Sisymbrium officinale / Raket / Vélar

Vélar, Herbes aux chantres
Sisymbrium officinale (L.) Scop. Sisymbre officinal
 
GB : Hedge mustard, Crambling rockets, Lucifer matches
D : Wegesenf, Wilder-senf

Cette plante de la famille des brassicacées, autrefois extrêmement fréquente est tout de même encore commune dans les terrains très riches, près des bâtiments d’élevage, ou au bord des chemins fréquentés par les troupeaux. N’hésitez pas à prélever alors quelques graines pour les semer dans un coin bien fumé du jardin.

Connaître : Sa feuille caractéristique est divisés sur sa longueur en segments triangulaires intermittents. Comme beaucoup de plantes de la famille des brassicacées, toute la plante possède une odeur et une saveur de chou, un peu piquante. Les feuilles du haut de la plante sont à trois lobes écartés, en fer de lance. Ses fleurs sont du type des brassicacées, que vous devez maintenant connaître : 4 sépales et 4 pétales en croix, 6 étamines dont plus 2 petites. Les fruits qui vont suivre sont des siliques, petites gousses à deux valves, allongées, très étroites et plaquées le long de la tige.

Confusions : Les confusions ne sont guère possibles en dehors des autres vélars, ce qui serait sans conséquence. En cas de doute, attendez les fruits et leur disposition caractéristique.

Cueillir : On récolte les feuilles avant la floraison, comme pour n’importe quelle salade à couper. Les sommités fleuries sont préférables pour les infusions. On aura avantage à les couper en petits tronçons avant séchage, car il s’agit d’une plante relativement riche en eau.

Utiliser : Son goût relevé, un peu piquant est très intéressant ; il rappelle celui du chou, dont le Sisymbre est d’ailleurs un « cousin » botanique. Très riche en vitamine C, cette plante est un bon antiscorbutique, donc un aliment intéressant à la sortie de l’hiver. En infusion (surtout fraîche), elle est réputée contre les enrouements et les extinctions de voix. Elle est également stimulante, diurétique, stomachique et expectorante. Avec les sommités fleuries, on peut préparer un sirop connu pour protéger la voix recette : On fait infuser 2 poignées de plante fraîche pour 1 litre d’eau pendant 5 à 6 heures au minimum. On filtre, on la pèse et on y ajoute 1.2 kg de sucre par kg d’infusion obtenue. On peut alors faire cuire le sirop en le faisant bouillir quelques minutes (attention aux brûlures !). On le met enfin en flacons à chaud (environ 85°C) et on le bouche hermétiquement et immédiatement pour provoquer la pasteurisation. Ce sirop se conserve au frais deux ans avant ouverture, ou un mois après avoir été entamé.



Raket of zangerskruid
Sisymbrium officinale, een chique naam voor een stijf kruid, dat zich graag ophoudt langs wegkanten en braakliggende terreinen. Ooit door een culturele Franse elite van zangers en sprekers gekoesterd om zijn verzachtende werking op hun overbelaste stembanden. Dan helemaal vergeten en nu mogelijk weer in de mode.

De Nederlandse naam raket is mogelijk een verbastering van het Franse woord roquette, dat zelf weer van het Latijnse woord erüca afkomstig is. De naam raket is een wat vreemde naam maar uiteindelijk niet slecht gekozen voor zo een stijve plant, de stengels met de zaaddoosjes staan stijf en rechtop tegen elkaar aan. Vandaar dat de plant in Engeland de bijnaam 'Lucifer's matches', de lucifers van Lucifer dus, gekregen heeft.

De naam sisymbrium
Sisymbrium zou van erysinum, en dat weer van het Griekse eruesthai , redden komen. Wat verwijst naar de geneeskrachtige werking van de plant. Het tweede deel van de naam ‘officinale’ geeft aan dat het kruid vroeger al door de apothekers gebruikt werd in hun werkplaatsen, de zogenaamde officinae. Het kruid zou ook opgedragen geweest zijn aan een actrice in het oude Griekenland ‘sisymbria’. Maar Sisymbrium zou ook van ‘waterkers’ kunnen komen. Vroeger hoorde de raket thuis in de familie van waterkers, dat nu officieel Nasturtium genoemd word.

