Populus sp. / Populiersoorten

Populieren zijn nooit mijn meest geliefde bomen geweest, maar sinds ik de grillige bomen langs de beekjes in de Franse Drômestreek heb leren kennen, is dat wel enigszins veranderd. De vele soorten, de snelle groei en de medicinale toepassingen uit het verleden spreken me nu wel aan. Over Populus alba en nigra, Populus tremula, Populus balsamifera en nog andere soorten.

Populus alba, de witte abeel, herken je aan zijn gelobde bladeren, die van onderen wit viltig zijn. Hij kan in 10 jaar 10 m hoog wor­den. Daarna vermindert zijn groeisnelheid en een boom van 20 m hoogte is omstreeks 50 jaar oud. Populus alba is in Midden- en Z.-Europa, N.-Afrika en zelfs in W.-Siberië en de Himalaya inheems. Veel variëteiten en kruisingen met andere soorten worden gekweekt ook al omdat er belangstelling bestaat voor het zachte, gelijkmatig generfde, lichte hout.

Dit geldt ook voor Populus tremula, de esp of ratelpopulier die bijzonder goed hout voor de luciferindustrie levert. Het ratelend geluid van de bladeren, het sidderen der espenbladeren zou al bekend zijn uit de tijd van Jezus Christus, tenminste als wij de overlevering mogen geloven. Bij de dood van Christus bogen alle bomen het hoofd maar de ratelpopulier hield zijn takken recht omhoog. De boom moet nu zijn schandalig gedrag nog steeds met trillende blaad­jes bekopen. Plantkundigen zeggen evenwel dat alle populiersoorten met 'sidderende' bladeren smalle, platte bladstelen hebben en de niet-sidderende ronde bladstelen. 

Extract tegen reuma
Een extract van de bast en bladeren van de ratelpopulier of Populus tremula, met de bast van de es of Fraxinus excelsior en het kruid guldenroede of Solidago virgaurea  wordt gebruikt bij reumatische klachten. De eigenschappen die toegeschreven worden aan dit extract :
  • Ratelpopulier: ontstekingsremmende, pijnstillende, antibacteriele en krampverminderende eigenschappen
  • Es: pijnstillend, koortsverlagend en ontstekingswerend
  • Guldenroede:  pijnstillend, antibacterieel, urinedrijvend
Uit een dubbelblind onderzoek met 40 reumapatiënten  bleek dat bij het innemen van 3 maal daags 30 druppels het gebruik van pijnstillers (NSAID's en paracetamol) duidelijk werd verminderd in vergelijking met de groep die placebodruppels kreeg.

Zwarte populier
De zwarte populier, Populus nigra, de bekendste van alle populieren is in heel Europa en in Noord Afrika inheems en is één van de meest algemene soorten. Op vochtige terreinen groeit hij vaak samen met wilgen. Oude bomen hebben vaak grote gezwellen op stam en tak­ken, de knoppen zijn kleverig door een aromatisch hars­laagje. Ze worden van oudsher in zalven gebruikt tegen aambeien en in de moderne gemmotherapie worden de knoppen getrokken in een mengsel van glycerine, water en alcohol en gebruikt bij veneuze vaatklachten en reumatische aandoeningen. De fysiologische werking van de knoppen bestaat volgens Van Hellemont in een verlaging van de urinezuurbloedspiegel. Verwijdering van urinezuur heeft een positieve invloed op diverse reumatische toestanden en jicht.

Amerikaanse en nog andere soorten
Vele Amerikaanse populieren worden wijd en zijd gekweekt, bijvoorbeeld Populus trichocarpa met kleverige, geurende knoppen of verschillende kruisingen tussen Populus deltoïdes en Populus nigra, de Canadese populieren of Canada's, die veel aangeplant werden in natte, onvruchtbare grond en gebruikt werden als stuthout in de mijngangen.
Ook de balsempopulier is een geurende verschijning. De hars van deze soort word als medicijn, 'taccama-hacca', tegen allerlei ziekten toegepast (scheurbuik, diureticum). 

Verder zijn er nog de Italiaanse populier, Populus nigra variëteit Italica, die vooral door zijn hoge, smalle, spoelvormige kroon opvalt. Zij worden vaak in rijen aangeplant en boeren plaatsen ze bij hun huis om de bliksem af te leiden.

Honderden soorten en nog veel meer kruisingen verspreiden zich over de aardbol. Populus, populier, peppel, witte abeel, esp, ratelpopulier, trilpopulier, Canada, balsempopulier, vele soorten begeleiden ons mensen door het leven. Ratelen , ritselen en ruizen langs wegen en rivieren.

