri Spaak als minister van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel in de regering Regering-Pierlot V heeft daarmee Koning Leopold III in een "onmogelijkheid om te regeren" gebracht en daarmee in zeer ernstige mate gehandeld in strijd met de Belgische Grondwet.
 
Op deze wijze heeft Paul Henri Spaak in de volgende regeringen:
 
-       vanaf 12 februari 1945 tot 2 augustus 1945 als minister van Buitenlandse Zaken in  regering Regering-Van Acker I;
 
-       vanaf 2 augustus 1945 tot 13 maart 1946 als minister van Buitenlandse Zaken in regering Regering-Van Acker II;
 
-       vanaf 13 maart 1946 tot 31 maart 1946 als Premier en minister van Buitenlandse Zaken in Regering-Spaak II;
 
-       vanaf 31 maart 1946 tot 3 augustus 1946 als minister van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel in Regering-Van Acker III;
 
-       vanaf 3 augustus 1946 tot 20 maart 1947 als minister van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel in Regering-Huysmans;
 
-       vanaf 20 maart 1947 - 27 november 1948 als Premier en minister van Buitenlandse Zaken in Regering-Spaak III;
 
-       vanaf 27 november 1948 tot 11 augustus 1949 als Premier en minister van Buitenlandse Zaken in Regering-Spaak IV;
zich met verdragen kunnen verbinden aan de Verenigde Naties (24 oktober 1945) en de NAVO (4 april 1949) en de neutraliteit (onafhankelijkheid) van België kunnen afnemen in strijd met het door Koning Leopold III opgestelde testament. Pas daarna mocht de inhoud van het op 25 januari 1944 door Koning Leopold III opgestelde testament bekend worden gemaakt en mocht Koning Leopold III op 20 juli 1950 terugkeren vanuit Zwitserland waar hij door toedoen van Paul Henri Spaak vanaf 7 mei 1945 in ballingschap heeft moeten leven.
 
Paul Henri Spaak werd om die reden dan ook:
-       in 1946 benoemd als eerste president van de “United Nations General Assembly” (bron: Wikipedia);
 
-       vanaf 1949-1951 (na Édouard Herriot als interim) benoemd als eerste president van de “Parliamentary Assembly of the Council of Europe (bron: Wikepedia);
 
-       vanaf 1952-1954 benoemd als eerste president van het Europese Parlement (bron: Wikepedia);
 
-       vanaf 23 april 1954 tot 26 juni 1958 benoemd als minister van Buitenlandse Zaken in regering Regering-Van Acker IV;
 
-       vanaf 16 mei 1957-21 april 1961 benoemd als secretaris-generaal bij de NAVO, na Lord Ismay uit het Groot-Brittannië (bron: Wikipedia);
 
-       vanaf maar 25 april 1961 tot 28 juli 1965 als vice-premier en minister van Buitenlandse Zaken in regering de Regering-Lefèvre (bron: Wikipedia);
Op 24 juni 1945 werd onder Adolf Hitler door de opvolgende Rijkscommissaris koningin Wilhelmina in Nederland het eerste naoorlogse kabinet “Schermerhorn-Drees” benoemd. Om de Nederlanders gerust te stellen werd verteld dat het om een 'nood-kabinet' ging dat orde op zaken moest stellen na de Duitse bezetting, het economisch herstel ter hand moest nemen, en verkiezingen moest voorbereiden. Het kabinet-Schermerhorn-Drees bestond uit ministers van de SDAP (in 1946 met de VDB en CDU samengegaan in de PvdA), de CHU'er Lieftinck (later PvdA) en RKSP (later KVP), alsmede vijf partijloze ministers, van wie er later twee PvdA-lid werden. Minister-president Schermerhorn was afkomstig uit de kring van de VDB. Dit betekent dat Adolf Hitler vóór 24 juni 1945 koningin Wilhelmina moet hebben aangesteld als opvolger van de gevangen genomen Seyss-Inquart. Dit mocht nooit uitkomen. Om die reden is Seyss-Inquart daarna overgeplaatst naar Bad Mondorf in Luxemburg waar alle oorlogsmisdadigers voorlopig werden verzameld voor een van de eerste vooronderzoeken die later tot het Neurenbergproces leidden (Bron: Scholieren). Seyss-Inquart bevond zich onder de 22 oorlogsmisdadigers die tijdens het Proces van Neurenberg werden berecht; hij werd op 1 oktober 1946 op drie van de vier aanklachten schuldig bevonden en op 16 oktober 1946 ter dood gebracht (Bron: Wikipedia).
 
Op deze wijze heeft men weten te realiseren dat Adolf Hitler vanuit Argentinië zijn oorlog op een ogenschijnlijke vreedzame wijze via Koningin Wilhelmina en haar opvolgers Koningin Juliana en Beatrix heeft kunnen voortzetten. Degene die hiervoor verantwoordelijk is, is Jan Donner die zich op 5 mei 1945 door Rijkscommissaris Seyss-Inquart heeft laten benoemen tot raadsheer bij de Hoge Raad. Hij heeft daarmee weten te bewerkstelligen dat koningin Wilhelmina op deze wijze heeft kunnen terugkeren als Nederlands staatshoofd en als voorzitter van de Nederlandse Raad van State. Dit betekent dat de familie Donner (Jan Donner, Adré Donner en Piet Hein Donner) daarmee de opvolgende koninginnen Wilhelmina, Juliana en Beatrix, volledig in gijzeling heeft en daarmee een volledige dictatoriale macht over het Koninklijk Huis en Nederland heeft. Daarmee is ook glashelder dat Piet Hein Donner in 2012 de nieuwe Vice-President van de Nederlandse Raad van State moest worden. Daartoe heeft hij Koningin Beatrix verplicht.
 
Van 24 juni 1945 tot 3 juli 1946: omdat Nederland vanaf 18 mei 1940 Grondwettelijk niet meer bestaat kon er in Nederland na de oorlog geen democratische verkiezingen worden uitgeschreven. Daarom heeft Koningin Wilhelmina, als opvolger van Adolf Hitler, het eerste naoorlogse kabinet Schermerhom-Drees ((bestond uit ministers van de SDAP (in 1946 met de VDB en CDU samengegaan in de PvdA), de CHU'er Lieftinck (later PvdA) en RKSP (later KVP), alsmede vijf partijloze ministers, van wie er later twee PvdA-lid werden)) zelf benoemd. Het Hitler-kabinet is daarmee onder haar leiding als staatshoofd voortgezet. Dit opvolgende Hitler-kabinet was een 'koninklijk' kabinet en wordt ook wel een 'nood-kabinet' genoemd. Om dit voortgezette Hitler-kabinet op voormalig Nederlands grondgebied onder leiding van voormalig Nederlands staatshoofd koningin Wilhelmina te kunnen blijven voortzetten was het noodzakelijk dat het volgende kabinet werd gevormd door de PvdA als opvolger van het Duitse NSDAP en de KVP omdat kardinaal Pacelli (latere Paus Pius XII) en Franz von Papen, vice-kanselier van Duitsland, onder rijkskanselier Adolf Hitler (sinds 30 januari 1933), op 8 juli 1933 het Rijksconcordaat heeft ondertekend, met in artikel 14 de volgende passage:

"De benoemingen van aartsbisschoppen, bisschoppen en dergelijken zullen niet eerder worden bekendgemaakt dan nadat de rijksstadhouder zich er naar behoren van vergewist heeft dat er geen bezwaren van algemeen politieke aard bestaan. " 

Kardinaal Pacelli verleende Franz von Pape daarvoor de hoge pauselijke onderscheiding van het grootkruis van de orde van Pius. Hierdoor was het voor Hitler mogelijk om een éénpartijregime te voeren, met de steun van het Vaticaan, omdat het Vaticaan de steun aan de Deutsche Zentrumspartei onttrok (bron: wikipedia). Vanaf dat moment had het Hiltler-kabinet “Het stichten van het grote Duitse Rijk” of“ Europese Unie”, wat vanaf 5 mei 1945 vanuit voormalig Nederlands grondgebied is voortgezet onder aansturing van de Nederlandse staatshoofden koningin Welhelmina, Juliana en Beatrix de volledige macht over de Rooms-katholieke Kerk, de grootste christelijke Kerk ter wereld. Dit des te meer voormalig kardinaal Pacelli vanaf 1939-1958 Paus Pius XII was. Paus-Johannes Paulus I wilde in 1978 hierin verandering brengen en is daarom 33 dagen na zijn aantreden met arsenicum vergiftigd (video1) (video2) (video3(bron: Hertstel De Republiek 13 mei 2012).

Moest hij daarom op 16 augustus 1978 worden opgevolgd door Karol Józef Wojtyła (Paus Johannes Paulus II) die net als SS-nazi Bernhard van Lippe-Biesterfeld (Prins van Oranje) voor IG Farben werkte. (bronnen: board Question #57569 en Telegraaf 8 maart 2010). Ten tijde van de opkomst van Hitler was de holding IG-Farben – Interessengemeinschaft Farben– de machtigste economische organisatie van Duitsland. De groep zocht al vlug toenadering tot de opkomende Adolf Hitler en zou tijdens de tweede wereldoorlog nauw samenwerken met het Nazi-regime. Zo besloot IG Farben op 22 februari 1941 onder meer om in Auschwitz de fabriek Buna Werken te bouwen, waar gebruik gemaakt kon worden van dwangarbeiders. IG Farben was een groot kartel van een aantal Duitse bedrijven, met onder meer BASF, Bayer, Hoechst, Agfa, Casella, Huels en Kalle. Dat conglomeraat was één van de grote financiers van Hitlers opgang en dat zou in de aanloop naar en tijdens het verloop van de tweede wereldoorlog tot een intense samenwerking leiden. Zo leverde IG Farben de explosieven en de synthetische gasbenzine voor het Duitse leger. Volgens een aantal experts zou Hitlers oorlogsvoering zonder IG Farben zelfs niet mogelijk zijn geweest (bron: Managing21 van 22-02-05). Paus-Johannes Paulus II (heeft als eerste paus de Bilderberg conferentie van 3 tot 6 juni 1999 bijgewoond in Sinta, Portugal, waarbij ook koningin Beatrix, Boris Yeltsin, Bill Clinton, Steven Spielberg, Ted Turner en Nederlands Minister President Wim Kok (PvdA) aanwezig waren). Het is daarbij goed te weten dat kort daarna in oktober 2001 de Club van Madrid is opgericht. Dit is een club die bestaat uit 70 voormalige staatshoofden onder voorzitterschap van Wim Kok (PvdA). Gezien de inhoud van dit schrijven moge u duidelijk zijn dat die club niet is opgericht om de wereldwijde democratie te versterken, zoals wordt geschreven.