Dodoens schreef:
'Het saedt met honigh vermenght, ende dickwijls gheleckt, is goedt om de taeye fluymen ende etterachtige vergaderinghen van de borst ende longhene te doen rijsen ende rijpen'. Voor de keel wordt het in de volksgeneeskunde nog steeds gebruikt. Niet verwonderlijk, de plant bevat net zoals vele andere familieleden mosterdolieglycosiden of glucosinolaten, die ontsmettend en slijmoplossend zijn.

In Frankrijk luidt een bijnaam 'herbe aux chantres' (zangerskruid), hetgeen terug grijpt op wat Lobelius schreef dat zangers, die bijna hun stem verloren hadden, de bladeren van het kruid dienden te gebruiken, om hun stem weer helder en klinkend te krijgen. Lobelius heeft wel wat veroorzaakt. Nu nog, vermelden Vlaamse zangers dat ze thee drinken van het Zangerskruid.

Leclerc en de zangersiroop
Maar het was toch vooral in Frankrijk bekend als sirop d’Erysimum composée, deze siroop was samengesteld uit gerst, rozijnen, zoethout, bernagie, cichorei, alantwortel, klein hoefblad, bloemtoppen van rozemarijn en spijklavendel en maartse viooltjes. En soms nog wat andere ingredïenten. Ten tijde van Lodewijk XIV was het in culturele kringen een ‘onfeilbaar middel tegen stemverlies’. Het was vooral de Franse arts Henri Leclerc, die 60 jaar geleden de plant weer enige bekendheid gaf. Hij zag reële verbetering van stemproblemen (heesheid, aphonie) bij sprekers en zagers door het drinken van een thee met vooral vers blad van Sisymbrium.

Maar ook in Amerika werd de plant vermeld in oude apothekersboeken zoals King's American Dispensatory uit 1898 als ‘reputed expectorant, and has been used with advantage in hoarseness, old coughs, asthma and ulcerated throat’.

Ondertussen is het zangerskruid opnieuw aan een kleine opmars begonnen. De firma HerbalGram brengt een zangerssiroop, sirop des chantres op de markt waar naast de Raket ook de knoppen van de Els, de bessen van de Vlier en de etherische olie van citroen in verwerkt zijn. Oude middeltjes opnieuw uit de kast halen en moderniseren is commercieel goed bekeken en ben ik ook wel voorstander van. Met nieuwe inzichten op oude kruiden kunnen we betere en veiligere medicijnen ontwikkelen.

Namen van Sisymbrium
Engels: common hedge mustard, hedgemustard.
Duits: Hederichkraut, Wegrauke, Wilder Senf.
Zweeds: vägsenap, apotekskrasse.
Frans: herbe aux chantres, tortelle, vélar.
Italiaans: erisimo.

Botanische beschrijving
Vruchten zijn tegen de stengel gedrukt, naar de top geleidelijk versmald, kort gesteeld, meestal kort behaard, soms kaal, 1-2 cm lang. Bladen met langwerpige, getande zijslippen en spiesvormige eindslip, evenals de stengel kort behaard. Kroonbladen 2-4 mm lang, bleekgeel. Groeit op open, vochtige tot droge onbebouwde, voedselrijke, omgewerkte grond langs wegen en heggen.

Voor verdere studie.
Leclerc. L’Erysimum ou Herbe au chantre. Journ. des Praticiens. 1920.
Leclerc. Précis de phytothérapie. 1954.
Brissemoret. L’Erysimum. Journ. des Praticiens. 1900
Saintignon. Note sur les proprieties thérapeutiques pharyngolarygiennes de deux medicaments méconnus: L’Erysimum et le mucilage des poirreaux. Soc. De thérap., 1908.
Hagers Handbuch der pharmazeutischen Praxis. Rudolf Hänsel, Konstantin Keller, Horst Rimpler
Er is recent nog weinig wetenschappelijk onderzoek verricht. Waar blijven de wetenschappers!

Comments