Nieuwsflits‎ > ‎

Wanneer heeft een hond meer privileges dan een kind gekregen?

Geplaatst 3 okt. 2017 03:40 door De Webmaster   [ 3 okt. 2017 03:48 bijgewerkt ]

HOND IS VOLWAARDIG GEZINSLID 
Met interviews van o.a. filosoof Erno Eskens en hondentrainer Bert van Straten.

Ooit was de waakhond een hulpmiddel op pootjes dat een klap kon krijgen als-ie niet deed wat je zei. 
Tegenwoordig is de hond een volwaardig gezinslid, met soms meer privileges dan het kind.

Als kind had ik een hond. Om de boel een beetje te ontregelen, noemde ik hem Wodan. Achter die stoere naam school namelijk een klein, vrolijk, zwart-wit kwispelaartje. Merk: vuilnisbakkenras. Naar de huidige maatstaven een behoorlijk lelijke hond. Gaf niks: ‘mooi’ zat niet in zijn functieomschrijving.

Slapen deed Wodan in de schuur, in een niks-aan-de-hand-mand. Het steigerhouten hondenledikant met knuffeldeken en anti-slip onderlaag bestond nog niet. 



Achteraf bedenk ik me dat Wodan het ’s winters in die schuur misschien wel koud had. Ik heb hem er nooit over gehoord.

Wodan at brokken. Niet te veel, want hij schrokte ’s avonds ook alle etensresten van het gezin naar binnen. Bij voorkeur afgekloven kippenboutjes. Ja, van die botjes die vandaag de dag op nummer 1 staan op de ‘geef dit nooit aan je hond want daar stikt-ie zeker in-lijst’.

Hondensnoepjes? Aanstellerij. Puppycursus? Dat was ‘gekkigheid’, hooguit bedoeld voor baasjes die zelf behoorlijk in de war waren. Wij wisten met ons boerenverstand heus wel hoe je een hond moest opvoeden. Met in het begin een enkele corrigerende tik, maar algauw was boos aankijken of een stemverheffing (‘nee!’) genoeg; Wodan luisterde heel goed.

Ook handig: hij liet zichzelf uit. Wodan kuierde de hele dag, bijna onafscheidelijk van mijn vader, op het tuindersbedrijf rond. En ja, dan stuitten we wel ’ns op een drol. Boeien.

Misschien nog wel het belangrijkste: Wodan deed waarvoor-ie was aangesteld, hij waakte. Soms een beetje té, bijvoorbeeld die ene keer toen hij op de laan voor ons huis een wielrenner-op-topsnelheid de sloot in kefte. Terwijl de wielrenner scheldend het kroos van zijn kleding pulkte, droop Wodan met zijn oren in de nek af, dondersgoed aanvoelend dat dit foute boel was: hij werd verder nooit ‘kuthond’ genoemd.

Naar de dierenarts? Niet nodig. Nou ja, behalve tegen het einde van zijn leven, toen we merkten dat zelfs Wodans specialiteit, in volle vlucht tennisballen uit de lucht happen, niet meer zo lekker uit de verf kwam. De dierenarts constateerde dat de oude Wodan (15? 16? We vierden zijn verjaardag niet zo druk) zijn beste tijd had gehad. Die diagnose hadden we zelf ook al gesteld.
Een paar weken later was Wodan dood. Zielig, vonden we dat. Mijn vader groef in de achtertuin een gat waar hij Wodan in legde. Zo’n beetje bovenop Pinky, onze vorige hond. Zand erover. Geen koffie, geen cake.

Kerstman

Thuis vonden we niet dat Wodan per se ‘rechten’ had: hij was waakhond en speelkameraadje, dat zeker. Maar in elk geval geen volwaardig gezinslid, zoals veel honden dat nu nadrukkelijk wel zijn. Of misschien wel meer dan dat, getuige de Facebook- en Instagram-accounts van viervoeters die op sociale media zijn uitgegroeid tot sterren. Waar honden paraderen met regenjasjes, bodywarmers en laarsjes (lang leve de chihuahua-shop), of zelfs zijn verkleed als kerstman. Andere tijden, andere ideeën.

