1. THEMATISCH: Beeldende kunst en WO1 - contrasten

    Heel wat schilders in Groot-Brittanië, Canada, Australië Nieuw-Zeeland kregen een opdracht als officiële 'war artist'. Ze maakten schetsen aan het front of bezochten het slagveld tijdens of na de oorlog. Iemand als Paul Nash had de ellende zelf meegemaakt.
    James Prinsep Beadle bijvoorbeeld was al jaren schilder van alle soorten oorlogstaferelen en baseerde zich voor WO 1 op zijn verbeelding en op getuigenissen van veteranen.
     
    De een maakt van de oorlog een heroïsche strijd, de ander brengt een realistischer beeld.
    Hieronder enkele contrasten.

    De soldaten

    Al in de propanda valt het verschil op tussen de klassieke heroïsche boodschap in de wervingsposters en de affche die Frank William Brangwyn (Brugge 1867 - Dictling 1956) ontwierp voor het PRC (Parliamentary Recruiting Committee). Zijn ontwerp werd als te brutaal beschouwd en aanvankelijk geweigerd.
     
    Brangwyn accentueert het drama door het gebruik van clair-obscuur en de compositie die de aandacht leidt naar de bajonet en de angst op het gezicht van de Duitse soldaat.
     
      
     
     
    De klassieke wervingsposters van het PRC  tonen nooit een eerlijk beeld van de horror van het slagveld.
     
     
     
     
     
     
     

     

     

     

    Het slagveld

    Wanneer een professionele genreschilder als James Prinsep Beadle in 1920 de 'Battle of Geluvelt' schildert , heeft het tafereel heel wat minder impact. 
    Het heeft - ondanks de titel - meer iets van een lentepicknick dan van een oorlogsscène.
    Geen ruïnes te zien, wel intacte huizen en bomen, soldaten met een vastberaden uitdrukking op het gezicht, die nauwelijks aandacht hebben voor de enkele slachtoffers links en rechts.
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
    Nog tijdens de oorlog gaf Paul Nash (1889- 1946), nochtans ook 'official war artist' uiting aan zijn afkeer voor het zinloze bloedbad dat de slag om Ieper was geworden.
      
    In The Ypres Salient at Night (1917) is het gezicht van de soldaten niet te zien, wel de ellende van de loopgraven. 
    Zijn expressionistische stijl, sombere kleurkeuze, het akelige licht en de boomstompjes suggereren weinig hoop. Aan de koude winternacht valt niet te ontsnappen.
     
     
     
     
     
     
      
     
     
     
     
     
     
     
    De broer van Paul, John Nash schilderde dit Over the Top
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     

    Gasaanvallen

    In Duitsland shockeerde Otto Dix in 1924 de publieke opinie met zijn 'Sturmtruppe geht unter Gas vor'. Tussen boomstronken en prikkeldraad door gooien woeste gemaskerde soldaten hun granaten naar de vijand, een hallucinant tafereel, zonder enige heroïek. Zijn landgenoten vonden dat hij geen respect toonde voor de 'alte kameraden'.
     
     
     
     
     
     
     
     
     
    Welke effect het gas had werd na de oorlog  weergegeven in het monumentale schilderij 'Gassed' van John Singer Sergeant 
     
    Hij dit schilderij van 11 soldaten die het slachtoffer geworden zijn van een gasaanval. 
    In tegenstelling met 'Sturmtruppe' behouden de eerste slachtoffers van de gasaanval nog een soort heroïsche waardigheid in het licht van de ondergaande zon. Dit is een van de meest bekende afbeeldingen van de Eerste Wereldoorlog geworden.
     
     
     
     
     
     
    'First German Gas Attack at Ypres' (1918) van de Brit William Roberts (1895-1980).
     
    Hij werd in 1918 voor 6 maanden 'uitgeleend' aan de Canadezen als officieel oorlogskunstenaar.
     
    Dit werk toont op een naturalistische manier de gruwelijke effecten van het gas.
     
     
     
     
     

     

     

     

     

    De artillerie

    Bij Paul Nash vinden we invloeden van cubisme en futurisme, maar hij steunt ook op gedetailleerde observatie. Tot aan zijn repatriëring in mei 1917 vocht hij aan het front bij Ieper.
    Terug in Engeland schilderde hij a.d.h.v. schetsen uit de loopgraven.
     
