Silene vulgaris / Blaassilene

De Latijnse naam silene komt waarschijnlijk van het Griekse sialon, dat speeksel betekent. Het verwijst naar de kleverige afscheiding aan de stengels. (Vandaar het Duitse Leimkraut.) En/of het verwijst naar Silenus, de Griekse god van de bossen, de vergiftigde pleegvader van de god Bacchus.
Silene vulgaris synoniem: S. cucubalus – voorheen S. inflata
Blaassilene (Nederlands); bladder camion, cow bell, rattleweed, maiden’s tears (Engels); Taubenkropf-Leimkraut, gewöhnliches Leimkraut, Aufgeblasense Leimkraut, Klatschnelke, Knirrkohl (Duits); claquet, silène enflé, silène commun, pétards (Frans); acoletas, berzuela, botello, collejas, conejito de campo, roya, trisco en nog veel meer namen (Spaans); stridoli, sculpit, grisol, strigoli, carletti, strisci, scrissioi, sclopit, cuiet (Italiaans) 

De plant komt voor in de gematigde gebieden van Europa en West-Azië tot Noord-Afrika tot een hoogte van ca. 2000 meter. Maar ook, als gezegd, in Noord-Amerika en ook in Australië. In die twee continenten is het door Europese migranten meegevoerd.
Blaassilene wordt 20 cm tot 50 cm hoog. De wortels kunnen tot een meter diep reiken. Elke plant heeft een of enkele bloemstengels die, eens de bloei begint, licht knikken. Het vruchtbeginsel is opgeblazen, zie de naam blaassilene of in de oude Latijnse naam: silene inflata.
Ze lijken de hele dag te bloeien, maar ’s nachts verspreiden ze een geur om insecten te lokken.

Historie
Zoals bij veel andere nogal wilde planten is er niet veel boeiende historie te vinden. Blaassilene was er gewoon. Overal. En werd gegeten. Geen spectaculaire introducties via de Himalaya en Siberië naar onze contreien. Niets van dat.
In [8] staat een artikel over een vragenlijst naar wilde eetbare planten uit 1883 van de Poolse botanicus Józef Rostafinski . Daarin wordt vermeld dat in tijden van voedseltekorten in zuidelijk Polen (Galicja) de bewoners terugvallen op o.a. blaassilene.

Kortom, in die tijd was het een wilde groente in toenmalige Polen – thans (ook) Oekraïne.
Sturtevant’s [9] zegt o.a. dat in 1685 de oogst op Menorca bijna geheel was verloren gegaan als gevolg van een sprinkhanenplaag. Charles Pickering wordt aangehaald die in zijn Geographical Distribution of Plants (1861) zegt dat het in de gehele Levant (gebied huidige Israel, Libanon, Syrië, Jordanië) wordt gegeten.
Misschien mogen we hier uit opmaken dat blaassilene in die tijd serieus als groente werd geteeld.

In [3] staat dat op Cyprus de blaassilene, naast andere “wilde” planten, zoals vijg, rozemarijn, laurier, oregano, rucola enzovoorts gewoon in winkels en op markten wordt aangeboden. In [4] is op 4 mei 2007 een leuk onderzoek gepresenteerd. Het heet: The importance of a taste. Er werd in 21 locale gemeenschappen in Italië (noord, midden en Sardinië) 549 inwoners gevraagd welke groenten zij uit het wild verzamelden. Daaronder viel ook de blaassilene. Naast cichorei, venkel, vlier, asperge en meer. De conclusie luidt dat het verzamelen, verwerken en eten van wilde groenten nog steeds een belangrijke activiteit is in al die gebieden.   Waarvan akte.

In [5], waar aan het onderzoek ook de University of Gastronomic Sciences uit Pollenzo, Cuneo, Italië meedeed, staat dat vandaag de dag in planten als blaassilene in Spanje wel in (moes-)tuinen worden geteeld. De onderzoekers stellen dat met name in Noord- en Oost-Europa het eten uit het wild beperkt is geraakt tot vruchten en paddenstoelen (en in Nederland vrijwel helemaal niet), maar dat in Zuid-Europese landen wilde groenten nog worden geplukt.

[7] Bevat een leuk onderzoek naar wat vandaag de dag (2013) op de markt in Dalmatië  wordt verkocht. Die streek vormt min of meer de grens tussen de Mediterrane en de Slavische wereld (die weinig wilde groenten gebruiken). De onderzoekers nemen elf markten onder de loep en interviewen 68 verkopers. De conclusie luidt dat in Dalmatië de meeste (wilde) groenten niet werden herkend. Ze spreken hun verbazing uit dat het overal in de landen rond de Middellandse Zee èn in Bosnië-Herzegovina overvloedig wordt gebruikt

