Petanque

In de tuin is er een petanquebaan aangelegd, deze is gratis te gebruiken door de klanten.

In het lommer van de bomen is het aangenaam toeven, en op een warme zomerdag rustig een balletje gooien is dan een plezierige ontspanning.

Je kan de boules lenen aan de toog.

Hieronder de vereenvoudigde spelregels.

Pétanque wordt gespeeld, 2 tegen 2 met elk drie boules; 3 tegen 3 met elk 2 boules; maar ook 1 tegen 1 met elk 3 boules. 1 tegen 1 noemen we tête à tête, 2 tegen 2 doublette en 3 tegen 3 triplette.

Er wordt tussen de teams geloot (met een muntstuk) wie mag beginnen. De winnaar trekt op 75 cm van welk obstakel ook een cirkel met een diameter tussen de 35 en 50 centimeter.
De speler die het but (houten balletje) werpt zal deze tussen de 6 en 10 meter moeten deponeren.
Even als de cirkel moet ook het but de voorgeschreven afstand hebben van een obstakel als in de vorige alinea genoemd.
Het team dat het but werpt, werpt ook de eerste boule en probeert deze zo dicht mogelijk bij het but te plaatsen. Daarbij moet er op gelet worden dat de voeten in de cirkel staan en zij niet van hun plaats mogen komen voordat de geworpen boule de grond heeft geraakt. Lukt het vervolgens de tegenstander hun boule beter te plaatsen, dan hebben zij de leiding.
Nu mag het eerste team weer proberen de situatie naar haar voordeel om te buigen en gaat daar mee door tot het al of niet gelukt is.
Heeft een team geen boules meer dan kunnen haar tegenstanders met de nog resterende boules proberen meer punten te scoren. Hebben beide teams geen boules meer dan worden de punten geteld. Dat zijn er zoveel, als een team boules dichter bij het but heeft liggen dan de beste boule van zijn tegenstander.
Er is nu één werpronde gespeeld.
Winnaar is het team dat als eerste 13 punten heeft gehaald.