Verhalen

'n nummertje


Opgewonden fietst hij naar het hanzeplein. Een plek waar het altijd koud is en hard waait. 'Wil je even naar de apotheek gaan lieverd. De medicijnen liggen al klaar!' Met name de laatste toevoeging was de reden om toch maar weer te gaan. De vorige keer moest hij ruim een uur wachten. Dit keer zou het sneller gaan, via de speciale afhaalbalie snel de medicijnen in ontvangst nemen en weer weg. Zijn opgewekte gevoel was direct verdwenen toen hij binnenstapte. Vanwege 5 mei was de wachtruimte en de rest van de ruimte gescheiden. Er zat niets anders op dan een nummertje te trekken en wachten. Na 10 minuten is een jongedame aan de beurt, zonder enige schroom vraagt ze om condooms. 'Hoeveel kosten ze?' vraagt ze de apotheker. '10 stuks voor een euro, krijgen alle wachtende te horen. Anders nog iets?'. Geen geld zie je iedereen denken. 'Een euro zeg je? Doen me dan ook maar een zwangerschapstest! Grapje!'. Ze legt een euro op de balie en loopt naar buiten, haar vriendje wacht ongeduldig. Het wachten is door deze jeugdige onbevangen humor toch minder erg geworden. Geduldig wacht hij op zijn beurt.



Op een zekere dag...


Zuchtend, met een buik die het zicht op mijn dijbenen ontneemt, zit ik op het randje van mijn bed. Voel met mijn linkerhand mijn kin en wangen en besluit het scheren over te slaan. Zo, denk ik zelfverzekerd, de eerste beslissing is vandaag al weer genomen. Nu aankleden en een broodje met gorgonzola eten. Binnen 2 minuten al 3 besluiten genomen, het moet vandaag ook niet gekker worden. Ik sta op en doe vlug wat ik net heb besloten, bang dat ik weer van gedachten ga veranderen. Na veertig jaar onzeker en besluiteloos te zijn geweest heb ik besloten dat ik me neerleg bij het feit dat ik deze eigenschap bezit. Direct bekroop toen mij het gevoel of dit wel een goede beslissing was geweest.
Alleen achter de computer voel ik me een hele kerel. Ik had in de krant gelezen dat mensen massaal in een tweede wereld op het internet leven. Alle dromen kunnen nu eindelijk worden gerealiseerd; leuk werk, een perfect lichaam een bloedmooie partner en ga zo maar door. Ik vraag me alleen af hoe lang het duurt voordat mensen realiseren dat deze perfecte toestand best saai is. Voor een tijdje is het natuurlijk leuk om in het paradijs te leven maar ik denk dat langzamerhand wel weer enige aanpassingen zullen worden verricht. Het werk wordt minder leuk gemaakt zodat je reden hebt om eens lekker op je baas te schelden. Je perfect lichaam maak je iets minder aantrekkelijk omdat je doodmoe wordt van al die aandacht die je krijgt op straat. Na verloop van tijd zal de virtuele wereld weer gelijk zijn aan de werkelijkheid. Alleen mijn bloedmooie partner wordt niet weer veranderd, tenzij er kapers op de kust komen. Dan zal ik haar veranderen in een lelijk monster, of toch niet? Dat is weer een punt wanneer mijn onzekerheid om de hoek komt kijken

Maar goed, ik heb nog een besluit genomen en ben nu op zoek naar mijn jas. Net op dit moment gaat de deurbel. Mijn buurvrouw met in haar hand een leeg koffiekopje. Zij is iemand die in een virtuele wereld niet hoeft te worden aangepast, ze is gewoon bloedmooi. Haar leeg koffiekopje is natuurlijk bedoeld om suiker bij mij te halen. Suiker of gepassioneerde sex in de hal? Tussen de jassen en tientallen schoenen ruk ik de kleren van haar lijf en begin haar overal te kussen. De jassen worden gebruikt om haar kreten te smoren. De buurman moet haar natuurlijk niet horen anders lopen we de kans dat ze misschien verandert in een lelijk monster. Met een diepe grom en een geluid die misschien wel het beste overeenkomt met een lading suikerbieten die gelost wordt bij de fabriek komen we klaar. Verschrikt merk ik dat de virtualiteit de werkelijkheid soms binnendringt.
De realiteit is natuur heel anders. Ik laat mijn buurvrouw binnen. ‘Mag ik wat suiker lenen?’ Ze kijkt me met een lieve glimlach aan. Ik besluit haar dit te geven. Geleende suiker terugbrengen lijkt me een handeling die misschien wel in de virtuele wereld kan, maar niet in mijn onzekere werkelijkheid. Met in haar hand een gevuld koffiekopje nemen we afscheid. Bij de deur bedankt ze me en gaat weer.