Wat historische documentatie o.a. over populieren
Dodoens, R. (1554). Cruijdeboek [fac simile 1978]. van der Loe, Antwerpen. 
Felter, H.W., Lloyd, J.U. (1898). King’s American Dispensatory [scanned version © 1999-2004 Henriette Kress] 
Grieve, M. (1980). A Modern Herbal. Reprint. Penguin Books, London. 
Jansen-Sieben, R. (1994). Bomen in het middelnederlandse bos. In: Billen C & Vanrie A (red.) Les sources de l’histoire forestière de la Belgique – Bronnen voor de bosgeschiedenis van België – Acten van het colloquium Brussel (29-30.10 1992) - Archief- en bibliotheekwezen in België 45 (extra nummer). Algemeen Rijksarchief Brussel
Verwijs, E. (1878). Jacob van Maerlant’s Naturen Bloeme [2 delen, reprint 1980]. Bibliotheek van Middelnederlandsche Letterkunde, Groningen. 



Medicinal Uses Populus balsamifera / Plants For A Future
Anodyne;  Antiinflammatory;  Antiscorbutic;  Antiseptic;  Cathartic;  Diuretic;  Expectorant;  Febrifuge;  Stimulant;  Tonic.

Balsam poplar has a long history of medicinal use. It was valued by several native North American Indian tribes who used it to treat a variety of complaints, but especially to treat skin problems and lung ailments[257]. In modern herbalism it is valued as an expectorant and antiseptic tonic. The leaf buds are antiscorbutic, antiseptic, diuretic, expectorant, stimulant, tonic[4, 46, 61, 165, 172]. The leaf buds are covered with a resinous sap that has a strong turpentine odour and a bitter taste[213].They are boiled in order to separate the resin and the resin is then dissolved in alcohol[222]. The resin is a folk remedy, used as a salve and wash for sores, rheumatism, wounds etc[222, 257]. It is made into a tea and used as a wash for sprains, inflammation, muscle pains etc[222]. Internally, the tea is used in the treatment of lung ailments and coughs[222]. The buds can also be put in hot water and used as an inhalant to relieve congested nasal passages[213]. The bark is cathartic and tonic[4]. Although no specific mention has been seen for this species, the bark of most, if not all members of the genus contain salicin, a glycoside that probably decomposes into salicylic acid (aspirin) in the body[213, 238]. The bark is therefore anodyne, anti-inflammatory and febrifuge. It is used especially in treating rheumatism and fevers, and also to relieve the pain of menstrual cramps[238]. A tea made from the inner bark is used as an eye wash and in the treatment of scurvy[222].

Other Uses
Pioneer;  Repellent;  Resin;  Rooting hormone;  Wood.

An extract of the shoots can be used as a rooting hormone for all types of cuttings. It is extracted by soaking the chopped up shoots in cold water for a day[172]. The resin obtained from the buds was used by various native North American Indian tribes to waterproof the seams on their canoes[226]. The resin on the buds has been used as an insect repellent[257]. The bark has been burnt to repel mosquitoes[257]. A pioneer species, capable of invading cleared land and paving the way for other woodland trees[229]. It is not very shade tolerant and so it is eventually out-competed by the woodland trees. Wood - soft, light, rather woolly in texture, without smell or taste, of low flammability, not durable, very resistant to abrasion[11, 46, 61, 171]. It weighs 23lb per cubic foot[235], and is used for pulp, boxes etc[11, 46, 61, 171]. The wood is also used as a fuel, it gives off a pleasant odour when burning[226].
                                        
