Steriliseren of Castreren

Wij krijgen tijdens de cursus vaak vragen over steriliseren of castreren van honden 
en vooral op welke leeftijd dit het beste is.

Steeds vaker worden honden op een te jonge leeftijd al gecastreerd. Met 'jong' bedoel ik voor de leeftijd van 1 jaar.
Deze trend komt voornamelijk overwaaien uit de USA, waar om redenen van geboortebeperking dit beleid flink gestimuleerd wordt.

Voor alle duidelijkheid: met 'castratie' wordt hier bedoeld het verwijderen van testikels of de eierstokken.
Als ik het over gecastreerde honden heb, dan heb ik het dus zowel over reuen als teven.

Nog afgezien van het feit dat er misschien wel sowieso teveel honden worden gecastreerd, zijn er in ieder geval nogal wat bezwaren tegen castratie op jonge leeftijd.
Er zijn althans aanwijzingen dat we op zijn minst voorzichtig en kritisch moeten zijn en blijven bij het volgen van dergelijke trends.

Het vroeg castreren van reuen en teven leidt tot relatief onderontwikkelde uitwendige geslachtsdelen, zoals de penis en de vulva. Dit kan ontstekingen van de voorhuid en de huid rond de vulva tot gevolg hebben. Door uitgebreid wetenschappelijk onderzoek is tevens aangetoond dat het vroeg castreren van teven, maar hoogst waarschijnlijk ook van reuen een grotere kans op de zogenaamde castratie-onzindelijkheid met zich meebrengt.

De geslachtshormonen die worden geproduceerd in de eierstokken (teef) of testikels (reu) van de hond spelen een belangrijke rol bij de groei. Zo is in een aantal studies aangetoond dat bij vroege castratie de botten langer doorgroeien dan bij een intacte hond die op latere leeftijd gecastreerd wordt. Een hond die op jonge leeftijd gecastreerd wordt, zal dus langere maar lichtere botten krijgen.
Het is niet zo moeilijk om te bedenken dat dit soort structurele veranderingen in de bouw van het skelet ook gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid van het bewegingsapparaat. Er is zelfs een onderzoek gedaan in Texas, waaruit zou blijken dat gecastreerde honden (overigens wordt hier niet gekeken naar de leeftijd waarop de castratie wordt uitgevoerd) een grotere kans op een voorste kruisbandlaesie zouden hebben.
En de kans op de ontwikkeling van heupdysplasie (HD) zou vergroot zijn ten gevolge van het op vroege leeftijd castreren van honden.

Een teef die vóór de 2e loopsheid gecastreerd wordt, heeft een veel kleinere kans op het ontwikkelen van tumoren in de melkklieren op latere leeftijd in vergelijking met een intacte teef of een teef die op latere leeftijd wordt gecastreerd. Maar wat betreft de invloed op het ontwikkelen van andere tumoren horen we andere, minder positieve geluiden met betrekking tot het vroeg castreren van honden. Zo zou de kans op het voorkomen van een haemangiosarcoom (een relatief veel voorkomende tumor die o.a. voorkomt in het hart en de milt bij honden) groter zijn bij gecastreerde honden dan bij niet gecastreerde honden.




Er zijn twee studies waaruit blijkt dat (vroeg) gecastreerde honden meer kans hebben op het ontwikkelen van botkanker (osteosarcoom). Op zich niet zo gek, want we wisten al dat bij honden(rassen) die (extreem) groot zijn vaker botkanker voorkomt en vroeg castreren zorgt ervoor dat een hond langer doorgroeit en dus veel groter wordt! Er is ook gerede twijfel of het castreren van reuen, op welke leeftijd dan ook, de kans op het ontstaan van prostaatkanker verkleint. Door sommige mensen wordt dit gunstige effect van castreren echter wel geclaimd. Dit betekent overigens niet dat castratie van een reu met een bestaand chronische prostaatprobleem (-ontsteking, -vergroting, etc.) zinloos is!

