Stellaria media / Vogelmuur e.a.

Vogelmuur is met paarse dovenetel, kleine veldkers en straatgras een echte pioniersoort op ruderale terreinen. In een zachte winter groeit vogelmuur gewoon door en kan aan het eind van de winter grote lichtgroene plakkaten vormen van kleine frisse blaadjes en dunne stengels. Goed voor de grond en goed voor mens en dier, want eetbaar. 

In de keuken is vogelmuur te verwerken in sla, soepen en pesto. De smaak is neutraal tot fijn gekruid. In de volksgeneeskunde werd vogelmuur wel ingezet als slijmoplossend middel bij vastzittende hoest.
De naam vogelmuur zegt het al, de zaden en het blad zijn zeer gewild bij vogels. In het Engels heet de plant niet voor niks 'chickweed'. Andere namen zijn 'kippenmuur', 'tietenmuur', 'mier' en 'mierik'.
De geslachtsnaam ‘Stellaria’  komt van ‘stella’ en betekent ster; de bloemen zijn stervormig. De soortaanduiding ‘media’  betekent midden. De grootte van de bloemen ligt vergeleken met verwante soorten ongeveer in het midden.

 Samenstelling / Inhoudsstoffen Vogelmuur
x Lipiden: hexacoxacosanyl, palmitate, methyl stearate, β‐sitosterol,…(Anupam Sharma ea.) 
x Proteïnen: 14,5 g/100 g (James Duke) 
x Sacchariden: pentasaccharide: stellariose (A. Sharma ea.) 
x Glucosiden en heterosiden
i Cumarines en hydrocumarines (Geert Verhelst)
i Flavanoïden: 415 nm (V.R.Chidrawer ea.)  
                     1,4mg / 100g (Neerja Rani ea.)                                                                                        

i Triterpenoïd saponinen: 0,121% w/w methanol extract(V.R.Chidrawer ea.)
                                     0,108% w/w ethanol extrac: gypsogenin (A.Sharma ea.) 
x Tanninen / looistoffen  (N.Rani ea.) 
x Etherische olie: borneol, menthol, linalool, 1,8 cineole en andere terpenen zoals epoxy‐dehydro‐caryophyllene,
                          monoterpene alcohol‐ester en caryophyllene,
                          fenolen (N. Rani ea.) 
x Alkaloïden: in methanol extract, niet in ethanol extract (V.R.Chidrawer ea.) 
x Anorganische stoffen: calcium         80mg /100g
                                   ijzer              8,4mg /100g
                                   magnesium   39mg /100g    
                                   mangaan, zink, kalium (plazilla.com)?
                                   silicium          
x Organische zuren: 
i Carboxylzuren (G. Verhelst)
i Phenolic acids: vanillic acid, ferulic acid, caffeic acid,…(A.Sharma ea.)
i Aminozuren: serine, leucine, glycine,….   (A. Sharma ea.)
i Vetzuren: omega‐3 en Omega‐6 (globinmed.com)
x Vitaminen: vit.C: 115 mg   (kruidwis) 375 mg   (J.Duke)
                  vit.A: 1276 internationale eenheden (Couplan / kruidwis) 
                  biolog equiv. van 0,3µg retinol of 0,6µg bètacaroteen (kruidwis)
                  thiamine (B1): 0,02mg (J.Duke)
                  riboflavin (B2):0,14mg (J.Duke)
                  niacin(B3): 0,51mg (J.Duke) 
x Andere stoffen: emodin (hars), physcion, questin,…
                                                     
Farmacologie (van enkele inhoudsstoffen)
                       
 x Gemeenschappelijke anti‐obesitas activiteit van flavanoïden, saponinen en β‐sitosterol: vetopslag in het vetweefsel ten gevolge van een vetrijk dieet of een door progesterone geïnduceerde obesitas (waardoor excessieve eetbuien) wordt voorkomen door meervoudige mechanismen:
‐ flavanoïden en saponinen: eetlustonderdrukkend, thermogenetisch mechanisme dat het vetmetabolisme moduleert door een verminderde opname van vet via de voeding
‐ saponinen: inhiberen pancreas‐lipase activiteit door het inhiberen van de werking van verteringsenzymes (oa a‐amylase enzyme) in de pancreas
‐ β‐sitosterol (phytosterol met een structuur gelijkend op cholesterol): correctie van het niveau van circulerende vetten                                        ‐ afname van de adipocytendiameter (vetcellen)

