m.s. Borneo

Mijn eerste schip





NAAM Borneo (2)

BOUWJAAR 1947
N.V. Koninklijke Maatschappij "De Schelde", Vlissingen-Nederland.

BOUW
05-11-1940 kiel gelegd, 11-06-1943 te water gelaten, 17-12-1947 opgeleverd.

BRT 9.426 DWT 12.257, LxBxH 158,60 x 19,28 x 10,81
DG 9,24

TYPE SCHIP
Vrachtschip met accommodatie voor 12 passagiers.

MACHINE  Sulzer diesel, 12 cyl., 2-takt
PK  8.000 pk MIJL 15

Machinebouwer Werkspoor, N.V. Amsterdam-Nederland.


HISTORIE
Het schip was voor de inval in Nederland bij de werf in bestelling gegeven. Het schip werd in aanbouw genomen en 12-08-1941 door de Duitse bezetters in beslag genomen. Na de te waterlating werd het schip naar Rotterdam gesleept en in september 1944 in de Waalhaven tot zinken gebracht.
In 1945 gelicht en op 18 januari 1946 naar de bouwwerf in Vlissingen gesleept om te worden afgebouwd.
17-12-1947 aan de SMN opgeleverd.
12/1947-1969 BORNEO, N.V. Stoomvaart Maatschappij Nederland, Amsterdam-Nederland.
5/1969-1972 AZALEA, Azalea Shipping Co.Ltd., Famagusta-Cyprus.
In 1972 verkocht voor de sloop naar Shanghai. Arriveerde kort voor 15 april 1972 aan de sloperswerf.  


Mijn eerste kustreis.

25-08-1966 Hamburg, Antwerpen, 17-09-1966 Amsterdam.

Mijn eerste kustreis maakte ik op de m.s Borneo. Met de trein naar Hamburg en daar aangemonsterd op 25-08-1966. Afgemonsterd in Amsterdam op 17-09-1966. Het verlof was van korte duur want op 23-09-1966 op mijn verjaardag weer aangemonsterd voor de grote reis. Assistent WTK was mijn eerste rang. Bij de “Nederland” monsterde je meteen aan als assistent en niet als leerling zoals  bij de meeste andere maatschappijen. Het voordeel was dat je direct een gage verdiende en opgenomen werd in het pensioenfonds.

Hamburg.

De eerste avond aan boord natuurlijk meteen stappen met mijn nieuwe collega’s. Je moest alles meemaken. Met de Jollenfuhrer naar de Landingsbrucke en richting Reperbaan. daar was van alles te beleven. Langs de Herberststrasse even naar de hoeren kijken. ik was kennelijk onder indruk want in mijn eerste brief naar huis schreef ik “erg veel hoeren en striptease tenten”.

 Welkom aan boord.

Een van mijn eerste taken, bij het aanleren van het havenbedrijf, was het aansteken van de olie gestookte ketel in het uitlaatgassenkanaal. Dat leerde ik van Charlie de Chinese olieman. Deze werd ketel  tijdens de vaart verwarmd werd door de uitlaatgassen en bij haven bedrijf oliegestookt. Het doel was om de stookolie op temperatuur te houden zodat het enigszins vloeibaar bleef. Met Charlie omhoog de schoorsteen in. De lange lont gedoopt in dieselolie werd aangestoken. Vervolgens duwde Charlie de lange lont door een gaatje in de ketel zette de olietoevoer open en dook omlaag op de stookplaat. Gelukkig had ik een goed reactie vermogen en dook instinctief ook omlaag. net op tijd om de steekvlam die uit de ketel kwam te vermijden.

Later op de reis heeft Charlie natuurlijk wel wat spijt gehad. We liepen samen met de derde WTK de hondenwacht. Een mooi kistje neergezet bij de manoeuvreerstand met een kruis erop geschilderd en Charlie zijn naam. Dat maakte op hem, bijgelovig als Chinezen zijn, een behoorlijke indruk. De rest van de reis is hij erg aardig geweest.


Ervaringen op de kustreis.

“Het eten aan boord is erg goed” schreef ik in mijn eerste brief. “Je wordt op je wenkbrauwen bediend en je hoeft het niet eens zelf op te scheppen”. De nederland was kennelijk toch die “herenmaatschappij” waar klasgenoten die naar de VNS gingen altijd enigszins smalend over spraken. “Vanmiddag hebben ze mijn portemonnee uit mijn hut gestolen”. Schreef ik ook nog in mijn brief. “Twintig gulden naar de maan”. “Een van mijn collega’s afgevoerd naar het ziekenhuis. Hij had malaria”.

Het was aanpakken in Hamburg. Amper tijd om aan mijn memoriaal te werken. S”morgens Om 08.00 uur paraat in de machine kamer tot s’avonds 22.00. We lagen eerst in het dok en later voor anker om graan te lossen in een lichter.

Mijn eerste grote reis.

23-09-1966 Amsterdam, Tilbury, Marseille, Genua, Port Said, Akaba, Djeddah, Djibouti, Labuan, Jesselton, Sandakan, Port Moresby, Honiara, Sorong, Biak, Miri, Sibu, Tandjung Mani, Bangkok, Singapore, Aden, Barcelona, Amsterdam 27-01-1967.

Collega’s op de eerste grote reis, voor zover als ik mij de namen herinner: Jan Niek Appel,

Citaten uit mijn brieven.

10-10-1966, Genua hebben we alweer achter de rug en stomen weer op naar Port Said. Waarschijnlijk komen we daar a.s. woensdag aan. In Genua zijn we de wal op geweest. Dat was wel leuk. Het “straatje van alles” bekeken. Dat is ongeveer als de wallen in Amsterdam, wel wat minder hoeren. Het is een smal straatje en je vind er zo’n beetje alles wat verboden en extreem is. Flikkers die daar arm in arm lopen. Vieze bedelaars vaak zonder armen, benen of ogen. Clandestiene verkopers van sigaretten, radio’s sieraden, horloges en noem maar op. Het was wel leuk om een keer te zien.