Nu ik toch in de hal sta neem ik direct maar mijn jas van de kapstok. Kijk nog een keer in de spiegel, zie dat mijn perfecte lichaam al weer aangepast is aan de werkelijkheid. Wetende dat ik niet meer word overstelpt door aandacht ga ik gerust op pad. 
Ik pak mijn fiets, een zwarte Kronan met het kenteken DK 546. Het nut van dit kenteken is mij niet bekend. Vroeger toen deze fietsen werden gebruikt door het Zweedse leger had het misschien een functie. Nu niet meer. Een Kronan is een stevige, oerdegelijke en betrouwbare fiets. De banden zijn breed, zonder stander blijft het bijna staan. Ik kan me voorstellen dat wanneer een groep Zweedse soldaten op deze fiets op je af komt stormen je onmiddellijk in de verleiding komt je over te geven. Totdat ze dichterbij komen. Hun heldhaftigheid wordt tenietgedaan door de afwerking van deze fietsen. De verlichting, standaard en fietspompje zijn zielig te noemen. Die zijn ronduit knullig gemaakt. Het angstgevoel dat je net had  wordt er direct een van medelijden. Je wilt deze groep soldaten dan ook met open armen ontvangen en wilt hen steun bieden en professionele hulp. Ik begrijp nu ook dat de Zweden nooit van plan zijn geweest ooit een oorlog te gaan beginnen. Hun neutraliteit is nooit een weloverwogen keuze geweest maar is gewoon te wijten aan hun fietsen. 
Desondanks ben ik blij met mijn Kronan, als je eenmaal op gang bent dan rijdt het als een trein. Ook nu stap ik op mijn DK 546 en begin voorzichtig te trappen. Vanuit mijn ooghoeken zie ik een buurman van een paar huizen verderop aanbellen bij mijn mooie buurvrouw. Hij heeft iets in zijn hand kan alleen niet zien wat het is. Omdat ik weet dat ik door moet fietsen, anders moet ik namelijk weer op snelheid komen, besluit ik hier verder geen aandacht aan te besteden. Een minuut later word ik opgeschrikt door een vreemd geluid. Mijn fietsbanden zijn  breed en stevig, een klapband is dus niet waarschijnlijk. Nee dit geluid is te vergelijken met het  lawaai dat een  lading bieten veroorzaakt wanneer die gelost wordt bij de suikerfabriek.

Met een oplopende spanning in mijn lijf fiets ik verder. Iets verderop zie ik een tafereel die me bijna doet stoppen. Ook nu besluit ik dit niet te doen, wel ga ik iets langzamer fietsen om niets te missen. Een klein groepje mensen is druk bezig met het integreren in onze samenleving. Voor de grap heb ik kortgeleden ook een test gedaan op het internet. Het viel niet mee om de titel ingeburgerd te verkrijgen. Ik ben er dan ook van overtuigd dat wanneer wij de cursus voor iedereen verplicht stellen de woningnood in Nederland onmiddellijk wordt opgelost. Nu zie ik enkele personen waarschijnlijk van Afrikaanse afkomst pogingen doen om de kunst van het fietsen onder de knie te krijgen. Het is goed om te zien hoe deze mensen hun best doen om tot onze samenleving toe te treden. Nu zullen er mensen zijn die deze ontwikkeling niet goed keuren, zelfs beangstigend vinden. Niets is minder waar, althans in mijn optiek, tenzij deze donkere Afrikanen besluiten allemaal een Kronan te kopen. Nu wil ik mijn trouwe vervoermiddel niet afkraken en deze mensen een fantastische fiets ontzeggen maar de verlichting functioneert nu eenmaal niet optimaal.

