Pastinaca / Pastinaak

Van oorsprong is pastinaak een Zuid-Europese soort, zij werd reeds heel vroeg naar het noorden meegenomen om aldaar verbouwd te worden. In Zwitserland werd de Pastinaak reeds door de paalbewoners verbouwd. Een dergelijke suikerrijke en voedzame plant moest wel in aanmerking komen om aangeplant te worden. Een Duitse volksnaam luidt Zuckerwurzel, wat nadere uitleg overbodig maakt. 
Jacob Cats kende de plant ook en dichtte: Veracht geen cykorey, veracht geen pastinaken, Sij konnen voor u volck bequame spijse maken.We zoeken dan ook niet tevergeefs naar de plant in de Capitulare de villis. Deze Capitulare de villis was een verordening van Lodewijk de Vrome uit 795, om bepaalde planten en bomen op zijn landgoederen aan te planten, hetzij als voedselplant, hetzij als geneeskruid. De Pastinaak komt daarin voor onder: Pastinacas. 
Een dergelijke, vroeger tot voedsel dienende plant heeft uiteraard al naar de streek een dialectische vorm of verbastering gekregen. De meest voorkomende namen zijn Pinksternakel (heeft niets met Pinksteren te maken), Paternakel, Pasternaken, Pastinakel, Wilde pastinake en Moespastinake.
Omdat de penwortel veel gelijkenis vertoont met die van de peen ontstonden namen als Dolle pee, Witte peen en Witte wortel. Dit witte in tegenstelling tot de rode penwortel van de Peen. Bij Heukels vinden we zonder nadere aanduiding de namen More(n) en lamme moren; deze zullen hun oorsprong wel hebben gehad in hetgeen we in 'Den grooten Herbarius met als sijn figuren Die Ortis sanitatis' vinden, tamme moeren.

Bij Fuchsius (1543) staat ze als Morkens vermeld. Deze namen zijn afkomstig van de Oudduitse woorden Moraha en Morha. De huidige Duitse naam voor deze laatste is Möhre. De reeds genoemde volksnaam Dolle pee op Overflakkee heeft niets te maken met dol in de betekenis van gek of duizelig worden na het eten van de wortel, maar is te verstaan als tegenstelling tot tam of gekweekt, dus wild en oneetbaar. Deze naam moet dus wel ontstaan zijn nadat de Pastinaak niet meer als voedsel gekweekt werd.

Teelt van pastinaak
De pastinaak ontwikkelt in een luchtige grond een extra lange wortel. Spit daarom het zaaibed diep om of zorg in elk geval voor losse, humusrijke grond. Hark de bovengrond goed los en zaai de pastinaak in 1 tot 2 cm diepe geultjes op 35 cm van elkaar. Later dun je de jonge planten tot op 15 cm in de rij. Om zaad te sparen kun je om de 15 cm een viertal zaadjes in de voor leggen. Extra lange wortels bekom je door met een grondboor één meter diepe gaten te maken en die op te vullen met teelaarde of losse zandgrond. In elke schacht leg je enkele zaden. Zaai tijdig, in ieder geval voor eind april. In maart moet je het zaaibed met doorschijnend plastic afdekken. Door te vroeg te zaaien verhoog je de kans dat de planten door de kou gaan doorschieten en onvoldoende wortel ontwikkelen; later zaaien levert dan weer kleinere wortels op.

Gegevens over Pastinaca sativa
familie: schermbloemen eetbaar gedeelte: wortel, jonge stengel
zaaien: vanaf maart-april
plantafstand: 15 x 35 cm zaaidiepte: 1-2 cm
kiemvermogen: 1-2 jaar
oogsten: eind oktober tot half maart
bodem: lichte, iets vochtige grond, bij voorkeur humeuze zavel- of zandgrond
bemesting: matig groei: tweejarig; eenjarig gekweekt
vermenigvuldiging: zaad
standplaats: zon
bewaren: vollegrond, in gekuild

Recept: Gevulde aardappel met pastinaak
Laat enkele grote, rauwe aardappelen in de over gedurende 3 kwartier in een oven op 200° gaar worden. Kook pastinaakwortel met zout en venkelzaad gaar, pureer de pastinaak met wat kervel , met andere groene kruiden zoals bieslook en zure room, vul de aardappels met de puree. Laat de gevulde aardappels nog even in de oven onder de grill bruin worden.




Comments