Culinair
In april worden de eerste jonge scheuten al geoogst. Tot ze bloemstengels gaan vormen. Zeer jonge kunnen zo in een salade worden gebruikt; dat is overigens niet gangbaar. Niet te veel, want ze bevatten, net als bonen, saponinen. Dus even koken is beter. Bovendien zijn ze rauw niet zo smakelijk; een groensmaak, misschien iets van drop.
[16] Zegt: “De blaadjes en scheuttoppen worden milder van smaak wanneer je ze fijngewreven met wat zout laat intrekken, of er koken water overheen giet.”  Maar verwarmd in risotto, pastagerechten of omeletten zijn ze niet te versmaden. Een heerlijk aromatische geur en smaak komt vrij, die iets van citrus heeft. In veel bronnen spreekt men van de geur en smaak van peultjes.
[16] Zegt: “Je kunt ze ook door een aardappelsoep pureren, of toevoegen aan spinazie.” Dat hebben we nog niet gedaan. Ook de wortelen zijn eetbaar.
In Spanje is het een ingrediënt in het traditionele gerecht gazpacho viudo (weduwengazpacho). Maar ook in een gerecht als potaje de garbanzos y collejas – kikkererwten met blaassilene en schapenkaas.

Risotto con gli stridoli
4 sjalotten, gesnipperd; 2 tenen knoflook, fijngehakt; 400 gr arboriorijst (risottorijst); 200 ml droge witte wijn; 1 l groentebouillon, warm; 8 forse champignons, zeer klein gesneden; 2 bossen stridolo-toppen (blaassilene), blad, klein gehakt/gesneden; handvol Parmezaanse kaas, geraspt; olijfolie, scheut
Neem een kasserol. Verwarm op middelhoog vuur een scheut olijfolie en smoor de sjalotten tot ze glazig zijn. Draai het vuur hoog en kieper de rijst erdoor. Schep om tot de korrels glazig zijn en blus af met de wijn. Vuur laag. Knoflook erbij. Scheut groentebouillon erbij.
Omscheppen. Scheut groentebouillon erbij. Omscheppen. Scheut groe… Enfin, dat blijft zo even doorgaan, een kwartier tot twintig minuten. Risotto kruipt, zeggen ze. Dus niet te vloeibaar. En de rijstkorrel moet nog een beet hebben.
Proef af en toe. En tegen de tijd dat u denkt: dit gaat wat worden, doet u de champignonstukjes erbij. Omscheppen. En tegen de tijd dat u denkt: ja, dit is het bijna, doet u de blaassilene erbij. Omscheppen, even door verwarmen en dan de kaas erdoor scheppen.

Geneeskrachtige stoffen
De plant bevat saponinen. Volgens [1] blijkt uit voedingsgewoonten rond de Middellandse Zee dat aftreksels van het blad een gunstige uitwerking hebben op diabetes type 2. In [2] zijn resultaten van Spaans onderzoek gepubliceerd naar de voedingswaarde van wilde en minder gangbare groenten in het Middellandse Zee-gebied. Vijftien planten onderzocht. Over blaassilene staat dat het veel oxaalzuur bevat. Naast andere planten had blaassilene een zeer hoog gehalte (66-81%) aan AA (ascorbinezuur) en in totaal het hoogste gehalte aan vitamine C. De aanbeveling van dit onderzoek is dan ook dat deze resultaten in voedingsdatabanken moeten worden gevoegd om de diversiteit van ons dieet te verrijken.
In [6] is het gehalte aan antioxidanten onderzocht, en de conclusie luidt dat blaassilene een gehalte aan polyfenolen en antioxidanten heeft dat gelijk of hoger is aan dat wat in blauwe bessen of roodlof kan worden aangetroffen.
[16]”De plant geeft een licht stimulerende werking op de stofwisseling en is een vitamineleverancier.”

Literatuur: 
[1] Wikipedia (september 2013); [2]Wild vegetables of the Mediterranean area as valuable sources of bioactive compounds, Genetic Resources and Crop Evolution, March 2012, Volume 59, Issue 3, pp 431-443; [3] Journal of Ethnobiology and Ethnomedicine 2006, 2:34; [4] Journal of Ethnobiology and Ethnomedicine 2007, 3:22; [5] Acta Societatis Botanicorum Poloniae, 19.11.2012, Wild food plant use in 21st century Europe: the disappearance of old traditions and the search for new cuisines involving wild edibles; [6] Journal of Food Science, Volume 76, Issue 1, pages C46–C51, January/February 2011 [7] Journal of Ethnobiology and Ethnomedicine 2013; 9:2; [8] Wiadomości Botaniczne (Pools), 52, 2008; [9] Sturtevant’s Notes on Edible Plants (1919); [10] Wild Food, a complete guide for foragers, Roger Phillips; [11] The Oxford Companion to Food; [12]Food Plants of the World; [13] Handboek Ecologisch Tuinieren; [14] Planten voor Dagelijks Gebruik; [15] Groente & Fruit Encyclopedie; [16] Eetbare Wilde Planten, 200 soorten herkennen en gebruiken.

Comments