Osmunda regalis / Royal fern / Koningsvaren

The name Osmunda probably comes from the Saxon os (meaning house) and mund, peace, so it was a symbol of domestic peace. Another etymological explanation is that is comes from the Latin with os meaning bone, and mundare meaning to cleanse. This would refer to its use for diseases of the bones caused primarily by malnutrition (e.g. rickets). Regalis means royal or regal in Latin. It is a member of the Osmundaceae family of plants.

Like bracken seeds which were supposed to make the holder of these invisible, there is also a legend regarding the sporangia (seeds or spores) of the Royal fern. It was supposed to have magical powers, and to uproot a fern, or at least to harvest its seeds, one had to draw a circle around oneself and the fern, and then withstand the onslaught of demons. However it was worth the fright, because a person who had the fern seeds could command demons and defeat them they also would have wishes granted and would also be able to understand the language of trees. Also secrets would be revealed to them. Clearly it was worth braving a few demons to obtain the fern, although this could only be done on the evening before Easter. The fronds are fertile in April so this makes some sense.
  The fronds were once combined with wild ginger and given to children who suffered from convulsions caused by parasitical worms.                                    
  Hairs of the Royal fern were formerly  mixed with wool to make cloth, while the roots were the source of Osmunda fibre, which was very popular for potting orchids.
  The root of the Royal fern is mucilaginous and soothes the mucous membranes, so was used in a decoction for jaundice, to remove stones from the internal organs, and a conserve made from the root was given in cases of rickets. It was also recommended for lumbago and the young fronds were made into an ointment which was used on bruises, dislocated bones and wounds. The fronds were used externally as a poultice for rheumatism.
   
John Gerard, writing in the 16th century had this to say about the royal fern:-
“The root and especially the heart or middle thereof, boiled or else stamped and taken with some kind of liquor, is thought to be good for those that are wounded, drybeaten and bruised, that have fallen from some high place.”
  He is a little vague as his wisdom came from older more ancient herbalists. Nicholas Culpeper, writing his Herball in the 17th century had this to say about the medicinal properties of the Royal fern:-
“Government and virtues. Saturn owns the plant. This hath all the virtues mentioned in the former ferns, and is much more effectual than they, both for inward and outward griefs, and is accounted singular good in wounds, bruises, or the like. The decoction to be drank or boiled into an ointment of oil, as a balsam or balm, and so it is singular good against bruises, and bones broken, or out of joint, and giveth much ease to the cholic and splenetic diseases; as also for ruptures or burstings. The decoction of the root in white wine, provokes urine exceedingly, and cleanseth the bladder and passages of urine.”
  
Modern day science recognizes that the Royal fern has antispasmodic, antioxidant, antibacterial and astringent properties. In the International Journal of Pharmaceutical and Biological Archives, 2011, vol.2 (1) pp559-62, “Preliminary Antibacterial and Phytochemical Assessment of Osmunda regalis L.” Toji Thomas concludes:- “Leaves can be recommended as a source for isolating and characterizing new antibacterial drugs for modern medicine.” It seems that those ancient ferns will have a productive modern use.



Uit de oude kruidenboeken oa Dodonaeus

 (Dodonaeus) (a)’De wortel is dik en groter dan die van enig ander varenkruid en met vele dikke zwarte vezels begroeid waar in het midden er van wat witachtigs gevonden wordt dat men voor het beste van deze wortel houdt. De binnenste witheid die in de wortel van dit gewas gevonden wordt plag van de veldscheerders veel gezocht en geacht te worden en ze noemen het de kern van Osmunda’.

Osmund the water-man, de wortel is groot en dik en bedekt met vele schubben. In de harde wortels  zie je in het midden een groot en hard houten deel met wat klein en witachtigs, dat is het hart van Osmund the waterman. Gerard, die de stengel van de plant beschrijft die doorgesneden een wit centrum laat zien, noemt dat gedeelte het ‘heart of Osmund the Waterman’. Een waterman van deze naam heeft, volgens de traditie, geleefd bij Loch Tyne. Toen deze brave man eens zijn familie verdedigde tegen de brute Denen schuilde hij onder de grote takken van deze geweldige plant die meer een struik is dan een varen.

Dodonaeus (b) ‘Hier te lande heet dit gewas groot varen of wild varen, in Hoogduitsland Grosz Farn. Het is ook koninklijk varen genoemd, zegt Lobel, of Osmunda regalis, maar is in Nederland en Engeland meer te vinden dan in Italië en andere landen Zuidelijk gelegen’.
Koninklijke varen, koningsvaren, grote varen, Duitse Königsfarn, Rispenfarn, der weit gros Farn bij Bock. Frans fougere royal Engelse osmond royal, king fern, royal osmund fern, royal bracken of buck horn brake, ze breken er door.
Dodonaeus (c) ‘In het Latijn heet het hier bij de gewone man Osmunda’.
Osmunda zou zo genoemd zijn naar een Keltische/Saksische god, Osmunder, de bijnaam van Thor. Osmunda is bekend uit de middeleeuwse Engelse bronnen, het woord kan verbonden worden met de naam Osmund. Sommige geloven dat het woord een vredelievende betekenis heeft, van os: huis, en mund: vrede, hoewel het woord mund evenwel ook gebruikt werd aan een naam om iets toe te voegen en dan betekende het kracht en sterkte, vergelijk Sigismund en Edmund. De naam Osemende komt voor in Gothisch Arzneibuch. Osmunda komt voor in een 13deeeuwse Engelse woordenlijst en wordt weergegeven met bonwurt: een beenkruid. Het Latijnse os: betekent dan been of mond, het zou dan of been- of mondzuiverend zijn.

