Interessante artikelen

Filmfestival/ Letsleden in het nieuws.

Niet meteen denken aan Cannes en rode lopers, maar we hebben toch een heus filmfestival in Nederland. Op 29 maart in Soest, van de NOVA, dat betekent Nederlandse Organisatie (Audio)-Visuele Amateurs. Een van de filmclubs die lid is van de Nova, de EFA, zetelt in Ermelo. John Smal is al jaren lang lid van de EFA, de Ermelose Film Amateurs. Deze club heeft vorig jaar een club-film geproduceerd en die was genomineerd voor het festival in Soest.

De film heet: ‘Het spiegelglas’ en niemand minder dan onze eigen Lineke Mol speelt met verve een van de hoofdrollen, zij speelt de bejaarde boerenvrouw Katrien.

Daarnaast heeft John in onze vakantie in Spanje een film geschoten van een bizar plaatselijk festival.

Ook die film mocht in Soest vertoond worden. En je gelooft het niet: De club-film werd derde in de categorie speelfilms. Conclusie van de jury: ‘Origineel gevonden verhaaltje dat in beelden is omgezet. Schitterend om naar te kijken.’ Nog mooier werd het toen bekend werd dat deze film een van de drie films is die doorgaan naar de landelijke finale in september!

En als kers op de taart werd de film van John ‘De dag van de ganzen’ eerste in de categorie reportages! De jury: ‘De filmmaker slaagt er in ons lang in spanning te houden over wat er gaat gebeuren zonder dat het saai wordt.’

Jullie begrijpen dat we zeer tevreden waren met onze oogst aan prijzen. Wie weet vertonen we de films een keer op een letsavond.

Ellen Smal

Zo kan Lets ook

De laatste tijd kom ik steeds vaker met Lets vergelijkbare en interessante initiatieven tegen.

Dit zijn er een paar:

1. Op kleine Griekse eilanden is een parallelle economie aan het ontstaan, die gebaseerd is op de idee van Lets. Mensen hebben door de economische crisis minder te besteden, hebben hun baan verloren, moeten voor meer mensen zorgen, e.d. Via “Lets” worden kleine reparaties, onderhoud, huishoudelijke, sociale en culinaire diensten verricht, voedsel zoals vis verhandeld. Op deze manier kunnen kleine lokale samenlevingen onder crisissituaties vitaal genoeg blijven.

2. In de Volkskrant van 27 juni 2013 is aandacht besteed aan het online koppelen van hulpvragers en aanbieders door organisaties als WeHelpen.nl., die een landelijke marktplaats voor zorgruil moet worden. Onder meer de Rabobank en zorgverzekeraars Achmea en CZ zien een belangrijke toekomst voor deze vorm van onderlinge hulp mits voorzien wordt in zgn timebanks, een instantie die de uren of punten bijhoudt en eventueel sanctiemogelijkheden heeft om naleving af te dwingen. Een nadeel kan zijn, dat de diensten via internet worden aangeboden en afgenomen. Niet iedere oudere is daar genoeg vertrouwd mee. Ook de anonimiteit kan een bezwaar zijn. Je kan dus vanuit Harderwijk iemand inhuren om een klusje te doen voor je moeder in Rotterdam. Maar wie huur je dan in=

3. In de Volkskrant van 6 juli 2013 stond een artikel over zorgruil in Duitsland :”Burgers helpen burgers: simpel maar het werkt”. Het principe is: jonge senioren helpen oudere senioren met klusjes en verdienen zo punten/uren voor hulp aan zichzelf. In dorpen in Zuid-Duitsland schijnt men dat al 20 jaar te doen. Mensen zijn dan lid van een plaatselijke Seniorengenossenschaft, waarbinnen men klussen verricht en zich laat uitbetalen in uren. Die uren worden formeel geregistreerd en kan men later zelf inzetten voor hulp.

Dit systeem vervangt de traditionele mantelzorg. Veel ouderen kunnen daar onvoldoende beroep op doen omdat kinderen ver weg wonen en druk zijn met werk en gezin. Ouderen kunnen op deze manier langer zelfstandig wonen en vereenzamen minder snel. Uit onderzoek is gebleken, dat men de laatste tijd van zijn leven niet 18 maar slechts 9 maanden in een tehuis hoeft door te brengen. Onder deze categorie zijn overigens ook dementerenden begrepen. Voor Nederland is dit zeer interessant gezien de grote veranderingen in de zorg als gevolg van wijzigingen in de WMO en AWBZ.