De volgende werkingen zijn vnl toe te schrijven aan de geïsoleerde flavanoïden
x Flavanoïd: apigenin:
‐ aderrelaxerend effect op de coronairen (vasodilaterend)
‐ kankerwerende eigenschappen:
                          ‐ vermindert het risico op borst‐, darm‐, huid‐ en prostaatkanker
                          ‐ remt de groei van kankercelvorming van nieuwe bloedvaten in de tumor 
                          ‐ voorkomt uitzaaiingen
                          ‐ versterkt kankerremmend defect van chemo en bestraling
‐ ontstekingsremmend
‐ anti‐oxidant
‐ anti‐allergisch
‐ regularisering van de pigmentering

x flavanoïd genistein:
‐ aderrelaxerend effect op de coronaire ader (vasodilaterend)
                    NB.de volgorde van de potentie van vasculaire relaxatie: flavonen (oa.apigenin) > isoflavonen (oa.genistein)
                   ‐ vermindert ontstekingsreactie in het oog (anti‐inflammatoir)
                   ‐ wondhelend en voorkomt littekenweefsel
                   ‐ gaat “foto‐aging” tegen (door schade van de zon) 
                   ‐ oestrogeenachtige werking:
                            ‐ gaat postmenopauzale osteoporose tegen 
                            ‐ gaat endometriale hyperplasie tegen (hevige bloedingen in begin van menopauze)
                            ‐ gaat vaginale atrofie tegen
                  ‐ cholesterolverlagend

xflavanoid vicenin‐2:‐ gunstig effect op neurologische en cognitieve functie Vb. geheugen, aandacht, concentratie, problemsolving,…
                                ‐ anti‐kanker vnl. tegen prostaatkanker
                                ‐ anti‐inflammatoire werking
                                ‐ spasmolytische werking

Bronnen: 
x “Anti‐obesity effect of Stellaria Media against drug induced obesity in Swiss albino mice”  Vijay R.Chidrawer ea. ‐  An International Quartely Journal of Research in Ayurveda  10/2011
x “Quality assessment and anti‐obesity activity of Stellaria Media (Linn.)” Neerja Rani  ea.  3/9/2012
x “Anti‐hepatitis B virus activity of Chickweed (Stellaria Media (L.)Vill) extracts in Hep G2.2.15  cells” MA L., Song J.  ea.    7/2012 ‐ PubMed
x “Anti‐obesity effect of Stellaria Media methanolic extract in the Murine model of Cafeteria  diet induced obesity” Vijay R. Chidrawer ea.‐ Intern. Journal of Nutricia, Pharmacology and  Neurological Diseases, 2012 volume 2
x “Studies on the Active Constituents from Stellaria Media (L.) Cyr “‐ Master’s thesis 2006  Dong Zuo
x “Pharmacognostical and quality control parameters of Stellaria Media Linn.” Neerja Rani ea. Asian Pacific Journal of Tropical Disease  (Kruidwis) x“Anti‐inflammatory and analgestic effects of methanol extract of Stellaria Media (Linn.) leaf”  B.O.Oyebanji ea. – African Journal of Biomedical Research Vol. 15,nr 1  2012
x “Medical Herbalism: The science and practice of Herbal Medicine” David Hofmann 2003
x Journal of Pharmacy Research Vol. 5 ,Issue 7, july 2012  Anupam Sharma – Panjab University, India
x “Groot handboek der geneeskrachtige planten” 5e druk – Geert Verhelst 
x kruidwis.be : James Duke, Couplan
x plazilla.com
x globinmed.com

Samenvatting van Ann Vanermen voor toets Herborist Opleiding 2014
               


Pharmacognostical and quality control parameters of Stellaria media Linn. Asian Pacific Journal of Tropical Disease. Neerja Rani, Neeru Vasudeva *,Surendra Kumar Sharma, Department of Pharmaceutical Sciences, Guru Jambheshwar University of Science and Technology, Hisar, Haryana 125001, India

Stellaria media Linn. (Caryophylaceae) commonly known as Chickweed, is found throughout the Himalayas upto an altitude of 4300 m [1]. The plant is indicated as antiinflammatory, antipyretic, diuretic, emollient, emmenagogue and digestive in varioustraditionalsystems of medicines[2].
A poultice of plant can be applied to cuts, burns and bruises [3-4]. Stellaria media is reported to have antibacterial [5], anti-hepatoma [6], anti-oxidant [7], and anti-obesity effects [8-9]. 
Various phytoconstituents viz. lipids [10], pentasaccharide [11], and triterpenoid [12] have been reported from this plant. In spite of abundant uses, the pharmacopeial standards of Stellaria media is not been explored. In the present study pharmacognostic parameters of plant such as morphological and microscopical characters, physical standardslike loss on drying, ash values, extractives values, foreign organic matter, crude fiber content, haemolytic
activity, preliminary organic analysis, elemental analysis, microbial contamination and HPTLC profile of powdered drug was undertaken to standardize the plant of Stellaria  media according to World Health Organization (WHO) guidelines[13].