[1]F. Chittendon. RHS Dictionary of Plants plus Supplement. 1956
Comprehensive listing of species and how to grow them. Somewhat outdated, it has been replaces in 1992 by a new dictionary (see [200]).
[4]Grieve. A Modern Herbal.
Not so modern (1930's?) but lots of information, mainly temperate plants.
[11]Bean. W. Trees and Shrubs Hardy in Great Britain. Vol 1 - 4 and Supplement.
A classic with a wealth of information on the plants, but poor on pictures.
[46]Uphof. J. C. Th. Dictionary of Economic Plants.
An excellent and very comprehensive guide but it only gives very short descriptions of the uses without any details of how to utilize the plants. Not for the casual reader.
[61]Usher. G. A Dictionary of Plants Used by Man.
Forget the sexist title, this is one of the best books on the subject. Lists a very extensive range of useful plants from around the world with very brief details of the uses. Not for the casual reader.
[78]Sheat. W. G. Propagation of Trees, Shrubs and Conifers.
A bit dated but a good book on propagation techniques with specific details for a wide range of plants.
[113]Dirr. M. A. and Heuser. M. W. The Reference Manual of Woody Plant Propagation.
A very detailed book on propagating trees. Not for the casual reader.
[161]Yanovsky. E. Food Plants of the N. American Indians. Publication no. 237.
A comprehensive but very terse guide. Not for the casual reader.
[165]Mills. S. Y. The Dictionary of Modern Herbalism.
An excellent small herbal.
[171]Hill. A. F. Economic Botany.
Not very comprehensive, but it is quite readable and goes into some a bit of detail about the plants it does cover.
[172]Schofield. J. J. Discovering Wild Plants - Alaska, W. Canada and the Northwest.
A nice guide to some useful plants in that area.
[177]Kunkel. G. Plants for Human Consumption.
An excellent book for the dedicated. A comprehensive listing of latin names with a brief list of edible parts.
[188]Brickell. C. The RHS Gardener's Encyclopedia of Plants and Flowers
Excellent range of photographs, some cultivation details but very little information on plant uses.
[200]Huxley. A. The New RHS Dictionary of Gardening. 1992.
Excellent and very comprehensive, though it contains a number of silly mistakes. Readable yet also very detailed.
[213]Weiner. M. A. Earth Medicine, Earth Food.
A nice book to read though it is difficult to look up individual plants since the book is divided into separate sections dealing with the different medicinal uses plus a section on edible plants. Common names are used instead of botanical.
[222]Foster. S. & Duke. J. A. A Field Guide to Medicinal Plants. Eastern and Central N. America.
A concise book dealing with almost 500 species. A line drawing of each plant is included plus colour photographs of about 100 species. Very good as a field guide, it only gives brief details about the plants medicinal properties.
[226]Lauriault. J. Identification Guide to the Trees of Canada
Very good on identification for non-experts, the book also has a lot of information on plant uses.
[229]Elias. T. The Complete Trees of N. America. Field Guide and Natural History.
A very good concise guide. Gives habitats, good descriptions, maps showing distribution and a few of the uses. It also includes the many shrubs that occasionally reach tree proportions.
[235]Britton. N. L. Brown. A. An Illustrated Flora of the Northern United States and Canada
Reprint of a 1913 Flora, but still a very useful book.
[238]Bown. D. Encyclopaedia of Herbs and their Uses.
A very well presented and informative book on herbs from around the globe. Plenty in it for both the casual reader and the serious student. Just one main quibble is the silly way of having two separate entries for each plant.
[245]Genders. R. Scented Flora of the World.
An excellent, comprehensive book on scented plants giving a few other plant uses and brief cultivation details. There are no illustrations.
[257]Moerman. D. Native American Ethnobotany
Very comprehensive but terse guide to the native uses of plants. Excellent bibliography, fully referenced to each plant, giving a pathway to further information. Not for the casual reader.



POPULUS TREMULA/TREMULOÏDES
Ratelpopulier; quaking aspen

BESCHRIJVING
De populier hoort samen met de wilg tot die boomsoorten die echt karakteristiek zijn voor het Nederlandse landschap en voor schilders, dichters (Marsman) en andere kunstenaars vaak een inspiratiebron zijn geweest. Er bestaan vele soorten populieren, de ratelpopulier is er één van. De ratelpopulier dankt zijn naam aan het feit dat het minste of geringste zuchtje wind voldoende is de bladeren te laten trillen. Eigenlijk kan men de ratelpopulier altijd wel een beetje ruisen en zien hoe de wind er langs gaat en voor het geritsel zorgt. De soortnaam “tremula” verwijst naar de “trillende” bladeren. De boom komt voor op zand- en veengronden in heel Europa, vooral in bosachtige streken, tussen hakhout en in de duinen. Het is een geliefde boom om in tuinen en langs lanen aan te planten. Van laagland tot op 1000 meter hoog in de bergen komt de ratelpopulier voor. Het is een beschermde boomsoort die 5 tot 20 meter hoog kan worden. In maart en april verschijnen de mannelijke en vrouwelijke katjes, de bladeren komen later. De naam is vermoedelijk afkomstig van het Griekse woord “paipallmaai”, hetgeen “trillen” of “sidderen” betekent en duidt op de voortdurende lichte beweging van de blaadjes door de wind. Een andere verklaring is dat het woord afkomstig is van het woord “paipolos”. Het kruis van Christus zou van espenhout zijn en ter nagedachtenis trillen en sidderen de bladeren bij elk zuchtje wind.