    In 'A Howitzer Firing' zie je de lichtflts van het afvuren, een rode gloed in de verte in contrast met het duister onder de camouflagenetten, wat de expressiviteit nog verhoogt.
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
    Christopher R.W. Nevinson (1889-1946) was eveneens beïnvloed door het futurisme en kubisme en paste het geometrische principe nog meer toe dan Nash. Dat zien we in 'La Mitrailleuze'.  Misschien speelt het ook een rol dat hij niet zelf aan het front vocht, maar alleen een tijdje in de medische dienst werkte. Daarna was hij officieel oorlogsartiest.
     
     
     
     
     
      
     
    Een heel aparte versie van Artillery Men geeft ons Ludwig Kirchner, leider van Die Brücke (Duits expressionistische beweging)
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     

    Het lijden

    Na 1917 laat
    C.R.W. Nevinson de modernistische stijl varen en werkt hij aan de uitbeelding van de horror van de moderne oorlog in een sombere naturalistische stijl.
    Zijn 'Paths of Glory' (1917) werd gecensureerd.
    Met een fotografisch realisme beeldde hij nochtans alleen uit wat de soldaten aan het front honderden keren hadden gezien.
     
     
     
    Hiermee komt Nevinson dicht bij het naturalisme van Otto Dix en Käthe Kollwitz in Duitsland.
    Het verlies van haar zoon Peter die in 1914 sneuvelde nabij Diksmuide maakte dat Käthe Kollwitz steeds duidelijker stelling innam tegen de oorlog. Het leed aan het thuisfront is te zien in de houtsnede 'Die Überlebenden' en in de 'Trauernde Eltern' op het Duitse begraafplaats van Vladslo.
     
     

     

     

     

    Gelukkig waren er de goede zorgen van de verpleegsters. Edith Cavell (1918), door George Bellows
     
    Voor meer info over Edith Cavell: http://nl.wikipedia.org/wiki/Edith_Cavell

    De verwoestingen

    In de uitbeelding van de oorlogsverwoestingen zijn er ook merkwaardige verschillen.
     
    De 'Menin Road' van de Nieuw-Zeelandse aquarellist Georges Edmond Butler oogt heel wat minder dramatisch dan het felle expressionisme van Paul Nash. Het zachte licht en de pastelkleuren verdoezelen veel.
      
     
     
     
     
    Bij de 'Menin Road' van Paul Nash dwalen twee eenzame soldaten in een desolaat maanlandschap.
     
    Bij Zonnebeke (1918) en Mount Kemmel van Edmund Butler heb je wat meer moeite om je de vreselijke veldslagen voor te stellen.
     
     
     
    Een gelijkaardige zachte stijl vinden we bij Rudolf Lange, een Duits officier die vocht aan het Vlaamse front, de hele tijd een dagboek bijhield, vele tekeningen en aquarellen maakte, o.a. ook van de vernielde hoeve Van Heule na de tweede slag bij Ieper.
    In 2004 werd een gelegenheidstentoonstelling aan hem gewijd in het In Flanders Field Museum en verscheen een publicatie Rudolf Lange 1874-1918 Oorlogsgetuige.
     
     
     
     
    Vergelijk tenslotte nog met Zonnebeke van William Orpen
     
     

    Na het gevecht

     
     De Canadees Alexander Young Jackson (1882- 1974) geraakte in juni 1917 gewond bij Santuary Wood. Hij was de enige van de 6 officiële Canadese oorlogskunstenaars met slagveldervaring. In zijn Houses of Ypres zie je op de achtergrond van de gebombardeerde huizen nog 2 ruiters voorbijkomen, wat de verlatenheid nog meer accentueert.
    Er staat nog vrij veel recht, het is nog maar het begin van de oorlog...
     
     
     
    Ook Georges Edmund Butler gaf zijn impressie van de resten van de 'Cloth Hall, Ypres' (1919)
     
    Bijna romantisch...
     
     In 1918 zagen de hallen van Ieper er zo uit:
     
     
     
      
     
    De Australische schilder William Frederick Longstaff (1879-1953) deed dienst in Gallipoli en werd in 1918 officieel oorlogsartiest. Hij keerde na de oorlog verscheidene keren terug naar de slagvelden. Zijn bekendste werk is het sterk symbolistische  Menin Gate at Midnight(1927)  Spookachtige figuren dwalen voor het helder oplichtende dodenmonument.
    'Lest we forget...'