4. Verder zijn er initiatieven als Peerby.com, waar mensen hun gereedschap onderbrengen, die door anderen weer geleend kunnen worden. Hierbij geldt het principe dat niet langer het bezit van dat soort spullen belangrijk is maar het gebruik daarvan. Je kan dat uitbreiden naar het gebruik van allerlei vervoermiddelen bijv. Via de site Thuisafgehaald.nl kan voor elkaar gekookt worden bijv. in ruil voor een schoonmaakactiviteit.

Ongetwijfeld zijn er veel meer van dit soort initiatieven. Van belang is dat deze plaatsvinden in niet te grote verbanden zoals buurt, wijk, dorp, kleine stadjes. Het draagt dan bij aan het in stand houden van zelfredzaamheid, zelfstandigheid, samenhorigheid, gezelligheid, het aangaan van vriendschappen onder de deelnemers. Ik denk dat de toekomst van Lets niet alleen in de economie te vinden is, maar zich geleidelijk ook zal ontwikkelen als alternatief voor of aanvulling op de mantelzorg binnen het kader van diepgaande veranderingen in de gesubsidieerde en gepremieerde verzorgingsstaat.

Leo van Krimpen

Ruilhandel bloeit als nooit tevoren

Of het voor de gezelligheid is of om financiële voordelen: ruilhandel in Nederland is terug van weg geweest. Ruilhandelaar Floris Hollestelle trapt op zijn rikska voort met zijn zoon Nils als passagier.

Vooral de zogenaamde LETS-systemen lijken garen te spinnen bij de financiële malaise. Hierbij handelen de leden met fictief geld in een kleine groep. Makkelijk als je even een lege portemonnee hebt, maar wel handig bent en gratis naar de kapper wilt.

In Nederland zijn er tachtig van deze verenigingen. LETS staat voor Local Exchange Trading System en is in de jaren negentig uit Canada komen overwaaien. Iedereen die lid is, werkt met fictief geld dat inwisselbaar is tegen goederen of diensten. Het geld kan de kring niet verlaten. Buitensporig oppotten of rood staan is door het ontbreken van rente zinloos.

Een uitkomst voor mensen met een klein budget, zoals Barbara Touburg uit Utrecht. "Ik ben arbeidsongeschikt en heb weinig geld. Door mijn lange haar moet ik vaak naar de kapper. Normaal zou dat niet kunnen, maar nu laat ik me knippen door iemand van de vereniging. Echt een uitkomst."

Vuilnis

Willem Karreman, voorzitter van de Lets-vereniging Delft & Westland, merkt dat het aantal transacties zienderogen toeneemt: "Ik denk dat mensen in tijden van crisis meer stilstaan bij de waarde die een product vertegenwoordigt. Vroeger hadden ze iets bij de vuilnis gezet, nu wordt het geruild."

Floris Hollestelle is een van Nederlands meest veelzijdige ruilhandelaren. Hij is sinds 2004 lid van Noppes, met zeshonderd leden de grootste vereniging in Nederland. Aan de leden biedt hij gitaarles, installatiewerk en ritjes per riksja aan. Het repareren van kleren en een oppas voor zijn zoon krijgt hij ervoor terug. "Wat het leuk maakt, is dat het een goede aanvulling is op de gewone economie", legt hij uit.

Op de Kletsavond van sept. 2007 kwam voorzitter Ellen Smal met een berichtje over een vrouw die al meer dan 10 jaar leeft zonder geld. De vrouw, Heidemarie Schwermer, deed veel met de Lets-kring. Ze heeft hier een boek over geschreven, het heet: een rijk leven zonder geld.

Kennen jullie het begrip Bruto Nationaal Geluk ? Het is een begrip dat wordt gehanteerd in Bhutan, een koninkrijk in de

Himalaya.

Ulrich Libbrecht in een interview in Happinez:

"De koning van Bhutan heeft het begrip Bruto Nationaal Geluk geintroduceerd- een tegenhanger van BrutoNationaal Product, de internationale graadmeter voor de rijkdom van een land.