Op 26 juni 1945 werd Nederland onder Adolf Hitler door opvolgend Rijkscommissaris koningin Wilhelmina samen met de volgende 50 landen: Argentinië, Australië, België, Bolivia, Brazilië, Wit-Rusland, Canada, Chili, China, Colombia, Costa Rica, Cuba, Denemarken, Dominicaanse Republiek, Ecuador, Egypte, El Salvador, Ethiopië, Filipijnen, Frankrijk, Griekenland, Guatemala, Haïti, Honduras, India, Irak, Iran, Joegoslavië, Libanon, Liberia, Luxemburg, Mexico, Nieuw-Zeeland, Nicaragua, Noorwegen, Oekraïne, Panama, Paraguay, Peru, Polen, Saoedi-Arabië, Sovjet-Unie, Syrië, Tsjecho-Slowakije, Turkije, Uruguay, Venezuela, Verenigde Staten, Verenigd Koninkrijk en Zuid-Afrika het Handvest van de Verenigde Naties lid van de Verenigde Naties, welke op 24 oktober 1945 van kracht is geworden, toen door vijf permanente leden van de Veiligheidsraad - China, de Sovjet-Unie, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika - en een meerderheid van de overige 46 lidstaten het verdrag hadden geratificeerd. Als grondwet zijn alle landen die het handvest ondertekenen verplicht het verdrag na te leven. Momenteel hebben alle lidstaten het handvest geratificeerd, waardoor de VN nu 193 leden telt. Daarnaast heeft ook een aantal interstatelijke, internationale of non-gouvernementele organisaties een vertegenwoordiging, zoals de Europese Unie en het Rode Kruis (bron: wikipedia).
 
Enkel soevereine naties kunnen lid worden van de Verenigde Naties. Het Handvest van de Verenigde Naties is de grondwet van de internationale organisatie der Verenigde Naties (bron: wikipedia).   Geschiedvervalsing heeft ervoor gezorgd dat vanuit Argentinië onder Adolf Hitler (waar Adolf Hitler in 1962 is overleden) door opvolgend Rijkscommissaris koningin Wilhelmina vanuit het “niet” soevereine Nederland via de Verenigde Naties de Tweede wereldoorlog geruisloos op wereldschaal heeft kunnen worden voorgezet (bron: Gazet van Antwerpen).
 
Tot 1 augustus 1945 in de oorlogsjaren 1943/1944 tot 1 augustus 1945 spande Frans Houben (de vader van Frank Houben) zich bijzonder in voor de financiële ondersteuning van gezinnen in krijgsgevangenschap en in Groot-Brittannië verblijvende militairen. In de oorlogswinter van 1944/1945 was hij betrokken bij het organiseren van voedselhulpacties ten behoeve van het hongerende westelijke landsdeel.
 
Vanaf 1 augustus 1945 was Frans Houben, secretaris Nederlandsche Rode Kruis afdeling ’s-Gravenhage en lid Raad van Commissarissen KLM (bron: EuropaNu). Met de hierboven beschreven wetenschap was het voor Frans Houben (KVP: Katholieken) in nauwe afstemming met Jan Donner (ARP: Gereformeerden) vanuit het in 1940 opgezette Interkerkelijk Overleg (IKO) om met behulp van paspoorten van het Internationale Rode Kruis te Genève Nazi-kopstukken met Nederlandse KLM vliegtuigen vanuit Zurich te laten vluchten naar Argentinië, dan wel met Nederlandse schepen vanuit de Italiaanse havensteden Genua en Rome. Zo heeft het Rode Kruis met de hulp van Frans Houben tot en met 1948 maar liefst 63.750 reisdocumenten aan de Nazi’s kunnen afgegeven en hebben die Naties via de landen die lid zijn van de Verenigde Naties met behulp van vliegtuigen en schepen onder Nederlandse vlag kunnen vluchten naar andere VN-landen, waaronder Argentinië, Colombia, Bolivia, Brazilië,  Chili, Costa Rica, Ecuador, El Salvador, Guatemala, Nicaragua, Panama, Paraguay, Peru,  Uruguay, Venezuela (bronnen: Gerard's WOII blog en Volkskrant).  Het gaat onder meer om Adolf Eichman, Josef Mengele, Franz Stangl, Klaus Barbie, Willem Sassen en Erich Priebke (bronnen: Gerard’s WOII blog en Vlaamse Vrienden van Israël).

Adolf Eichmann was in 1950 met het Italiaanse schip Giovanni in Buenos Aires aangekomen en had zich sindsdien afzijdig gehouden van de grote nazi-klieks die bijeenkwamen in de verschillende Duitse Clubs. Eichmann wilde graag zijn ervaringen op papier zetten om zo aan de wereld zijn door hem beleden onschuld te tonen. De interviews die volgden werden op band vastgelegd en zouden na de ontvoering van Eichmann in mei 1960 voor veel geld aan verschillende media worden verkocht. De grond werd hem echter te heet onder zijn voeten toen men binnen de nazi-kringen aannam dat Willem Sassen mogelijk betrokken was bij de ontvoering van Eichmann. Hij zou aan de Mossad informatie omtrent de verblijfplaats van Eichmann hebben verklikt. Door deze mogelijke implicatie vluchtte Willem Sassen voor twee jaar naar Rome om aan eventuele wrekers te ontkomen. Na twee jaar keerde Willem Sassen terug en ging hij wapens importeren. Hij werd vertegenwoordiger van het Oostenrijkse concern Steyr-Daimler-Puchvoor heel Latijns-Amerika. Willem Sassen bezat nu een Duits paspoort, waarmee hij af en toe voor transacties en familiebezoek naar Duitsland en Nederland afreisde. Willem Antonius Maria Sassens straf was rond 1976 verjaard en hij kwam sindsdien dus niet meer in aanmerking voor strafvervolging. Volgens de toenmalige Officier van Justitie De Beaufort is de zaak Willem Sassen verjaard:'Hij mag zich vrijelijk in zijn vaderland ophouden.' In België heeft hij echter bij verstek de doodstraf gekregen, in Nederland slechts 20 jaar ontzegging uit de journalistiek (bron: Go2War2).
 
Dit hebben Jan Donner  en Frans Houben allemaal met de volledige medewerking van Koningin Wilhelmina en Prins Bernhard gedaan. Dit was namelijk voor Koningin Wilhelmina de enige mogelijkheid om als koningin terug te keren naar Nederland omdat door het vluchten van de  Nederlandse regering en staatshoofd Koningin Wilhelmina naar Londen ingevolge artikel 21 van de Nederlandse Grondwet de Nederlandse regering zichzelf daarmee vanaf 13 mei 1940 heeft opgeheven en Nederland onderdeel van Duitsland was geworden wat werd aangestuurd vanuit Hitler-Kabinet. Adolf Hitler is pas echt overleden op 13 februari 1962 om 15.00 uur in het bijzijn van zijn lijfarts Otto Lehmann, wat betekent dat Koningin Wilhelmina en daarna Juliana tot die tijd rechtstreeks zijn aangestuurd geweest door Adolf Hitler vanuit Argentinië (bron: Nieuws-uitgelicht). 
 
Frans Houben verbleef vanaf 1911 op het internaat van het Bisschoppelijk College te Roermond. Hier deed hij in 1920 - gelijktijdig met Louis Beel op de ß-afdeling - eindexamen gymnasium--A. Vervolgens vervulde hij zijn dienstplicht met twee maanden effectieve dienst in de Maastrichtse Tapijnkazerne. In 1920 liet hij zich inschrijven voor de rechtenstudie aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. Hij was actief in het studentenleven en bekleedde onder andere in 1923/1924 het presidium van de katholieke studentenvereniging 'Veritas'. Gedurende ruim twee jaar woonde Houben in Utrecht op hetzelfde adres als Jan Eduard de Quay.
 
Na zijn doctoraal examen in mei 1926 verkreeg hij in de herfst van dat jaar de functie van tweede secretaris van de Algemeene Roomsch-Katholieke Werkgeversvereeniging (ARKWV) in Den Haag, onder algemeen secretaris L.G. Kortenhorst, wellicht mede dank zij de invloed van G.F.H. Houben, een neef van zijn vader, die op dat moment voorzitter van de katholieke werkgevers in het bisdom Roermond en lid van het hoofdbestuur en dagelijks bestuur van de ARKWV was. Gedurende de tweeëneenhalf jaar dat hij in dienst was van de katholieke werkgevers vertegenwoordigde Houben de ARKWV in de R.K. Emigratie Vereeniging, het hoofdbestuur van de stichting Katholieke Radio Omroep en in verscheidene raden en commissies, zoals de Commissie van Bijstand voor de Arbeidsbemiddeling. Vanaf januari 1929 tot aan de Tweede Wereldoorlog was Houben belast met het secretariaat van de in 1924 opgerichte Raad van Overleg voor de R.K. Sociale Organisaties, een instelling waarin de vier grote katholieke standsorganisaties van werkgevers, arbeiders, boeren en middenstanders waren vertegenwoordigd en die zich ten doel stelde op sociaal-economisch terrein over concrete punten zo mogelijk één gedragslijn te bepalen.
 
