In memoriam Jan van den Ende

Jan groeit op in de Haagse wijk Bezuidenhout. Met zijn  vriendenclub trekt hij eropuit om vogels te bestuderen. De bekende filmer Jan P. Strijbos maakt hem, voor 1 gulden, lid van de Haagse Vogelbescherming.  
Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakt hij betrokken bij het verzet, wordt opgepakt en voor een half jaar naar de gevangenis in Kleef gestuurd.  In mei 1944 wordt hij voor de 2e maal opgepakt. Via de Scheveningse gevangenis wordt hij van SS-kamp Vught op transport gesteld naar concentratiekamp Sachsenhausen. Hij overleeft de kampen en treedt na de oorlog in dienst bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken.  
Al die tijd blijft de natuur hem trekken, hij fotografeert op 6x6 en filmt op 8mm. Begin jaren zeventig komt hij Bob Schrijvers tegen, die hem overhaalt een 16 mm- camera te kopen. Samen maken ze de natuurfilms ‘Laten Leven’ en ‘Rietland in de Randstad’.
Na het overlijden van Bob vindt hij een nieuwe partner in Monique van den Broek.  Ze produceren natuur-documentaires voor natuurverenigingen en de overheid.
Hoogtepunt is de lezingenreeks, die zij geven op verzoek van de National Audubon Society USA in 1984, met de film “Vier Duindagen’. Voor hun films ontvangen ze prijzen op natuurfilmfestivals over de hele wereld. In 2002 krijgen ze allebei de Abraham Schierbeekprijs. Hun laatste film ‘Zand, Wind, Water’ gaat op 20 juni 2008 in première.  
Voor de film ‘Retourtje Sachsenhausen’ (opgenomen in juli  2008), waarin het gevangenentransport  vanuit Vught nog eens wordt overgedaan, staat Jan voor het eerst niet achter maar vóór de camera. Hij speelt zelfs de hoofdrol. Helaas zal hij de première niet meer mee maken.
Hij had nog zoveel plannen.

Vaag en stil wordt het ochtend,
koel maar met een vreemde tinteling,
iets teers heeft het duin beroerd.....”
Film ”Vier Duindagen”

Meer dan dertig jaar hebben wij onze liefde voor elkaar en voor de duinen gedeeld. Wat blijft zijn de herinneringen, de beelden en de verhalen.

Johannes Cornelis van den Ende - Jan -

* 18 september 1922                   Den Haag                             † 19 oktober 2008

Producent van vele bekroonde natuurdocumentaires
Ridder in de Orde van Oranje Nassau
Geëerd met de dr. Abraham Schierbeekpenning
 
Monique M. van den Broek
Filmproductiebedrijf van den Ende c.v.
Bezuidenhoutseweg 265A 2594 AN Den Haag
 
Plechtigheid op 24 oktober 2008

Muziek: Zanglijster, door Jan en Monique opgenomen in de tuin Aan de Bezuidenhoutseweg.


Vincent van den Broek spreekt als lid van de familie.
Muziek: Han de Vries GABRIEL’S HOBO
Huub van den Broek leest dagboekfragmenten van Henk Kortekaas en een email van Dirk Eysbertse. Henk en Dirk waren de oudste vrienden van Jan. Muziek: Toots Tielemans OLD FRIEND
Herman den Arend spreekt als oud-collega en goede vriend.
Muziek: Ella Fitzgerald  EVERY TIME WE SAY GOODBYE
Julius Röntgen leest het verhaal, dat Loudi Stolker voorzitter van de Stichting Duinbehoud uitsprak tijdens de première (20 juni 2008) van de film ZAND, WIND, WATER.
Muziek: Han de Vries CHANSON DE L’ADIEU


Angeline van Baarsen leest de tekst, die Jan schreef voor het boek “Dwars door de duinen”.
Muziek: Nachtegaal, opgenomen 10 mei 1994 in de Hertenkamp in Wassenaar door Jan en Monique.

Tekst uitgesproken door Vincent

van den Broek. 