Bhutan hoopt op die manier de traditionele manier van leven te behouden en de uitwassen van het kapitalisme buiten de deur te houden. De regering gaat daar vrij ver in: westerse toeristen worden afgeschrikt door torenhoge prijzen. Amerikaanse investeerders krijgen geen poot aan de grond. Het zou mooi zijn als wij dat in het westen ook zouden doen, maar ik ben bang dat we er als samenleving voorlopig nog niet veel mee kunnen. Ik zie wel mogelijkheden op het persoonlijke vlak.

Wanneer je geluk zo prominent op de agenda plaatst- het Bruto Nationaal Geluk vormt in Butan de basis van de vijfjarenplannen van de overheid - leidt dat misschien tot een filosofische bezinning op je eigen waarden.

Bovendien zou het Bruto nationaal geluk een goede tegenhanger vormen voor onze vereconomiseerde samenleving."

En: "Ik heb ooit een voetbalwedstrijd gezien tussen de twee laagst geklasseerde landen op de wereldranglijst: Bhutan en het Caraibische eiland Montserrat. Het elftal van Bhutan - een land met een overwegend Boeddhistische levensopvatting - won, maar de spelers leefden zo mee met de verliezende partij, dat ze na afloop van de match de beker in tweëenzaagden en hun tegenstanders de helft gaven. alleen Boeddhisten zouden zo'n oplossing kunnen bedenken."

Verder na LETS: bedrijvennetwerken als stap naar een nieuwe lokale economie. Geld is niet meer wat het was…, net zomin als de complementaire geldsystemen zijn wat ze waren.

Inleiding

In de afgelopen vijftig jaar heeft het internationale geldsysteem drastische veranderingen doorgemaakt. In de eerste dertig jaar was het geld half verbonden met het goud in Fort Knox. Tegenwoordig is het geld uitsluitend nog gebaseerd op schuldverklaringen. Geld is steeds minder verbonden met de werkelijke economie, de productiecapaciteit, de waardevermeerdering en de zorg voor lichamelijk en geestelijk welzijn. Zo staan we aan de vooravond van de volgende verschuiving. De staten en met hen de banken verliezen na 400 jaar hun monopolie op de geldschepping aan een commerciële concurrentiestrijd op dit gebied.

De afgelopen 10 jaar zijn er allerlei soorten initiatieven ontstaan op het gebied van complementaire geldsystemen. Gedeeltelijk kunnen ze gezien worden als een reactie op de vele problemen die het geldsysteem veroorzaakt. Maar tegelijkertijd hebben sommige initiatieven doelstellingen en gebruiken ze middelen die in de toekomst misschien kunnen meedingen in de concurrentiestrijd om de geldschepping.

In de eerste categorie zien we LETS- en Time Dollarsystemen in de westerse landen en Trueque en dergelijke in arme regio’s.

Andere complementaire valuta zoals de regionale eenheden van Sleeswijk Holstein, de WIR Wirtschaftsring, de Australian Buyers Club en de verderop beschreven C3’s kunnen zich goed staande houden in een marktgerichte omgeving.

Het huidige geldsysteem

Tegenwoordig ontstaat geld in de vorm van bankkredieten. Er is zoveel (bijna duizend keer) meer geld in omloop dan wat er nodig is om de rol van ruilmiddel te vervullen in de keten tussen producenten en consumenten, dat we getuigen zouden moeten zijn van geld dat volkomen instabiel is. Dat dit maar beperkt zo is komt vooral doordat de geldschepping van gisteren vandaag tot rentebetalingen dwingt, en zo de vraag naar geld steeds groot houdt. Zolang de rente maar hoog genoeg is, dwingt elke lening tot een nog grotere vraag naar nieuw geld.

Geld circuleert niet meer alleen maar binnen de grenzen van een land of een werelddeel. Het huidige geld wordt wereldwijd gebruikt en is digitaal. Financiële informatie is binnen enkele seconden over de hele wereld beschikbaar en vermogens zoeken de meest winstgevende toepassing, het snelste en hoogste rendement.

Het rendement zoekende geld heeft geen tijd (of belangstelling) om erachter te komen of de meest rendabele toepassing ook goederen en diensten op zal leveren die de gemeenschap ten goede komen of dat ze slechts gebakken lucht verkoopt.

