Films‎ > ‎Natuur Nabij (1997)‎ > ‎

De pers

De Haagsche Courant 13 december 1997
Door Mark Glotzbach

 
"Torenvalk als filmster"
Als je op tien hoog oog in oog komt te staan met een torenvalk op zijn nest in een plantenbak op het balkon, kan dat precies iets zijn wat je zoekt, al is je verbazing er niet minder om. Zo was dat zeker bij de Haagse natuurfilmers  Monique van den Broek en Jan van den Ende.

"Een mevrouw in Rijswijk belde: kom maar eens kijken. Voor een schuilhut was het balkon veel te smal. Niet nodig, zei die mevrouw, als ik de was op hang blijft ie gewoon zitten.  Het mannetje dat muizen bracht, het wijfje dat de prooi in stukken scheurde en aan haar jongen voerde, we konden het allemaal vanaf een meter of drie opnemen. Het wijfje draaide zelfs haar rug naar ons toe. Een bewijs dat ze zich volkomen op haar gemak voelde", zegt Van den Ende.

Het leverde pakkende beelden op in de film "Natuur Nabij", door Filmproductiebedrijf van den Ende in opdracht van de Vereniging voor Natuur- en Milieueducatie (IVN) gemaakt. De film toont aan dat er  heel wat echte natuur in de directe woonomgeving  is te vinden en daar onverwacht rijk kan opbloeien als zij van de mensen een kontje krijgt. Nestkasten en paddentunnels zijn overbekende voorbeelden. Maar boor wat gaten in een blokje hout, hang dit op in de tuin en je hebt een flat voor ( niet stekende) solitaire bijen en wespen.

Kastjes
Kastjes voor egels, een holenwand voor oeverzwaluwen, handhaving van rommelige hoekjes in de tuin, met simpele middelen kunnen temidden van menselijke bewoning dierentuinen onstaan waar de dieren in vrijheid leven. 

"Natuur Nabij" is al de veertiende film van het duo Monique van den Broek en Jan van den Ende. En ook nu weer zijn er heel wat verhalen omheen te vertellen. Over de broedkolonie van visdieven die op het dak van de bloemenveiling in Aalsmeer broeden bijvoorbeeld. Van den Ende: "Bij een dakreparatie moest bitumen het grind vervangen. En onze visdieven dan, was de vraag, want die hebben grind nodig. Toen heeft men er paar betonnen bakken van tweeënhalf  bij tweeënhalf  neergezet en met grind gevuld. Binnen de kortste keren zaten daar vijftig paartjes visdieven in te broeden. Er kwamen meer van die bakken te staan en nu telt de kolonie zo'n tweehonderdzestig paartjes. Met gemiddeld negentien nestkuiltjes per bak zitten ze op elkaar gepropt, een dichtheid  die je in de natuur bij broedende visdieven nergens vindt. We zaten onder camouflagenetten te filmen en dat ging best".

Reddingsactie 
Het filmen van een broedende eend op het eilandje van een vijver in de achtertuin in het Haagse Statenkwartier, leidde ook tot een merkwaardige reddingsactie. Van den Ende: "Op zo'n afgesloten plaats kan een moedereend natuurlijk niet voldoende voedsel vinden voor haar jongen.  Daarom voerden de bewoners ze bij. En later brachten zij het hele stel over naar een sloot. Maar na een paar dagen was er geen kuiken meer over. Kort daarna zat die eend weer op dezelfde plaats te broeden. Er kwamen negen kuikens. We hebben er een dag gezeten om te helpen bij het vangen. Met een bakje voer aan een touwtje wilde ik de moedereend lokken, net als een kwajongen met een portemonnaie aan een draad. Maar het bleek dat zoiets bij een eend niet werkt. En als we de jongen wilden vangen, doken ze onder. Mevrouw ging met een waadbroek aan de vijver in en wist er een paar te verschalken en ik ook. We zetten de kuikens in de schuur  en de moeder liep toen ook naar binnen. Schuurdeur dicht en we hadden haar. We hebben de eendenfamilie uitgezet in het Westbroekpark en de jongen zijn allemaal groot geworden".     