Hou de voeten droog en het hoofd koel! Lieve Monique, beste aanwezigen,
“Hou de voeten droog en het hoofd koel”, met deze woorden nam Jan meestal afscheid als hij bij ons was geweest. En Jan is regelmatig bij ons geweest.
Al vrij snel nadat je Jan leerde kennen, Monique, kwamen jullie samen, meestal op zondagmiddag, naar de Julius Röntgenlaan. Laura, jouw petekind, was toen net 3 en Wouter was ruim een half jaar. Zo werd Jan, samen met jou, een onderdeel van ons gezinsleven en hebben we veel met elkaar beleefd. Daarvan resten vele, vele herinneringen. Het zijn er teveel om ze allemaal op te noemen, dat zou te lang duren en ik moet tenslotte van Jan het hoofd koel houden! Enkele herinneringen wil ik met u allen delen.
De eerste is natuurlijk Jan zijn liefde voor de natuur en voor de duinen. Wie weet dit niet, en welke spreker zal daar vanmiddag niet aan memoreren? Ik denk terug aan de excursie die hij vele jaren geleden met ons gezinnetje door Meijendel maakte. Vooral zijn uitleg bij het mierennest maakte veel indruk en hij liet ons op zijn hand het mierenzuur ruiken.
Ook in groter verband gaf Jan aan zijn vrienden en familie rondleidingen door de duinen. Dan weer naar aanleiding van een verjaardag, dan weer naar aanleiding van een filmpremière, maar altijd even enthousiast en gedreven. Altijd was er wel een verhaal of wetenswaardigheid die we nog niet eerder hadden gehoord. 
Jan was een man met veel kwaliteiten. Zo kon hij ontzettend goed en lekker koken. Jeanny en ikzelf mochten dat vaak ervaren. Hij kookte  met plezier en wist zijn gasten toch steeds iets te bereiden dat ze nog niet eerder bij jullie hadden gegeten. En dat fikste hij met een beperkte hoeveelheid kookgerei. Tussen het koken door liep hij dan nog even de woonkamer in om zijn gezicht te laten zien, even mee te praten en om een glaasje wijn te halen. Waarschijnlijk om de jus mee af te blussen?
Zelf hield Jan ook van lekker eten en hij kon daar ook zo heerlijk van genieten. Lamskoteletjes waren één van zijn favoriete gerechten. Het hapje dat in zijn mond ging bouwde hij zorgvuldig op: stukje vlees aan de vork, beetje groenten erbij, een paar witte bonen en dat alles proefde hij heel bewust. Dat lekkere eten en drinken deelde Jan, samen met jou Monique, ook graag met zijn vrienden en met zijn familie. Het leven moest gevierd worden en daar hebben jullie ons bij betrokken en in laten delen. Het waren gezellige bijeenkomsten, dan weer bij jullie thuis, dan weer buiten de deur. Altijd volop te eten en te drinken. Jan genoot van zijn gasten, van de gezelligheid en van de aandacht. We zullen er met elkaar nog vaak over praten.
Jan had nog veel meer kwaliteiten. Zo kon hij zich op een zeer gemakkelijke manier onder de mensen bewegen en kontakten leggen. En wat ik ook zo knap vind, was zijn gevoel voor publiciteit. Vooral ook, de juiste timing daarvan. Alles werd goed voorbereid, overdacht en uitgewerkt. En als Jan het, ongetwijfeld met jouw hulp, niet zelf had geregeld, dan gebeurde het wel autonoom. Om een voorbeeld te geven: op 8 mei van dit jaar maakte ik van jullie een fotoreportage in Meijendel. Na afloop gingen we een uitsmijter eten bij de pannenkoekenboerderij. Wie schetst mijn verbazing toen ik enige tijd later het AD/Haagse Courant opsloeg. In de rubriek “Terrasbespreking” werd de pannenkoekenboerderij besproken. Er stond ook een grote foto van het terras bij. En wie zitten daar op het terras? Jan, Monique en mijn persoontje.
De kans dat de boulevard in Scheveningen bezwijkt is vele malen groter, dan de kans dat wij met ons drieën op dat terras ongemerkt gefotografeerd zouden worden voor een foto in de krant. Maar bij Jan gebeurt dat gewoon. Alleen, als de boulevard bezwijkt, dan houden we geen droge voeten meer.
Een laatste dierbare herinnering die ik nog wil noemen zijn de stadswandelingen, die wij met ons vieren hebben gemaakt. We maakten elk jaar een wandeling, steeds in een andere plaats o.l.v. een gids “Van het Gilde”. Zo waren we in Dordrecht, Utrecht, Den Haag, Leiden, Haarlem, Amsterdam en als laatste in Scheveningen. We maakten er een dagje uit van. Ook Jan genoot ervan. Hij liep eigenlijk altijd voorop, samen met de gids. Tussen het bekijken van de bezienswaardigheden door, vond hij het ook leuk om in een één-op-ééntje met de gids van gedachten te wisselen over allerlei onderwerpen. Alleen tijdens de wandeling door oud-Scheveningen in 2004, liep Jan achteraan. Hij had teveel last van zijn heup. Na de heupoperatie heeft hij gelukkig weer goed kunnen lopen.
Van Jan blijven de herinneringen, de beelden en de verhalen. Dat zijn er heel wat bij elkaar. Onuitwisbaar. Niet op de laatste plaats door alle documentaires die jullie samen hebben gemaakt.
Vorige week woensdag was ik met het CDA-Westland op werkbezoek bij het Duinwaterbedrijf Zuid-Holland op de locatie Solleveld in Monster. We werden daar gastvrij ontvangen door de heer Jonker en zijn medewerkers. Na afloop kregen alle aanwezigen een tasje met documentatiemateriaal mee. En wat zat er ook in dat tasje? De DVD van jullie laatste film: ZAND, WIND, WATER. Ook voor vanmiddag is deze titel toepasselijk.
We gaan Jan straks toedekken onder een laagje zand van zijn geliefde duinen.
De wind: de wind kan duinen vormen, maar ook doen afslaan. De wind kan ook zand in filmcamera’s blazen waardoor ze defect raken. Ook de wind begeleidt Jan vanmiddag naar zijn laatste rustplaats.
En Water? Water is er vandaag ook in de vorm van regen. En Jan waarschuwde ons er altijd al voor: “hou de voeten droog”.
Jan, bedankt voor alle mooie herinneringen, de beelden en de verhalen. We zullen de voeten  droog houden en het hoofd koel. 