The quality control of crude drugs and herbal formulations is of paramount importance in justifying their acceptability in modern system of medicine. But one of the major problems faced by the herbal drug industry is non availability of rigid quality control profile for herbal material and their formulations. The microscopic characters, leaf constants, quantitative analysis, and physicochemical parameters studied here can be used for judging the adulteration and purity of this drug. Since these parameters studied are constant and any change in these values are indicative of substitution and adulteration with the plant Stellaria  media. 
The preliminary phytochemical analysisrevealed the presence of carbohydrates, saponins, glycosides, phenols, tannins, phytosterols and flavonoids. These constituents may be possibly responsible for the biological activities of Stellaria media. HPTLC profile helpsin standardization and also for undertaking work on isolating and identifying the bioactive compounds.

As there is no detailed pharmacognostic anatomical work on Stellaria media Linn. isreported. Therefore present work is taken up in the view to completely standardize the herb in accordance to parameters of WHO Guidelines. 

I acknowledge the Department of Technical Education, Panchkula, Haryana for funding Ph.D scholarship as CV Raman Research Scholarship (Memo no. 8997/HSCS).

References
[1] Sharma R. Medicinal Plants of India: an Encyclopaedia, Delhi: Daya Publishing House; 2003, 234.
[2] Duke JA, Godwin MJB, Duke PAK. Handbook of Medicinal Herbs. New York; CRC Press; 2002, 183.
[3] Dilip K, Manashi D, Nazim FI. Few plants and animals based folk medicinesfrom Dibrugarh District, Assam.Indian J of Traditional Knowledge 2005;
4:81-5.
[4] Katewa SS, Chaudhary BL, Jain A. Folk herbal medicines from tribal area of Rajasthan, India. J Ethnopharmacol 2004; 92: 41-6.
[5] Kumarasamy Y, Cox PJ, Jaspars M, Nahar L, Sarker SD. Screening seeds of Scottish plants for antibacterial activity. J Ethnopharmacol 2002; 83 (1-2): 73-77.
[6] Lin LT, Liu LT, Chiang LC, Lin CC. In vitro anti-hepatoma activity of fifteen natural medicines from Canada. Phytother Res 2002; 16 (5): 440-4.
[7] Pieroni A, Janiak V, Durr CM, Ludeke S, Trachsel E, Heinrich M. In vitro antioxidant activity of non-cultivated vegetables of ethnic Albaniansin Southern Italy. Phytother Res 2002; 16: 467-73.
[8] ChidrawarVR, Patel KN, Sheth NR, Shiromwar SS, Trivedi P. Antiobesity effect of Stellaria media against drug induced obesity in swiss albino mice. AYU, 2011; 32 (4) : 576-83.
[9] Chidrawar VR, Patel KN, Bothra SB, Shiromwar SS, Koli AR, Kalyankar GG. Anti-obesity effect of Stellaria media methanolic extract in the murine model of cafeteria diet induced obesity. IntJ Nutr, Pharmacol,Neurological Disease 2012; 2 (2):121-31.
[10]Pande A, Shukla YN, Tripathi AK. Lipids constituents from Stellaria media. Phytochemistry 1995; 39: 709-711.
[11]Vanhaecke M, Ende WVD, Lescrinier E, Dyubankova N. Isolation and characterization of a pentasaccharide from Stellaria media. J Nat Prod 2008; 71:1833-36.
[12]Hu YM, Wang H, Ye WC, Qian L. New triterpenoid from Stellaria media (L.) Cyr.Nat Prod Res 2009;23(14):1274-78.
[13]WHO. Quality Control Methods for Medicinal Plants. Geneva: World Health Organisation, 2005.
[14]Brain KR, Turner TD. The Practical Evaluation of Phytopharmaceuticals, Bristol: Wright-Scientechnica; 1975, .4-9.
[15]O’Bren T, Feder N, Mc Cull ME. Polychromatic Staining of Plant Cell walls by toluidine blue-O. Protoplasma 1964; 59:364-373.
[16]Trease GE, Evans WC. Text Book of Pharmacognosy, London: Saunders; 2002, 523-525.
[17]Kokate CK. Practical Pharmacognosy. New Delhi: Vallabh prakashan; 1994, 107-113.
[18]Anonymous. Indian Pharmacopoeia. 4th ed, Vol 2. New Delhi: Government of India, Ministry of Health and Welfare, Controller of Publications; 1996, A53-54.
[19]Sethi PD. High Performance Thin Layer Chromatography. New Delhi: CBS Publishers; 1996.




James Duke about chickweed
Young leaves - raw or cooked as a potherb[2, 7, 9, 12, 52, 54, 183]. They can be available all year round if the winter is not too severe[85]. Very nutritious, they can be added to salads whilst the cooked leaves can scarcely be distinguished from spring spinach[4, K]. The leaves contain saponins so some caution is advised, see the note on toxicity at the top of the page. A nutritional analysis is available[218]. Seed - ground into a powder and used in making bread or to thicken soups[172, 183]. It would be very fiddly to harvest any quantity of this seed since it is produced in small quantities throughout most of the year and is very small[K]. The seed contains 17.8% protein and 5.9% fat[218].