Geld vertegenwoordigt vloeibare macht die zich door tijd en ruimte verplaatst en het grote bedrijven en belangengroepen mogelijk maakt om haar invloed over de hele wereld uit te breiden.

De munten van de landen hebben vertrouwen nodig. Vertrouwen is grotendeels gebaseerd op macht. En zo wordt het geld van zwakkere landen gebaseerd op de valuta van de machtigen. Deze positie van de Amerikaanse dollar stelt tegelijk de Verenigde Staten in staat om uitgebreid op kosten van anderen te leven, hun legers te financieren en enorme, milieuonvriendelijke voetafdrukken achter te laten op aarde.

De keerzijde van de extreme rijkdom van weinigen is de ellende van miljarden en een enorme belasting van het milieu op aarde.

Armoede is grotendeels een product van het wereldwijde geldsysteem en een ‘vonnis’ dat vele ontwikkelingslanden iedere dag aanvechten, maar dat ze niet te boven kunnen komen.

Een vonnis dat landen dwingt om ieder jaar meer te groeien, onder de bedreiging van een economische crisis. Een vonnis dat de echte economie dwingt om meer te produceren, ongeacht de aantasting van het milieu, onder de ‘chantage’ dat de investeringen ergens anders heen zullen vloeien.

Een vonnis dat mensen dwingt meer geld te verdienen dan ze in hun handen krijgen, opdat ze de rente over hun schulden kunnen betalen.

Een vonnis dat consumenten dwingt in het algemeen meer te betalen voor goederen en diensten dan ze waard zijn.

Een vonnis dat ieder van ons dwingt om nieuwe en rendabele manieren te bedenken voor de rijken om hun geld zo aan te wenden dat voorkomen wordt dat de economie ineenstort…

Al degenen die in staat zijn om de ‘betovering’ van welvaart en groei te doorbreken zullen zich realiseren dat een van de structurele en belangrijkste oorzaken van armoede en milieuproblemen juist ligt in de aard van het huidige geldsysteem.

LETS, Urenruilsystemen en Trueque-eenheden

Over de hele wereld zijn miljoenen mensen betrokken bij een enorme variëteit aan, wat in vaktermen heet, complementaire munten. In Nederland zijn er op dit moment zo’n 80 Letskringen, waarvan Noppes in Amsterdam met ca. 1.000 leden de grootste is.

De meeste Letskringen doorlopen een cyclus van snelle groei, stabilisatie en geleidelijke teruggang. Veel leden stappen in met het idee met LETS aan een alternatief te bouwen voor het wereldgeldsysteem. Geleidelijk komen ze dan tot de conclusie dat LETS veel meer een systeem is dat heel goed is in het versterken van de lokale sociale structuur en mensen de gelegenheid geeft met zichzelf in nieuwe beroepen te experimenteren, meer aan hergebruik te doen etc.

Het grootste lokaal-geld-experiment ter wereld, het zgn. Trueque, speelde zich de afgelopen jaren af in Argentinië. Daar wisselen mensen vanaf 1996, met behulp van zelf gecreëerd geld, goederen en diensten met elkaar uit, als reactie op de krap-geld- situatie als gevolg van het Pesos-Dollar-verbond. Elke ruilkring bracht een eigen munt in omloop. Men drukte deze zogenaamde crédito’s of kopieerde ze. (Dit in tegenstelling tot LETS-kringen in Nederland, die met een giraal systeem werken).

De waarde van een crédito werd gelijk gesteld aan die van de peso. Credito’s konden besteed worden op plaatselijke markten.

In de eerste jaren van het bestaan van deze beweging moesten nieuwe deelnemers aantonen dat ze ook zelf iets te bieden hadden aan de leden van de ruilkring. Daarom was het een voorwaarde dat ze eerst goederen of diensten op een ruilmarkt verkocht hadden. Nadat ze dat bewezen hadden, mochten ze meedoen aan een training over het functioneren van Trueque. Pas dan werden ze lid en in de meeste ruilkringen kreeg je dan als nieuwe deelnemer eenmalig vijftig crédito's.