0-0-0-0-0-0 

Tekst uitgesproken door Huub

van den Broek.

De oudste vrienden van Jan. Een foto uit 1933 waar 5 Haagse jongetjes op staan. Ze poseren met de handen in de zij of half knielend en dragen korte broeken.  Een heeft een alpinopet op en twee dragen zelfs een stropdas, terwijl ze aan het werk zijn in de volkstuintjes op de Schenkkade.  Jan heeft als enige een slobbroek aan en houdt een schoffel vast. Allemaal kijken ze vastberaden de lens in. Met 2 van die vriendjes heeft Jan altijd contact gehouden. Jan leidde als 15-jarige, vogelexcursies naar het Haagse Bos en Marlot.
De vriendenclub hield zich vooral bezig met het zoeken naar vogelnesten. Op 22 augustus 1938 voerde een boerenzwaluwpaar hun jongen 596 keer. Dat blijkt uit het dagboek dat vriend Henk Kortekaas, overleden in 2005, bijhield.
Ze maakten ook foto’s. In februari 1941 worden hun fototoestellen door de Duitsers afgenomen. Die krijgen ze wel terug maar zonder rolletje. Maandag 31 augustus schrijft Henk in zijn dagboek “ 's Avonds hoor ik dat Jan is opgepakt”. Een verzetsgroepje heeft ter ere van de verjaardag van Koningin Wilhelmina een koffer vol W tjes geknipt, die in de binnenstad van Den Haag gestrooid moeten worden. Jan doet dat in z’n eentje maar dat blijkt een heel karwei en de koffer raakt maar niet leeg. Uiteindelijk gaat hij in het midden van de Passage staan en gooit de W-tjes de lucht in. Dat valt uiteraard op bij politieagenten, die een achtervolging inzetten en hem pakken. Hij wordt naar Scheveningen gebracht en moet een straf van een half jaar uitzitten in de gevangenis in Kleef.
In februari ’43 stuurt Jan een brief vanuit de gevangenis.In zijn dagboek schrijft Henk: “Zijn verzoek om in het Zuiderpark op de futen te letten zal ik zondag inwilligen”. Na zijn thuiskomst in maart 1943 sluit Jan zich aan bij een verzetsgroep in Den Haag. Op 17 mei 1944 wordt hij gearresteerd, op verdenking van het in brand steken van de Panderfabriek en omdat hij springstoffen in zijn bezit heeft. Via ‘Einzalhaft’ in Scheveningen en Vught komt hij in concentratiekamp Sachsenhausen terecht. Eind april 1945 bevrijden de Russen het kamp. Op 10 juni 1945 schrijft Henk “ half zes ’s morgens, Jan is afgezet op het Spui”. Jan reed op een open vrachtauto door het gebombardeerde Bezuidenhout en vroeg zich af of zijn ouders en zus nog wel leefden. Hij gaat direct naar de Maasstraat waar Henk’s  vader een drukkerij heeft, waar hij hoort dat de familie nog leeft. Hij is 22 jaar en weegt 35 kg.  

Zijn oude vriend Dirk Eysbertse schrijft vanuit Australië:
Beiden zijn we geboren en getogen Hagenaars. We woonden in dezelfde straat in het Bezuidenhout , maar gingen niet naar dezelfde school.  Jan  was 11 en ik 7,  dus nogal een leeftijdsverschil.  Ik beschouwde hem als mijn held.
Voor mijn 8e verjaardag had hij als verrassing een heel terrarium ingericht. Samen speelden we indiaantje. Hij was Winnetou, ik was Dikke Beer, een naam  waar ik een hekel aan had.  De anderen in ons groepje hadden namen zoals Old Shatterhand en Witte Veer, ook zij waren ouder, ik was duidelijk de jongste.Zondags gingen we (niet dat ik gelovig was) naar de kerk. We gingen al om 7 uur, omdat  die mis het kortst was. Na de mis liepen we naar de duinen, naar een meertje dat we ‘Het  Zilvermeer’ noemden omdat het in de boeken van Karl May zo heette en waar een schat te vinden was.  Een schat die we echter nooit gevonden hebben. Hier in de duinen kwam onze gezamenlijke liefde voor de natuur tot bloei .  We gingen vogeltjes kijken en bestuderen en volgden ook de jaarlijkse vogeltrek, die ons deed verlangen naar verre oorden.
Na de oorlog scheidde onze wegen zich en al hoewel ik hem jaren weinig zag, was Jan nooit uit mijn gedachten, we hadden uiteindelijk samen veel beleefd.
Ik emigreerde  naar  Australië en Jan werkte in Den Haag bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Toch hadden we contact.  Als ik in Holland kwam zocht ik hem altijd op. De laatste 15 jaar,  toen ik in de zomermaanden met mijn vrouw Marijke weer jaarlijks naar Nederland kwam, kregen we intensiever contact. Monique werd een goede vriendin van Marijke en gevieren werden we vrienden door dik en dun.  Samen met Monique heeft Jan de laatste 25 jaar een heerlijk leven gehad.
Ik mis mijn oudste en trouwste vriend, het zij zo , het leven is vaak wreed.

