Geschiedenis

Een korte geschiedenis van de vrijmetselarij in Winterswijk

Voorgeschiedenis: van circa 1850 tot 1950

Na de oprichting van de Vrijmetselarij in Londen in 1717 werd in 1734 in Den Haag de eerste Nederlandse Loge opgericht. In 1756 sloten de Nederlandse Loges zich aaneen tot de Grote Loge der Zeven Verenigde Nederlanden. Rond 1880 waren er veertien vrijmetselaars, afkomstig uit Winterswijk, Groenlo, Aalten en Varsseveld, die samenkwamen ten huize van een van hen. In de tweede helft van de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw gingen vrijmetselaars uit Aalten en Winterswijk naar de Loge “Karel van Zweden” in Zutphen die in 1855 werd opgericht. Met deze Loge worden nog steeds hartelijke banden onderhouden. Maar het was wel een eind rijden over vaak onverharde wegen totdat in 1878 de spoorlijn tussen Winterswijk en Zutphen een feit was en het rijtuig vervangen kon worden voor de trein.

Ze lieten hun licht ook niet onder de korenmaat schijnen. Op 21 oktober 1924 ziet een open brief van de vrijmetselaar H.P. Priester het licht voor de prijs van dertig cent, voor eenieder die zich interesseert voor de vrijmetselarij, voorradig in de Boekhandel Albrecht aan de Markt, een achtbare boekwinkel die inmiddels verdwenen is. De heer H.P. Priester was onder meer onderwijzer, schoolhoofd en wethouder van onderwijs in de Gemeente Winterswijk. Hij overleed onverwacht op 4 december 1939 en bij de teraardebestelling op de Nieuwe Algemene Begraafplaats las een der broeders uit Zutphen een gedicht voor waarna enkele anderen drie bloemen op de baar legden, symbolen van “Wijsheid”, “Kracht” en “Schoonheid”, drie belangrijke maçonnieke symbolen. Hij was, zoals men dat noemt, in Winterswijk een man van aanzien.

De vrijmetselaars in Aalten en Winterswijk verenigden zich in 1921 in de Vrijmetselaarskring “De Achterhoek” die op zaterdagmiddag bijeenkwam in Sociëteit “De Eendracht” en van zich deed spreken naar aanleiding van een lezing van de redenaar Pater Henricus O. Cap uit Helmond voor de R.K. Vereniging Geloof en Wetenschap te Winterswijk. Volgens een artikel in de plaatselijke krant van 15 februari 1935 zou de spreker hebben gezegd dat de Vrijmetselarij het bestaan van een God ontkent. Op 19 februari van hetzelfde jaar, een snelle reactie dus, plaatst de Vrijmetselaarskring een commentaar in dezelfde krant waarin onder meer gesteld wordt dat ‘het Pater Henricus gelukt is verdachtmakingen ingang te doen vinden, die met de werkelijkheid in flagranten strijd zijn’. Voor dezelfde vereniging werd echter een en ander rechtgezet met een lezing van J. Dominicus op 13 februari 1956 die onder meer stelde: ’al mag een katholiek de leer van de Loge dus in geen geval aanvaarden, dit sluit niet uit, dat men vaak achting kan hebben voor de sociale en charitatieve daden van vrijmetselaars. Men moet een streng onderscheid maken tussen leer en aanhangers van de leer als persoon’. Aldus de spreker die zich, evenals vele geloofsgenoten, bewust was van het leven en de leer.

Op 6 september 1940 vermeldde de Winterswijkse Courant: ‘de ontbinding van de vrijmetselaarsloges en de daartoe strekkende maatregelen zijn terstond genomen’. Bezittingen en logegebouwen werden geconfisqueerd. De nazi’s hadden volstrekt geen behoefte aan vrijdenkers die niet wilden vechten voor een dogmatisch idee. In de concentratiekampen moesten ze een rode driehoek dragen, het merkteken van politieke gevangenen. Grootmeester Hermannus van Tongeren werd gearresteerd en kwam op 29 maart 1941 om het leven in het concentratiekamp Sachsenhausen. Voordat hij werd gearresteerd wist hij nog een aanzienlijk bedrag uit de Ordekas naar het Nederlandse verzet door te sluizen. Hoeveel er zijn omgekomen is niet bekend. In Winterswijk was J.W. Baretta, hoofd van School O, vrijmetselaar en lid van het ondergrondse verzet.  Hij moest een paar keer onderduiken, zat korte tijd gevangen maar werd weer vrijgelaten net op het punt dat een knokploeg klaar stond om hem te bevrijden. Toen de politie-inspecteur Feberwee, een kwaaie NSB-er, erachter kwam, dat enkele vrijmetselaars een plaatselijke afdeling van de Koninklijke Nederlandsche Natuurhistorische Vereniging wilden oprichten, werd deze dan ook prompt verboden. Naast kwaaie NSB-ers waren er ook brood-NSB-ers die voor hun klandizie afhankelijk waren van de bezetter en hun NSB-speldje achter hun revers droegen zodat ze die aan de bezetter konden laten zien indien nodig.

