Aanleiding

In juli 2005 heeft de Raad voor cultuur ongevraagd advies uitgebracht aan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap middels het rapport 'Mediawijsheid. De ontwikkeling van nieuw burgerschap'. 

In dit rapport wordt een verbreding voorgesteld van ‘media-educatie’ (term uit het rapport van de Raad voor Cultuur uit 1996) naar ‘mediawijsheid’. De reden om niet langer over media-educatie te spreken is omdat media-educatie in de ogen van de raad te exclusief gericht is op onderwijs, kinderen en jongeren, aanbod en bescherming. De verbreding van media-educatie naar mediawijsheid zijn drievoudig:

·         Mediawijsheid beslaat meer terreinen dan alleen het onderwijs: ook op het terrein van de zorg, de politiek of de veiligheid dienen burgers mediawijs te zijn.

·         Mediawijsheid betreft meer mensen dan alleen kinderen en jongeren: om optimaal te kunnen functioneren in de hedendaagse maatschappij zou iedereen mediawijs moeten zijn.

·         Het doel en de noodzaak van mediawijsheid ligt niet in de omgang met de media zelf, maar in het kunnen participeren in het maatschappelijk proces.

Daarnaast legt mediawijsheid meer dan media-educatie de nadruk op het zelf maken of produceren van media-inhouden en voegt het ‘mentaliteit’ of houding toe als belangrijk aspect van mediawijsheid. Burgers moeten zich bewust zijn van de wijze waarop zij media gebruiken en van het effect van dat gebruik op henzelf en anderen. 

In dit rapport geeft de Raad o.a. het advies om het thema ‘media’ in het onderwijs een plek te geven en raadt zij aan om mediacoaches op te leiden en scholen te stimuleren mediacoaches aan te stellen met als doel de mediawijsheid van de jeugd te verbeteren.