                                                                0-0-0-0-0-0 

Tekst uitgesproken door Herman den Arend

Ik ken Jan al heel lang als oud-collega. Toen ik nog maar kort bij het Ministerie in dienst was, kwam mij al snel ter ore, dat er iemand rondliep die een fervent filmer moest zijn.
Omdat ik dat machtig interessant vond, (mijn vader was een verwoed fotograaf),  moest en zou ik die verre onbekende collega zo gauw mogelijk leren kennen. Dat was niet eens zo eenvoudig als het leek, want beiden hadden we een buitendienstfunctie.
We waren derhalve weinig op kantoor en bovendien op verschillende tijden.
Doch op een zekere dag, daarbij geholpen door de beschrijving die ik inmiddels had gekregen over hem, liep ik hem tegen het lijf. Dat was het begin van vele geanimeerde gesprekken en een lange en bestendige vriendschap.  Zo leerde ik Jan, en de persoon die hij was, steeds beter kennen en waarderen.
Wanneer ik Jan probeer te beschrijven dan vallen er 2 lijnen op waarlangs zijn leven zich heeft ontwikkeld en die hem hebben gemaakt tot wat hij was.
De ene lijn wordt gevormd door zijn grote liefde voor de natuur en alles wat daarmee samenhangt, ontluikt op al zeer jonge leeftijd in zijn volkstuintje, in het Haagse Bos, het prachtige landgoed Marlot in zijn geliefde Haagse wijk, het Bezuidenhout en vooral de duinen, levenslange bron van inspiratie voor zijn filmerij. Zo leerde hij spelenderwijs de details kennen van flora en fauna, die hem later zo goed van pas kwamen bij zijn prachtige natuurfilms. Ik moet bekennen dat ik vaak met stomme verbazing naar hem zat te luisteren en onder de indruk was van zijn encyclopedische kennis tot op het kleinste duinplantje en alle gradaties waarin zo’n plantje kon voorkomen.
De andere lijn komt door wat hij op betrekkelijk jonge leeftijd heeft doorgemaakt in de oorlog. Het is duidelijk dat die ervaring zijn karakter heeft gevormd en de bron was voor zijn drang naar vrijheid en onafhankelijkheid, zijn overlevingsdrang, zoals ook weer tot uiting kwam bij het doormaken van zijn ziekte. Het niet vanzelfsprekend accepteren van autoriteit, zaken bezien met een gezonde dosis wantrouwen en scepsis. Zijn gedrevenheid: gedrevenheid in zijn werk (hij wist natuurlijk beter dan menigeen waarom het echt draaide) en gedrevenheid bij zijn grote passie, het vastleggen van de wonderen der natuur.
 
Hij was zeker niet bang, maar wel erg voorzichtig. Zo kan ik nu wel een aardig voorval memoreren uit zijn actieve leven.  Jan werd er in een zekere actie op uit gestuurd – en dit onder het observerend oog van een paar collega’s – op een zeker adres aan te bellen, waar zich een vervaarlijk sujet op zou houden. Wat er gebeurde: er werd niet opengedaan. Boze tongen beweren dat Jan niet op maar naast de bel heeft gedrukt, naar verluid omdat hij het niet zo zag zitten oog in oog te komen staan met een hem minder goedgezind persoon. Zelf beweerde hij met de grootste stelligheid dat hij wel degelijk op de bel had gedrukt, maar dat die het niet deed. De waarheid zal ergens in het midden liggen.
Aan de andere kant kon hij ook keihard zijn en een duidelijke grens trekken als het er op aan kwam. Bekend, of zo u wilt berucht was dan zijn uitspraak tegen een opponent: begrijp je? En de manier waarop hij dat uitte liet geen enkele twijfel bestaan dat het hem echt menens was;  degene tot wie hij zich richtte wist waaraan hij zich te houden had.
Maar waar we Jan vooral door zullen herinneren is zijn gezellige en onderhoudende wijze waarop hij, eenmaal op zijn praatstoel gezeten, onder het genot van een wijntje of een goede whisky, urenlang boeiende, verbluffende, overbluffende, ijzersterke  verhalen en anekdotes wist te vertellen.
Als een volleerd causeur, nimmer om een woord verlegen. Of als gastheer, waarbij hem niets te veel was en hij desnoods voor iedere gast iets apart kookte om maar zo veel mogelijk aan een individuele wens tegemoet te komen.
De wereld zonder Jan is er een stukje minder gezellig door geworden.
 
Maar wat blijft is de prachtige herinnering aan een blijmoedig en levenslustig mens, die in alle eenvoud kon genieten van het moment, het leven nam zoals het viel, met volle teugen heeft geleefd, en alles uit het leven haalde wat er in zat. En, dat kunnen weinigen hem nazeggen, vele schitterende landmerken heeft nagelaten middels zijn natuurfilms en daarin voortleeft en nog steeds een beetje bij ons kan zijn.
Jan, rust zacht.

                                                            0-0-0-0-0-0  

Tekst uitgesproken door Julius Röntgen, geschreven door LoudI Stolker tgv de première ZAND, WIND, WATER.