Van 1950 tot heden

Loge De Achterhoek werd opgericht in 1950. Het was de tijd van de Wederopbouw, dat is geen maçonniek symbool, maar een aanduiding voor de plicht om er weer bovenop te komen, iets dat ook in Winterswijk wonderwel lukte. Men kwam bijeen in verschillende lokaliteiten waaronder Hotel De Klomp, dat inmiddels verdwenen is. In 1990 verkreeg Loge “De Achterhoek” een eigen gebouw aan de Jeugdkerkstraat, ontworpen en uitgevoerd door de Winterswijkse architecten Henk Godthelp en Gerrit Grevink (adviseur), een opvallend gebouw door zijn eenvoud. Het werd gedurende vijftien jaar ook gebruikt door de Loge uit Wesel in Westfalen die geen eigen plek had maar wel een fraaie naam: Freimaurerloge “Zum Goldenen Schwerdt”. Alhoewel ze tegenwoordig een eigen ruimte hebben, bestaat er nog altijd een zeer hartelijke band met de Loge uit Wesel. Ze waren zo verstandig om tijdens de oorlog hun lidmaatschapsspeldje achter hun revers te dragen.

Het dagblad Tubantia publiceerde op donderdag 26 april 1990 een artikel onder de kop ‘Vrijmetselaars Achterhoek doen niet eng’, een interessante kop want de meeste bijeenkomsten zijn niets anders dan lezingen door leden voor leden, soms met een wat filosofische toonzetting maar dat behoeft niet eng te zijn. Dit artikel verscheen naar aanleiding van het veertigjarig bestaan van Loge De Achterhoek waar de heer Niemeijer van het Hoofdbestuur in Museum Freriks de leden en genodigden toesprak in het bijzijn van de voorzitter J.P. Wierenga, destijds gemeentesecretaris en op tal van maatschappelijke terreinen actief. Dezelfde krant vermeldt een jaar later, op vier januari 1991, dat oud-predikant Sterringa zijn functie als geestelijk verzorger bij het hervormde bejaardencentrum De Pelkwijk heeft neergelegd. Hij was toentertijd benoemd tot voorzitter van de Loge De Achterhoek en wellicht was er sprake van onverenigbaarheid van functies, zo werd in hervormde kring verondersteld. De dominee vond het niet leuk en had aan publiciteit geen behoefte, zo werd vermeld. Hij zal wel gedacht hebben: 
‘eerst de katholieken, nu de protestanten’

Alles overziende kan gesteld worden, dat deze korte geschiedenis van Loge De Achterhoek er een lijkt van eerbiedwaardige sereniteit met een wat beschouwelijk karakter. Gelukkig waren er ook problemen want anders zou het te mooi geweest zijn om waar te zijn. Zo werd in een discussiestuk van 28 juli 1978 vermeld dat de leden te weinig actief betrokken zijn bij de Loge, er te weinig mensen zijn die in aanmerking kunnen komen voor een functie en de suggestie gedaan wordt om de Loge op te heffen. In een brief van 14 januari 1980 wordt vermeld dat de Loge aan bloedarmoede lijdt en dat er wat moet gebeuren. En dat gebeurt ook. Zo vermeldt de Graafschapbode op 12 maart 1980 dat de Loge De Achterhoek gespreksavonden gaat houden en er is tevens een expositie van boeken, brochures en symbolieke voor werpen in de Openbare Leeszaal te Winterswijk. Er gebeurde dus wel degelijk wat om de bloedarmoede te verhelpen, maar niet vergeten moet worden dat in deze jaren de verzorgingsstaat haar hoogtepunt had bereikt en het mensbeeld van de verzorgingsstaat, dat van de rechthebbende met als magisch mantra de zelfontplooiing, nogal verschillend is van het mensbeeld van de vrijmetselarij die de mens beschouwt als een drager van plichten waaronder het streven naar zelfkennis. Wat dat betreft heeft de Vrijmetselarij als genootschap wel wat gemeen met de vroegere Achterhoekse naoberschap waarbij het recht op onderlinge hulp en bijstand tevens een plicht was.

Heden ten dage is Loge De Achterhoek een bloeiende en groeiende vereniging. Het adagium "ken u zelve" vindt bij steeds meer achterhoekers een gehoor. Bij persoonlijke groei is zelfkennis immers onontbeerlijk. Loge De Achterhoek draagt daar al meer dan 60 jaar succesvol aan bij.  

Comments