Die opvattingen veranderen best snel, ziet filosoof Erno Eskens, die de hond als gezinslid een prima concept vindt. Met zijn boek Democratie voor dieren liep Eskens naar eigen zeggen nog voor de troepen uit. De filosoof pleitte in 2009 al voor meer rechten voor dieren, en vond destijds weinig gehoor. ,,Als ik een lezing hield, had ik de hele zaal tegen me’’, herinnert hij zich. ,,

En moet je nu zien: als ik dezelfde dingen vertel, is bijna iedereen het met me eens. Onze houding ten opzichte van dieren is - zeker de afgelopen tien jaar - heel sterk veranderd.’’ En, vermoedt Eskens, dat proces is zeker nog niet ten einde.

De verschuiving van ‘hond als gebruiksvoorwerp’ naar ‘menselijke hond’ juicht Eskens als gematigd dierenactivist dus toe. Met daarbij een flinke kanttekening. Want in onze omgang met dieren zijn ‘we’ natuurlijk nog altijd hartstikke hypocriet. ,,De hond beschouwen we wél als voorwaardig gezinslid omdat hij aaibaar is, terwijl we het blijkbaar nog steeds wel oké vinden dat kippen en varkens massaal lijden en worden afgeslacht in megastallen, die bovendien veel te vaak afbranden.’’

Voornaamste punt van Eskens is dat de ‘rechten voor de mens’ eigenlijk ook voor dieren zouden moeten gelden. En niet alleen voor huisdieren. ,,Nu heb je een zorgplicht voor dieren, zoals je ook een zorgplicht voor je huis hebt. 

Maar een huis is een ding, een hond niet. Als de rechten voor het dier een onvervreemdbaar recht zouden zijn, als het gelijkgeschakeld zou worden met de rechten van de mens, kun je een goede behandeling makkelijker afdwingen. 
Mensen mogen niet worden gemarteld; dieren ook niet. 
De rechtsgang wordt dan makkelijker; je komt er niet mee weg door te zeggen: het dier is maar een ding.’’

Anders dan in vroegere eeuwen zal vandaag de dag niemand meer hardop roepen dat dierenmishandeling best oké is. En als er een verwaarloosde hond wordt gevonden, hebben we de dierenpolitie, het asiel en de dierenambulance nog. Maar Eskens wijst erop dat onze sociale omgang met honden misschien helemaal niet zo sociaal is. Neem nou het fokken van rashonden, die voor veel geld - de wachtlijsten voor de labradoedel drijven de prijzen lekker op - worden verkocht. Eskens, ook actief bij Stichting Dier en Recht: ,,Met de stichting voeren we onder meer rechtszaken tegen fokkers van rashonden. Met rashonden heb ik helemaal niks. Veel rassen zijn zo doorgefokt dat de dieren allerlei erfelijke aandoeningen krijgen, bijvoorbeeld aan de heupen. En dan komt het dus voor dat je mooie rashond na twee jaar helse pijnen heeft en niet meer normaal kan lopen. Als je een wasmachine koopt die het al na twee jaar begeeft, komt de fabrikant er niet mee weg, dan eis je een nieuwe. Maar fokkers komen er nog vaak wél mee weg. De belangen van dieren zouden beter moeten worden gehoord.’’

Eskens heeft zijn hoop gevestigd op de politiek. ,,Dieren kunnen zelf geen wetten schrijven, maar verdienen een gelijke behandeling. Hoe meer onderzoek er wordt gedaan naar dieren, hoe meer ‘menselijke’ eigenschappen we ontdekken, of het nu gaat om empathie, emoties, pijn lijden of slimme vormen van samenwerking. En omdat dieren nu eenmaal niet zelf voor hun belangen kunnen opkomen, pleit ik voor vertegenwoordigers in de Eerste Kamer die bij elk besluit specifiek letten op gevolgen voor dieren.’’

Dat laatste klinkt wellicht opmerkelijk. Met in de Tweede Kamer al de Partij voor de Dieren, bij de laatste verkiezingen nog flink in de lift, zit het toch wel snor met het politieke geluid? Eskens: ,,Maar hun voorstellen worden vaak afgewezen. Al moet ik zeggen dat ook een aantal andere partijen steeds bewuster omgaat met de rechten en belangen van dieren. Misschien is dat wel het Partij voor de Dieren-effect, ja.’’

Gedragsproblemen

Bert van Straten, gedragstherapeut voor honden en auteur van Honden komen van Pluto, ziet ook dat de gemiddelde hondenbezitter socialer met de hond omgaat dan, pak ’m beet, 25 jaar geleden. Hij juicht dat toe, maar vraagt zich ook weleens af of we qua hondenopvoeding niet te ver zijn doorgeschoten. Met zijn bedrijf Pack Leader geeft hij trainingen voor hond en baas, met als specialisme het trainen van honden met gedragsproblemen. Vaak honden die, zoals Van Straten fraai verwoordt ‘wat hoger in de agressie zitten’. En ja, in zijn praktijk is het drukker dan ooit. Misschien wel omdat mensen wel érg begripvol met hun Rakker of Fikkie omgaan.