Jan, vandaag sta je hier voor de presentatie van ZAND,WIND,WATER. In 1991 stond je hier ook, om de film DUINBEHOUD te presenteren. Twee markante momenten in een leven gewijd aan het filmen,waarvan de laatste 30 jaar het filmen van natuurfilms. Voor Stichting Duinbehoud een goede gelegenheid jou een moment extra in het zonnetje te zetten en jouw activiteiten in breder perspectief te bezien dan alleen de film Zand,Wind,Water.  Duinwaterbedrijf ZH gaf ons daarvoor de gelegenheid. Binnen de Stichting Duinbehoud heb je alle rollen vervuld die mogelijk waren: Je was bestuurslid, adviseur, duinconsulent, deelnemer aan de consulentenweekenden en maker van films over de duinen. Dat alles deed je met een grote toewijding en volharding: Het consulentschap voor Meijendel kon rustig aan jou worden overgelaten: je wist zo nodig altijd de verantwoordelijke wethouders te vinden en hen vriendelijk doch dringend, net zo lang te achtervolgen tot je jouw zin kreeg, hetgeen vaak lukte.
Op de consulentenweekenden was je bijna altijd van de partij. Voor de mensen voor wie dit geen bekend fenomeen is: een weekend met informatie en excursies, zeg maar gerust expedities.
Lange fietstochten door de duinen , in moordend tempo en altijd wind tegen. Ik ga een half jaar voor het zover is in training om die tochten te volbrengen maar Jan
 
moest letterlijk van zijn fiets rollen voor hij bedacht dat hij boven de 80 was en dus….Kortom Jan gaat tot het gaatje.
Je hebt voor SDB dus vele rollen vervuld maar vóór alles ben je voor ons een filmisch visitekaartje: een begenadigd filmmaker van prachtige films over de natuur en vooral over de duinen. Een van de mensen die ik ondervroeg om deze speech voor te bereiden zei over de film Duinbehoud uit 1991:
“Wij wilden aantonen dat de duinen als natuurgebied ernstig bedreigd werden, maar Jan filmde zo mooi dat die boodschap naar onze smaak in het gedrang kwam”. Tientallen jaren maakte je samen met Monique natuurdocumentaires. Jullie werden onderscheiden met nominaties, awards en prijzen in de USA, Rusland, India, Iran en Tsjechië. Ook ontvingen jullie de Abraham Schierbeekprijs in 2002
Wanneer je zo heel relaxed van jouw film zit te genieten, realiseer je je niet wat er nodig is om tot zo’n filmresultaat te komen. Maar het betekent afzien, geduld hebben en toeslaan als de kansen zich voordoen. Je hebt het zelf in diverse interviews overtuigend beschreven, ik citeer:
“Sommige slikken zijn zo groot, daar loop je uren. We wilden een keer met storm filmen op de schorren. Anderhalf uur lopen, met camera’s en geluidsapparatuur, 15 kilo de man. Er stond windkracht 9 en het werd heel donker, zodat we moesten opgeven. Nauwelijks hadden we de zaak ingepakt of het begon ook nog te hagelen en regenen. Er viel zoveel, dat het water onze laarzen in liep. Bij de auto goten we het water uit de laarzen, schoenen aan en linea recta naar Den Haag”.
Resultaat van dit uitstapje: 15 seconden mooi beeld.
Ook onthullend:
“We wisten de roesplaats van een visarend. Het was een dode boom. Bob en ik zitten nog geen half uur in de schuilhut of daar is die visarend al met een kanjer van een brasem in zijn snavel. We hadden de camera nog niet eens ingesteld,dus konden we hem pas filmen toen hij al zat te eten. “Ik zeg Bob, we moeten hem ook aanvliegend hebben. Acht dagen later kwam de visarend opnieuw naar de roestplaats. Ja, we hebben alle 8 dagen op de uitkijk gestaan”.
Kortom, deze films zijn het product van afzien, geduld en toeslaan op het juiste moment. Maar het resultaat is leerzaam,inspirerend en prachtig . Jij laat er in datzelfde interview ook geen misverstand over bestaan hoe jouw balans uitpakt: “Ach man, alle narigheid ben ik allang vergeten. Wat blijft is de prachtige herinnering”.  Jan, je bent nu 85. Je gezondheid laat veel te wensen over. Je verbleef onlangs uitvoerig in het ziekenhuis maar ook daar slaagde je erin om het besef van de schoonheid van de duinen over te dragen, in dit geval op één van jouw artsen. Kennelijk had je hem over jouw liefde voor en kennis van de natuur verteld want hij legde jou zijn probleem voor. De vrouw die hij wilde veroveren hield van de natuur en m.n. van vogels. Als zij nou zou denken dat dit een gedeelde belangstelling was zou zij misschien ook interesse voor hem krijgen. Het probleem was alleen dat hij nog geen kanarie van een mus kon onderscheiden. Jan dacht mee. Hij beschreef precies hoe de arts met zijn vriendin naar een vogelreservaat moest rijden, waar hij kon parkeren, hoe hij naar de vogel waarneemhut kon lopen en hoe hij door het kijkgat links kopmeeuwen zou zien en door het kijkgat rechts kluten. Als hij dan op het juiste moment zou roepen  kijk een kopmeeuw en kijk een kluut…..Toen Jan zijn arts later vroeg hoe de excursie was geweest, bleek dat alles naar wens was verlopen. Jan als postillon d’amour.