Veel hondeneigenaren denken dat hun hond rustiger en veel gemakkelijker wordt in de omgang na een castratie. Dit is echter niet zo zwart/wit als de meeste mensen wel denken! Bepaalde vormen van ongewenst gedrag, waaronder vooral angst gerelateerde problemen zouden juist vaker voorkomen bij (vroeg) gecastreerde honden vergeleken met intacte honden.

Vooral bij reuen met een angstig en onzeker karakter kan castratie mijns inziens leiden tot regelrechte angstagressie. Ook op latere leeftijd schijnt er verschil te zijn in de achteruitgang van de cognitieve functies (dementieachtige verschijnselen) tussen gecastreerde reuen en intacte reuen.

Een gecastreerde hond wordt sneller te dik, dat weet bijna iedereen. Mogelijk heeft dat iets te maken met de verminderde werking van de schildklier na castratie. In ieder geval is aangetoond, dat castratie de kans op een te traag werkende schildklier duidelijk vergroot!

De boodschap die ik wil overbrengen is dan ook deze:
Zie het castreren van een hond niet als iets dat "zo hoort" of als iets wat u hoe dan ook moet laten doen. Overweeg goed wat de voordelen en nadelen zijn van het castreren van uw hond en als u besluit om uw hond te laten castreren, doe het dan niet te vroeg! Wacht in ieder geval tot de hond uitgegroeid en uit ontwikkeld is, zowel op het lichamelijke als op het psychische vlak (een Werkhond is pas met 3 jaar helemaal volwassen ). Pas dan is de keus ook weloverwogen en bewust te maken denk ik. Pro's en contra's zorgvuldig tegen elkaar afwegen.

Sommige mensen willen ons doen geloven dat een castratie/sterilisatie een "routineklus" is, dat het vooral op "heel jonge leeftijd" moet gebeuren en dat het "goed" is voor een hond. Maar zo simpel ligt het toch niet. Voordat we besluiten om een hond te (laten) castreren/steriliseren moeten we eerst alle voor- en nadelen zorgvuldig tegen elkaar afwegen. Bij elke hond opnieuw. Het gaat om een operatie en verandering van de hormoonhuishouding. Hieronder de overwegingen even op een rijtje:

Terminologie

Het woord sterilisatie komt in feite uit de humane geneeskunde en wordt in de diergeneeskunde eigenlijk veelal foutief gebruikt. "Steriliseren" is het onderbinden van de eileiders of zaadleiders, waarbij de eierstokken respectievelijk de teelballen behouden blijven, met als doel onvruchtbaarheid van de patiënt te bewerkstelligen.
Bij honden en katten wordt eigenlijk altijd een "castratie" uitgevoerd: de eierstokken of de teelballen worden geheel verwijderd.
Hiermee is het dier dus niet alleen steriel geworden, maar ook de productie van geslachtshormonen wordt stilgelegd. Toch vinden wij dat de term castratie voorbehouden moet blijven aan de reu.
Bij de teef onderscheiden we 2 mogelijkheden: óf we verwijderen alleen de eierstokken (= ovarioectomie), óf we verwijderen eierenstokken en baarmoeder (= ovariohysterectomie).

Ovariëctomie of ovariohysterectomie

In beide gevallen worden de eierstokken verwijderd en dus inbreuk gedaan op de hormoonhuishouding. Als de baarmoeder gezond is, kunnen we die ook rustig laten zitten. Door de verwijdering van de eierstokken staat de baarmoeder niet meer onder hormonale invloed en zal daardoor ook geen problemen geven in de toekomst. Als de baarmoeder afwijkend is moet deze natuurlijk wel verwijderd worden.
In de praktijk zal het erop neer komen, dat op jongere leeftijd veelal een ovarioectomie wordt uitgevoerd, op oudere leeftijd een ovariohysterectomie.
De ovarioectomie is mogelijk een iets minder ingrijpende operatie. Het is niet zo dat de gevreesde urine incontinentie meer voorkomt na een ovariohysterectomie dan na een ovarioectomie. De urine incontinentie na een ovario(hyster)ectomie wordt veroorzaakt door een storing in de hormoonhuishouding.