Composition                                         
Figures in grams (g) or miligrams (mg) per 100g of food.
Leaves (Dry weight)
Protein: 14.5g; Fat: 2.4g; Carbohydrate: 63.9g; Fibre: 20.5g; Ash: 19.3g;
Vitamins - A: 30mg; Thiamine (B1): 0.02mg; Riboflavin (B2): 0.14mg; Niacin: 0.51mg; B6: 0mg; C: 375mg;

Medicinal Uses
Antirheumatic;  Astringent;  Carminative;  Demulcent;  Depurative;  Diuretic;  Emmenagogue;  Expectorant;  Galactogogue;  Kidney;  Laxative;  
Ophthalmic;  Poultice;  Refrigerant;  TB;  Vulnerary.

Chickweed has a very long history of herbal use, being particularly beneficial in the external treatment of any kind of itching skin condition[238]. It has been known to soothe severe itchiness even where all other remedies have failed[254]. In excess doses chickweed can cause diarrhoea and vomiting[254]. It should not be used medicinally by pregnant women[254]. The whole plant is astringent, carminative, demulcent, diuretic, expectorant, laxative, refrigerant, vulnerary[4, 7, 9, 21, 54, 165, 222]. Taken internally it is useful in the treatment of chest complaints and in small quantities it also aids digestion[254]. It can be applied as a poultice and will relieve any kind of roseola and is effective wherever there are fragile superficial veins[7]. An infusion of the fresh or dried herb can be added to the bath water and its emollient property will help to reduce inflammation - in rheumatic joints for example - and encourage tissue repair[254]. Chickweed is best harvested between May and July, it can be used fresh or be dried and stored for later use[4, 238]. A decoction of the whole plant is taken internally as a post-partum depurative, emmenagogue, galactogogue and circulatory tonic[218]. It is also believed to relieve constipation and be beneficial in the treatment of kidney complaints (Phillips). The decoction is also used externally to treat rheumatic pains, wounds and ulcers[4, 218, 222]. The expressed juice of the plant has been used as an eyewash (Phillips).

Duke. J. A. and Ayensu. E. S. Medicinal Plants of China. Details of over 1,200 medicinal plants of China and brief details of their uses. Often includes an analysis, or at least a list of constituents. 
Chevallier. A. The Encyclopedia of Medicinal Plants. An excellent guide to over 500 of the more well known medicinal herbs from around the world.



Volgens Natural Standard 

Common chickweed (Stellaria media) is a wild plant that has traditionally been collected for human consumption in southeast Spain. There is also evidence of ethnobotanical use of Stellaria holostea in the Acquapendente district of Italy, in Canada and in Scotland. There is minimal scientific data available on the medicinal uses of chickweed and related Stellaria species. The current evidence is limited to in vitro study on its antibacterial properties and in vitro study on its anti-hepatoma properties . Chickweed appears to cause contact dermatitis in approximately 2% of the population .
Herbal textbooks recommend chickweed (poultice, ointment, or oil) as a topical remedy for skin conditions including cuts, wounds, itching, irritation, psoriasis, and eczema. Currently, there is a lack of high quality scientific evidence supporting the use of chickweed for any medical condition.

SCIENTIFIC EVIDENCE
These uses have been tested in humans or animals. Safety and effectiveness have not always been proven. Some of these conditions are potentially serious, and should be evaluated by a qualified healthcare provider.

REFERENCES
Natural Standard developed the above evidence-based information based on a thorough systematic review of the available scientific articles. For comprehensive information about alternative and complementary therapies on the professional level, go to www.naturalstandard.com. Selected references are listed below.
[Antiallergic agents from the chickweed]. Schweiz.Rundsch.Med.Prax. 11-10-2004;93(46):1936. View Abstract
Guarrera PM, Forti G, Marignoli S. Ethnobotanical and ethnomedicinal uses of plants in the district of Acquapendente (Latium, Central Italy). J Ethnopharmacol. 1-15-2005;96(3):429-444. View Abstract
Guil JL, Rodriguez-Garcia I, Torija E. Nutritional and toxic factors in selected wild edible plants. Plant Foods Hum.Nutr. 1997;51(2):99-107. View Abstract
Jovanovic M, Mimica-Dukic N, Poljacki M, et al. Erythema multiforme due to contact with weeds: a recurrence after patch testing. Contact Dermatitis 2003;48(1):17-25. View Abstract
Jovanovic M, Poljacki M, Mimica-Dukic N, et al. Sesquiterpene lactone mix patch testing supplemented with dandelion extract in patients with allergic contact dermatitis, atopic dermatitis and non-allergic chronic inflammatory skin diseases. Contact Dermatitis 2004;51(3):101-110. View Abstract
Kumarasamy Y, Cox PJ, Jaspars M, et al. Screening seeds of Scottish plants for antibacterial activity. J Ethnopharmacol 2002;83(1-2):73-77. View Abstract
Lin LT, Liu LT, Chiang LC, et al. In vitro anti-hepatoma activity of fifteen natural medicines from Canada. Phytother.Res 2002;16(5):440-444. View Abstract
Morita H, Iizuka T, Choo CY, et al. Dichotomins J and K, vasodilator cyclic peptides from Stellaria dichotoma. J Nat.Prod. 2005;68(11):1686-1688. View Abstract
Poljacki M, Jovanovic M, Boza P, et al. [Is Vojvodina a risk area for contact weed allergies?]. Med Pregl. 2005;58(3-4):123-126. View Abstract



