Parthenocissus sp. / Wilde wingerd

Wilde wingerd (Parthenocissus) is een geslacht van houtige klimplanten uit de wijnstokfamilie (Vitaceae). Het geslacht komt tegenwoordig van nature voor in Noord-Amerika, Oost-Azië en de Himalaya. Naast Wilde wingerd wordt het geslacht ook wel kortweg Wingerd genoemd.

Planten uit het geslacht worden vaak gebruikt als sierplant. Het geslacht bestaat uit ongeveer 12 soorten, die elk meestal nog verscheidene variëteiten en cultivars kennen.[1][2] Die soorten zijn als volgt onder te verdelen:

Uit Azië:

Drie-bladig:
Parthenocissus chinensis C.L.Li: Dze soort groeit in droge streken op hoogtes tussen 1300 em 2300 meter in China in het westen en zuidwesten van Sichuan en in het noordwesten van Yunnan.
Parthenocissus heterophylla in China en Taiwan.
Parthenocissus semicordata (Wall. ex Roxb.) komt voor in de Himalaya.
Parthenocissus feddei (H.Léveillé) C.L.Li: Gevonden op rotsige plaatsen op hoogtes tussen 600 en 1100 meter in de Chinesischen Provincies: Guangdong, Guizhou, Hubei en Hunan.[3]
Vijf-bladig:
Parthenocissus henryana, Chinese wilde wingerd afkomstig uit China
Parthenocissus laetevirens Rehder: Deze soort groeit in bossen tussen bergen op hoogtes tussen 100 en 1100 meter in de chinese Provincies: Anhui, Fujian, Guangdong, Guangxi, Henan, Hubei, Hunan, Jiangsu, Jiangxi, Sichuan en Zhejiang.

Eén- en drie-bladig:
Parthenocissus suberosa Handel-Mazzetti: Deze soort groeit op rotsen op hoogtes tussen de 500 en 1000 meter in de Chinese provincies: Guangxi, Guizhou, Hunan en Jiangxi.[4]
Parthenocissus tricuspidata, Oosterse wingerd uit China en Japan, een winterharde, zelfklimmende soort die 5-10 meter hoogte kan bereiken.
Parthenocissus dalzielii Gagnepain: Deze soort groeit in China in bossen op hoogtes tussen 200 en 3800 meter.
Uit Noord-Amerika:

Zeven- en vijf-bladig:
Parthenocissus heptaphylla in Texas en Mexico.
Parthenocissus vitacea, valse wingerd (Knerr, Hitchc.) komt voor in Noord-Amerika
Parthenocissus quinquefolia, de vijfbladige wingerd, komt voor in het oostelijk deel van Noord-Amerika. Dit is een klimplant die in het wild meer dan 30 meter hoog kan worden.

Arch Pharm Res. 2004 Mar;27(3):300-4.
Antioxidant caffeic acid derivatives from leaves of Parthenocissus tricuspidata.
Saleem M1, Kim HJ, Jin C, Lee YS.
Five caffeic acid derivatives; methyl ester of caffeoylglycolic acid (1), dimethyl ester of caffeoyltartaric acid (2), dimethyl ester of caffeoyltartronic acid (3), monomethyl ester of caffeoyltartronic acid (4), methyl ester of caffeic acid (5), and some other secondary metabolites including; quercetin, quercetin 3-O-beta-D-glucuronide methyl ester, kaempferol, 3,5,7,4'-O-tetramethylkaempferol, beta-sitosterol glucoside, 2alpha-hydroxyursolic acid and 2,24-dihydroxyursolic acid, have been isolated and characterized. All the isolated compounds were characterized with the help of NMR spectroscopy and mass spectrometry. Structure of compound 3 was also confirmed by a single X-ray crystallographic technique. Isolates were evaluated for antioxidant activities and most of the tested compounds were found to be potent in DPPH free radical scavenging (IC50 = 4.56-14.17 microg/mL) and superoxide anion scavenging (IC50 = 0.58-7.39 microg/mL) assays.

Parasitol Res. 2007 Jun;101(1):237-41. Epub 2007 Jan 9.
Antiplasmodial activity of novel stilbene derivatives isolated from Parthenocissus tricuspidata from South Korea.
Son IH1, Chung IM, Lee SJ, Moon HI.
New stilbene glycoside, piceid-(1-->6)-beta-D -glucopyranoside (compound 2, Fig. 1), was isolated from the MeOH extract of the leaves of Parthenocissus tricuspidata (Vitaceae) together with four known compounds, piceid (compound 1, Fig. 1), resveratrol (compound 3, Fig. 1), longistylin A (compound 4, Fig. 1), and longistylin C (compound 5, Fig. 1). Their structures were determined spectroscopically, particularly by 2D nuclear magnetic resonance (NMR) spectroscopic and chemical analysis. The antiplasmodial activity of isolated compounds were determined in vitro against a chloroquine-sensitive strain of Plasmodium falciparum (D10). Among the compounds isolated, piceid-(1-->6)-beta-D-glucopyranoside (2) had the most potential inhibition, with inhibitory concentration (IC(50)) values of 5.3 microM. To our knowledge, antiplasmodial activity of functional group position of stilbene is now being reported for the first time in this study. The result shows that the 3, 4'-position in stilbenes might play an essential role in antiplasmodial activity.


Comments