Voor geneeskundige doeleinden gebruikt men bladknoppen, bladeren en soms de jonge bast van de boom. In de volksgeneeskunde heeft de boom een reputatie opgebouwd als zijnde heilzaam bij vele kwalen, zoals spier- en gewrichtsreuma, cystitis, diarree, maag- of leverfunctiestoornissen, verkoudheden en in het bijzonder reumatoïde artritis. Gedeeltelijk kunnen deskundigen genoemde toepassingen bevestigen aan de hand van wetenschappelijk onderzoek.

WERKING
Werkzame bestanddelen:
Glycosiden als salicine (2.4%), salicortine, salireposide, populine, tremuloidine, tremulacine; looistoffen, etherische oliën, triterpenen, glucose en fructose
Werkingsmechanisme
Er zijn verschillende studies geweest naar de werkzaamheid van extracten bij patiënten met bewegingsstoornissen. In het bijzonder onderzochten wetenschappers de pijnverminderende en ontstekingsremmende werking van gestandaardiseerde extracten bereid uit verse of gedroogde loofbladeren en/ of schors. Werkzame bestanddelen als salicine hebben een ontstekingsremmende werking. Populus tremula blad- of schorsextracten remmen de vrijzetting van ontstekingsmediatoren als histamine, prostaglandines en leucotriënen. Deze remming speelt een rol bij de behandeling van reumatische aandoeningen en chronische bewegingsstoornissen die samen gaan met ontstekingen. Salicine is een precursor voor saligenine in het maag- en darmstelsel en voor salicylinezuur na absorptie. Het saligenine wordt in het bloed en de lever geoxideerd en via de urine als salicylzuur uitgescheiden. Salicine en saligenine worden voor ongeveer 86% geresorbeerd en leveren een urenlange constante salicylaatspiegel. Blad- en schorsextracten verlagen de urinezuurspiegel in het bloed en bevorderen de uitscheiding ervan via de nieren. 
Door wetenschappelijk onderzoek uit te voeren toonden deskundigen aan dat gestandaardiseerde extracten pijnstillend, ontstekingsremmend, adstringerend, antiseptisce, antireumatisch en cholagogisch werken.

CONTRA-INDICATIES
Gebruik tijdens de zwangerschap en lactatieperiode wordt ontraden. Interactie met reguliere geneesmiddelen (anticoagulantia, methotrexaat of metoclopramide) kan optreden. Het is raadzaam te overleggen met een apotheker alvorens blad- of schorsextracten te gebruiken.

BIJWERKINGEN
Bijwerkingen die normaal optreden bij gebruik van salicylaten (irritaties van maag, darm of nieren, overgevoeligheid, bloed in de ontlasting, duizeligheid, misselijkheid en braken) zijn ook mogelijk na inname van blad- of schorsextracten. Salicine kan tevens huiduitslag veroorzaken.

Nat Prod Commun. 2014 Feb;9(2):257-60. The essential oil of Populus balsamifera buds: its chemical composition and cytotoxic activity. Piochon-Gauthier M, Legault J, Sylvestre M, Pichette A.
The chemical composition of Populus balsamifera essential oils obtained from spring buds, fall buds, and young leaves were determined by GC and GC-MS analyses. The major constituent, (+)-alpha-bisabolol, a rare sesquiterpene, was isolated from spring oil using reverse-phase preparative HPLC. The cytotoxic activity of balsam poplar oils and isolated (+)-alpha-bisabolol was assessed in vitro against human lung carcinoma (A549) and colorectal adenocarcinoma (DLD-1) cell lines. Essential oils were cytotoxic with IC50 ranging from 35 to 50 microg/mL. (+)-alpha-Bisabolol exhibited pronounced activity (IC50 14 microg/mL) against both cancer cell lines. It also exhibited interesting cytotoxic activity (IC50 23 microg/mL) against human glioma (U251), higher than the one observed for (-)-alpha-bisabolol (IC50 34 microg/mL), which is known for its apoptosis-inducing effect against glioma cells.

