De online lessen creatief schrijven zijn bedoeld als verrijkingswerk voor erg taalvaardige kinderen in de bovenbouw. De kinderen werken zelfstandig. Ze lezen de les en doen de opdracht in een schrift of op de computer. Bij elke les hoort één opdracht, waarvan ze het resultaat aan hun leerkracht laten zien.



CREATIEF SCHRIJVEN IN DRIEËNTWINTIG LESSEN

Aandachtig

Schrijven en lezen kunnen niet zonder elkaar. Om goed te kunnen schrijven, moet je goed kunnen lezen. Goed lezen is meer dan begrijpen wat er staat en meer dan een boek leuk of niet leuk vinden.
Omdat lezen en schrijven alles met elkaar te maken hebben, gaan deze werkbladen ook over lezen. Op de werkbladen zelf valt ook heel wat te lezen. Je hoeft geen vragen over de tekst te beantwoorden of de tekst samen te vatten. Het is genoeg om de tekst aandachtig te lezen en je, terwijl je dat doet, af te vragen of je alles begrijpt. Wat je niet begrijpt, zoek je op of vraag je aan je leerkracht of een ander kind.
Neem de tijd voor het lezen. Je leert zowel van het lezen als van het maken van de opdrachten. Het een is niet minder belangrijk dan het ander.

Aan de slag

Je begint met de tekst op het werkblad aandachtig te lezen. Soms is de tekst best moeilijk te volgen, vooral die van de laatste werkbladen. Geef het niet te vlug op en neem er de tijd voor. Lezen is leren.
Van de werkbladen kun je niet alleen leren schrijven, maar ook leren lezen en leren om boeken te waarderen. Als schrijver - wat je bent zodra je schrijft en je eigen werk serieus neemt - is het belangrijk dat je weet wat andere schrijvers doen. Wat vooral belangrijk is, is dat je begrijpt hoe ze het doen en waarom. Zoals schrijven, leer je dat heel langzaam. Stap voor stap, maar elk stapje is er een. Als je niet loopt, kom je nergens.


Vaag


Het kan best dat sommige werkbladen je niets zeggen; dat je het vaag of onduidelijk vindt of erger, dat je geen benul hebt waar het over gaat. Dat komt omdat sommige werkbladen behoorlijk diep op schrijven ingaan. Je hebt schrijfervaring nodig om te merken waar het over gaat. Als je die ervaring hebt, wordt het allemaal veel duidelijker. Zonder veel ervaring is het uitleg die je opslaat in je achterhoofd en die ooit heel nuttig is. Je leest over schrijven en daardoor denk je er over na. Daar leer je van; als het niet nu is dan later.

Opzoeken


Begrippen die je niet kent, kun je opzoeken. Je kunt ook verder lezen en als je klaar bent met lezen, teruggaan naar het moeilijke begrip. Misschien begrijp je het dan wel. Dat betekent dan dat je de betekenis van het woord hebt afgeleid uit de context, dwz. de omgeving waarin het begrip voorkomt.Opdrachten
Anders dan bij bijvoorbeeld begrijpend lezen, waar vragen over de tekst worden gesteld, hebben de opdrachten alleen zijdelings betrekking op de tekst. De opdrachten geven je erg veel vrijheid. Het zijn altijd schrijfopdrachten. Je mag de opdracht precies volgen, maar als je een bruikbare ingeving hebt, mag je de opdracht als een richtlijn gebruiken, die je een houvast geeft.

Citaten


Op de werkbladen staan citaten of uitsneden uit verhalen. Die verduidelijken niet alleen de uitleg, maar versieren die ook. Soms staat onder het citaat de bron; de schrijver en het boek waaruit het afkomstig is.
Bij sommige opdrachten horen citaten waarmee je aan de slag gaat.
Volwassen
Alle citaten zijn afkomstig uit boeken voor volwassenen. Ook alle schrijvers die worden genoemd, schrijven voor volwassenen. Laat dit je niet afschrikken. Ook als je zelf liever verhalen voor kinderen schrijft, kun je veel leren van schrijvers voor volwassenen.

Werk


Je eigen werk zal bestaan uit matige en goed geslaagde teksten. De prullenbak staat naast je. Gooi mislukt werk gerust weg. Maar probeer ook goede stukken beter te maken door ze te bewerken. Over bewerken gaat trouwens ook een les. Bewerken is voor een schrijver ontzettend belangrijk. Hij maakt daarmee van een schets met potlood een schilderij van verf, met alle prachtige kleuren die daarbij horen.