Geschiedenis / History Stellaria media

Dodonaeus 1554 Cruijdeboeck deel 1 capitel 33, bladzijde 59-62  Van Muer. Cap. xxxiii.

1 Groote Muer heeft veele dunne ronde gheknoopte recht op wassende stelen/ Die bladeren wassen aen die ledekens en knoopkens van den stelen/ altijt twee teghen een/ ende zijn grootachtich/ somtijts by naer twee vingheren breet/ van fatsoene den bladeren van Parietarie niet seer onghelijck/ maer langher ende min hayrachtich. Tusschen die bladeren aen dopperste van den stelen comen cleyn corte steelkens voort/ met cleyn knopkens/ dat cleyn witte ghesneden bloemen worden/ naer den welcken lanckachtighe ronde huyskens wassen daer in dat het saet leyt. Dit heel cruyt en es van wesen en fatsoene den Glascruyt niet seer onghelijck want sijn stelen zijn oock claer ende ontrent den knooppen rootachtich/ ende die bladeren schier van eender grootte: alzoo dat Dioscorides schrijft/ dat desen Muer soude Glascruyt wesen/ ten waere dat hy neerder en min hayrachtich waere en langher bladeren hadde.

Stellaria media - Vogelmuur
Alsine media (Morsus gallinae, Hippia minor), middel Muer (Voghelcruyt, Hoenderbeet)
1644 Vlaams: Muer (Kleyne)
1616 Latijn: Alsine minor [29]
1554/1557: Alsine media, Hippia minor, Hoenderbeet, Hunerbisz, Morgeline moyenne, Morsus gallinae, Muer (cleynen), Muer (middel), Vogelcruyt, Vogelkraut

Plaetse
Groote Muer wast in donckere en voch(t)achtighe plaetsen in die haghen en hegghen tusschen andere cruyden/ ende in ghelijcken plaetsen wassen oock die twee andere/ maer dat vierde en wast niet dan in soute gronden by der zee gheleghen.

Tijt
Dese cruyden bloeyen meest al in de middel van den zoomer.

Naem
1 Muer/ en sonderlinghe die groote Muer wordt in Griecx ende in Latijn gheheeten Alsine, ende van sommighen dees tijts Hippia maior. In die Apoteke es zy onbekent.
2, 3 Dat tweede en derde heet in die Apoteke Morsus gallinae en oock Hippia minor. In Hoochduytsch Voghelkraut/ en Hunderbisz. In Neerduytsch Voghelcruyt/ Hoenderbeet ende cleynen Muer. In Franchois Morgeline.
4 Dat vierde in die soute gronden wassende/ hebben wy Alsine Marina/ dat es zee Muer ghenaempt.

Natuere
Muer es cout en vochtich van natueren den Glascruyt seer ghelijck/ als Galenus schrijft.

Cracht en werckinghe
A Groote Muer es seer goet teghen die verhitheyt der ooghen ende alle hittighe sweeringhen/ der selver ghestooten en daer op gheleyt/ oft het sap van den selven/ daer op ghestreken.
B Tselve cruyt in der selver manieren ghebruyckt/ es oock seer goet gheleyt op alderhande heete quade sweeringhen/ ende sonderlinghen van scamelijcken leden.
C Tsap es oock goet in die ooren ghedruypt/ teghen die pijne en weedom der ooren.
D Cleyne Muer/ ende sonderlinghe die middel Muer/ es een seer goet cruyt tseghen hittighe scorftheyt van der handen/ alsment met wat souts in water ziedt ende die handen daer inne dickwils bayet.
E Die Zee Muer en wordt niet ghebruyckt.

Verwante soorten Hoornbloem / Cerastium
Cerastium komt van het Griekse keras: een hoorn, een verwijzing naar de harde en soms wat licht gekromde vruchten. Na de bloei verschijnen de doorschijnende vruchtendoosjes, de hoornbloem, Duitse Hornkraut, Engels hornweed, cerast, en Franse ceraiste.