J Ethnopharmacol. 2012 Jun 14;141(3):1012-20. doi: 10.1016/j.jep.2012.03.046. Epub 2012 Apr 4.
Populus balsamifera L. (Salicaceae) mitigates the development of obesity and improves insulin sensitivity in a diet-induced obese mouse model.
Harbilas D1, Brault A, Vallerand D, Martineau LC, Saleem A, Arnason JT, Musallam L, Haddad PS.
ETHNOBOTANICAL RELEVANCE:
: In previous in vitro bioassay studies, Populus balsamifera L. (Salicaceae), a medicinal plant ethnobotanically identified from the traditional pharmacopoeia of the Cree of Eeyou Istchee (Eastern James Bay area of Canada), exhibited a strong anti-obesity potential by potently inhibiting adipogenesis in 3T3-L1 adipocytes. The aim of the study is to evaluate the effectiveness of this plant extract in mitigating the development of obesity and the metabolic syndrome in diet-induced obese (DIO) C57BL/6 mice.
MATERIALS AND METHODS:
Mice were subjected for eight weeks to a standard diet (CHOW), a high fat diet (HFD; DIO group), or HFD to which Populus balsamifera was incorporated at 125 and 250 mg/kg.
RESULTS:
The results showed that Populus balsamifera decreased in a dose-dependent manner the weight gain of whole body, retroperitoneal fat pad and liver as compared to DIO controls and reduced the severity of hepatic macrovesicular steatosis and triglyceride accumulation. This plant extract also decreased glycemia in the second half of the feeding period and improved insulin sensitivity by diminishing insulin levels and the leptin/adiponectin ratio, as well as augmenting adiponectin levels. These effects were associated with slightly but significantly reduced food intake with 250 mg/kg Populus balsamifera as well as with an increase in energy expenditure (increase in skin temperature and increased expression of uncoupling protein-1; UCP-1). Data also suggest other mechanisms, such as inhibition of adipocyte differentiation, decrease of hepatic inflammatory state and potential increase in hepatic fatty acid oxidation.
CONCLUSION:
Taken together, these results confirm the potential of Populus balsamifera as a culturally adapted therapeutic approach for the care and treatment of obesity and diabetes among the Cree.


Van Populier boom, kap. LXVIII Dodonaeus 1554

Van populierbomen zijn er twee soorten. De ene wordt witte populier genoemd en de andere zwarte populier en beide deze geslachten zijn hier te lande zeer gewoon. (Populus alba en Populus nigra)
 
Vorm. 
1 De witte populierboom heeft grote en dikke takken waarvan het hout wit is en niet zo hard om te snijden of te bewerken. De schorsen zijn witachtig, vooral aan de takjes. De bladeren van deze bomen zijn eerst rondachtig en lijken veel op de bladeren van perenboom, maar veel groter en als ze oud geworden zijn dan krijgen ze hoeken. En deze bladeren zijn aan de ene kant wit, zacht en wolachtig en aan de andere kant effen, kaal en groen. En klateren en geven geluid als ze door de wind tegen elkaar gesmeten worden.
2 De zwarte of gewone populierboom is van struiken, takken en hout de andere gelijk. De schorsen zijn ook effen. De bladeren zijn de bladeren van de andere vrij gelijk, maar zijn niet zacht of wolachtig en ze klateren ook als ze door de wind tegen elkaar gedreven worden. En voor deze populierbladeren voortkomen brengen ze kleine knoppen voort die zeer welriekend zijn waar een gele, lijmachtige vettigheid in is en van deze knoppen wordt de zalf gemaakt die men populierzalf noemt.
Beide deze bomen groeien graag in vochtige, lage plaatsen als in beemden en bij grachten, staande en stromende wateren.
Populierbomen botten uit op het eind van maart en in april en dan moet je de knoppen plukken waar je de populierzalf van wil maken.
 
Naam.
1 De witte populierboom wordt in Grieks Leuce genoemd. In Latijn Populus alba. In Hoogduits Pappelbaum, Weisz Alberbaum en Weisz Popelweiden. Hier te lande abeelbomen en daar naar door sommige ongeleerde in Latijn Abies zeer foutief want Abies is een soort en geslacht van dennenbomen als wij hierna verklaren zullen. 2 De andere populierboom wordt in Grieks Aegeiros genoemd. In Latijn Populus nigra. In Hoogduits Aspen en Popelweiden. Hier te lande populier en populaere. In Frans peuplier.
 
Natuur
1 De bladeren en schorsen van de witte populierboom zijn getemperd en middelmatig in warmte en koude, maar wat droog en afjagend.
2 De knoppen van de zwarte en gewone populier zijn warm en droog tot in de eerste graad en subtiel van substantie.
 
Kracht en werking.
De schors van witte populieren die in wijn gekookt worden laten water maken en genezen de koude druppelplas en zijn goed te gebruiken door diegene die het reuma, dat is pijn in de heup hebben.
Het sap van de bladeren verzacht de pijn en geneest de zweren van de oren als het daar in gedruppeld wordt.
De bladeren en jonge knoppen van de zwarte populier verzachten de pijn van het jicht aan handen en voeten als het klein gestampt en daarop gelegd wordt.
De zalf die van de populier knoppen gemaakt wordt is goed tegen alle verhitting en tegen alle vers geslagen, gestoten of gevallen builen en zwellen als het daar op gestreken wordt.

Comments