05.07.10 persbericht van artsensyndicaat

Dr. Marc Moens, voorzitter van de Belgische vereniging van artsensyndicaten (BVAS) schreef een persbericht naar aanleiding van het vonnis en de monsterboete van Dr. Uyttersprot en Dr. Coucke.
 
BELGISCHE VERENIGING VAN ARTSENSYNDICATEN
ASSOCIATION BELGE DES SYNDICATS MEDICAUX
v.z.w. BVAS – ABSyM a.s.b.l.
Terhulpsesteenweg 150 Chaussée de la Hulpe
BRUXELLES 1170 BRUSSEL
Tel.: (32-2) 644.12.88
Fax: (32-2) 644.15.27
 
 
                                              DGEC(1), CVS(2) en de artsen Egmont en Hoorn
 
 
Dr. Bernard Hepp, directeur-generaal van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle (DGEC) bij het RIZIV, beweerde publiek dat de veroordeelde CVS - artsen Francis Coucke en Anne-Marie Uyttersprot alle middelen ter beschikking hebben om zich in beroep tegen het vonnis van zijn DGEC te verweren. Als je have en goed moet verkopen en als de deurwaarder beslag legt op je bescheiden inkomsten als endocrinoloog of parttime (omdat ze zelf CVSpatiënte is) psychiater om de onredelijk hoge som van samen € 635.000 te betalen (€ 317.500 voor de zogenaamd onterecht aangerekende medicijnen én de boete van 100 % daarop), dan klinkt de uitspraak van de directeur-generaal wel bijzonder cynisch.
 
Welke bank zal die artsen geld willen lenen om die straf te betalen? Van dat geld hebben de beide artsen trouwens geen eurocent zelf ontvangen. Het is de kostprijs van de toegediende
medicijnen. Als de artsen inderdaad in de fout zouden zijn gegaan, dan verplicht de (ondertussen in 2006 gewijzigde, maar nog altijd slechte) wet de DGEC niet om een boete op te leggen. Als de Dienst meent toch een boete te moeten opleggen, dan mag die variëren tussen 1 % en 150 % van het vermeende onterecht voorgeschreven bedrag aan medicijnen (3).
 
De uitkomst van het beroep bij de administratieve RIZIV rechtbank is onzeker. De geloofwaardigheid van de mutualiteiten en van hun artsen-adviseurs staan op het spel. Volgens het arrest kan de adviserende mutualiteitsarts een behandeling toestaan en later op zijn toestemming terug komen, omdat hij ondertussen, spontaan of onder druk van hogerhand, van idee veranderd is en post factum stelt dat de informatie fout of frauduleus was. De mutualiteiten kunnen op die manier hun verantwoordelijkheid systematisch afwentelen op de behandelende artsen.
 
Dat wordt dus een bikkelhard machtsvertoon van de alleswetende mutualiteiten die over dood of leven menen te mogen beslissen. De twee nietige zorgverstrekkers die er een andere mening durven op nahouden over wat het chronisch vermoeidheidssyndroom is (CVS) en hoe deze moeilijk te definiëren aandoening (of groep van aandoeningen) moet worden behandeld, zullen het bijzonder moeilijk krijgen. Ze moeten optornen tegen de mening van de vijf CVS expertcentra die sinds 2002 met miljoenen euro’s worden gesubsidieerd en tegen de met meer dan een miljard euro gesubsidieerde mutualiteiten, die gemakshalve de kant hebben gekozen van de centra. Hoewel er geen enkel deugdelijk bewijs bestaat dat die centra betere resultaten boeken dan om het even welke andere therapie, inclusief de immunotherapie die de veroordeelde artsen nu moeten terugbetalen. Toch blijft het RIZIV de centra subsidiëren met overheidsgeld a rato van emiddeld € 1,3 miljoen per jaar (2002-2010).
 
De BVAS kan geen inhoudelijke positie innemen over de beide dossiers.
 
We stellen wel vast dat in dit geschil rechtvaardigheid ver te zoeken is en dat de administratieve RIZIV-rechtbank collega’s en hun families ruïneert. Ik herinner me zeer levendig hoe de BVAS- delegatie (de dokters de Toeuf, Lemye, Moens) in 2002 in de clinch ging met toenmalig minister Frank Vandenbroucke over (het toen nog ontwerp van) nieuwe wet over de individuele responsabilisering. Het Kartel koos toen de kant van de mutualiteiten en de minister en het bleef een schrikbewind verdedigen. Sindsdien zijn de eerste koppen gevallen op basis van deze genadeloze wetgeving. Dura lex sed lex. In 2007 kreeg een vrouwelijke Franstalige huisarts een waarschuwing van de DGEC na het niet volgens de RIZIV- regeltjes voorschrijven van een voor de betrokken, immobiele, oude, patiënten levensbelangrijk geneesmiddel in 2005(4). Deze milde straf kwam er allicht slechts dank zij de solidariteitsbetogingen en de vele protesten van haar collega’s huisartsen.
 
Vandaag worden twee specialisten zeer hard aangepakt. Volgens de veroordeelde artsen om enkele universitaire centra en mutualiteiten te plezieren. Omdat CVS zo’n glibberig terrein is
volgt er nauwelijks protest. Want er zijn jammer genoeg ook charlatans bezig op het CVS terrein, met artsendiploma maar zonder ethiek of scrupules. Die schudden de zakken van hun
patiënten leeg met ondermeer volstrekt nutteloze laboratoriumonderzoeken en ander fraais, maar buiten de ziekteverzekering. Zo worden ze niet door het RIZIV vervolgd.
 
In 2002 heeft de BVAS zich op het kabinet van oud-minister Vandenbroucke en in de media verzet tegen het toen nog ontwerp van wet op de individuele responsabilisering. Vandaag klaagt de BVAS het vonnis Uyttersprot – Coucke om principiële redenen aan: de strafmaat is buitenissig, de artsenadviseurs van de mutualiteiten worden tot onaantastbaren gepromoveerd en het beroep tegen het vonnis is niet opschortend, zodat de veroordeelden in een aantal gevallen geen financiële middelen meer hebben om in beroep te kunnen gaan  
 
Zoals ik al in 2002 aan de voltallige RIZIV- top en aan Vandenbroucke zei bij een bespreking in zijn kabinet: deze wet is een rechtsstaat onwaardig.
 
De BVAS eist dat ze gewijzigd wordt.
 
 
 
05.07.10
Dr. Marc MOENS,
Voorzitter BVAS

________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
(1) Dienst geneeskundige evaluatie en controle van het Rijksinstituut voor ziekte en invaliditeitsverzekering (RIZIV)
(2) Chronisch vermoeidheidssyndroom
(3) De incrimatieperiode in de zaak Coucke /Uyttersprot gaat van 01.09.2005 tot 27.2.2007, m.a.w. vóór de inwerkingtreding van de wijzigingen van 13.12.2006 van de Wet op de geneeskundige verzorging en uitkeringen. In die periode was artikel 141 §5, b van toepassing: “Wanneer de aangerekende verstrekkingen niet overeenstemmen met deze wet of haar uitvoeringsbesluiten kan de geldboete minimum één procent en maximum 150 % bedragen van de waarde van de betrokken verstrekkingen”. In die periode was het beroep bovendien nog opschortend.
(4) Het betreft het vonnis in de zaak “Spiriva” uit 2005, door de DGEC in 2007 uitgesproken tegen huisarts Martine Massaut uit Bovigny.
 
 
 
  CheckStat