Dodonaeus (b) ‘Het tweede en het derde geslacht (1ste is Stellaria holostea, 2de S. media) wordt Morsus Gallinae in het Latijn of Hippa minor genoemd. Ruellius zegt dat het van de Italianen Passerina genoemd wordt, van de Fransen du mouron, waarvan de Nederlanders de naam muur genomen hebben, in het Hoogduits Hunerbiss, in het Engels chickeweede. De allerkleinste muur is een zeer bekend kruidje en is Alsine minor Fuchsij, van Dodonaeus en andere Alsine minima, in het Hoogduits heet ze Fiebercraudt om dat ze de hitte in de koortsen door verkoeling laat verminderen. Deze twee laatste soorten (met Stellaria media) willen sommige in het Latijn ook Passerina noemen, als of men mussenkruid zei’.
Akkerhoornbloem, Engelse field chickweed, field mouse ear, Duits Acker-Hornkraut, Huhnerdarm of Herzgras.
Dodoens: ‘Kleine muur en ook de middelsoort is een zeer goed kruid tegen de hete schurft van de handen als men, nadat het met wat zout in water gekookt is, de handen er dikwijls in wast’.

Culpeper 1653 about chickweed
It is a fine soft pleasing herb under the dominion of the Moon. The herb bruised or the juice applied with cloths or sponges dipped therin to the region of the liver, and as they dry to have it fresh applied, doth wonderfully temperate the heat of the liver.
Nicholas Culpeper, 1653

Gerard about chickweed
'It is found to be as effectual as Purslain to all the purposes whereunto it serveth, except for meat only. The herb bruised, or the juice applied, with cloths or sponges dipped therein to the region of the liver, and as they dry to have fresh applied, doth wonderfully temper the heat of the liver and is effectual for all impostumes and swellings whatsoever; for all redness in the face, wheals, pushes, itch or scabs, the juice being either simply used, or boiled in hog's grease; the juice or distilled water is of good use for all heat and redness in the eyes ... as also into the ears.... It helpeth the sinews when they are shrunk by cramps or otherwise, and extends and makes them pliable again, by using the following methods, viz.: Boil a handful of Chickweed and a handful of dried red-rose leaves, but not distilled, in a quart of muscadine, until a fourth part be consumed; then put to them a pint of oil of trotters, or sheep's feet, let them boil a good while, still stirring them well, which being strained, anoint the grieved part therewith warm against the fire, rubbing it well with your hand, and bind also some of the herb, if you choose, to the place, and with God's blessing it will help in three times dressing.'

Petrus Nijlandt / Herbarius 1682
Aard en krachten.
De muur is koud en vochtig van aard en daarom zonder enige tezamen trekking verkoelend van krachten. Galenus.

Medicinaal gebruik.
  • Tegen ontsteking van de ogen: Neem het sap van muur en druip het in de ogen. Dioscorides.
  • Tegen pijn in de oren die uit hitte ontstaan is: Neem hetzelfde sap en druppel het in de oren. Dodonaeus.
  • Tegen ontsteking van de lever: Neem het sap en leg het met doeken, die daarin nat gemaakt zijn, op de rechter zijde. Dodonaeus.
  • Tegen spenen of aambeien en ontsteking van de schaamdelen: Neem van het kruid zoveel als nodig is, stamp het klein in een mortier en leg het papgewijs op. Fuchsius.


Phytochemical and Pharmacological Potential of Genus Stellaria: A Revie. 
Sharma, Anupam; Arora, Disha
PUB. DATEJuly 2012 
Journal of Pharmacy Research;2012, Vol. 5 Issue 7, p3591

The review includes 68 references on the genus Stellaria, and comprises ethnopharmacology, morphology, phytoconstituents, pharmacological reports and toxicology of the prominent species of Stellaria. Flavonoids, triterpenoid glycosides and phenolic acids constitute major classes of phytoconstituents of the genus. A few species of this genus have medicinal value. Among these, S. media Linn. (Caryophyllaceae) has been traditionally used in the treatment of inflammations of the digestive, renal, respiratory and reproductive tracts. The plant is employed in plasters used for broken bones and swellings. Despite a long tradition of use of some species, the genus has not been explored properly. In the concluding part, the future scope of Stellaria species, has been emphasized with a view to establish their multifarious biological activities and mode of action.

Ayu. 2011 Oct;32(4):576-84. Antiobesity effect of Stellaria media against drug induced obesity in Swiss albino mice.
Chidrawar VR, Patel KN, Sheth NR, Shiromwar SS, Trivedi P. Associate Professor and Head, Department of Pharmacology, CMR College of Pharmacy, Medchal, Hyderabad, Andhra Pradesh.