Op 1 mei 1929 verliet Houben - na ontslag op de meest eervolle wijze - de ARKWV om als jurist een betrekking in het bedrijfsleven te aanvaarden. Hij werd directiesecretaris van de brouwerij 'De Drie Hoefijzers' te Breda en tevens directeur van een aantal dochtermaatschappijen van deze onderneming, waaronder een door haar geëxploiteerde hotelketen. Gelijktijdig met de indiensttreding bij de Bredase brouwerij verhuisde de inmiddels gehuwde Houben van Den Haag naar Rijswijk, om in december 1938 met vrouw en kinderen in de residentie terug te keren.
 
In de jaren dertig maakte Houben zich verdienstelijk op sociaal en charitatief terrein. Terwijl zijn oudste broer, Joannes Josephus Antonius Hubertus, van 1931 tot 1938 als vice-voorzitter van de Roomsch-Katholieke Staatspartij optrad, was Frans Houben secretaris van de Haagse afdeling van het Nederlandsche Roode Kruis, voorzitter van het R.K. Maatschappelijk Gezinszorgwerk in Den Haag en gedelegeerde voor het Roode-Kruisziekenhuis aldaar. Tijdens de mobilisatie van augustus 1939 tot mei 1940 diende hij als kapitein bij de staf van het Eerste Leger Korps in Den Haag, waar hij het bombardement op de Alexanderkazerne meemaakte. Op 17 juni 1942 promoveerde hij te Utrecht bij prof. C.W. Star Busmann tot doctor in de rechtsgeleerdheid op het proefschrift Het certificaat.
 
In de oorlogsjaren 1943/1944 spande Houben zich bijzonder in voor de financiële ondersteuning van gezinnen van in krijgsgevangenschap en in Groot-Brittannië verblijvende militairen. In de oorlogswinter van 1944/1945 was hij betrokken bij het organiseren van voedselhulpacties ten behoeve van het hongerende westelijke landsdeel. Door het Interkerkelijk Overleg (IKO) werd toen, met verlof van de bezetter, een aparte organisatie in het leven geroepen: de plaatselijke Interkerkelijke Bureaus (IKB's) onder leiding van het centraal IKB in Den Haag. Aan de Haagse centrale was Houben als secretaris verbonden. Deze kerkelijke hulpactie kwam op 1 augustus 1945 tot een einde. Na de oorlog aanvaardde hij - en dit lag in het verlengde van zijn werk voor het IKB - het diocesaan voorzitterschap van de Katholieke Actie in het bisdom Haarlem onder de almachtige diocesaan directeur J.Th.M. Kraakman.
 
Op voordracht van premier en minister van Binnenlandse Zaken L.J.M. Beel werd Houben bij K.B. van 28 november 1946 door koningin Wilhelmina tot haar commissaris in de provincie Limburg benoemd met ingang van 1 januari 1947. Dit ambt zou hij gedurende zeventien jaar gewetensvol vervullen. De nieuwe gouverneur kwam in een Limburg dat benoorden Sittard zwaar door de oorlogshandelingen was gehavend. Wederopbouw en herstel vormden dan ook de kern van Houbens program om de groeiende bevolking aan woningen en werk te helpen. De gouverneur stond in de eerste plaats een actieve industriepolitiek voor, terwijl ook het belang van goede huisvesting voor een menswaardig en gelukkig leven door hem werd onderstreept. Hierin, en wellicht meer nog in zijn beduchtheid voor ontwortelingsverschijnselen ten gevolge van de industrialisatie, deed zich zijn Katholieke-Actie-achtergrond kennen. Tijdens Houbens ambtsperiode zouden op den duur reeds donkere wolken boven de Limburgse mijnindustrie samenpakken. 
 
De gouverneur betoonde zich steeds een groot voorstander van samenwerking over de landsgrenzen heen. Vooral de banden met Belgisch Limburg werden door hem aangehaald. Ook het belang van vorming en onderwijs voor de regio, ongeacht of het om Mater-Amabilisscholen, ambachtsscholen of het door hem sterk bepleite hoger onderwijs ging, had zijn warme belangstelling. Houbens onophoudelijk ijveren voor de vestiging van een dépendance van de Rooms Katholieke Universiteit te Nijmegen voor prekandidaatsstudies in Limburg lijkt te zijn afgeketst op verzet van de Sint-Radboudstichting, met name van de voorzitter van haar raad van bestuur R.R. Post. 
 
Met ingang van 1 januari 1964 trad Houben als commissaris van de Koningin terug wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Hij nam afscheid van Limburg en vestigde zich weer in Den Haag. Gouverneur Houben, en met hem zijn gezin, stond op zeer goede voet met de koninklijke familie. Koningin Juliana benoemde hem tot haar kamerheer in buitengewone dienst. Overigens was dit niet de enige nevenfunctie die hij tijdens zijn leven bekleedde. Zo was hij onder meer vice-voorzitter van het Koningin Wilhelminafonds, curator van de Rooms Katholieke Universiteit te Nijmegen en van de Katholieke Economische Hogeschool te Tilburg, lid van de raad van bestuur van Unilever en lid van de raad van commissarissen van de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij. Op 25 september 1976 overleed Houben in Den Haag. Zijn uitvaartdienst en begrafenis volgden vier dagen later in Maastricht (bron: Historici.nl)
 
Op 24 oktober 1945 is Verenigde Naties opgericht. Heden zijn de volgende 193 lidstaten aangesloten bij de Verenigde Naties: Afghanistan, Albanië, Algerije, Andorra, Angola, Antigua en Barbuda, Argentinië, Armenië, Australië, Azerbeidzjan, Bahama's, Bahrein, Bangladesh, Barbados, België, Belize, Benin, Bhutan, Bolivia, Bosnië en Herzegovina, Botswana, Brazilië, Brunei, Bulgarije, Burkina Faso, Burundi, Cambodja, Canada, Centraal-Afrikaanse Republiek, Chili, China, Colombia, Comoren, Congo-Brazzaville, Costa Rica, Cuba, Cyprus, Democratische Republiek Congo, Denemarken, Djibouti, Dominica, Dominicaanse Republiek, Duitsland, Ecuador, Egypte, El Salvador, Equatoriaal-Guinea, Eritrea, Estland, Ethiopië, Fiji, Filipijnen, Finland, Frankrijk, Gabon, Gambia, Georgië, Ghana, Grenada, Griekenland, Guatemala, Guinee, Guinee-Bissau, Guyana, Haïti, Honduras, Hongarije, Ierland, IJsland, India, Indonesië, Irak, Iran, Israël, Italië, Ivoorkust, Jamaica, Japan, Jemen, Jordanië, Kaapverdië, Kameroen, Kazachstan, Kenia, Kirgizië, Kiribati, Koeweit, Kroatië, Laos, Lesotho, Letland, Libanon, Liberia, Libië, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Macedonië, Madagaskar, Malawi, Maldiven, Maleisië, Mali, Malta, Marokko, Marshalleilanden, Mauritanië, Mauritius, Mexico, Micronesia, Moldavië, Monaco, Mongolië, Montenegro, Mozambique, Myanmar, Namibië, Nauru, Nederland,[28] Nepal, Nicaragua, Nieuw-Zeeland, Niger, Nigeria, Noord-Korea, Noorwegen, Oeganda, Oekraïne, Oezbekistan, Oman, Oostenrijk, Oost-Timor, Pakistan, Palau, Panama, Papoea-Nieuw-Guinea, Paraguay, Peru, Polen, Portugal, Qatar, Roemenië, Rusland, Rwanda, Saint Kitts en Nevis, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines, Salomonseilanden, Samoa, San Marino, Sao Tomé en Principe, Saoedi-Arabië, Senegal, Servië, Seychellen, Sierra Leone, Singapore, Slovenië, Slowakije, Soedan, Somalië, Spanje, Sri Lanka, Suriname, Swaziland, Syrië, Tadzjikistan, Tanzania, Thailand, Togo, Tonga, Trinidad en Tobago, Tsjaad, Tsjechië, Tunesië, Turkije, Turkmenistan, Tuvalu, Uruguay, Vanuatu, Venezuela, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Arabische Emiraten, Verenigde Staten, Vietnam, Wit-Rusland, Zambia, Zimbabwe, Zuid-Afrika, Zuid-Korea, Zuid-Soedan, Zweden en Zwitserland.
 
Volgens eigen zeggen betreft de Verenigde Naties een intergouvernementele organisatie die samenwerkt op het gebied van het internationale recht, mondiale veiligheid, behoud van mensenrechten, ontwikkeling van de wereldeconomie en het onderzoek naar maatschappelijke en culturele ontwikkelingen. Dit kan onmogelijk het geval zijn zolang Nederland lid is van deze Verenigde Naties, gezien het feit dat vanuit Nederland is geregeld dat na de tweede wereldoorlog de Nazi’s zijn doorgegaan, waardoor miljarden wereldbewoners bewust worden uitgeroeid met kankerverwekkend gif via bestrijdingsmiddelen als Agent Orange, superwolmanzout-CO (2Vandaag) en Roundup (genetsche manipulatie),  Xentari-WG, Chemtrails, geneesmiddelen, vaccins, cosmetica producten.
 
Op 3 juli 1946 beëdigd koningin Wilhelmina als opvolger van Seyss-Inquart onder aansturing van Adolf Hitler vanuit Argentinië de nieuwe illegale bewindslieden uit het kabinet-Beel I. Dit illegale kabinet Beel I (thans: CDA, PvdA) benoemd op 8 november 1946 Jan Donner tot president van de illegale Hoge Raad der Nederlanden dat hij tot 1 maart 1961 is gebleven. Als waardering daarvoor heeft Louis Beel (RKSP, thans: CDA) vanaf 1959- 1972 vice-president van de illegale Raad van State mogen zijn en vanaf van 21 november 1956 tot 11 februari 1977 Minister van Staat (adviseur van koningin Juliana).
 