Nadat ik twee keer mijn hand heb uitgestoken bereik ik een fietspad langs een drukke weg. Als een logge dieseltrein bereik ik gestaag mijn eindbestemming. Ook nu word ik weer opgeschrikt door een vreemd geluid, geen lekkebandengeluid, ook geen suikerbieten, nee ditmaal is het een woedend echtpaar. Door een woonkamerraam aanschouw ik al fietsend dit spektakel. Bloempotten sneuvelen, meubilair wordt vakkundig verschoven en wanneer de man even niet oplet heeft hij weer een klap van zijn vrouw te pakken. Als ingeburgerde Nederlander moet ik natuurlijk stoppen. Ben nu ook echt van plan om dit te doen. Een man die zo wordt behandeld verdient natuurlijk hulp. Heeft hij slecht gekookt? Heeft hij niet genoeg overgewerkt? Ben gewoon benieuwd. Net op het moment als ik snelheid wil minderen om af te kunnen stappen zie ik het straatnaambordje. Met grote letters staat er “Slachthuisstraat” geschreven. Mensen die moedwillig in deze straat gaan wonen hebben volgens mij rekening gehouden met wat er nu gebeurt. Gerustgesteld breng ik mijn Kronan weer op snelheid. Ik bereik nu het punt waar ik al enige tijd voor gevreesd heb. Nog tien meter en dan is het zover, gaat het goed of toch niet. Nee, ik moet er aan geloven. Het stoplicht springt op rood en met gedoseerde kracht trap ik terug en rem. Ik kom tot stilstand.

Naast me staat een auto te wachten, hij heeft ook rood. Op de achterkant zie ik een sticker geplakt; “jesus saves”. Dat mag natuurlijk, heb ik geen problemen mee. De man trekt rustig op, hij heeft groen. Twee seconden later word ik verdoofd door een enorme knal. Een andere auto is door rood gereden en knalt met een enorme snelheid in de zijkant van de auto met de sticker op de achterkant. Mijn licht springt ook op groen en ik breng mijn Kronan weer op snelheid. Kijk naar de auto die door rood reed en het ongeluk heeft veroorzaakt. Tot mijn grote verbazing zie ik op deze auto ook een sticker geplakt; “jesus saves” staat er met grote letters geschreven. Verward door dit voorval besluit ik nooit een dergelijke sticker op mijn Kronan te plakken. Enigszins beduusd fiets ik verder. Bereik met een prettige snelheid de Steentilbrug. Ik kan nu twee wegen nemen, rechtdoor de Steentilstraat in of een kleine omweg via het Kattendiep. Uiteindelijk kom ik wel weer uit op het Zuiderdiep. Gezien de tijd die ik nog heb besluit ik de casinoroute te nemen. Alleen nu word ik geconfronteerd met een beroving op straat. Een oud vrouwtje ligt temidden van haar rollator, een straatkrant en een kapotte krentjebrijpak op de grond. Het is een gruwelijk gezicht hoe deze drab zich in een plas water verspreidt. De oude vrouw roept en wijst met wilde gebaren in de richting van een man die op een fiets springt. Gelukkig is het geen Kronan, want wij Kronanrijders doen niet aan berovingen. Met een hoge snelheid komt hij in mijn richting gefietst. Nu moet ik beslissen, wat ga ik doen. Ik besluit niets te doen want de rover komt nu eenmaal van rechts en heeft dus voorrang. Gelukkig komt in tegengestelde richting een vrouw gefietst. Voor de rover komt zij wel van rechts en een valpartij is het gevolg. Vanuit mijn ooghoek zie ik net nog een glimp van een sticker op de fiets van de vrouw; “jesus saves”. Ik begrijp nu dat jesus niet overal tegelijk kan zijn maar ik in elk geval wel zijn best doet.

Met het gevoel of ik door een heuvellandschap fiets vervolg ik mijn route langs het Zuiderdiep. De spanning begint zich steeds meer meester te maken van mijn lichaam. Voorzichtig fiets ik tussen de mensen door die zomaar oversteken. Allemaal Duitser merk ik. Duitsers met tassen vol bloemen aus Holland. Hadden ze nu maar meer zorg besteed aan de verlichting, stander, fietspomp en fietsbel dan had mijn oorlogsfiets er wel voor gezorgd dat de mensen aan de kant sprongen. Nu niet, moet goed opletten dat ik niet omver word geduwd. Slechts een medelijdend lachje is mijn deel en ik word nog net niet door professionele hulpverleners benaderd.