The whole plant of Stellaria media (family: Caryophyllaceae) has been tested for its antiobesity activity by using progesterone-induced obesity model in female albino mice. The effect of S. media on food consumption pattern, change in body weight, thermogenesis, lipid metabolism, and histology of fat pad. were examined. Methanolic and alcoholic extracts of the S. media were used in the study. Methanolic extract of S. media (MESM) have prevented the increase in body weight, adipose tissue weight and size, and upturned obesity and associated complications. MESM has also shown promising effects compared with alcoholic extract of S. media may be because of its multiple mechanisms. These findings suggest that antiobesity activity produced by MESM is because of its anorexic property mediated by saponin and flavonoid and partly of by its β-sitosterol content. β-Sitosterol in the plant extract was confirmed by thin-layer chromatography study. β-sitosterol is plant sterol having structural similarity with dietary fat which do the physical competition in the gastrointestinal tract and reduces fat absorption. Before carrying in vivo activity detail pharmacognostic and phytochemical analysis of the extracts was carried out. The plant has shown the presence of saponin, flavonoids, steroids and triterpenoids, glycosides, and anthocynidine. By this study, it can be concluded that, MESM is beneficial in suppression of obesity induced by progesterone.



H. Kleijn (1970), Planten en hun naam / Etymologie

Stellária | Stellária média: Muur
De geslachtsnaam Stellaria is afkomstig van het Latijnse Stella: ster, naar de in een ster gerangschikte bloemblaadjes. De soortnaam media: midden duidt op de grootte ten opzichte van andere soorten muur. Deze aanduiding media had indertijd betrekking op deze soort toen die nog ondergebracht was in het geslacht Alsine, waarin ook soorten voorkwamen met de wetenschappelijke aanduiding minor: klein, en major: groot. Eertijds was haar wetenschappelijke benaming dan ook Alsine média, en in de apotheek stond ze bekend als Herba Alsine. Wat de naam Muur betreft, hieromtrent tasten we wat de verklaring en (het is hier niet de plaats om hierop nader in te gaan) het ontstaan ervan betreft nog in het duister.
Dat dit kleine plantje zeer vele volksnamen heeft is niet verwonderlijk, want het komt algemeen voor en is bijna het gehele jaar door bloeiend aan te treffen.
Men komt dit onkruid vooral tegen bij menselijke behuizingen, op akkers, langs wegen en paden, in tuinen, zelfs in bloembakken op de balkons. Het neemt elk plekje voor lief. Het verloop van ontkiemend zaadje, via bloei, tot zaadvorming gaat zeer snel, zo snel dat vele generaties per jaar optreden.
Dat het een lastig onkruid was blijkt wel uit de naam Krup-deur-den-tuun in het graafschap Zutphen. Behalve het veel voorkomende Muur, zijn er nog vele andere, zoals Gewone muur, Gemene muur, Kleine muur, Kruipende muur, Mure op vele plaatsen, Stermuur, en Witte muur. Verder nog Murik, Muring en Muurt. Omdat het, het gehele jaar voorkomende, plantje als een goed vogelvoer - bladeren zowel als zaden - gold, ontstonden namen als Vogelmuur, Ganzenmuur, Vogelkruid en Vogeltjeszaad. Dit gebruik is al zeer oud, want in 1500 komen we reeds de naam Vogelkraut tegen. 

Dodonaeus schrijft: ‘Kleijne muer is bequam om de voghelkens diemen in kleyne kevien oft huyskens houdt, te verquicken ende te vermaken, soo wanneer die onlustigh zijn ende niet eten en willen oft en konnen.’ Naast Muur komt veelvuldig voor Mier; verder Miere, Mierre, Witte mier en Witte miere en in Noord-Limburg Meer. Ook treft men namen aan die duiden op het gebruik als vogelvoer en die met mier verbonden zijn, zoals Hennemier, Hoendermier en Vogelmier. Dit mier heeft men willen afleiden van het reeds genoemde muur. Maar dit is waarschijnlijk niet juist. De naam Mier is hoogstwaarschijnlijk afkomstig van de Duitse benaming van dit plantje, luidende Miere. Dit Miere hangt samen met de stam ‘ma’ of ‘mei’ dat klein of nederig beduidt. Dus een klein en nietig plantje. Bij H. Bock (zestiende eeuw) komen we haar tegen als Meyer en in de ‘Hortus Sanitatis’ (1492) als Myer. In het Rijnland komen namen voor als Vochelmeier, en Mehre, en in de omgeving van Kevelaar, Elberfeld en Barmen spreekt men van Mier; Meer komt voor in het Keulse gebied. Andere Duitse benamingen zijn nog Mer, Meierich, Mir en Mür. Deze laatste naam staat bij Pritzel und Jessen genoteerd voor de Eifel in de omgeving van Nürnburg. Nader onderzoek is zeker gewenst wat de afleiding van muur betreft.

