Belvès, gezellige bastide stadje


Een middeleeuws plaatsje

 met typische Bastide opbouw en 

maar liefst 7 klokketorens, 
gebouwd op een rotsachtige uitloper boven de vallei van de rivier de Nauze. 
Van afstand gezien een prachtige aanblik, bijna een Toscaans dorp, maar ook vanuit Belvès zelf prachtige uitzichten over een fantastische en wijdse omgeving. 

Volgens sommigen ligt de oorsprong van de naam 
Belvès in het Occitaanse b
el vès, hetgeen mooi uitzicht betekent. Volgens anderen herinnert de naam aan de 
keltische stam, de Bellovaken, die hier al in de 3e eeuw voor Christus woonde en een derde interpretatie is gebaseerd op de woorden bel (zonnegod) en vez of vaurez (moeras)

De belangrijkste historische bezienswaardigheden

Belvès was oorspronkelijk een volledig ommuurde vestingstad, gelegen tussen de Rue du Petit Sol, de Rue de l'Oiseau Qui Chante en La Place de la Breche. De stadsmuren met een hoogte tot wel 15 meter vormden gezamenlijk het toenmalige Le Castrum

De poort die uitkomt op het marktplein was in de 11e eeuw de enige ingang tot de ommuurde stad, met een ophaalbrug over een droge slotgracht, die feitelijk een brede en diepe sleuf was die op natuurlijke wijze was ontstaan.

Op de bodem hiervan bevonden zich grotten, die vanaf de middeleeuwen bewoond werden tot 1764, toen de gracht om praktische redenen werd gedempt. 

Deze zogenaamde Habitations Troglodytiques geven een goede indruk van de leefomstandigheden van de allerarmsten in de middeleeuwen en bevinden zich onder het marktplein. 

De ingang van deze grotwoningen is door de versterkte poort in de hoek van het plein. (bezichtiging van april tot oktober)


Op de markt in het centrum (
Place d' Armas) staat de 15e eeuwse overdekte markthal (La Halle) met nog steeds de originele bestrating en 23 eikenhouten pilaren op stene sokkel.
 Een van de pijlers diende als schandpaal en daar vindt u nog steeds een ketting. Deze werd rond de hals van overtreders geplaatst en zo werden zij er gedurende twee of drie dagen aan de schandpaal genageld als straf voor kleine misdaden. In de markhal en omgeving vindt nog steeds de zaterdagse markt plaats.

Het Belfort (Belfroi) aan het marktplein werd gebouwd in de 11e eeuw en was oorspronkelijk een verdedigingstoren, die rond 1450 verhoogd werd en van een klok voorzien. 


Ook uit de 11e eeuw is de Tour de l'auditeur, een wachttoren, massief tot een hoogte van drie meter. Nog eens drie meter hoger, aan de kant van het tuintje, is de ingang. Wanneer de bewakers destijds de ladder introkken was de toren praktisch onneembaar.


Het Petit Chateau is een herenhuis uit de 15e en 16e eeuw. Opvallend is de deur met gekruisde spitsbogen met aan weerszijden "marches a cheval" opstapjes om het paard te bestijgen.


l'Hôpital

 was eeuwenlang het plaatselijk ziekenhuis, tegenwoordig is het een verzorgingstehuis. Oorspronkelijk was het echter ook een herenhuis, wat nog te zien is aan het ronde torentje.

Het Office de Tourisme is het voormalige Huis van de Consuls. De benedenverdieping van dit middeleeuwse gebouw was bestemd voor de stadswacht, terwijl de eerste etage diende als vergaderruimte voor de consuls en de rechters. 

Belvès was namelijk al vanaf de vroege middeleeuwen een zelfstandige stad met een eigen bestuur en viel buiten het feodaal stelsel.
Aan het hoofd van het stadsbestuur stond de aartsbisschop van Bordeaux die een huis bezat aan het marktplein, n
a de poort rechts. 


Rue Jacques Manchotte is de kleine winkelstraat, oorspronkelijk afgesloten door een poort, die uiteindelijk is afgebroken om de bevoorrading van de stand te vergemakkelijken. De huisnummers 27 en 29 zijn oude vakwerkhuizen en de

 kleine zijstraat, Rue Couverte is een lage overdekte steeg, met een paar middeleeuwse huizen met muren van houten balken een leem.


Het gemeentehuis van 

Belvès staat op de plek waar vroeger zich een Dominicaans klooster bevond, 

Le couvent des Frères Prêcheurs, gesticht in 1321 buiten de beschermde stadsmuren. Van het oude klooster rest niets meer dan de achthoekige klokkentoren en enkele gewelfde zalen.


Buiten de vesting bevinden zich o.a. nog de wachttoren 

La Tour du Guet, op de hoek van de Rue du Bout du Monde en de Pelevade straat (vernoemd naar een menhir die stond hier). De horloge toren kijkt uit over de vallei en zo kon men de bewoners en de regio waarschuwen als de vijand naderde.


Hôtel Bontemps is een adelijk huis uit de 12e eeuw en genoemd naar een Franse luitenant die tijdens de 100 jarige oorlog de kant van de Engelsen koos en in dit huis verbleef. De voorgevel is in Italiaanse renaissance stijl en werd rond 1500 toegevoegd.


En de kerk van Moncuq, een oude Benedictijnse kloosterkerk en in de middeleeuwen een onderdeel van een belangrijk cultureel centrum. De huidige kerk dateert uit de 15e eeuw en kwam in de plaats van een hoger, breder em minder lang gebouw. ( de restanten van een kerk die er al rond 830 moet hebben gestaan.