Naar alle waarschijnlijkheid werd het origine van het woord  gebruikt door de oude botanisten die verscheidene planten verwijzen die ‘mundyfye’ werken, wat betekent dat ze kracht geven. In 1485 schreef men os‑mundi. Duits Osemende, Franse osmonde, Italiaans en Spaans osmunda
Dodonaeus (d) “Maar beter heet het Filix palustris of Filix aquatilis alsof men watervaren zei, andere noemen het Filicastrum. Het kruid zelf noemen de veldscheerder Osmunda of watervaren, in het Engels water ferne. Duits Tonnerstrahl of Wasserstrahl, Engels water fern.
Dodonaeus (e) ‘Vele alchimisten noemen het Lunaria major, Valerius Cordus maakt er Filix latifolia, dat is breedbladig varenkruid van, in het Latijn ook Filix florida, dat is bloeiende varen.’.
Engelse common flowering fern, dich fern, pluimvaren of trosvaren, naar de sporenhoofdjes die boven aan het blad in een tros zijn verenigd, Duitse Koningstraubenfarn.
(f) St. Christopher heeft zijn naam aan deze varen gegeven,  het is de Engelse herb Christopher. Ook het Duits heeft St. Christoffelskraut, mogelijk heeft het die naam gekregen omdat het kruid langs rivierstromen groeit zoals Christopher gewoon was om mensen over de stroom te dragen.
 
Gebruik.
Zo was het gebruik vroeger. (Dodonaeus) ‘Men houdt deze wortel van groot varen voor zeer nuttig (en vooral het middelste er van wat voor het beste en allerkrachtigste van die gehouden wordt) en niet alleen om alle wonden, kwade zeren en kwetsingen te genezen, maar ook om te helpen al diegene die gescheurd zijn, enig lid geslagen, geblutst, gekrakt, verstuikt of door een hoge val ontsteld hebben, te weten als men die gekookt of ook gestoten met enig nat ingeeft en daarom wordt ze van de gewone meesters en veldscheerders bij de wonddranken gedaan en veel gebruikt.
Zelfs er zijn sommige die verzekeren willen dat deze wortel zo krachtig is dat ze het bloed dat ergens in het lichaam geklonterd en gestold is en vast blijft steken ontdoen kan en van buiten door de wond drijven en voort laat komen.
Osmunda of watervaren is goed en geschikt om te gebruiken want het is niet onlieflijk van reuk en wat warm van aard en heet van smaak. Het binnenste van de wortel (kern genoemd) geneest de miltzuchtige en diegene die met pijn van de buik of darmen gekweld zijn, gedronken en gestoofd.
Sommige zeggen dat dit watervaren machtig is om te doen al hetgeen dat men het boomvaren toeschrijft, maar voor alles dat de bladeren er van met varkensvet gestoten en op een doek gestreken en op de breuken gelegd die in vijf dagen genezen.
Andere geloven dat groot varen alle krachten heeft die van Dioscorides zijn tweede Sideritis toegeschreven zijn, te weten zeer nuttig is tot alle kwetsingen en zeer heilzaam van krachten. Ze zeggen ook dat als een kwelend kind daarmee berookt wordt genezen zal’.
 
De wortelstok en vruchtwijze werden vroeger gebruikt tegen rachitis, door klier- en teringlijders. De nog niet opgerolde bladeren kunnen gekookt en gegeten worden, na eerst het roestkleurige deel van het blad verwijderd te hebben. Een kruid van Saturnus. Symbool van dromen, dreams.
De dromen worden veroorzaakt doordat deze varen gebruikt werd om op te slapen in vroegere dagen.
Ofschoon de soorten groot in aantal en variabel in vorm zijn, bezitten er maar weinige nuttige kwaliteiten. Alleen de wortelmassa's worden als bodem gebruikt waarin orchideeën of andere epifytische planten gekweekt worden. Velen zijn in hun respectievelijke landen medisch in gebruik geweest hoewel men vragen kan stellen over hun medische krachten.
Volgens de Slavische mythologie hebben de sporen die Peruns bloemen genoemd worden magische krachten. Ze geven hun bezitter de kracht om demonen te verslaan, vervullen wensen, openen geheimen en verstaan de taal van de bomen. De sporen te verzamelen is een angstig en moeilijk proces. In vroege tradities moest het verzameld worden in de nacht van Kupala, na het invoeren van het Christendom is de datum gezet op Paasnacht. De mens die Peruns bloemen wil bemachtigen moet die avond in een cirkel staan om de aanvallen van demonen te weerstaan.


Comments