Na 8 november 1946 beslist de Centrale Zuiveringsraad onder voorzitterschap van illegaal president  mr. dr. Jan Donner van de Hoge Raad dat de economische collaborateurs als Damme (maar ook Philips voerde orders uit voor Duitse organisaties) niet zouden worden vervolgd. Damme sr. is echter in 1949 'geclausureerd en onvoorwaardelijk' buiten vervolging gesteld. De reden daarvoor luidt volgens Melhuizen als volgt: 

'In de zaak Werkspoor zijn belangrijke maatschappelijke krachten achter de schermen actief geweest om de rechtsgang te beïnvloeden.' Dat kwam onder meer omdat Damme sr. een vooraanstaand lid was van het 'wij circuit': Hij was voorzitter van de Stichting van de Arbeid, commissaris van de Nederlandsche Bank en bevriend met de socialistische premier Willem Drees, met de liberale politicus en werkgeversvoorzitter mr. D. U. Stikker en kwam bij prins Bernhard over de vloer.
Bovendien was Werkspoor in de race om voor 200 miljoen gulden aan spoorwegmaterieel aan Argentinië te leveren. In die tijd een mega-order, die zeer van belang werd geacht voor de wederopbouw van ons land. En daarmee had het kabinet Drees een belangrijk argument in handen om Damme sr., zoals zoveel andere vooraanstaande industriëlen, te ontzien. Het land moest weer opgebouwd worden en de industrie, die de oorlog zo goed had doorstaan, was daarbij broodnodig. Meihuizen noemt dat 'opportunisme in dienst van de wederopbouw' 
 
Wat de megaorder binnengehaald moest worden blijkt wel uit het feit dat Werkspoor gesanctioneerd 30 miljoen gulden aan steekpenningen mocht betalen aan dictator Juan Peron. Prins Bernhard mocht in 1951 aan Evita Peron het Grootkruis in de Orde van Oranje Nassau uitreiken. Het idee was van diezelfde Stikker, in zijn functie als minister van buitenlandse zaken, onder het motto, 'het kost zo weinig en het geeft zoveel genoegen'. Bovendien had prins Bernhard voor Evita Peron 'een paarlen collier' ter waarde van dertigduizend gulden meegekregen alwaar Willem Sassen als tolk en begeleider voor Bernhard werkte. De prins was daar op statiebezoek en probeerde opdrachten te verwerven voor onder andere Werkspoor. Tijdens zijn werkbezoek ontmoette Bernhard ook Kurt Tank tijdens een demonstratie van de Pulqui II, de toen ultramoderne straaljager die Argentinië tot één van modernste legers maakte. Kurt Tank maakte deel uit van een groep uitgeweken nazi-technici, die veilig onderdak had gezocht in Argentinië en daar de vliegtuigindustrie opbouwde. In de jaren zestig was Sassen inmiddels gescheiden van Miep en trouwde hij met Elsje Delbaere, met wie hij twee kinderen kreeg. Na de val van Perón werkte hij bij een waterwinningsfirma, Industria Integral de Agua. In de hoofdstad ontmoette hij in de Duitse Club de grote nazi-figuren uit zijn tijd, die eveneens hun toevlucht hadden gezocht in Argentinië. Zo ontmoette hij Léon Degrelle, Hans-Ulrich Rudel en Otto Skorzeny. Een zekere Ricardo Klement benaderde Willem Sassen, die na het lezen van enkele door Sassen uitgebrachte werken contact met hem wilde zoeken.Deze man bleek Adolf Eichmann te zijn, de aanklachten dat Eichmann verantwoordelijk was voor de dood van zes miljoen joden zouden vals zijn, en de openbare aanklager in het Eichmann proces wist dat. Aldus de vrouw van Eichmann in een brief die onthuld werd mei 1961. Volgens de vrouw van Eichmann vocht haar man voor de joden en hielp hij altijd wanneer hulp nodig was. Volgens de vrouw van Eichmann was Eichmann louter verantwoordelijk voor de emigratie. Gezien de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en de Shoah zoals het CIDI en het MDI niet willen dat u weet zou de vrouw van Eichmann best wel eens gelijk kunnen hebben. Het kamp Auschwitz waar Eichmann verantwoordelijk voor was is tenslotte symbiotisch gebouwd met de bedrijven van de Rothschild bankiers, en Eichmann noemde zichzelf Zionist in hart en nieren. Ook kwam Eichmann al voor de oorlog bij de Zionistische congressen op bezoek en was het Zionist Herzl die het een goed plan vond om antisemitisme te veroorzaken om joodse rijkdommen te liquideren. 

Onder het regime van Perón werkte Nazi collaborateur Willem Sassen als pr-functionaris van Eva Perón en als militair adviseur van Perón. Bij aankomst zocht hij contact met de ex-secretaris van Goebbels, Wilfried von Oven, uitgever van het blad Die Freie Presse en La Plata Ruf. Bij het blad Die Freie Presse ging hij als journalist aan de slag en hield hij zich bezig met vertalingen in het Spaans van Shakespeare, Goethe en Schiller. Opererend onder verschillende pseudoniemen publiceerde hij bij dezelfde uitgever ook het boek Die Jünger und die Dirnen. Sassen herschreef als ghostwriter drie werken van Hans-Ulrich Rudel:TrotzdemMein Dank an Argentinien en Es geht um das Reich. Die boeken werden door Dürer-Verlaguitgegeven. Daarnaast was hij ook werkzaam als literair agent voor de Amerikaanse bladen Time - Life en was hij tot 1965 speciale correspondent voor De Telegraaf in Argentinië.(bron: Go2War2).

De overheersende gedachte van de wederopbouw en de noodzaak om het bedrijfsleven niet teveel voor de voeten te lopen heeft tot een stroom aan 'demarches' (beïnvloeding van de rechtsgang) geleid door achtereenvolgende illegale ministers van justitie, die daarbij werden geholpen door bevriende 'captains of industry'. Een centrale figuur in dit spel was mr.dr.J. Donner, president van de Hoge Raad en voorzitter van de Centrale Zuiveringsraad voor het bedrijfsleven (bron: Trouw).
 
Een lijvig rapport van de Amerikaanse inlichtingendienst OSS (Office of Strategic Services), de voorloper van de CIA, uit 1943 met de titel ‘The Philips Concern’ staat vol met aantijgingen. Bijvoorbeeld: “De interne politieafdeling bij Philips (…) werkt nauw samen met de GESTAPO.” En: “In het bedrijf werken fascisten of mensen met pro-fascistische ideeën. De directeur van Philips Argentinië is een nazi-spion’ zo valt er in het rapport te lezen. Het rapport, ruim duizend pagina’s dik en voorzien van het stempel ‘geheim’, werd onlangs door een Duitse onderzoeker ontdekt in een archief in Washington. Uit dit historische document blijkt ook dat de Philips-top in 1942 aan de OSS heeft aangeboden het internationale netwerk van Philips te gebruiken als bron van informatie en als dekmantel voor spionage-operaties. (bron: VPRO-VARA 25 februari 2002 

Het voorkeursbeleid van voorzitter mr. dr. Jan Donner ten aanzien van economische collaborateurs had succes: van de 32.000 gevallen van economische collaboratie kwamen er uiteindelijk circa 700 voor de strafrechter. Dat waren de industriëlen met pech, veelal aannemers, de ‘bunkerbouwers’. “Dat waren gewoon patjepeeërs, die hadden hun afkomst niet mee”, zegt Meihuizen cynisch. “Ze hadden zich bovendien schuldig gemaakt aan de meest zichtbare vorm van economische collaboratie: die bunkers kon iedereen zien. Dat gold in veel mindere mate voor het bankwezen. Dat kwam dan ook vrijwel ongeschonden weer uit de strijd.” (bron: SER).
 
Op 4 april 1949 wordt de NAVO opgericht met als deelnemende landen, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Canada, Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk, Italië, Denemarken, Noorwegen, Portugal en IJsland. Later kwamen daar Turkije en Griekenland (februari 1952), West-Duitsland (1955) en Spanje (1982) bij. Na het einde van de Koude Oorlog sloten Tsjechië, Polen en Hongarije zich aan (12 maart 1999), evenals Estland, Letland, Litouwen, Slowakije, Slovenië, Roemenië en Bulgarije (29 maart 2004). Zolang Nazi-Nederland lid is van deze Verenigde Naties betreft dit een organisatie die meewerkt aan het uitroeien van miljarden wereldbewoners met kankerverwekkend gif via bestrijdingsmiddelen als Agent Orange, superwolmanzout-CO (2Vandaag) en Roundup (genetsche manipulatie),  Xentari-WG, Chemtrails, geneesmiddelen, vaccins, cosmetica producten.

In 1953: André Donner (ARP) was vanaf 17 april 1950 tot 6 januari 1954 lid van de Staatscommissie-Van Schaik die de herziening van de Grondwet van 1953 heeft voorbereid. Met deze herziening van de Grondwet heeft artikel 60 van de Grondwet de volgende uitbreiding gekregen (bewijs 1, bewijs 2).  

“De rechter treedt niet in beoordeling van de grondwettigheid van overeenkomsten.”


De definitie van “verdrag” met vreemde Mogendheden heeft deze illegale Grondwetscommissie 1950 Commissie- Van Eysinga, in het plenaire verslag van 16 september 1950 als volgt vastgelegd (bewijs):

“Zonder op volledigheid aanspraak te maken, laat de Commissie hier volgen een lijstje van de meest bekende benamingen; Tractaat (treaty, traité), Conventie (convention (Engels en Frans) ), Handvest (Charter, charte, covenant, pacte), Statuut, Akte, Slotakte (final act, acte final), Algemene Akte, (general act, acte general), Accoord, (agreement, accord), Schikking (arrangement Engels en Frans)), Verklaring of declaratie (declaration, declaration), Protocol (protocol, protocole), Proces-verbaal (procés-verbal), Overeenkomst, Brief - of notawisseling, Lettres annexes (covering letters), Modus vivendi, Arbitrage-compromis, Memorandum d’Accord (Memorandum of Understanding), Memorandum.”


Hiermee zit vanaf 1953 in Nederlandse Grondwet verankerd dat de grondwettigheid van Verdrag, Tractaat (treaty, traité), Conventie (convention (Engels en Frans) ), Handvest (Charter, charte, covenant, pacte), Statuut, Akte, Slotakte (final act, acte final), Algemene Akte, (general act, acte general), Accoord, (agreement, accord), Schikking (arrangement Engels en Frans) ), Verklaring of declaratie (declaration, declaration), Protocol (protocol, protocole), Proces-verbaal (procés-verbal), Overeenkomst, Brief - of notawisseling, Lettres annexes (covering letters), Modus vivendi, Arbitrage-compromis, Memorandum d’Accord (Memorandum of Understanding), Memorandum, etc. met vreemde Mogendheden niet gerechtelijk mag worden getoetst (bron: Het Echte Nieuws).