Jan wat ik namens de Stichting Duinbehoud wil doen, is jou danken voor jouw langdurige en waardevolle inzet voor de bescherming van de duinen. Ik ben ervan overtuigd dat jouw films een inspiratiebron zullen blijven voor de vele Nederlanders, die geen kanarie van een mus kunnen onderscheiden laat staan een kopmeeuw van een kluut. Dank je wel.

                                                                0-0-0-0-0-0 

Tekst uitgesproken door Angeline van Baarsen, uit het boek DWARS DOOR DE DUINEN, geschreven door Jan van den Ende
 
De Waalsdorpervlakte. Een vroege ochtend in mei. Bevroren golven van zand liggen stil in een dunne mist, die met zijn vocht de planten haast zichtbaar doet groeien. Geuren vermengen zich tot een boeket, van waaruit smiespelend mezengeluid en dromerige merelzang opwellen als vanuit een stille bron. Dan breekt klaterend het geluid van een juichende Nachtegaal door de vlakte. Zijn vierduizend jaar geleden de eerste bewoners van de Waalsdorpervlakte ook door een Nachtegaal begroet? 
Werden die zwervende jagers door de Nachtegaal betoverd en overgehaald om op deze plek een simpel onderkomen te bouwen? Wij zullen nooit weten waarom zij juist op deze plek een deel van hun leven wilden doorbrengen. Natuurlijk, er leefde genoeg wild om voor een welvoorziene dis te zorgen en er was ook variatie in het menu, want vlakbij, aan de rand van het gebied, wemelde het van vissen in het moeras. Vette vissen, die je in de paartijd met de hand kon grijpen. Kruiden, om ziekten te bestrijden en bloedende wonden te stelpen, groeiden overal.
Het zullen mensen van weinig woorden zijn geweest. Geruisloos beslopen zij het Ree en het Wilde varken in de valleien. Elkaar met een enkel gebaar en een blik duidelijk makend wat te doen. In de schamele onderkomens zullen zij de avonden gehurkt hebben doorgebracht met het verzorgen van hun voorwerpen voor de jacht, om dan in slaap te vallen naast hun primitieve werktuigen.
Ik kan hun woorden niet meer horen. Het is te lang geleden. We zullen nooit weten wat zij dachten en wat hen bezielde. De weinige worden die zij spraken en de gedachten die hen bezig hielden, kun je niet meer opvangen. Ze hangen hier nog wel in de vallei, maar het is te vaag, te ver weg. 
Toch hoor ik stemmen, vredig, berustend, en ik weet om wie het gaat. De jongens van mijn verzetsgroep, die hier in 1944 hun leven lieten. Hans, een veelbelovend jurist, wil mij op deze
meiochtend in de vallei van alles vertellen. Vaag hoor ik zijn heldere stem tussen de bomen, flarden van woorden: “…….de dag van mijn arrestatie, het verhoor, de slagen. Het verwonderd naar mijn handen kijken, naar het bloed van mijn gezicht. Blonde Henk die, in elkaar geschopt, naar binnen wordt gegooid in mijn cel. Ze vragen steeds aan de anderen tijdens het verhoor ‘Ken je Hans?’ Nee. Ze ontkennen allemaal. Rooie Harry weigert een woord te zeggen, net als Willem de tuinder. De verhoorders hebben haast, er moeten voorbeelden worden gesteld. Vreemd, tijdens de chaos van de slagen hoor ik buiten een zilvermeeuw juichend roepen. Vreemd dat ik dat hoor. Ik word teruggebracht naar mijn cel, op de grond gegooid en val daar in slaap.
In het donker van de nacht knarsen grendels van celdeuren, geschreeuw, meer grendels. Ook van mijn cel. Gebrul. Heraus! Dan in het Nederlands ‘Trek je jasje uit, dat heb je niet meer nodig’. Een Nederlandse SS-er. Overeind gesleurd, gelach, naar de gang geduwd. We zijn met z’n vieren en worden geboeid. Buiten op de binnenplaats is het nog nacht. Het is koud en ik ril niet van angst, hoewel ik weet wat er gaat gebeuren. De commando’s in het Duits klinken zakelijk. Een vrachtwagen rijdt achteruit naar ons toe. We worden aan elkaar geboeid. Waarom duurt het zo lang? Papieren worden gecontroleerd. Onze namen afgeroepen. Ik knik alleen maar. Met een klap valt de klep van de vrachtwagen omlaag en er springt een SS-man uit. Hij lacht  en kijkt smalend naar ons. ‘Dalli, Dalli’, roept hij. Ik weet niet wat het betekent, maar we moeten in de vrachtwagen. Alles doet pijn. We kruipen in de wagen. De klep dreunt dicht en zeilen worden dichtgeslagen. Er blijft een kleine kier open. Korte bevelen in het Duits. De stank van de uitlaat walmt door de kier naar binnen. De auto gaat rijden, stopt, de deuren van de gevangenispoort gaan open, weer rijden.
Een verduisterde lantaarn glijdt voorbij, de Van Alkemadelaan, nog een paal en weer een. Ik moet mij ertegen verzetten om ze niet te tellen. We gaan linksaf, buiten is het donker, de wagen hotst en botst over de ongelijke weg, dan door zand. Een tak slaat tegen het zeil, de wagen draait scherp naar links, de motor wordt afgezet. Stilte, stappen in zand. Het zeildoek wordt weggeslagen en ik zie in de verte de horizon zacht oplichten. Nu pas zie ik dat er SS-ers bij ons in de laadbak zitten. Met de kolf van hun geweren duwen ze ons naar buiten. Blonde Henk valt. Zijn gezicht zit onder het zand. Achter ons stopt een andere vrachtwagen. SS-ers met honden stappen uit. Ze drijven ons naar een kleine vallei tot voor een diepe kuil. Ineens klatert het lied van een Nachtegaal van over de heuvel naar ons toe. Ik voel mij vreemd gelukkig. 