Tot mijn grote schrik word ik vlak voordat ik mijn bestemming heb bereikt aangesproken door een paar jongelui, waarschijnlijk uit de provincie.
‘Hé doe, valt er hier nog wat te neuk’n?’  knauwt de oudste van de groep.
Zonder dat ik het wil breng ik mijn Kronan tot stilstand. 
‘Zei je wat?’ is op dit moment het enige intellectuele dat ik over mijn lippen kan krijgen.
‘Joa, wie will’n wait’n of er hier nog wat valt te neuk’n?’ de andere jongens knikken instemmend. Omdat ik geen zin heb om weer opgeschrikt te worden door het daverende geluid van suikerbieten die gelost worden bij een fabriek wijs ik hun de weg naar een café waar alleen homo’s komen.
‘Hartstikke bedankt veur joen hulp hè, moi.’

Nog een paar honderd meter en dan ben ik er. Zet mijn fiets in de rek en loop naar het statig gebouw. Ik sta voor de grote deur en voel mijn onzekerheid weer door mijn aderen stromen. Denk aan mijn werk en weet het nu zeker. Jaren werken op de fabriek moest maar eens afgelopen zijn. Vooral de nachtdiensten worden gewoon te zwaar. En na al die jaren heb ik nu genoeg suikerbieten gezien. Voorzichtig loop ik naar binnen en wordt begroet door de man die de schrijfcursus gaat geven.



