Woordsoorten‎ > ‎

Bijvoeglijk naamwoord

 
Het bijvoeglijk naamwoord zegt hoe iets is. (het zegt iets van (over) het zelfstandig naamwoord waar het bij staat.
•   het dure horloge, de lange straat
 
Er kunnen meerdere bijvoeglijke naamwoorden achter elkaar staan.
•   de lange, lege straat
 
Een bijvoeglijk naamwoord staat meestal voor het zelfstandig naamwoord, maar kan er ook achter staan.
•   De straat is lang.
 
Je zet een -e achter het bijvoeglijk naamwoord als het bij een zelfstandig naamwoord staat.
•   het zwarte paard
 
Maar je zet geen -e achter het bijvoeglijk naamwoord als je het lidwoord een bij een zelfstandig naamwoord gebruikt dat eigenlijk een het-woord is.
•   een zwart paard (het paard)
 
Als het bijvoeglijk naamwoord achter het zelfstandig naamwoord staat, zet je er geen -e achter.
•   De man is rijk.

 

oefening  klik