De Waalsdorpervlakte. Een vroege ochtend in mei. Bevroren golven van zand liggen stil in een dunne mist, die met zijn vocht de planten haast zichtbaar doet groeien. Geuren vermengen zich tot een boeket, van waaruit smiespelend mezengeluid en dromerige merelzang opwellen als vanuit een stille bron. Dan breekt klaterend het geluid van een juichende Nachtegaal door de vlakte. Zijn vierduizend jaar geleden de eerste bewoners van de Waalsdorpervlakte ook door een Nachtegaal begroet? 
Werden die zwervende jagers door de Nachtegaal betoverd en overgehaald om op deze plek een simpel onderkomen te bouwen? Wij zullen nooit weten waarom zij juist op deze plek een deel van hun leven wilden doorbrengen. Natuurlijk, er leefde genoeg wild om voor een welvoorziene dis te zorgen en er was ook variatie in het menu, want vlakbij, aan de rand van het gebied, wemelde het van vissen in het moeras. Vette vissen, die je in de paartijd met de hand kon grijpen. Kruiden, om ziekten te bestrijden en bloedende wonden te stelpen, groeiden overal.
Het zullen mensen van weinig woorden zijn geweest. Geruisloos beslopen zij het Ree en het Wilde varken in de valleien. Elkaar met een enkel gebaar en een blik duidelijk makend wat te doen. In de schamele onderkomens zullen zij de avonden gehurkt hebben doorgebracht met het verzorgen van hun voorwerpen voor de jacht, om dan in slaap te vallen naast hun primitieve werktuigen.
Ik kan hun woorden niet meer horen. Het is te lang geleden. We zullen nooit weten wat zij dachten en wat hen bezielde. De weinige worden die zij spraken en de gedachten die hen bezig hielden, kun je niet meer opvangen. Ze hangen hier nog wel in de vallei, maar het is te vaag, te ver weg. 
Toch hoor ik stemmen, vredig, berustend, en ik weet om wie het gaat. De jongens van mijn verzetsgroep, die hier in 1944 hun leven lieten. Hans, een veelbelovend jurist, wil mij op deze meiochtend in de vallei van alles vertellen. Vaag hoor ik zijn heldere stem tussen de bomen, flarden van woorden: “
…….de dag van mijn arrestatie, het verhoor, de slagen. Het verwonderd naar mijn handen kijken, naar het bloed van mijn gezicht. Blonde Henk die, in elkaar geschopt, naar binnen wordt gegooid in mijn cel. Ze vragen steeds aan de anderen tijdens het verhoor ‘Ken je Hans?’ Nee. Ze ontkennen allemaal. Rooie Harry weigert een woord te zeggen, net als Willem de tuinder. De verhoorders hebben haast, er moeten voorbeelden worden gesteld. Vreemd, tijdens de chaos van de slagen hoor ik buiten een zilvermeeuw juichend roepen. Vreemd dat ik dat hoor. Ik word teruggebracht naar mijn cel, op de grond gegooid en val daar in slaap.
In het donker van de nacht knarsen grendels van celdeuren, geschreeuw, meer grendels. Ook van mijn cel. Gebrul. Heraus! Dan in het Nederlands ‘Trek je jasje uit, dat heb je niet meer nodig’. Een Nederlandse SS-er. Overeind gesleurd, gelach, naar de gang geduwd. We zijn met z’n vieren en worden geboeid. Buiten op de binnenplaats is het nog nacht. Het is koud en ik ril niet van angst, hoewel ik weet wat er gaat gebeuren. De commando’s in het Duits klinken zakelijk. Een vrachtwagen rijdt achteruit naar ons toe. We worden aan elkaar geboeid. Waarom duurt het zo lang? Papieren worden gecontroleerd. Onze namen afgeroepen. Ik knik alleen maar. Met een klap valt de klep van de vrachtwagen omlaag en er springt een SS-man uit. Hij lacht  en kijkt smalend naar ons. ‘Dalli, Dalli’, roept hij. Ik weet niet wat het betekent, maar we moeten in de vrachtwagen. Alles doet pijn. We kruipen in de wagen. De klep dreunt dicht en zeilen worden dichtgeslagen. Er blijft een kleine kier open. Korte bevelen in het Duits. De stank van de uitlaat walmt door de kier naar binnen. De auto gaat rijden, stopt, de deuren van de gevangenispoort gaan open, weer rijden.
Een verduisterde lantaarn glijdt voorbij, de Van Alkemadelaan, nog een paal en weer een. Ik moet mij ertegen verzetten om ze niet te tellen. We gaan linksaf, buiten is het donker, de wagen hotst en botst over de ongelijke weg, dan door zand. Een tak slaat tegen het zeil, de wagen draait scherp naar links, de motor wordt afgezet. Stilte, stappen in zand. Het zeildoek wordt weggeslagen en ik zie in de verte de horizon zacht oplichten. Nu pas zie ik dat er SS-ers bij ons in de laadbak zitten. Met de kolf van hun geweren duwen ze ons naar buiten. Blonde Henk valt. Zijn gezicht zit onder het zand. Achter ons stopt een andere vrachtwagen. SS-ers met honden stappen uit. Ze drijven ons naar een kleine vallei tot voor een diepe kuil. Ineens klatert het lied van een Nachtegaal van over de heuvel naar ons toe. Ik voel mij vreemd gelukkig.
 