Een natuurtuin annex watertuin in het Arnhemse Spijkerkwartier, een tot tuin omgetoverd verloederd schoolplein in Utrecht, een met fabriekspuin ingerichte insectentuin in Veghel. Geeft de natuur een kans en je krijgt een paradijsje waar je wilt. En daarmee ook een sociaal middelpunt voor de buurt. Van den Ende: "Je stuit op de gekste dingen. Wie verwacht er nou ringslangen in een Goudse woonwijk. Er zit daar in de wijk Bloemendaal een hele populatie, geïsoleerd maar toch gezond, zoals dna-onderzoek heeft uitgewezen. Op de Goudse vuilnisauto's zijn foto's aangebracht van wat er in de gemeente te vinden is aan natuur. Ze stuurden een wagen met een ringslangfoto erop apart naar ons toe toen we aan het filmen waren".

Bekkentrekken
De voortplanting dient te  allen  tijde door te gaan, zo wil de natuur het. Men zoekt er maar een plaatsje voor. Dus broeden in de herrie en chaos bij het Centraal Station in Den Haag kauwen in de open zijkanten van de tramborden boven de halte aan de Rijnstraat. "Als je op een dergelijke plaats gaat filmen krijg je natuurlijk altijd van die bekkentrekkende lolbroeken voor je lens", zegt Van den Ende licht geërgerd. 

Het filmen van een kunstwand voor oeverzwaluwen in een natuurreservaatje bij Den Bosch leek ook een ongemakkelijke affaire te worden. "Eerst kwamen we langs een stelletje dat op de grond lag te vrijen en een eindje verder zagen we een helemaal naakte jongeman, een bodybuilder, die zich stond in te wrijven. We bleken op een ontmoetingsplaats  voor homo's te zijn beland en we vreesden last te krijgen: wat moet dat met die camera. Maar niemand trok zich wat van ons aan en we hebben de oeverzwaluwen schitterend kunnen filmen".  Een verliefd paartje dat 's avonds afzondering zocht op een kerkhof in Zuid-Limburg moet wel hevig geschrokken zijn van de twee natuurfilmers, die tussen de zerken zaten te wachten op een kerkuil die niet kwam. "We kregen ook de stuipen. Toch zeiden we gewoon goedenavond  tegen elkaar".

In de Rijswijkse kleurenbuurt worden de huizen voorzien van speciale dakpannen en nestkasten voor gierzwaluwen, vogels die alleen uit de lucht komen om te broeden. Van den Ende: "Wij er op af. En een bouwvakarbeider riep: 'Hier zijn twee mensen voor de Apus apus! 'Helaas had filmen daar geen zin. Je moet precies weten waar ze zitten want zo zie ze en zo zijn ze weg. Het lukte wel bij gebouwen in plaatsen waar vogelliefhebbers op kaarten exact hadden aangegeven welk nest in gebruik was". 

Een ooievaarspaar op het dak van het Culemborgse stadhuis verleidde Monique van de Broek en Jan van den Ende tot een opname die niet symbolischer kon. "Je moet het maar treffen. Er ging een bruidspaar naar binnen terwijl boven op het stadshuis die twee ooievaars aan het paren waren".  
 

Uit het dagblad "De Limburger" 7 februari 1998 door Annelies Hendriks

"Godallemachtig, het zijn echt torenvalken"

Een natuurfilm maken, moeilijk? Welnee. In wezen is dat heel simpel. Je hoeft alleen maar een jaar of zestig in de natuur rond te lopen; heel goed uit je ogen te kijken en te weten. Bovendien moet je er op het moment suprême zelf zijn.; een flinke portie geluk hebben en geduld oefenen. Da's alles. En dan zit je te koekeloeren met twee kilometer film. Waarvan uiteindelijk twee meter wordt gebruikt. 

Zo poogde de Haagse natuurfilmer Jan van den Ende (75) donderdagavond  in het Maastrichtse Natuurhistorisch museum  al lachend te schetsen  hoe een film als "Natuur Nabij" tot stand is gekomen. Maastrichtse natuurkenners konden alvast kennis nemen van de film. Morgen wordt "Natuur Nabij" driemaal voor publiek vertoond. 