Na de economische crisis eind 2001 kende Trueque een exponentiële groei van 700.000 deelnemers naar het tienvoudige. Door deze snelle groei verdween het sociale verband tussen de deelnemers, kregen valse credito’s een kans, kon inflatie niet uitblijven en raakten veel lokale systemen in verval. Daardoor raakten de mensen zwaar gedesillusioneerd. In andere regio's draait Trueque op een wat bescheidener schaal. De schattingen van het aantal deelnemers per zomer 2003, lopen uiteen van 300.000 tot 1 miljoen.

De C3 methode:

• EEN INTERNATIONAAL HANDELSKANAAL DAT LOS STAAT VAN DE SPECULATIEVE FINANCIËLE SECTOR EN DAARDOOR ARME SCHULDENLANDEN IN EEN STERKERE ONDERHANDELINGSPOSITIE BRENGT ALS HET GAAT OVER RENTEBETALINGEN

• EEN OPLOSSING OM DE LOKALE ECONOMIE WEER TOT BLOEI TE BRENGEN

Gegeven de gebreken van het geldsysteem zijn er de volgende vragen:

- hoe kan de lokale economie gestimuleerd worden als het geld niet lang genoeg in omloop is om alle potentiële economische actoren met elkaar te verbinden?

- hoe kunnen lokale investeringen en productie gesteund worden zonder dat ze doodbloeden door rentebetalingen?

- hoe kan men de belanghebbenden in de lokale economie bij elkaar brengen en ze zich laten verbinden aan samenwerking voor het welzijn van de gemeenschap?

- hoe kunnen lokale en regionale initiatieven samenwerken aan een eerlijk handelskanaal op nationale en wereldwijde schaal dat commerciële betrekkingen ruimte biedt die niet langer gedomineerd worden door de speculatieve, monetaire krachten in deze wereld?

Door kennis over ervaringen uit de hele wereld te vergaren werd de C3 methodologie ontwikkeld om lokale en regionale economieën weer tot leven te wekken. C3 staat voor Consumer and Commerce Circuit – het Consumenten en Handelsnetwerk.

Een C3 systeem is een samenwerkingsverband van consumenten en onafhankelijke bedrijven die onderlinge transacties met een intern boekhoudsysteem verrekenen en samen een huisbank hebben. Een vergelijkbare constructie zoals de meeste multinationale ondernemingen hebben en bedoeld om de kosten van het rentedragende geld uit te sluiten.

Er zijn echter twee belangrijke verschillen: C3 is een bottom-up democratisch samenwerkingsverband tussen onafhankelijke bedrijven. Bovendien zijn consumenten erbij betrokken.

De C3 kan extra handel en investeringen realiseren en zo een oplossing bieden voor regio’s die een crisis doormaken of, in het algemeen, voor iedere regio die ernaar streeft haar economie dynamischer te maken. C3’s werken binnen de voorwaarden van de markt.

Door lokale netwerken op te bouwen probeert de C3 de lokale vaardigheden te activeren en lokale belanghebbenden met elkaar te laten handelen of samenwerken. Een gedecentraliseerd ruilmiddel wordt beschikbaar gemaakt binnen het netwerk om gebruikt te worden ten behoeve van lokale consumptie, investeringen en sociaal welzijn.

Binnen een C3 bestaan concurrentie en specialisatie, waardoor de C3 goed binnen marktomstandigheden kan werken en voor een breed scala aan bedrijven interessant is.

In de methodologie en software van C3 zijn vele keuzen nodig waardoor een C3 ontstaat die geschikt is voor een specifieke, lokale niche en zich richt op specifieke, lokale doelen. Tegelijk zijn sommige aspecten universeel, zodat samenwerking met andere C3s mogelijk is. Zo hebben alle C3’s:

- een democratische ledenstructuur

- eenheden waarvan de waarde gegarandeerd wordt door een professionele bank

- een liquiditeitsbelasting die geheven wordt op alle positieve rekeningen overeenkomstig het niveau dat voorgeschreven zal worden door de internationale co-operatie van C3s.

Dit laatste om te garanderen dat een dynamische, rentevrije kringloop op gang komt en om te vermijden dat er een concurrentiestrijd op dit gebied ontstaat tussen de afzonderlijke C3s.

Op ieder ander gebied is competitie mogelijk zodat de democratie niet alleen vorm krijgt binnen een C3, maar leden die zich niet met de doelen of de beslissingen van het bestuur kunnen verenigen gewoon een nieuwe C3 kunnen opstarten.

