Taalsprokkels
 

Het glazen plafond.

In 1993 benoemde VB Magazine, het zakenblad voor vrouwen, koningin Beatrix tot president-directeur van de bv Nederland, onder het motto: "Zij is de enige werkende vrouw in Nederland die nooit een Glazen Plafond heeft moeten doorbreken. Dat ze ooit de top zou bereiken stond immers al bij haar geboorte vast.'

Het glazen plafond is de onzichtbare, psychologische barrière die vrouwen ondervinden om de top van een bedrijf te bereiken. Vanuit feministisch standpunt: het vermeend mannelijk complot tegen vrouwen die hogerop willen komen.
Het begrip werd ontleend aan het Engels. Over de uitdrukking 'glass ceiling' is al heel wat geschreven in Engelse naslagwerken. Voorlopig is een vermelding in Adweek van 1984 de oudste schriftelijke vindplaats (zie hiervoor de uitstekende Oxford English Dictionary Additions Series. Volume 3).

Volgens Godfrey Howard (The Good English Guide. 1993) zou de term in de jaren tachtig van vorige eeuw gelanceerd geweest zijn door 'American management consultants'. Tegen het eind van de jaren tachtig zou de uitdrukking volgens hem ook in Groot-Brittanië in zwang zijn geraakt .
Anne H. Soukhanov trekt maar liefst anderhalve pagina uit om 'glass ceiling' nader te omschrijven in haar prachtige boek 'Word Watch. The Stories behind the words of our lives' (1993). Zij stelt o.a. dat de uitdrukking in het midden van de jaren tachtig geïntroduceerd werd door de Wall Street Journal. De interesse werd verder aangewakkerd begin jaren negentig 'because of the Labor Department's intended 'glass ceiling reviews' of US corporations.'
De auteur citeert verder nog een boek uit 1987: 'Breaking the Glass Ceiling: Can women reach the top of
America's Largest Corporations'.

Ook William Safire (Safire's New Political Dictionary. 1993) stelt dat de uitdrukking midden jaren tachtig ontstond. Hij citeert nog een ander boek uit 1988: 'The glass ceiling. The broken ladder. The great wall'. De auteur noemt geen geestelijke vader maar meent dat de uitdrukking gevormd werd naar het voorbeeld van 'price ceiling'. Hij noemt ook nog een hardere variant van de 'breekbare' glass ceiling, nl. the 'Lucite ceiling'.

De man met de hamer.

Wielrenners hebben het vaak over ‘de man met de hamer’. Wanneer ze hem tegenkomen, krijgen ze onherroepelijk een inzinking, geraken ze in een dip. Een klap van de hamer betekent immers over en sluiten! 

De man met de hamer is symbolisch voor het noodlot dat iemand achtervolgt. Hij werd beroemd door de tekeningen van de Franse cartoonist René Pellos (1900-1998), bekend van o.a. het succesvolle stripverhaal “les Pieds nickelés’. Vanaf 1932, en dit gedurende 50 jaar, heeft deze tekenaar met zijn spotprenten een geweldige bijdrage geleverd aan het populariseren van ‘la Grande Boucle’, zoals de Tour bij onze zuiderburen heet.
‘L'homme au coup de marteau’ is de mythische figuur die de ‘reuzen van de weg’ (een journalistencliché voor wielrenners) buiten westen slaat.
Volgens Gaston Esnault, een Franse argotdeskundige, zou deze zegswijze rond 1926 opgedoken zijn (Pellos was dus niet de geestelijke vader).
Een jaar eerder ontstond de uitdrukking ‘un coup de marteau’ (een tik van de hamer) in de betekenis van: een plotselinge inzinking. Bij ons werd de uitdrukking ‘man met de hamer’ al opgetekend in in de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 1928. De metafoor moet toen nog nieuw geweest zijn want de schrijver van het artikel gebruikt de uitdrukking als vertaling van het Franse origineel. 

Ook het (Nederlandse) luchtvaartslang kent de man met de hamer als een kwelgeest die voortdurend pech veroorzaakt. Engelse piloten noemen zo'n plaaggeest sedert het begin van de twintigste eeuw een gremlin! Vooral tijdens de tweede wereldoorlog was die term populair bij de RAF. Gremlin werd wellicht gemodelleerd naar het oudere 'goblin' (Engels voor een boze kabouter). 

Zijn renners bijgelovig? Het lijkt er wel op als je weet dat in het peloton ook gesproken wordt over 'het zwarte beest' of 'de zwarte heks'. De Fransen hebben het over 'la sorcière aux dents vertes' wanneer ze voortdurend pech hebben en niet goed rijden. Spaanse coureurs gebruiken de term 'mano negro' (zwarte hand).
Het zwarte beest is wellicht te herleiden tot het bijgeloof rond zwarte dieren. Een zwart schaap zou het duivelsteken dragen terwijl een zwarte kat op iemands weg ongeluk brengt.