Zes SS-ers ,met geweren staan klaar. Een neemt zijn geweer tussen zijn benen  en slaat zijn armen krachtig om zijn lichaam tegen de kou. Ik heb het niet koud meer. Het is zo voorbij. Schuin achter mij kijkend zie ik de horizon zachtroze kleuren. Er klinkt een commando, grendels van geweren, de Nachtegaal jubelt een lange triller, pijn, ik val, een knal vervaagt in mijn hoofd. De Nachtegaal is weg, de lucht is weg…..”
 
De stem van Hans vervaagt, maar ik zie alles voor mij in de nevel die laag over het duin hangt.
Een SS-officier komt uit de wagen, haalt zijn parabellum uit de holster, draait met zijn laars de lichamen om en geeft ieder van de vier een nekschot. Grommend tegen de kou en het vroege tijdstip duwt hij met zijn rechterlaars de lichamen in de kuil. Onder het teruglopen naar de auto veegt hij zijn laars schoon aan een pol helm. In de auto geeft hij de zes man van het executiepeloton ieder een fles jenever. Een oud gebruik dat in ere wordt gehouden. De andere SS-ers gooien de kuil dicht en stappen dan ook met de honden in de auto. Kreunend draaien de wagens in het zand naar de ongeplaveide weg, waar het geluid van motor en wielen wegsterft tussen de meidoorns en de seringen. 
Met zachte slepende tonen begint een Nachtegaal zijn lied. De stemmen en de beelden zijn weg.
Ik kijk rond naar de bomen, waarvan de bladeren zacht beginnen te lispelen in een ochtendbriesje. Ik kan in mijn borst een brandende pijn voelen, omdat ik het overleefd heb. Hans en zijn drie medestrijders hebben de prijs betaald voor hun verzet.   Vier van de ruim tweehonderd verzetsmensen die hier zijn doodgeschoten.
Vreemd,  ook in droeve tijden zingen de Nachtegalen……..
Zes SS-ers ,met geweren staan klaar. Een neemt zijn geweer tussen zijn benen  en slaat zijn armen krachtig om zijn lichaam tegen de kou. Ik heb het niet koud meer. Het is zo voorbij. Schuin achter mij kijkend zie ik de horizon zachtroze kleuren. Er klinkt een commando, grendels van geweren, de Nachtegaal jubelt een lange triller, pijn, ik val, een knal vervaagt in mijn hoofd. De Nachtegaal is weg, de lucht is weg…..” 
De stem van Hans vervaagt, maar ik zie alles voor mij in de nevel die laag over het duin hangt.
Een SS-officier komt uit de wagen, haalt zijn parabellum uit de holster, draait met zijn laars de lichamen om en geeft ieder van de vier een nekschot. Grommend tegen de kou en het vroege tijdstip duwt hij met zijn rechterlaars de lichamen in de kuil. Onder het teruglopen naar de auto veegt hij zijn laars schoon aan een pol helm. In de auto geeft hij de zes man van het executiepeloton ieder een fles jenever. Een oud gebruik dat in ere wordt gehouden. De andere SS-ers gooien de kuil dicht en stappen dan ook met de honden in de auto. Kreunend draaien de wagens in het zand naar de ongeplaveide weg, waar het geluid van motor en wielen wegsterft tussen de meidoorns en de seringen. 
Met zachte slepende tonen begint een Nachtegaal zijn lied. De stemmen en de beelden zijn weg.
Ik kijk rond naar de bomen, waarvan de bladeren zacht beginnen te lispelen in een ochtendbriesje. Ik kan in mijn borst een brandende pijn voelen, omdat ik het overleefd heb. Hans en zijn drie medestrijders hebben de prijs betaald voor hun verzet.   Vier van de ruim tweehonderd verzetsmensen die hier zijn doodgeschoten.
Vreemd,  ook in droeve tijden zingen de Nachtegalen……..

 

 

 
   

Comments