Kameleon


‘Kijk opa! Hij verandert zomaar van kleur.’ Met kinderlijke enthousiasme trekt de kleine Wout zijn opa voor de zoveelste keer aan zijn arm. ‘Waarom doet dat beest dat? Zonder op antwoord te wachten ratelt het kleine kereltje verder. Opa glimlacht, dit jeugdige enthousiasme doet hem denken hoe hij vroeger als kind was, alles willen weten. Kan ik dat ook opa? Hoe heet dat beest opa?’
‘Dat is een kameleon jongen.’ Vermoeid na een lange dag slenteren door de dierentuin wil opa rustig zijn verhaal af maken. Hij denkt na welke woorden hij zal gebruiken om dit helder uit te kunnen leggen aan dit nieuwsgierig wezentje. Vroeger toen hij nog werkte, moest hij juist nadenken hoe iets op een onbegrijpelijke manier kon uit leggen. Maar dat was vroeger.
‘Kijk opa, kijk!’ Wout is te vermoeid om gericht iets aan te kunnen wijzen waarover hij nu uitleg wil hebben van zijn alleswetende opa.
‘Zullen we naar huis gaan jongen? Oma heeft vast iets lekkers gemaakt, misschien wel haar beroemde poffertjes waar je zo gek op bent.’ Trots kijkt hij naar zijn kleine mannetje, zijn kleinzoon. Verdorie, waarom heb ik dit vroeger niet met zijn vader gedaan. Ach vroeger, hij had zich volledige en vol enthousiasme op zijn werk gestort. Zijn drukke baan had hem volledig in beslag genomen en de tijd die hij aan zijn kinderen kon besteden was schaars geweest. Ook toen was zijn vrouw thuis gebleven om voor de kinderen te zorgen. Hoeveel poffertjes zou ze in de loop der jaren al wel niet gebakken hebben om zijn afwezigheid te doen laten vergeten?
Na een ijsje te hebben gekocht lopen ze samen naar de auto. Een beetje onhandig zet hij zijn kleinzoon in het autostoeltje en controleert voor de derde keer of hij goed vastzit. 
‘Waarom ga je naast me zitten opa?’
‘Wat zeg je Wout?’
‘Waarom zit je hier en niet voorin?’
‘Ach natuurlijk, wat dom van opa.’ Onwennig stapt opa weer uit, neemt plaats achter het stuur en start de auto. Gelukkig is het niet ver en een half uurtje later parkeert hij zijn auto in de garage.
‘Oma, oma’ met een spurt vliegt Wout in de armen van de oude vrouw die bij de deur staat te wachten. ‘Ik heb olifanten gezien, apen en leeuwen, die beesten met zo’n  lange nek, net zoals die man in de Efteling en nog veel meer oma.’ Weer vol energie, net alsof hij net fris uit bed is gestapt doet hij verslag van zijn bezoek aan de dierentuin. ‘Tijgers, slangen heb ik gezien en hoe heette dat beest ook al weer opa? Dat beest die zomaar een andere kleur kreeg?’
‘Kameleon.’ Uitgeput maar voldaan, nee gelukkig is het juiste woord, ploft opa neer in zijn stoel en friemelt aan zijn veters. Zuchtend en met een onhoorbare kreun schopt hij zijn knellende schoenen uit en kijkt nieuwsgierig naar de eettafel. Poffertjes!
De lekkernijen die oma heeft bereid zijn in enkele minuten verorberd. Lekker uitrusten in zijn favoriete stoel  is er voorlopig nog niet bij, vreest opa. Trots kijkt hij naar Wout, hoe meer hij naar dit kleine mannetje kijkt, hoe gelukkiger hij wordt. Alles wat hij in zijn loopbaan heeft gepresteerd, en dat is best een imposante lijst van activiteiten, heeft hem nooit zo’n gevoel van trots en voldoening gegeven als dit wezentje hem nu doet voelen.
‘Opa? Zullen we foto’s gaan kijken?’ Met zijn kindervorkje werkt Wout het laatste poffertje naar binnen. Zonder op antwoord te wachten, rent hij al naar de kast waar oma de boeken met foto’s heeft opgeborgen. Opa zegt niets, hij weet dat dit hoort bij hun ritueel; leuke dingen doen, eten en dan foto’s kijken. Oma is al geruisloos in de weer om de tafel af te ruimen. Binnen enkele minuten is de tafel getransformeerd van een poffertjesparadijs tot een  meubelstuk waar gezellig gepraat wordt over de dagelijkse dingen tot aan het oplossen van wereldproblemen. Maar ook een tafel waar een opa trots zijn fotoboeken laat zien aan een kleinkind. Wout wil nu eenmaal alles weten wat opa vroeger heeft gedaan.
‘Ben jij die meneer opa? Die met die grote toeter staand voor zo’n grote groep mensen?’ Met zijn kleine wijsvingertje zweeft hij over de foto’s. De foto’s net niet aanrakend want dat mag niet van oma. Oma is soms best streng.
‘Ja jongen. Dat was in mijn tijd bij de vakbond. Ik ging toen voor al die mensen vechten.’
‘Vechten? Had je dan ruzie met al die mensen opa? Dat kun je toch nooit winnen?’ Met angstige ogen kijkt de kleine jongen hem aan en bestudeert zijn gezicht of er nog zichtbaar letsel is waar te nemen.
‘Nee jongen, ik mocht vechten voor hun centjes. Dat ze niet werden uitgebuit door de hoge meneren van de fabrieken.'
‘Kan ik dat later ook gaan doen?’ 
‘Misschien wel jongen.’ Opa kijkt naar zijn kleine held. Hij weet ook dat dit nooit zal gebeuren. Te vaak had hij al gemerkt dat de genen van oma waren doorgegeven. Genen van zorgzaamheid, op de achtergrond onmisbaar willen zijn. Genen die niet op de voorgrond wilden treden. Nee, in zijn voetsporen treden zit er niet in. Hoewel hij slim genoeg is, ja slim dat is hij. Zijn kleine Wout is een slimme maar  een te gevoelige jongen.
‘En hier opa? Wat doe je daar opa?’
‘Daar probeer ik voor alle mensen in Nederland te zorgen jongen. Dat er goed gezorgd wordt voor de arme mensen. Dat ze genoeg te eten hebben, kleren kunnen kopen en werk hebben.’
‘Is dat gelukt opa?’ Zonder antwoord te geven bladert opa verder in zijn chronologisch overzicht van zijn werkzaam leven. 
‘Wat staat hier opa?’ Met zijn kleine vingertje wijst hij naar enkele krantenknipsels die oma ook in dit boek geplakt heeft.
‘Opa heeft zijn leesbril niet op jongen’ want wat hier staat geschreven kan hij toch niet voorlezen. Zijn kleine jongen die zo trots is op zijn opa. Ja, hem ziet als zijn grote voorbeeld. Ondanks dat hij nog klein is, beseft hij al meer dan je van een jongetje op zijn leeftijd zou verwachten. Hoe moet je uitleggen dat hij als socialist in hart en nieren, een vakbondsman pur sang, dit had gedaan. Dat hij na zijn hoogtepunt als leider van het volk zich begeven had in de wereld van zijn vroegere vijanden. Dat hij enorme vergoedingen opstreek voor zijn verschillende commissariaten bij diverse grote multinationals. Hij, vechter voor de gewone man, nee dit kon hij zijn kleine Wout niet uitleggen.
‘Wat staat hier opa?’ Nieuwsgierig wijst Wout nogmaals naar de knipsels die oma zorgvuldig heeft ingeplakt. Met zijn kleine vragende oogjes kijkt hij op naar zijn held, wachtend op een bevredigend antwoord. Een antwoord die het geheim van lettertjes, die hij nog niet kan ontraffelen, duidelijk verklaart.