Van 29 tot 31 mei 1954 was de eerste Bilderbergconferentie in Hotel De Bilderberg in Oosterbeek. Initiatiefnemers waren o.a. de Pool Józef Retinger, Unilever-topman Paul Rijkens, de Belgische ex-premier Paul van Zeeland en prins Bernhard. Vanuit deze en alle opvolgende geheime Bilderberg conferenties werd en wordt nog steeds vanuit voormalig Nederlands grondgebied door de opeenvolgende illegale Nederlandse Kabinetten het Hitler-Kabinet voortgezet onder voorzitterschap van resp. Prins Bernhard, koningin Beatrix en vervolgens de Belgische Étienne Davignon die net als Robert Rothschild naaste medewerker was van Paul-Henri Spaak. In deze eerste geheime  Bilderbergconferentie kon voorzitter Prins Bernhard aan alle aanwezigen de mededeling doen dat deze aanpassing van artikel 60 in de Grondwet op advies van André Donner (vader van Piet Hein Donner), is goedgekeurd door toenmalig vice-president Frans Beelaerts van Blokland (CHU, thans: CDA) van de Raad van State, waarin meer dan tweede derde van de Tweede Kamer der Staten Generaal ((KVP, ARP, CHU (thans: CDA), PvdA, VVD, SGP, SDP,CPH, CPN, KPN, Lijst Welter)) hebben ingestemd en door koningin Juliana als staatshoofd en als voorzitter van de Nederlandse Raad van State is ondertekend.


De huidige politieke partijen CDA, PvdA, VVD en SGP, als wel de Nederlandse Raad van State als wel koningin Juliana en haar opvolger koningin Beatrix als staatshoofd en als voorzitter van de Raad van State en daarmee de Staat der Nederlanden als rechtspersoon zijn voor deze wijziging van artikel 60 in de Nederlandse Grondwet en alle daaruit voortvloeiende schadelijke gevolgen volledig verantwoordelijk en aansprakelijk, evenals de politieke partijen CDA, PvdA, VVD en SGP als rechtspersoon daar die daarmee in zeer ernstige mate hebben gehandeld in strijd met hun eigen verenigingsstatuten. Het is hierbij goed te weten dat Beelaerts van Blokland vanuit zijn functie als vice-president van de Raad van State op 13 mei 1940 koningin Wilhelmina naar Londen vergezelde en daar haar belangrijkste adviseur was. Niemand beter als hij wist dan ook dat op grond van artikel 21 uit de Grondwet het Hitler-Kabinet door haar vlucht naar Londen Nederland heeft overgenomen. Door hen is artikel 60 in de Nederlandse Grondwet als volgt gewijzigd:

Overeenkomsten met andere Mogendheden en met volkenrechtelijke organisaties worden door of met machtiging van de Koning gesloten en, voor zover de overeenkomst zulks eist, door de koning bekrachtigd.

De overeenkomsten worden zo spoedig mogelijk aan de Staten-Generaal overlegd; zij worden niet bekrachtigd en treden niet in werking dan nadat zij door de Staten-Generaal zijn goedgekeurd.

De rechter treedt niet in beoordeling van de grondwettigheid van overeenkomsten.

Op 25 maart 1957 werd het “Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap” gesloten en ondertekend door:

Paul-Henri Spaak (PSB) heeft dit ondertekend met de voorkennis en wetenschap: 
-       dat hij samen met de Nederlandse ambassadeur Mr. B.Ph. Baron van Harinxma thoe Slooten op 5 september 1944 te Londen gesloten Nederlands-Belgische-Luxemburgse Douane-overeenkomst valselijk hebben ondertekend en de wetenschap,
 
-       dat ten tijde van deze ondertekening op 5 september 1944 Mr. B.Ph. Baron van Harinxma thoe Slooten onder president prinses Juliana (echtgenoot van Prins Bernhard) voorzitter was van de London Committee of the Netherland Red Cross Society, een op 16 september 1940 door Prinses Juliana en jonkheer van Lidth de Jeude opgerichte stichting als opvolger van het Nederlandse Rode Kruis, welke op 17 april 1946 (na de Tweede Wereldoorlog) is opgeheven.
 
-       dat deze jonkheer van Lidth de Jeude (VVD) door koningin Wilhelmina is benoemd tot minister van oorlog, die na de bevrijding het militair gezag had over Nederland om ervoor te zorgen dat vanaf 6 mei 1945 vanuit Nederland Nazi-Duitsland kon blijven doorgaan onder leiding van Adolf Hitler (tot 13 februari 1962) en zijn opvolgers, te weten: de Nederlandse Minister-Presidenten Jan de Quay (KVP), Victor Marijnen (KVP), Jo Cals (KVP), Jelle Zijlstra (ARP), Piet de Jong (KVP), Barend Biesheuvel (ARP), Joop den Uyl (PvdA), Dries van Agt (CDA), Ruud Lubbers (CDA), Wim Kok (PvdA), Jan Peter Balkenende (CDA) en Mark Rutte (VVD). Dit betekent dat vanaf dat moment koningin Juliana en Beatrix als opvolgers van Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart ondergeschikt waren aan bovengenoemde minister-presidenten als opvolger van Adolf Hitler. Daarmee hebben bovengenoemde Nederlandse Presidenten koningin Juliana en koningin Beatrix altijd in gijzeling gehouden, wat voorbij is met het aftreden van koningin Beatrix op 30 april 2013 (bron: Universal Federation).
 
-       dat korte tijd daarna (1 januari 1958) het Benelux-Verdrag zal worden gesloten wat gebaseerd is op zijn op 5 september 1944 in Londen valselijk ondertekende Nederlands-Belgische-Luxemburgse Douane-overeenkomst, van waaruit de Nazi’s zich als proeftuin binnen Europa kunnen ontplooien tot een groot wereldrijk met de hulp van de Verenigde Naties en de NAVO. Het is hierbij goed te weten dat op 1 januari 2012 het Nieuwe Benelux Verdrag voor onbeperkte tijd rechtskracht heeft verkregen, waarmee de Benelux niet meer alleen op economisch gebied gezamenlijk optreden maar ook bij duurzame ontwikkeling, justitie en binnenlandse zaken (bron: Wikipedia). Dit betekent dat na terugtreding van Beatrix als koningin in Nederland er als gevolg van dit Benelux-Verdrag een Groot België zal ontstaan (thans: de Benelux) met Koning Albert II als staatshoofd vallend onder het Belgische Grondwettelijk Hof, getoetst aan de Belgische Grondwet. Dit Groot België zal alsnog uitvoering moeten geven aan het Memorandum (testament) van koning Leopold III dat hij op 9 september 1944 heeft overhandigd aan Belgisch Premier Hubert Pierlot (bron: 1944-1949). Dit betekent dat Groot België vanaf 1 mei 2013 als Neutraal land onafhankelijk is van Europa en de rest van de wereld waarmee door toedoen van koning Leopold III postuum een derde wereldoorlog wordt voorkomen en vanuit Groot België een nieuwe wereld zal ontstaan waarin onze kinderen en kleinkinderen ook nog een menswaardig leven kunnen hebben. Om dat te realiseren zullen nieuwe technologieën als de Nuloptie-technologie van Edelchemie en natuurlijke producten als flaraxin niet langer meer worden geboycot en hun wereld reddende werk doen.
De politieke partijen die zich met het ondertekenen van dit Europese verdrag hebben gebonden zijn:

 -       in België, de Socialisten, want Paul-Henri Spaak was toen verantwoordelijk minister van Buitenlandse Zaken van België;
-       in West-Duitsland, de Christelijk Democratische Unie, want Konrad Adenauer was toen bondskanselier in de Bondsrepubliek Duitsland;

-       in Frankrijk, de Socialisten, want Christian Pineau was toen verantwoordelijk minister van Buitenlandse Zaken van Frankrijk;

-       in Italië, Christendemocraten, want Antonio Segni was toen premier in Italië;
 
-       in Luxemburg, de Christelijk Sociale Volkspartij, want Joseph Bech was toen premier van Luxemburg;
 
-       in Nederland, Katholieke Volkspartij (thans: CDA), want Joseph Luns was toen verantwoordelijk minister van Buitenlandse Zaken van Nederland;
 evenals de veroorzaker van dit, te weten Nederlands jonkheer van Lidth de Jeude (VVD, Liberaal)   
 
Dit “Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap” is ondertekend door België, Luxemburg, West-Duitsland, Frankrijk en Italië zonder het voorafgaande daaraan te hebben laten toetsen door een rechter aan hun Grondwet en is daarmee niet rechtsgeldig. 
 
In deze zes Europese Unie landen zijn thans (deels) aan de macht de volgende partijen:
-       In België, de Socialisten, Liberalen en Christelijken, met als premier Elio Di Rupo.
 
-       In de Bondsrepubliek Duitsland, de Christelijk Democratische Unie, met als bondskanselier Angela Merkel,
 
-       In Frankrijk, de Socialisten, met als president François Hollande,
 
-       In Italië, de Sociaaldemocraten, met als president Giorgio Napolitano,
 
-       In Luxemburg, de Christelijk Sociale Volkspartij, met als premier Jean-Claude Juncker,
 
-       In Nederland, de Christelijken en Liberalen, met als minister-president Mark Rutte.
Dit betekent dat België, de Bondsrepubliek Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg daarmee gebonden zijn aan het vanuit Nederland voortgezette Nazi-Duitsland onder leiding van Adolf Hitler (tot 13 februari 1962) en zijn opvolgers, te weten: de Nederlandse Minister-Presidenten Jan de Quay (KVP), Victor Marijnen (KVP), Jo Cals (KVP), Jelle Zijlstra (ARP), Piet de Jong (KVP), Barend Biesheuvel (ARP), Joop den Uyl (PvdA), Dries van Agt (CDA), Ruud Lubbers (CDA), Wim Kok (PvdA), Jan Peter Balkenende (CDA) en Mark Rutte (VVD). Vanuit België is daarvoor Paul-Henri Spaak verantwoordelijk omdat dit alles het gevolg is van het door hem op 5 september 1944 in Londen valselijk ondertekende Nederlands-Belgische-Luxemburgse Douane-overeenkomst voor België en Luxemburg zonder daartoe bevoegd te zijn. Dit alles buiten Belgisch Koning Leopold III om zonder het voorafgaande daaraan te hebben getoetst aan de Belgische Grondwet, waartoe hij wettelijk verplicht was. 
 