Nadelen van een castratie:

Onomkeerbaarheid! De ingreep is onomkeerbaar, dat wil zeggen eenmaal uitgevoerd is een castratie niet meer terug te draaien.

Gewichtstoename: na een castratie heeft een teef sneller de neiging te zwaar te worden. Een aanpassing van de voeding is in veel gevallen noodzakelijk en het is dan aan te raden om het gewicht van de hond na castratie regelmatig te (laten) controleren. De gewichtstoename wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door een verlaging van de schildklierfunctie. Door de gewichtstoename zullen arthrose processen versneld verergeren. En natuurlijk zijn er nog wel meer nadelen van overgewicht: huidklachten, problemen met narcose en operaties, enz.





urine-incontinentie: Bij ongeveer 20% van de gecastreerde honden kan een hormonaal geïnduceerde urine-incontinentie optreden. Vooral bepaalde rassen blijken gevoeliger (bij de Heidewachtel komt het vaak voor). De incontinentie is over het algemeen goed te behandelen, maar de behandeling zal de rest van het leven nodig zijn, is het 't waard om voor een castratie de hond de rest van zijn/haar leven op de medicijnen te zetten?
Het typische beeld is onwillekeurig urineverlies tijdens rust (slaap), uw hond wordt wakker in een natte mand en zal zelf ook onder de urine zitten.

Verandering van de vachtstructuur: Door vermindering van de vachtconditie treden er ook vaak secundaire allergieën op.

Verandering van gedrag: Sloomheid, lusteloosheid, maar vooral ook onzekerheid en agressie die na castratie verergeren. Gedragsveranderingen geven ook verschuivingen in de roedelhiërarchie. Geslachtshormonen hebben een sterke invloed op de stofwisseling en dus op het welbevinden. Een wat angstige of onzekere hond kan na een castratie zich in het slechtste geval juist ontwikkelen tot een angstbijter.

Bewegingsstoornissen: Zoals gezegd overgewicht versnelt de ontwikkeling van arthrose. En natuurlijk heeft een dikke hond meer last van niet helemaal gezond(e) gewrichten of rug. We weten dat geslachtshormonen een belangrijke functie vervullen bij de botstofwisseling.
Zoals boven genoemd is de kans op heupdysplasie (HD) ook vele malen groter.

Medische redenen voor een castratie

Hierbij kan gedacht worden aan:
- Suikerziekte bij een intacte teef.
- Pyometra (baarmoederontsteking) met ophoping van etter 1-2 maanden na de loopsheid.
- Tumoren van de testikels, eventueel met kaalheid als complicatie.
- Prostaatproblemen bij een reu.
- Een ernstige therapieresistente schijndracht.

Slotopmerking

Als uw hond een normale cyclus heeft, de loopsheid volledig normaal verloop, er geen (goed te behandelen) schijndracht of melkkliertumoren zijn, dan is er geen reden om uw hond te laten opereren. Het is natuurlijk ook min of meer de plicht van een hondeneigenaar om beperkt ongemak (loopsheid) te accepteren, zonder daar onmiddelijk op in te grijpen. We moeten geen onderdelen "slopen" voor ons eigen gemak of om een klein beetje meer zekerheid te hebben voor de toekomst.
En gelukkig is de gemiddelde teef maar twee maal per jaar gedurende drie weken loops. 


Een ovario(hyster)ectomie en een castratie van een hond worden door ons dan ook niet beschouwd als een routinebehandeliung die klakkeloos bij iedere teef of reu moet worden uitgevoerd. Het is dan ook van belang dat uw, ondersteund door bovenstaande uiteenzetting, afhankelijk van de klachten en/of hinder die met de loopsheid van u hond samenhangen een goede beslissing kunt nemen over het wel of niet uitvoeren van een toch wel ingrijpende operatie.





Bron : "van Loenerhof" Heidewachtels