‘Dat gaat over een kameleon jongen.’ Oma’s zachte, maar o zo duidelijke stem is nog niet verloren gegaan.


Van de straat...


Klets, klats, klots… Het steentje wipt net niet op de wal, nog een keer dan. Elke dag zit hij hier aan de rand van de Noorderplantsoenvijver en speelt gedreven zijn spel met de stenen. Om toch structuur in zijn daklozenbestaan te hebben heeft hij dit ritueel ingevoerd. Wanneer het lukt om een steentje drie keer te laten springen op het water en vervolgens te laten belanden in het gras trakteert hij zichzelf op een slok wodka. Dit doet hij nu al enkele jaren. Zijn drankverslaving is dus niet het gevolg van het feit dat hij een uitzichtloos bestaan heeft maar van zijn talent om het steentje drie keer te laten springen en te laten belanden in het gras. Hij is gewoon goed.
‘Zo steen, nog een keer en dan is de fles leeg’, mompelt hij in zichzelf. Klets, klats, klots... en ja hoor: het ligt in het gras. ‘Hm... het lijkt net of het beter lukt wanneer ik dronken ben.’ 
Diep in zijn hart weet hij dat hij verkeerd bezig is. Om niet in tranen uit te barsten maakt hij zich maar weer eens boos op de dokter, die kerel die zijn vrouw vermoord heeft toen hij niet oplette tijdens de bevalling. Boos, verdrietig en machteloos gaat hij zitten op het bankje.

‘Hallo, mag ik even naast u zitten?’ Een mooi jong meisje kijkt hem met onzekere ogen aan. Zonder op het antwoord te wachten gaat ze zitten.
‘Bent u misschien……?’ Verder komt ze niet en zwijgt, wachtend op een reactie.
‘Praat je tegen mij, verdorie laat me met rust’. Geïrriteerd sluit hij zijn ogen, wil denken aan het moment toen het fout ging: de dokter, het zwarte gat waar hij geen uitweg voor zag, het steentje dat net niet in het gras wipte, ja aan alles wat maar fout gaat in zijn leven.
‘Waarom heb je mij in de steek gelaten?’ Ze voelt zich sterk genoeg om door te gaan. Ze wil het gewoon weten.
Een angstaanjagende stilte breekt aan. In de hoofden van deze twee mensen vliegen vragen en beelden als een hogesnelheidstrein van a naar b.
Met tranen in zijn ongelukkige ogen kijkt hij naar het meisje naast hem, die ogen, haar stem die mooier klinkt dan een symfonieorkest. Mooier dan zijn vrouw die hij bemind en lief gehad heeft.
‘Ben jij…………..?’ 
‘Ja…’ 
Het is weer stil, een stilte die ze allebei nodig hebben om dingen te beseffen.
‘Ik ben Marieke, jouw dochter’ en ze geeft hem aarzelend een hand.
Het is stil, alleen de fluitende vogels zijn hoorbaar.
Voorzichtig pakt hij haar hand aan en begint te huilen.
‘Ik ben je vader’. Als bewijs laat hij haar een babyfoto zien. ‘Sorry… sorry!’ 
Uren zitten ze samen op het bankje. Ze praten, huilen, zelfs een lachje is zichtbaar.

‘Kom we gaan.’ Marieke pakt een steentje en gooit. Klets, klats, klots. Het bewegen van de grassprieten was het mooiste moment van twee zoekende mensen die vonden waar ze al jaren naar op zoek waren.


Diploma


Tijdens een schrijfcursus kreeg ik de opdracht om een willekeurige foto uit de krant en een willekeurige kop van een artikel samen in een verhaal te verwerken.