Nadien hebben deze zes landen maar liefst 21 Europese landen meer in dit vanuit Nederland voortgezette Nazi-Duitsland in een Europese Unie getrokken en daarmee een Nazi-staat met een grondgebied van 4.324.782 km² en ongeveer 500 miljoen inwoners bestaande uit de volgende 27 landen weten te realiseren:


Daarmee hebben Adolf Hitler (tot 13 februari 1962) en zijn opvolgers, te weten: de Nederlandse Minister-Presidenten Jan de Quay (KVP), Victor Marijnen (KVP), Jo Cals (KVP), Jelle Zijlstra (ARP), Piet de Jong (KVP), Barend Biesheuvel (ARP), Joop den Uyl (PvdA), Dries van Agt (CDA), Ruud Lubbers (CDA), Wim Kok (PvdA), Jan Peter Balkenende (CDA) en Mark Rutte (VVD) vanuit voormalig Nederlands grondgebied in vredestijd het derde Duitse Rijk weten te realiseren, qua grondgebied de zevende plek in op de wereldranglijst en qua bevolkingsaantal - na China en India - de derde.
 
Op 3 februari 1958 werd het “Benelux-verdrag” van kracht. Dit verdrag “Benelux-Verdrag is ondertekend door Nederland, België en Luxemburg, met de voorkennis dat het is gebaseerd op het op 5 september 1944 te Londen door Paul-Henri Spaak namens België en Luxemburg en door Mr. B.Ph. Baron van Harinxma thoe Slooten namens Nederland valselijk opgemaakte Nederlands-Belgische-Luxemburgse Douane-overeenkomst, zonder het te hebben laten toetsen aan de Belgische Grondwet door het Belgische Grondwettelijk Hof, waarmee België en Luxemburg vanaf dat moment onderdeel zijn geworden van het vanuit Nederland voortgezette Nazi-Duitsland onder leiding Adolf Hitler (tot 13 februari 1962) en zijn opvolgers, te weten: de Nederlandse Minister-Presidenten Jan de Quay (KVP), Victor Marijnen (KVP), Jo Cals (KVP), Jelle Zijlstra (ARP), Piet de Jong (KVP), Barend Biesheuvel (ARP), Joop den Uyl (PvdA), Dries van Agt (CDA), Ruud Lubbers (CDA), Wim Kok (PvdA), Jan Peter Balkenende (CDA) en Mark Rutte (VVD). Daarmee is groen licht gegeven voor het vrij vervoer en vrij dumpen van hoog problematisch gevaarlijk afval in Belgische grindgaten, zandafgravingen, cementovens, groene stroom centrales (Machiels) en ook in Belgisch spaanplaat (Unilin), cement, beton, stenen maar ook op Belgisch groenten en fruit (loonwerkbedrijven), via sproeivliegtuigen vanuit de lucht (NAVO), in vaccins, in cosmetica producten, medicijnen en zelf rechtstreeks in ons drinkwater (Solvay Chemicals International SA).
 
Met het ondertekenen van dit Benelux-Verdrag is tevens groen licht gegeven om vanuit de Benelux met de hulp van de Verenigde Naties en de NATO geheel de wereld te vergiftigen met miljarden kilogrammen kankerverwekkend hoog problematisch gevaarlijk afval afkomstig van multinationale bedrijven als Philips, Billiton, SHELL, Unilever, AKZO, DSM, Dupont de Nemours, Hoechst, Hoogovens, Dow Chemical, Machiels, Essers, Unilin, Solvay, etc. onder de dekmantels van,  ecologisch, milieuvriendelijk, biomassa, groene stroom, duurzaam, CO2-reductie, KOMO-keur, KEMA-Keur, milieubeton, secundaire brandstof, hergebruik, Rio de Janeiro protocol en Kyoto-protocol, agenda 21, etc. met miljarden euro’s aan overheidssubsidie (gemeenschapsgeld). Deze al vanaf 1958 massaal in gezette vergiftiging vanuit de Benelux heeft na 54 jaar wereldwijd zodanig ernstige vormen aangenomen, dat ook als nu daarmee onmiddellijk wordt gestopt, als gevolg daarvan miljarden wereldbewoners daardoor eerder zullen overlijden aan kanker of andere ernstige vergiftigingsziekten wat met hun eigen belastinggeld is betaald (bronnen: boek “Alarm u wordt Vergiftigd” van Ine Veen en artikel “aan 13 Mio arseen en 30 Mio chroom VI kan het niet gelegen hebben” van Pamela Hemelrijk).
 
Koning Leopold III is gedurende de Tweede Wereldoorlog juist in België gebleven om dit te voorkomen. Hij voelde dit aankomen en heeft daarom in januari 1944 een  "politiek testament" geschreven, dat gepubliceerd moest worden in het geval hij niet in België zou zijn als de geallieerde troepen het land zouden bevrijden (zelf schreef hij "bezetten"). In het testament eiste hij excuses van de regering in ballingschap voor de gebeurtenissen van 1940 en verwierp hij de verdragen die zij in Londen gesloten had. Op 16 juli 1951 tekende Leopold III zijn troonsafstand, en de volgende dag werd Boudewijn beëdigd als vijfde koning der Belgen. 
 
Hiermee heeft Belgisch Staatshoofd in zijn in januari 1944 achtergelaten  "politiek testament" de verdragen die in Londen zijn gesloten verworpen en daarmee ook de door Paul-Henri Spaak namens België en Luxemburg valselijk ondertekende Nederlands-Belgische-Luxemburgse Douane-overeenkomst. Het Belgische Federale regering dient aan deze beslissing van Koning Leopold III dan ook uitvoering te geven en alle in Londen gesloten verdragen te vernietigen.
 
21 april 1962: als gevolg van de in 1953 gedane wijziging van artikel 60 in de Nederlandse Grondwet, die door toedoen van de vader van Piet Hein Donner tot stand is gekomen, is voor Vice-Presdent Louis Joseph Maria Beel (KVP) en Voorzitter Koningin Juliana van de Raad van State de weg vrijgemaakt om positief advies uit te uitbrengen waarop het kabinet De Quay ((KVP, CHU, ARP (thans: CDA) en VVD)) op 21 april 1962 de Bestrijdingsmiddelenwet van kracht heeft verklaard die geen rekening houdt met:
 
-       de nadelige gevolgen van deze bestrijdingsmiddelen gedurende de gebruiksfase en in de afvalfase;
 
-       en waarbij de niet werkzame chemische stoffen, zijnde onbekende andere zeer giftige, giftige, bijtende of schadelijke stof(fen) niet op het etiket behoeven worden vermeld:
 
