Scopiola carniolica / Klokbilzekruid

Scopolia carniolica is een vaste plant met een kruipende wortelstok, met kale, vaak grote bladeren en typische hangende, klokvormige bloemen. Het klokbilzekruid is inheems in loofwouden in de bergen van Oost- en Zuid-Europa en wordt ongeveer 40 cm hoog. Uit de kruipende wortelstok ontspringen sterke, enigszins vertakte, vlezige stengels met grote, gave, onbehaarde bladeren met dikke nerven. De 2 cm lange bloemen zijn van buiten bruin, van binnen enigszins groengeel. Ze hangen aan lange, dunne stelen omlaag. De vrucht is een tweehokkige doosvrucht. Alle delen van de plant, en vooral de wortelstok, zijn zeer giftig door de alkaloïden die ze bevatten. 

Het vroegbloeiende klokbilzekruid is geschikt als onderbeplanting onder licht doorlatende heesters. De bovengrondse delen sterven al tegen eind juni af. Voor de teelt zijn losse, enigszins humusrijke grond en voldoende vochtigheid nodig. 

Vermeerdering: door zaaien of wortelstekken

Etymologie
The plant was formally described by the Austrian botanist Nicolaus Jacquin in 1764, although the earliest printed mention of it dates back to as early as 1563. It was named by Jacquin Scopola - which was changed to Scopolia by George Don in 1837 - in honour of Italian naturalist Giovanni Antonio Scopoli. The species name carnolica refers to the historical region of Carniola, now part of Slovenia, from where the plant was collected by Scopoli in 1760.

Medical use
The dried root is hypnotic, mydriatic and narcotic. It causes a sleep that resembles normal sleep. The medicinal activity of this plant resembles belladonna (Atropa belladonna) but it is more narcotic[46]. It is used internally in the treatment of chronic diarrhoea, dysentery, stomach ache and manic-depressive states. A very toxic plant, it should only be used under the supervision of a qualified practitioner. The root is harvested in the autumn and normally processed for extraction of the alkaloids which are used in the pharmaceutical industry. The German Commission E Monographs, a therapeutic guide to herbal medicine, approve Scopolia carniolica for liver & gallbladder complaints.

Holmes E M (1892). The Natural History of Scopola carniolica Jacq.In: Dunstan, W R [ed.], The Chemistry, Natural History, and Therapeutics of Scopola carniolica. Chemical Paper of The Pharmaceutical Society, London, 1: 119–46.
Comments