Een film, door Van den Ende en zijn compagnon Monique van den Broek gemaakt voor het IVN.  Een film over natuur in stad en dorp in Nederland. Over het "stenig milieu" als toevluchtsoord voor dieren die het juist op het platteland niet meer redden. Over blauwe reigers in stadparken; torenvalken in een plantenbak op een balkon tienhoog; bijenkasten op een dak; parende ooievaars op een kerktoren. "Want seks in een film moet tegenwoordig."   

Over geveltuintjes op het water; over tot ecologische tuintjes omgetoverde parkeerplaatsen; over de 650 soorten solitair levende, en niet-stekende, bijen en wespen in ons land. Ook de Maastrichtse stadwallen met hun rijke begroeiing komen voor in "Natuur Nabij", net als de muurhagedissen op de Hoge Fronten en de grote gele kwikstaart langs de Geul bij het Valkenburgse kasteel Schaloen. 
Hij is nu eenmaal gek op Limburg, bekende Jan van den Ende donderdag in de pauze. Eerlijk? Of zegt-ie morgen in Leeuwarden hetzelfde over Friesland? O nee, geen sprake van: "Als ze me in Friesland hadden gevraagd, was ik niet gegaan. Ik ben net terug uit Texas, zit nog middenin m'n jetlag. Maar tegen het IVN in Maastricht zeg ik niet gauw nee". Op zijn twaalfde maakt Van den Ende zijn eerste natuurfoto's. "Dus ik wandel echt al 63 jaar door de natuur". Al is hij 75, Van den Ende gaat vrolijk door. Pretlichtjes in zijn ogen: "Ik heb een soort lijfrente afgesloten, tot mijn honderste. Daarna kan ik altijd weer gaan werken".
Zijn huidige filmpartner Monique van den Broek voegde zich ongeveer twintig jaar geleden bij hem: "Zij wist niets van de natuur. Twee jaar later wist ze meer dan ik". Van den Broek kon er donderdag wegens familie-omstandigheden  niet bij zijn, maar morgen is ze er wel. "Daarom ziet u nu eigenlijk maar de helft van de film", hield haar compagnon zijn gehoor voor en nodigde het van harte uit morgen nog eens te komen kijken. 
Dat zelfs een natuurkenner als Jan van den Ende de verbazing nog niet voorbij is, leerde het torenvalk-verhaal van deze geboren verteller.  
"Er belde een mevrouw uit Rijswijk. Ze had torenvalken in een verwaarloosde plantenbak op haar balkon, tienhoog. We gaan dan altijd kijken, maar meestal blijken het houtduiven. Maar nu? Godallemachtig, het waren echt torenvalken". Vijf jongen hadden ze. En ze lieten zich gewoon filmen. "Het wijfje zat met de rug naar ons toe, ze voelde zich volledig op haar gemak". Pakkende beelden leverde dat op.
Net als de ringslangen. In Gouda komen ze tot in de tuintjes. "Hele leuke beesten, volstrekt ongevaarlijk. Een ringslang kan niks. Behalve doodliggen. Die heeft geen enkel wapen. Eigenlijk is het beetje een zielige slang. Maar een schat van een beest. Negenennegentig procent van alle slangen die je in Nederland tegenkomt, is ringslang".
Het drama dat de torenvalkfamilie vorig jaar overviel, komt niet voor in de film. Maar Van den Ende verhaalde er wel over. Door tuinders gestrooid muizengif werd de familie fataal. De filmers namen drie ternauwernood overlevende mee, daarvan wisten ze er twee in leven te houden. Eerst met kattenvoer. Daarna met zelfgevangen muizen. 
Jan van den Ende vertelde hoe gemakkelijk het is om muizen te vangen in het Haagse bos. Een valletje met wat pindakaas ("onthoud dat als u ooit muizen moet hebben") en je hoeft je kont maar te keren: ping! Drie honderd muisjes vingen hij en Monique van den Broek voor de twee torenvalkjes. Die nogal tam werden. "Als we ze riepen, kwamen ze". En waar zijn ze nu? "Vrij. We hebben ze vrijgelaten. Maar voordien hebben we ze weer wild moeten maken". 


 
Comments