Zodra meer gemeenschappen hun C3 beginnen, is (inter-)nationale samenwerking voordelig voor allen. Dit leidt tot een geleidelijke opbouw van een “kanaal voor eerlijke handel”. Zodra via dit kanaal bij andere C3’s een breed scala aan goederen betrokken kan worden, biedt de C3 mensen (en landen) de mogelijkheid om zichzelf te bevrijden van de chantage van de speculatieve markten: als een land bijvoorbeeld besluit dat het teveel is als een derde van de productie op gaat aan rentebetalingen, kan de financiële wereld niet langer alle handel blokkeren. Zo krijgen deze mensen een alternatief voor de blootstelling aan speculatief kapitaal en privatisering als een voorwaarde voor deelname aan de handel.

Verschillende initiatieven zijn in voorbereiding: een particuliere in Nederland, een regionale in de zuidelijke deelstaat van Brazilië, een die boerenorganisaties faciliteert.

De basissoftware is in de testfase en zal spoedig beschikbaar zijn voor afzonderlijke C3-initiatieven. Uiteraard hebben zij vervolgens nog een lange weg te gaan om deze software te integreren met de software van de bank waarmee ze samenwerken.

Beschrijving

Het C3 systeem wordt gebouwd rond verscheidene mechanismen:

• Een bonus waarmee mensen beloond worden wanneer ze hun geld via het netwerk besteden. Ze zetten hun geld dan om in interne tegoedbonnen, in de software in de vorm van interne eenheden. Het geld wordt gebruikt om rentevrije kredieten te geven aan deelnemende bedrijven. Dit is voor hen, naast het marketingaspect van de bonus voor hun klanten een goede reden om mee te doen.

• Een liquiditeitsheffing op “het oppotten” van interne eenheden; hierdoor wordt gestimuleerd dat de houders van een positief saldo uitgaven doen. De liquiditeitsheffing maakt de eenheden, in economische termen tot “slecht geld” om te bewaren, hierdoor ontstaat een prikkel tot een effectievere kringloop. De opbrengst van deze heffing wordt besteed aan goede doelen en projecten van algemeen belang waarvoor de leden kiezen.

• Iedere C3 garandeert altijd dat de verrekeningseenheden inwisselbaar zijn. Het in rekening brengen van een boete wanneer de eenheden teruggewisseld worden in geld schept een “motivatie” om binnen het netwerk te kopen. Iedereen die interne C3 eenheden in bezit heeft zal proberen zelf niet te ruilen maar dit door te schuiven naar een volgende niveau.

Het C3 systeem werd ontworpen om voorrang te verlenen aan de bestemming van lokale en regionale koopkracht. Niet-lokale transacties van de ene C3 naar de andere zijn mogelijk, maar worden belast.

Het C3 systeem is een ‘nieuwe manier om zaken te doen”, een flexibele methode die aangepast kan worden door iedere groep mensen aan hun werkelijkheid en hun behoeften.

Een C3 kan een strikt commerciële inslag hebben of een maatschappelijke motivatie of zelfs een deel zijn van het programma van een lokale overheid (vergelijkbaar met de ervaringen in het Oostenrijkse Wörgl) Het kan gebruikt worden om een specifiek probleem te benaderen of om een economisch systeem in het algemeen dynamischer te maken. Het kan lokaal van aard zijn of uitgroeien tot het nationale niveau.

Bijvoorbeeld: een bedrijf dat worstelt met liquiditeitsproblemen kan een C3 beginnen. Een lokale overheid die ernaar streeft haar schuld te financieren of het lokale effect van de overheidsuitgaven te maximaliseren kan ook een C3 toepassen.

De oplossingen die geboden worden door ruilsystemen zoals C3 kunnen het begin zijn van een nieuw tijdperk van handels- en investeringsnetwerken die strijden tegen de tekorten van de formele markt en voor een systeem voor commerciële uitwisseling dat mensen en landen de mogelijkheid geeft om hun eigen ontwikkeling ter hand te nemen zonder dat ze onderworpen zijn aan schulden en maatschappelijke ellende.

De eerste stap naar wat een wereldwijde beweging kan worden is gezet. Het is aan ons allen om het verder uit te werken…