Foto:    Diverse kinderen met een slee op kunstijs   Kop: ‘man wurgt na vrijpartij bijna zijn vrouw’

Deze tekst is geschreven vlak voor de verkiezingen in november 2006.


Nergens te wereld is een land te vinden dat zo is besmet met het regel en diploma virus. Op zeer jonge leeftijd wordt al begonnen met het toekennen van een erkenning zodat je weet dat die speciale handeling vakkundig door jou kan worden uitgevoerd. Het is zelfs zo erg dat het bijna normaal is om als foetus getest te worden of je wel geschikt bent om deze wereld van regeltjes binnen te stappen. Bij twijfel wordt je door een gediplomeerd foetusverwijderaar op deskundige wijze verplaats van de o zo veilige moederschoot naar een clicobak die speciaal is voorzien van een foetusbewaarkeurmerk, deze bak wordt weer geleegd door erkende bakkenleegmaker die de inhoud weer op een veilige en gecertificeerde  manier overhandigt aan een vernietigraar die alles maar gehaald heeft wat is beschreven is in een vuistdik handboek. 
Maar heb je het als bevruchte eicel wel gered en ben je uiteindelijk belandt op deze ogenschijnlijke prachtige wereld dan kun je bij geboorte al wel een wand vrijlaten in je babykamer die is ingericht volgens de normen die je meekrijgt in de blije doos. Nadat de veterstrikdiploma is op gehangen kom je al vrij snel in de fase van zwemdiploma’s. Niet zoals het vroeger was een a, b en misschien een c, nee je krijgt tig aantal diploma’s en gekleurde bandjes. Vervolgens doorloop je het Nederlands onderwijssysteem dat ook is doordrenkt van certificaten en diploma’s. Tussendoor haal je nog even snel het bromfietscertificaat waar je hebt geleerd dat je een helm op moet doen en niet te hard mag rijden, maar ja dat is weer niet stoer en mocht er ooit een diploma voor stoer zijn komen dan ben je in elk geval al goed voorbereid. Nadat je nogmaals de Nederlandse verkeerstheorie hebt moeten leren staat het rijbewijs op het program. Je moet natuurlijk wel veilig kunnen deelnemen aan het prachtige geregeld systeem van borden en nog meer regeltjes. Tot dusver is het systeem van certificaten en diploma’s verdedigbaar, uiteindelijk ben je er zo mee vertrouwd geraakt dat het vrij normaal bij iemand overkomt. 

Toch bekruipt mij het gevoel dat er iets mist. Ondanks dat bovengenoemde slechts een kleine greep is uit het totale aanbod ben ik van mening dat het totale pakket vrij drastisch teruggebracht kan worden. Door invoering van 2 nieuwe diploma’s kan onze wereld er heel anders uit gaan zien. Ten eerste pleit ik voor een diploma voor het hebben van sex. Degene die deze cursus met goed gevolg hebben afgelegd kunnen eventueel voor nieuwe potentiële medeburgers zorgen. Naast handige technieken moet er ook duidelijk gemaakt worden dat je een vrouw niet probeert te wurgen na een vrijpartij maar dat je gewoon in slaap valt. Ten tweede pleit ik voor een diploma om te gaan stemmen. Er lijkt nu zich een situatie voor te doen dat iedere idioot mag stemmen en dus invloed uitoefent op wie er weer nieuwe diploma’s mag gaan bedenken. Hiermee kan voorkomen worden dat we worden overspoeld met nog meer onzin. De verloedering die is ontstaan kan misschien een halt worden toegeroepen. Misschien kan dan in de toekomst het onderwijs personeel weer gewoon rekenen en herkennen kamerleden ook gewoon weer ministers die toch best vaak in de krant staan. Waarschijnlijk worden wij dan ook als serieuze burgers niet meer lastig gevallen met campagnes van de knightrider en zijn kit om te gaan stemmen. Want deze acteur denkt nog steeds dat hij rondtoert in zijn alleskunnende mobiel gezien zijn alcoholische uitspattingen. Een regering die zichzelf serieus neemt wil toch niet in verband staan met deze man. Laat de kinderen alsjeblieft op glad ijs spelen en niet de mensen die een verantwoordelijkheid op zich genomen hebben.