in zeer ernstige mate in strijd met de artikelen 1, 21 en 22 van de Grondwet, wat niet meer door een rechter mag worden beoordeeld. Als bewijs daarvoor vindt u bijgevoegd de brief d.d. 2 september 1996 (kenmerk: GZB/C&O/963400) van Erica Terpstra, Staatssecretaris van Volksgezondheid en Sport en de brief d.d. 10 april 1996 (kenmerk: 96/1807 HPK/HPK) van prof. dr. J.S.M. Boleij, Secretaris van het college voor de toelating van bestrijdingsmiddelen (bron: Sociale Databank Nederland).
Met het tot stand brengen van deze Bestrijdingsmiddelenwet op 21 april 1961 heeft Nederland in zeer ernstige mate artikel 1 van het op 3 februari 1958 gesloten Benelux-Verdrag overtreden. Daarin staat namelijk letterlijk het volgende geschreven (zie Benelux Verdrag):
Artikel 1
1      Tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden wordt een Economische Unie ingesteld, welke een vrij verkeer van personen, goederen, kapitaal en diensten omvat.
2      Deze Unie brengt met zich mede:
a)   de coördinatie van het economische, financiële en sociale beleid.
b)   Het aanvaarden en voeren van een gemeenschappelijk beleid in de economische betrekkingen met derde landen en inzake de daarmee verband houdende betalingen. 
Dit betekent dat Nederlands kabinet De Quay ((KVP, CHU, ARP (thans: CDA) en VVD)) op grond van artikel 1 uit het op 3 februari 1958 met België gesloten Benelux-verdrag wettelijk verplicht was om het ontwerp van de Bestrijdingsmiddelenwet neer te leggen bij Kamer van volksvertegenwoordigers van België (artikel 78 Belgische Grondwet), waarna in België betreffend wetsontwerp eerst getoetst had moeten worden aan de Belgische Grondwet. Omdat Nederland dat heeft nagelaten betekent dat Nederland daarmee in zeer ernstige mate artikel 1 van het Benelux-Verdrag heeft overtreden. Daarmee is de rechtspersoon “Staat der Nederlanden” volledig verantwoordelijk en aansprakelijk voor alle daaruit voorvloeiende vergiftigingsschade in België, Europa en de rest van de wereld.
De grootaandeelhouders van Shell/Billiton (waaronder het Koninklijk Huis en de Nederlandse Staat) hebben, buiten de Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers om, van deze door de Raad van State en Nederlandse Staat bewust ingebouwde tekortkomingen in de Bestrijdingsmiddelenwet handig gebruik gemaakt om haar hoog problematisch gevaarlijk afval, met daarin zeer hoge concentraties uiterst giftige volledig in water oplosbare kankerverwekkende stoffen arseenzuur en chroomtrioxide (chroom VI), als bestrijdingsmiddel duur te kunnen verkopen in plaats van tegen zeer hoge kosten eeuwig duur te laten opslaan, waartoe zij in ieder geval vanaf 1986 wettelijk verplicht waren (bewijs 1, bewijs 2, bewijs 3, bewijs 4, bewijs 5). 
1967 werd het rapport van Iron Mountain uitgebracht. Er zullen geen zelfstandige landen meer bestaan die de bevoegdheid hebben om de oorlog te verklaren aan een ander land. Er is wel militaire actie mogelijk tegen politieke onderdelen die tegenwerken, maar die zullen vredesoperaties worden genoemd zoals we globaal kunnen waarnemen. De soldaten heten bewakers van de vrede, ook al moorden en vernielen ze erop los schuil gaande achter het U.N. masker (een van de vele maskers die de ROTHSCHILDS hebben), en het volk dwingen om hun wapens in te leveren. Als excuus gebruiken ze dat ze dit doen om oorlogen en onzinnige schietpartijen te voorkomen zoals nu in Amerika gebeurd, die ze zelf uiteindelijk veroorzaken om de ontwapening te kunnen verantwoorden en kracht bij te zetten wat allemaal vermeld werd in het rapport van Iron Mountain dat in 1967 de ware toedracht onthulde  Toen President Johnson, het verslag las, had hij bevolen om het voor altijd te verbannen en te onderdrukken.
Op 1 september 1968 is mr. F.J.M. (Frank) Houben, zoon van dr. F.J.M.A.H. (Frans) Houben, door Koningin Juliana benoemd tot burgemeester van de Gemeente Luyksgestel in Noord-Brabant en is dat tot 1 februari 1977 gebleven. Op 26 oktober 1973 heeft burgemeester Frank Houben, als burgemeester van Luyksgestel, beslist dat houthandelaar C. Tissen in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan een bouwvergunning krijgt voor de oprichting van een houtconserveringsinrichting met ketelhuis in het buitengebied van Luyksgestel onder de strikte voorwaarde dat hij als conserveringsmiddel “uitsluitend wolmanzout” moest gebruiken met de nadrukkelijke vermelding dat als C. Tissen een ander conserveringsmiddel (bestrijdingsmiddel) gaat gebruiken voor elke dag dat hij dat gebruikt daarvoor maar liefst fl 1.000,- (duizend gulden) boete aan burgemeester Frank Houben moet betalen. Burgemeester Frank Houben legde deze dwangbepaling bij houtbedrijf C. Tissen op zonder als burgemeester daartoe bevoegd te zijn met de voorkennis en wetenschap dat “wolmanzout” is samengesteld uit hoog problematisch gevaarlijk afval van Billiton/Shell, met daarin zeer hoge concentraties “arseenzuur” en “chroomtrioxide” dat, via het door bedrijf C. Tissen geproduceerde en verkochte “geïmpregneerd hout” als tijdelijke drager, op een ongecontroleerde wijze in de compartimenten water, bodem en lucht wordt gedumpt.
Dit met de voorkennis en wetenschap dat de Bestrijdingsmiddelenwet een ernstige tekortkoming kent en daarin niets is geregeld over het gedeelte van de bestrijdingsmiddelen die tijdens de gebruiksfase met het (regen)water mee uit het geïmpregneerde hout gaan en het overblijvende gedeelte dat in de afvalfase op een ongecontroleerde wijze in water, bodem en lucht worden gebracht, al dan niet via tijdelijke nieuwe secundaire producten (Bron: Het Echte Nieuws, lees: http://www.hetechtenieuws.org/2007-08-07.php).
Dit met de voorkennis en wetenschap dat arseen (arseenzuur) en chroom VI(chroomtrioxide) zo extreem gevaarlijk zijn dat veelal in internationaal verband is besloten dat in het milieu brengen van deze stoffen gezien de stofeigenschappen, zoals giftigheid- waaronder carcinogeniteit, mutageniteit en teratogeniteit - afbreekbaarheid en (bio)accumulatie, die een ernstig risico inhouden via een maximaal brongerichte aanpak met de best bestaande techniek moet worden vermeden. Dit alles met de voorkennis en wetenschap dat het koninklijk huis en de Staat der Nederlanden groot aandeelhouders zijn van Billiton/Shell. Via hun groot aandeelhouderschap bij Billiton/Shell hebben  Koningin Beatrix en de Staat der Nederlanden zich met de hulp van Frank Houben (CDA) daarmee met miljarden euro`s onrechtmatig kunnen verrijken, ten koste van miljarden mensenlevens op termijn, wat hieronder feitelijk uiteen wordt gezet (Bron: Sociale Databank Nederland, lees: http://www.sdnl.nl/tissen-4.htm).
15 mei 1978: De politieke partijen CDA en VVD die op 21 april 1961 deze Bestrijdingsmiddelenwet hebben goedgekeurd wisten vooraf dat dit op den duur tot een ‘crisistijd’ zou gaan leiden. Met die voorkennis heeft het kabinet “Van Agt I (weer een CDA / VVD kabinet) de “Wet, houdende regelingen inzake voorzieningen op het gebied van het financiële verkeer in buitengewone omstandighedentot stand gebracht. Deze wet regelt dat de overheid in ‘crisistijd’ desnoods al uw financiële bezittingen in beslag kan nemen, ook uw spaargeld, goud en zilver. In artikel 33 van deze wet wordt het de uitvoerende ministers, ambtenaren en instanties bovendien verboden om hierover ook maar iets tegen de burgers te zeggen. Bovendien zijn zij automatisch vrijgesteld van eventuele gerechtelijke vervolging in de toekomst (bron: ST-ab.nl).  
Ook met het tot stand brengen van deze Noodwet op 21 april 1961 heeft Nederland in zeer ernstige mate artikel 1 van het op 3 februari 1958 gesloten Benelux-Verdrag overtreden. Het kan namelijk nooit zo zijn dat deze Noodwet via het afgesloten Benelux-Verdrag ook in België van toepassing is en dat op grond daarvan in crisistijd’ door van het vanuit Nederland voortgezette Nazi-regime ook bij alle Belgen en Europeanen hun spaargeld, goud en zilver kan worden afgenomen.
In 1983: Achteraf is men erachter gekomen dat deze met de hulp van André Donner ingebouwde tekortkomingen in de Bestrijdingsmiddelenwet zal leiden tot niet meer te betalen schadeclaims richting
Shell/Billiton (en daarmee richting het Koninklijk Huis en de Nederlandse Staat). Dit vanwege het simpele feit dat een “Overeenkomst” of “Verdrag” waarvan de grondwettigheid door toedoen van André Donner niet meer door een rechter mag worden beoordeeld geen “Wet” is, zoals de Bestrijdingsmiddelenwet. Dezelfde André Donner (ARP), zijnde de vader van huidig vice-president van de Raad van State Piet Hein Donner was vanaf 1967 tot 1971 (mede)voorzitter van de Staatscommissie Cals-Donner die de algehele herziening van de Grondwet in 1983 hebben voorbereid. Met deze herziening van de Grondwet is artikel 120 in de algehele herziene Grondwet opgenomen, dat luidt (bewijs):

"De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen.”


Door hiervan in 1983 het zelfstandige artikel 120 in deze algehele herziene Grondwet op te nemen met toevoeging van “Wetten” is het schade-aansprakelijkheidsprobleem vanuit 16,5 miljoen Nederlanders en 500 miljoen Europeanen richting Shell/Billiton (en daarmee richting het Koninklijk Huis en de Nederlandse Staat) vanwege de op 21 april 1962 ingebouwde tekortkomingen in de Bestrijdingsmiddelenwet weggenomen. Daarmee heeft André Donner voor Vice-President Willem Scholten (CDA) en Voorzitter Koningin Beatrix van de Raad van State de weg vrijgemaakt om positief advies uit te uitbrengen waarop het Kabinet Lubbers I (weer een CDA / VVD kabinet) heeft beslist dat bij de toelating van bestrijdingsmiddelen niet meer mag worden getoetst aan de volgende hieronder ingelaste artikelen 1, 21 en 22 van de Nederlandse Grondwet:

 
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
 
 
De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu.
 
 
1. De overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid.
 
2. Bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid.
 
3. Zij schept voorwaarden voor maatschappelijke en culturele ontplooiing en voor vrijetijdsbesteding.
 
Daarmee heeft André Donner met de hulp van de Raad van State, de Staat der Nederlanden en de politieke partijen CDA en VVD weten te bewerkstelligen dat bedrijven als Shell/Biliton/Budelco onder de dekmantel van “duurzaamheid” met miljarden euro’s aan overheidssubsidie (belastinggeld) via bestrijdingsmiddelen (waaronder Superwolmanzout-Co) tientallen/honderden miljoenen kilogrammen valselijk geëtiketteerd zeer giftige kankerverwekkende stoffen als arseenzuur en chroomtrioxide (chroom VI), zijnde hoog problematisch gevaarlijk afval van met name Billiton/Shell/Budelco, via geïmpregneerd hout bij de consumenten in huizen en tuinen zijn gedumpt zonder dat daartegen bestuursrechtelijk, civielrechtelijk of strafrechtelijk kan en mag worden opgetreden. Hetzelfde geld voor alle andere agrarische en niet-agrarische bestrijdingsmiddelen, waaronder Roundup, Xentari WG, etc. (bron: Het Echte Nieuws). 