In hondenland woedt al langer een discussie over de manier van opvoeden van viervoeters, kort gezegd van laissez-faire (positief coachend) tot dwingend/-directief. Van Straten is voorstander van ‘duidelijk’. ,,Mens en dier verschillen niet zo veel van elkaar, in beide gevallen maakt ‘nee’ deel uit van de opvoeding.’’ En waar veel ouders tegenwoordig moeilijk ‘nee’ kunnen zeggen tegen hun kind, durven sommige hondenbezitters ook niets meer te verbieden, merkt Van Straten in de praktijk. De hondentrainer weet echter dat je pratend niet alles kunt oplossen. ,,Een hond voed je op met korte, duidelijke instructies. Simpel zijn in je denken en handelen en vooral niet te veel tekst gebruiken. Dus niet: ‘Wil je alsjeblieft even mooi gaan zitten voor het vrouwtje?’, maar ‘Zit!’ Dat klinkt misschien onaardig, maar is het juist niet: een lange zin bevat te veel klanken voor een hond, dat snapt-ie gewoon niet.’’

En zoals het niet handig is je kind de hele dag door Redbull te geven, geef je je hond ook niet onbeperkt hondenbonbons. Van Straten: ,,Corrigeren, bij een hond met een rukje aan de lijn, en belonen - een goedkeurende aai of een snoepje, dat snapt een hond. Maar er is wel een groot verschil tussen een hond en een kind: een kind gaat langzamerhand begrijpen waarom het iets niet mag, een hond niet. Een hond leert alleen door ervaren.’’

,,Ik ben zeker geen voorstander van je hond een schop geven. Maar weer even die vergelijking met een kind: het ene jochie luistert al als je iets op een normale manier zegt, het volgende kind moet je even bij de bovenarm vastpakken. Corrigeren moét soms gewoon. En voor de volledigheid: corrigeren is niet hetzelfde als afstraffen. Als een hond in de knieën van je 7-jarige buurmeisje hangt, vraag je toch ook niet netjes aan dat beest of hij daar alsjeblieft even mee wil stoppen? Dan grijp je snel in.’’

Geurlijn

Mens en hond verschillen dus wel degelijk van elkaar, maar in het straatbeeld worden de verschillen kleiner. Zo gaan de chihuahua’s mee naar de stad in een kinderwagen (pardon: pet stroller) - anders worden ze misschien moe. Eenmaal in de stad krijgen de beestjes, net als het baasje, een ijsje - anders is het oneerlijk. En omdat niet elk hondje even proper ruikt, is er ook al een hondengeurlijn ontwikkeld. Van Straten ziet dat soort hondengetrut los van waar het werkelijk om draait. ,,Parfum voor honden lijkt me niet goed. Maar ik ken genoeg mensen die gezellig hun Mechelse herder in bed toelaten en toch op een prima manier met hun hond omgaan. Het gaat erom dat je op een respectvolle, nuchtere manier met je dier omgaat.’’

Dat laatste onderschrijft filosoof Erno Eskens, ook auteur van Een beestachtige geschiedenis van de filosofie. Wie de rol en positie van de hond in de loop der eeuwen bekijkt, ziet dat er veel is veranderd. En dan moeten we beslist niet al te stoer doen over onze huidige omgang met dieren als ‘gelijkwaardig wezen’. ,,Als je nu een Middeleeuwer in onze tijd zou neerzetten en hij zou zien dat we beren- en hondenknuffels in wiegjes neerleggen, dan zou hij zich helemaal suf lachen. Maar ik weet ook bijna zeker dat wij op termijn met grote verwondering terugkijken op wat wij dieren vandaag de dag nog aandoen.’’

En over verwondering gesproken: nu vind ik het best vreemd dat Wodan vroeger in de schuur moest slapen. Ik hoop dat Wodan me vanuit de hondenhemel - want daar zit-ie - vergeeft. En dat hij zich tevreden omdraait in zijn warme, steigerhouten hondenledikantje.

Bron : ad.nl "Leo van Marrewijk"
foto / tekeningen : Anne Stalinski
Met interviews van o.a. filosoof Erno Eskens en hondentrainer Bert van Straten.