Onderzoek

Korte schets van het onderzoek

De vraag die in mijn onderzoek centraal staat is in hoeverre artefacten, en dan in het bijzonder kunstvoorwerpen, kunnen dienen als uitwendige prothesen voor het brein. In hoeverre kunnen dergelijke exoprothesen het functioneren van het brein ondersteunen of zelfs versterken? Met andere woorden, is het mogelijk dat kunstvoorwerpen menselijke cognitie ondersteunen of versterken op een wijze die vergelijkbaar is met de wijze waarop prothesen het functioneren van het lichaam versterken?

De beantwoording van deze vraag hangt voor een belangrijk deel samen met de wijze waarop de koppeling tussen breinen en artefacten tot stand komt. Enerzijds wordt dat gestuurd door processen van menselijke overwegingen van ontwerp, verbetering en vervanging. Dergelijke processen doen zich voor in zowel de prothesiologie als de ontwikkeling van media. Anderzijds hebben de betere artefacten ook een eigen dynamiek, zodat er een wederzijdse aanpassing tussen cognitie en artefact kan plaatsvinden: het artefact wordt ‘ingelijfd’ in het cognitieve functioneren van een organisme. Vooral bestudering van dit laatste proces kan behulpzaam zijn bij de beantwoording van filosofische vragen rond de mogelijkheid van kunstvoorwerpen als exoprothesen voor het brein en de wijze waarop deze exoprothesen de cognitie versterken.

Hoe vindt deze koppeling tussen kunstprothese en brein plaats, opdat een cognitieve versterking plaatsvindt? Hiervoor bestaan op dit moment twee theorieën.

De eerste is een combinatie van functionalisme en extensionalisme. Deze theorie komt voort uit het parity principle van Clark en Chalmers. Hierbij vormen artefacten een uitwendige uitbreiding op de informatieverwerkings- en opslagcapaciteiten van het brein. De tweede theorie is de dynamische systeemtheorie. Grofweg gezegd vormen artefacten hierbij een mogelijkheid om het aantal cognitieve toestanden waarin een organisme zich kan bevinden uit te breiden.

Kijk op mijn blog voor tussentijdse resultaten van dit onderzoek.