Het werkelijke verleden van het Nederlandse Koningshuis en het leven van de twee broers van de Nederlandse kroonprins is altijd zorgvuldig verborgen gehouden, maar dankzij Amerikaanse web-sites wordt de afschuwelijke werkelijkheid nu toch duidelijk: Friso en Constantijn zitten tot over hun oren in het militair-industriele complex en werken aan geheime NWO-projecten waaronder een NUCLEAIRE HORROR om de burger te kunnen bespieden, controleren en knechten onder begelijding van de Bilderberg-conferenties (video) opgericht door hun grootvader Nazi Bernhard zur Lippe Biesterfeld (IG-Farben spion) (videoRamp in Fukushima Japan VEROORZAAKT DOOR EEN ATOOMBOM. Het kan dan ook geen toeval zij dat de kernreactoren die explodeerden in Japan allemaal ontworpen zijn door de Rockefeller familie gecontroleerde General Electric Corporation. Het is waarschijnlijk ook geen toeval dat 24 leden van de Rockefeller  familieclan tijdens deze gebeurtenis verstopt zaten in een ondergrondse schuilplaats in India. Rockefeller on surprise visit to northern IndiaBill Gates is in IndiaWarren Buffet to visit IndiaHere's an older article that claims India is serious about building bunkers for its top leadership volgens de schrijver van dit artikel (freelance journalist Jim Stone),is de ramp bij Fukushima opzettelijk veroorzaakt door een nucleaire ontploffing. In het gelinkte artikel worden veel feiten en foto's weergegeven. Zo zou alle schade alleen door de (nucleair veroorzaakte) tsunami zijn veroorzaakt en is er geen schade van de aardbeving alleen. Dat zou, met een beving van 9 op de schaal van Richter, onmogelijk zijn. Achtergrond en motief zou de Japanse steun aan het Iraanse kernenergie programma zijn. Eenieder wordt aangemoedigd het artikel te vertalen en overal integraal te posten (video)
 
Ook met het tot stand brengen van deze nieuwe Grondwet heeft Nederland in zeer ernstige mate artikel 1 van het op 3 februari 1958 gesloten Benelux-Verdrag overtreden. Het kan namelijk nooit zo zijn dat Nederland met deze herziening van hun Grondwet, daarmee de Belgische Grondwet heeft uitgeschakeld, en daarmee ook het Belgisch Grondwettelijk Hof. A.M.L. van Rooij als politiek vluchteling (die op 6 mei 2010 politiek asiel heeft aangevraagd) wonendeop het adres Hazendansweg 36A, 3520 te Zonhoven, Ecologisch Kennis Centrum B.V. in ballingschap gevestigd op het adres Hazendansweg 36A, 3520 te Zonhoven, Erik Verbeek wonende op het adres Seovaki Put 43, 34550 Pakrac te Kroatië en No Cancer Foundation vzw gevestigd op het adres Paul Bellefroidlaan 16, 3500 te Hasselt en de namens deze organisaties vertegenwoordigde rechtspersonen, wat feitelijk alle wereldbewoners zijn, richten wij aan de Belgische federale overheid het verzoek te beslissen dat in overeenstemming met de Belgische Grondwet alsnog uitvoering zal moeten worden gegeven aan het op 25 januari 1944 door koning Leopold III voltooide  "politiek testament" en wel op grond van de volgende feiten: 


Waarvoor de volgende verzoekschriften d.d. 17 april 2015 aan Z.K.H Filip, eerste voorzitter Hof van Cassatie, Belgisch Parlement (Kamer en Senaat) en alle Ministers van de Federale Regering:

17 april 2015: Verzoekschrift aan Koen Geens, Minister van Justitie (federale regering) voor herstel Belgische grondwet van 1944

http://www.mstsnl.net/ekc/pdf/17-april-2015-verzoekschrift-aan-minister-koen-geens-van-de-federale-regering-voor-herstel-belgsische-grondwet-van-1944.pdf

17 april 2015: Verzoekschrift aan Jan Jambon, Vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken (federale regering) voor herstel Belgische grondwet van 1944

http://www.mstsnl.net/ekc/pdf/17-april-2015-verzoekschrift-aan-minister-jan-jambon-van-de-federale-regering-voor-herstel-belgsische-grondwet-van-1944.pdf

17 april 2015: Verzoekschrift aan DanielBacquelaine, Minister van Pensioenen(federale regering) voor herstel Belgische grondwet 1944 

http://www.mstsnl.net/ekc/pdf/17-april-2015-verzoekschrift-aan-minister-daniel-bacquelaine-federale-regering-voor-herstel-belgische-grondwet-1944.pdf

17 april 2015: Verzoekschrift aan Alexander de Croo, Vice-eerste Minister en Minister van Ontwikkelinkssamenwerking (federale regering) voor herstel Belgische grondwet 1944

http://www.mstsnl.net/ekc/pdf/17-april-2015-verzoekschrift-aan-minister-alexander-de-croo-federale-regering-voor-herstel-belgsische-grondwet-1944.pdf

17 april 2015: Verzoekschrift aan Jacqueline Galant, Minister van Mobiliteit, belast met Belgacontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische spoorwegen (federale regering) voor herstel Belgische grondwet 1944

http://www.mstsnl.net/ekc/pdf/17-april-2015-verzoekschrift-aan-minister-jacqueline-galant-federale-regering-voor-herstel-belgische-grondwet-1944.pdf

17 april 2015: Verzoekschrift aan Didier Reynders, Vice-eerste Minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen (federale regering) voor herstel Belgische grondwet 1944

http://www.mstsnl.net/ekc/pdf/17-april-2015-verzoekschrift-aan-minister-didier-reynders-federale-regering-voor-herstel-belgische-grondwet-1944.pdf

17 april 2015: Verzoekschrift aan Kris Peeters, Vice eerste Minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel (federale regering) voor herstel Belgische grondwet 1944

http://www.mstsnl.net/ekc/pdf/17-april-2015-verzoekschrift-aan-minister-kris-peeters-federale-regering-voor-herstel-belgische-grondwet-1944.pdf

17 april 2015: Verzoekschrift aan Maggie de Block, Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid (federale regering) voor herstel Belgische grondwet 1944

http://www.mstsnl.net/ekc/pdf/17-april-2015-verzoek-aan-minister-maggie-de-block-federale-regering-voor-herstel-belgische-grondwet-1944.pdf

17april 2015: Verzoek aan Steven Vandeput, Minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken (federaleregering)voor herstel Belgische grondwet 1944 (Geweigerd om in ontvangst te nemen)

http://www.mstsnl.net/ekc/pdf/17-april-2015-ontvangst-verzoekschrift-aan-minister-steven-vandeput-federale-regering-voor-herstel-belgische-grondwet-1944.pdf

17 april 2015: Verzoekschrift aan Christine Defraigne, Voorzitter Senaat (van de Senaat) voor herstel Belgische grondwet 1944 

http://www.mstsnl.net/ekc/pdf/17-april-2015-verzoekschrift-aan-voorzitter-christine-defraigne-senaat-voor-herstel-belgische-grondwet-1944.pdf

17 april 2015: Verzoek aan Siegfried Bracke, Voorzitter van de kamer van Volksvertegenwoordigers (federale regering) voor herstel Belgische grondwet 1944

http://www.mstsnl.net/ekc/pdf/17-april-2015-verzoek-aan-voorzitter-siegfried-bracke-kamer-federale-regering-voor-herstel-belgische-grondwet-1944.pdf

17 april 2015: Verzoekschrift aan Willy Borsus, Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie (federale regering) voor herstel Belgische grondwet 1944 

http://www.mstsnl.net/ekc/pdf/17-april-2015-verzoekschrift-aan-minister-willy-borsus-federale-regering-voor-herstel-belgische-grondwet-1944.pdf

17 april 2015: Verzoek aan Marie Christine Marghem, Minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling (federale regering) voor herstel Belgische grondwet 1944

http://www.mstsnl.net/ekc/pdf/17-april-2015-verzoekschrift-aan-minister-marie-christine-marghem-federale-regering-voor-herstel-belgische-grondwet-1944.pdf

17 april 2015: Verzoekschrift aan Herve Jamar, Minister van Begroting, belast met Nationale Loterij (federale regering) voor herstel Belgische grondwet 1944

http://www.mstsnl.net/ekc/pdf/17-april-2015-verzoekschrift-aan-minister-herve-jamar-federale-regering-voor-herstel-belgische-grondwet-1944.pdf

Nationale & Internationale formele verzoekschriften:


https://sites.google.com/site/degroenenbelgie/no-cancer-foundation-vzw-en-de-politieke-partij-de-groenen-afdeling-sint-oedenrode


http://www.mstsnl.net/ekc/pdf/22-maart-2014-engels-verzoekschrift-ncf-en-ekc-aan-verenigde-naties-new-york.pdf


http://www.mstsnl.net/ekc/pdf/22-maart-2014-engels-verzoekschrift-ncf-en-ekc-aan-internationaal-strafhof-den-haag.pdf
http://www.sdnl.nl/pdf/1-april-2014-klacht-van-ad-van-rooij-en-de-groenen-aan-europese-ombudsvrouw-tegen-belgische-staat.pdf


http://www.mstsnl.net/ekc/pdf/22-april-2013-brief-van-ncf-en-ekc-aan-verenigde-naties-in-belgie.pdf


http://www.mstsnl.net/ekc/pdf/19-april-2013-koning-albert-aanvulling-op-31-januari-2013.pdf


http://www.mstsnl.net/ekc/pdf/31-januari-2013-verzoekschrift-aan-belgische-federale-overheid-over-groot-belgie.pdf


http://www.mstsnl.net/ekc/pdf/3-oktober-2012-memorie-met-verantwoording-grondwettelijk-hof-belgie.pdf

https://docs.google.com/viewer?a=v&pid=sites&srcid=ZGVmYXVsdGRvbWFpbnxuY2Zha3R1ZWVsfGd4OjZkMDJlYzMyNjI0OGE4YTQ


https://docs.google.com/viewer?a=v&pid=sites&srcid=ZGVmYXVsdGRvbWFpbnxuY2Zha3R1ZWVsfGd4OjVkMmQ5MDNmZTY1YTM1NQ


https://docs.google.com/viewer?a=v&pid=sites&srcid=ZGVmYXVsdGRvbWFpbnxuY2Zha3R1ZWVsfGd4OjExZDNkYTYxZTc4NjQyODI

https://docs.google.com/viewer?a=v&pid=sites&srcid=ZGVmYXVsdGRvbWFpbnxuY2Zha3R1ZWVsfGd4OjNhYWE1MzgxMmUzYjBiZjE


http://www.sdnl.nl/pdf/21-november-2011-federale-regering-grontwettelijk-hof.pdf