Andere namen die duiden op het gebruik als vogelvoer zijn behalve de reeds genoemde nog: Hoensmoes en Hoezemoes(ze) (Walcheren) en de Zeeuws-Vlaamse varianten Oesemoes en Oezemoeze. Hennebit, Hinnebeet en Hoenderbeet zijn namen die wel niet meer in omloop zullen zijn, maar die vroeger wel degelijk gebruikt werden. Een Latijnse benaming uit de zestiende eeuw was Herba mor sus gallinae: Hoenderbeetkruid. Men gaf het plantje (ook de zaden) vooral aan hoenders omdat men aannam dat het de eierleg bevorderen zou. P. Nylandt noemt de plant, in 1682, Hoender-bete of Morsus Gallinae. Een Engelse benaming was Chickweed, omdat men de jonge kuikens ermee voerde. In sommige streken in Groningen kende men de mierzeven, met gaten zo klein dat alleen stof en de zaden er doorheen vielen. Kent men deze muurzeven nog? Dat het plantje een groot aantal zaadjes voortbrengt, blijkt uit de naam Milliardekraut uit het Duitse Pfalzgebied. De namen Endendarm (Eendendarm) op Walcheren, en Hoenderdarm in Zeeuws-Vlaanderen kreeg de Muur vanwege de min of meer langs de grond kruipende, darmachtige, door elkaar kronkelende stengels. Bij Hildegard von Bingen (ca. 1150) komt reeds de naam Hunesdarm of Hunsdarm voor.

In het Groningse komen namen voor als Aar), Aarve, Arf en Arve; deze benamingen duiden op het veelvuldig voorkomen op het erf. Men kent daar het plantje ook als Vogeltjesaarve, en een verbastering daarvan luidde Vogeltjehave. In de geneeskunde werd Muur aangewend bij ontstoken ogen, tering en blaas- en nierziekten. In verband met de sympathieleer werd het plantje in vet gebraden gebruikt als middel bij darmkrampen van kinderen. Dit in verband met de darmachtig gekronkelde stengels, zie hierboven. In de homeopathie wordt de Muur aangewend bij jicht en rheuma. De landelijke bevolking benutte Muur als een soort weerprofeet. Want opende het plantje zijn bloempjes ‘s morgens dan was men verzekerd van goed weer, bleven zij echter gesloten dan kon men op slecht weer rekenen.



Grote Muur of Grootbloemige muur (Stellaria holostea)

Je vind de plantjes langs bosranden, in hakhout, bij spoorbermen en in loofbossen. De ruwe, slappe stengels zijn vierkantig. De plant wordt niet echt meer gebruikt. Vroeger zou sap tegen oogaandoeningen gebruikt geweest zijn (Oogentroost-Gras genoemd). Verder hielp de plant bij het genezen van steken in de zij en botbreuken. Oude namen zijn Slangenbloem (dit had te maken met het bijgeloof, dat wie de bloem plukte, door een adder zou worden gebeten) en Sterretje (de bloem werd in verband gebracht met de Ster van Bethlehem en Paaszondag). Ander volksnamen zijn Hoornkruid en (Bos)sterremuur. De soortnaam holostea is afgeleid van holosteum, de naam van een verwant geslacht. Tegenwoordig wordt ze in natuurlijke tuinen toegepast als bodembedekker onder houtige gewassen. Grote muur wordt veel bezocht door insecten voor bestuiving.



Chickweed

Chickweed Pesto
  • 1-2 cloves garlic
  • Salt to taste
  • 3 cups loosely packed chickweed
  • 3 tablespoons walnuts
  • 1/2 cup grated parmesan cheese
  • ½ cup olive oil
 In food processor, process garlic and walnuts until finelychopped. Add chickweed and oil and process until smooth.
Add parmesan cheese and process to just combine. Add salt to taste, if desired.
 Serve with chips or crackers. I like to use it instead of mayonnaise on sandwiches.

Chickweed-honey cream
  • 1/8 cup chickweed infused olive oil
  • 2 and ½ teaspoons beeswax
  • 1/6 cup wheat germ oil or vitamin E oil
  • 2 teaspoons cocoa butter
  • 2 teaspoons chickweed tea
  • 1 tablespoon honey
 Melt cocoa butter, beeswax, wheat germ oil (or vitamin E oil) and chickweed infused olive oil in a double boiler, over low heat.
Make chickweed tea: 1 tablespoon dried chickweed to ½ a cup of water.You can adjust portions however you wish and use fresh chickweed, if you prefer. After the tea has cooled a bit, add the honey to it.
Add the tea and honey mixture to the oil mixture, quickly, so the base won’t set. Whisk until it turns into a creamy consistency. I like to do this step with a blender, but it’s not necessary. Pour into a glass jar. Refrigeration is not necessary.
 I like to use this cream all winter long on those stubborn dry spots. Works well for chapped lips, too. A little bit goes a long way.

Comments