12-10-1966, Gister liepen we Port Said aan. Daar was het ankeren tot we in konvooi door het Suez kaneel konden varen. In no time klommen er van die vieze knakkers met een jurk ( Arabieren ) aan boord die hun koopwaar uitstalden aan dek. Ronduit vies volk en heel brutaal. Ik heb er nog een letterlijk mijn hut uit gesodemieterd die dacht daar even een mooi handeltje te kunnen doen. Eentje presteerde het zelfs om met jurk en al op een van onze wc’s te gaan zitten. Met z’n jurk van z’n reed hebben we hebben we hem er van af getrokken en van de gangway gebonjourd. Een andere, Said, zo heten ze allemaal, was de goochelaar die heeft een collega een tientje afgetroggeld in ruil voor een een cholera kuikentje die hij uit zijn jurk toverde. Het arme beestje is gestorven onder de plaat in de machine kamer. 

16-10-1966, Akaba… S’avonds met mijn collega Jan Niek Appel aan het stappen geweest. Was wel spannend hoor. Het was hartstikke donker en we zijn maar op de lichtjes van het stadje af gelopen. Alles Arabieren in lange jurken uiteraard. Die lagen maar zo’n beetje voor hun huisjes of hutjes. Er waren ook cafétjes en winkeltjes. Alles is letterlijk gebouwd op de puinhopen van de laatste oorlog. Het meeste ligt er platgeschoten bij. We zijn door de sloppen en steegjes gelopen. Een vreselijke armoedige boel. Vrouwen hebben we niet gezien. Die moeten daar binnen blijven. Ze zijn er wel want het krioelde er van de kinderen. We trokken wel bekijks. Zoveel blanke vreemdelingen zien ze daar niet. Ook veel soldaten met grote geweren en zo. En veel flikkers ook. Gelukkig weer veilig aan boord weten te komen.

30-10-1966, een dag na vertrek Dijibouti troffen we op volle zee een klein stuurloos bootje aan. Het bootje was afgeladen met mensen die allemaal nogal paniekerig met vlaggen zwaaiden. Kortom ze deden van alles om onze aandacht te trekken. Uit alles leek het een noodsituatie te zijn. Dus de Kaptein besloot om bij te draaien en te stoppen. Een paar  van die knakkers aan boord laten komen. Het bleek dat hun accu leeg was zodat ze de motor niet konden starten. Getracht om hun accu snel op te laden, maar dat lukte niet. Het duurde de kaptein allemaal te lang en hij besloot dat ze maar moesten gaan zeilen.

 

04-11-1966, Bij aankomst Labuan mocht ik voor het eert manoeuvreren van mijn wacht chef. Nou dat was even zweten hoor. Twaalf grote harde klappen en een hoop gesis als die 12 cilinder Sulzer gestart werd. Dat was een hele sensatie. Maar het ging prima. Ik was toch mooi de eerste assistent aan boord die de hoofd motor mocht starten. Start zelf de hoofdmotor ( zet het geluid van je computer aan )

  05-11-1966, Jesselton is ook weer achter de rug. We zijn nu onderweg naar Sandakan. In Jesselton nog lekker aan het stappen geweest. Naar het strand met een taxi. lekker gezwommen. Ik ben al hartstikke bruin. Het is echt wel mooi hier. Die Engelen die hier wonen hebben het goed voor elkaar. Die zwartjes doen het werk en zij een beetje zonnen en zwemmen bij hun villaatjes aan de kust.

13-11-1966, Port Moresby, We hebben het de laatste dagen bijzonder druk. Omdat we onze eigen bar aan het timmeren zijn. Dat is natuurlijk nogal belangrijk. Vandaag wilden we klaar zijn om te beginnen met de inwijding. Eigenlijk waren we al eerder klaar maar een slimmerik merkte op dat we krukken vergeten waren. Een kleinigheidje hou je altijd he! Dus weer aan de slag. Het resultaat mag er zijn, een prachtige bar met comfortabele krukken. Jullie zullen nog opkijken in Amsterdam. Vanmiddag en vanavond is het bij de inwijding nogal uit de hand gelopen, hoofdpijn en zo.

23-12-1966, Bangkok, We liggen voor anker op de rivier bij Bangkok. Zaterdag de gehele dag in m’n eentje in Bangkok rondgezworven. Ik had de hondenwacht gelopen. Daarna geslapen tot  08.00. Daarna heb ik mij met een “long tail boat” naar de wal laten brengen. In de bus gestapt naar  Bangkok stad. Ben wel 50 minuten bang voor mijn leven geweest. Het was een soort kamikaze chauffeur. Hij zat voortdurend achterste voren met iemand te praten een reed met een rotgang van zo’n 100 km/h. Tijdens het inhalen reden we een tijdje met z’n drieën naast elkaar op een tweebaansweg, luid toeterend en net een tegenligger ontwijkend. In de stad was het leuk. In Bangkok zie je zo ongeveer de mooiste vrouwen in tegenstelling tot Nieuw Guinea waar ze echt lelijk waren

Mijn tweede grote reis op de Borneo.

14-02-1967, Amsterdam, 01-04-1967 Port Said, 19-03-1967 Singapore, 06-04-1967 Manilla, 28-04-1967 Singapore, 31-04-1967 Bangkok, Port Swettenham, Penang 01-05-1967, 23-05-1967 Genua, 19-06-1967 Londen, 08-07-1967 Amsterdam