Laminaria sp. / Zeewieren

Groenwieren

Groenwieren (Chlorophycota, Chlorophyta) zijn een- of meercellige, groengekleurde wieren. Groenwieren hebben hetzelfde type bladgroen (chlorofyl b) als landplanten. Mede daarom worden ze als voorouders van de landplanten beschouwd. Groenwieren komen in bijna alle leefmilieus voor. Sommige soorten leven zelfs in andere organismen waar ze voor de energievoorziening zorgen; dit is bijvoorbeeld het geval bij enkele korstmossen. Groenwieren komen alleen vlak onder het oppervlakte van water voor en groeien snel. De schatting is dat er zo'n 1800 verschillende soorten groenwier zijn.
 
De bekendste groene zeewieren zijn:
zeesla en
rotswier.
 
Overige groenwieren:
Vederwier
Borstelwieren

Zeesla / Ulva lactuca, Ulva fasciata, Ulva fenestrata

Zeesla. Ook al lijkt het er wel op, zeesla is geen familie van de gewone sla. Zoals de naam al zegt groeit het in de zee. En het is dus een wier, geen plant.
Ulva is Latijn voor ‘moeras plant’, wat verwijst naar dit nederige, felgroene zeewier. De zeer dunne, brede, platte bladeren zijn teer, golvend en transparant. Ze lijken op slabladeren en groeien tot 50 cm lang in verschillende vergelijkbare vormen. Bijna cirkelvormig of ovaal, of lang en dun met gehavende randen en geperforeerde gaten. Zeesla lijkt op en voelt als vetvrij papier, met een zijdezachte textuur. De meeste soorten zijn maar een of twee cellen dik.
Het groeit op een ondergrond waar het zich aan vastklampt met het "houvast". Die ondergrond kan bestaan uit stenen,maar zeesla kan ook op schelpdieren groeien!

Vindplaats
Over de hele wereld; in rustige wateren, stille baaien, getijden meertjes, wadden en zoutwater moerassen, maar ook op rotsachtige kusten.

Het oogsten en klaarmaken van zeesla
Eenjarig wier. Oogsten in het vroege voorjaar tot aan het einde van de zomer, kan 2 x per seizoen gesneden worden. Het gedijt goed in zowel voedingsstof-rijke als vervuild water, dus let goed op de oogstplaats. Pluk of snij de zeesla boven zijn ‘houvast’ bij laagtij. Los drijvende planten mogen geoogst worden mits zij vers en felgroen van kleur zijn. Spoel de bladeren goed af en droog ze snel op grasmatten, katoenen lakens of kranten. 
Eet het vers met citroensap of in een groene salade. Rooster het in de oven op 95º en verkruimel het als smaakmaker in granen, soepen, salades. Voeg het toe aan vlees, vis, oesters en groenten. Of pak er vis mee in. Frituur het, of hak het fijn voor in een salade. Kook het samen met spinazie of fijngesneden kool. Eet het als snack, zoals nori of drink het als hete thee. Of sauteer zeesla in olijfolie en blus dit af met shoyu en gembersiroop. Gedroogd, in vlokken, kan het over aardappels gestrooid worden als extra smaakmaker.

Smaak
Fris en sterk, lijkt op zuring. Gemengd met dulse noemt men het "zeepeterselie".

Gezondheidsvoordelen en toepassingen
  • Rijk aan eiwit, ijzer, calcium, mangaan, kalium, kiezelzuur en de vitaminen A, B en C.
  • Kruidenremedie: virus dodend (influenza), middel bij jicht, tuberculose en darmwormen. Als kompres bij neusbloedingen, migraine, brandwonden, snijwonden en andere wonden. Vermindert ontstekingen.
  • Hydrotherapie: verbetert de huidconditie, stimuleert de vorming en het herstel van collageen en elastine, hydraterend, voedend en verjongend. Verhoogt de huidvitaliteit en helpt tegen een matte huid.
  • Overige: wordt gebruikt als dier- en aquariumvoedsel.

Bruinwieren

Bruinwieren  (Phaeophycota, Phaeophyta, Phaeophyceae) zijn meercellige, bruingekleurde wieren met een ingewikkelde bouw. Ze zijn vaak vertakt, met blad- en stengelvormige structuren. Bruine wieren komen vrijwel uitsluitend voor in zee. Tot deze groep behoren de grootste zeewieren op aarde: het reusachtige kelp (Laminaria) kan tot 70 meter lang worden! Verschillende soorten bruine wieren vormen aan de Europese kust een opvallende verdeling van de getijdenzone.We zijn in totaal zo'n 1800 verschillende soorten bruinwier.
 
De bekendere bruine zeewieren zijn:
  • Arame
  • Blaaswier
  • Hijiki
  • Kelp
  • Korstwier
  • Kombu
  • Wakame
  • Zeepalm
  • Zeespaghetti
Fucus / Blaaswier
Fucus is een geslacht van bruinwieren die in de intergetijdenzone voorkomen op harde substraten. Hun thalli zijn parenchymatisch en taai. Hun lamina (bladschijven) zijn afgeplat, subdichotoom en voorzien van een middennerf en van haartoefjes verspreid over het oppervlak. De voortplantingsstructuren zijn beschut in conceptacula die gegroepeerd zijn in eindelingse receptacula. Behalve zee-eik (klein en gezaagd) behoort ook blaaswier tot dit geslacht.
 
Blaaswier(Heeft vele verschillende namen en een aantal varianten)Fucus evanescens, Ascophyllum nodosum (knotswier), Fucus vesiculosus (blaaswier), F. spiralis, F. disticus, F. gardneri, F. serratus. 

Blaaswier, één van de meest voorkomende bruine zeewieren, is de gewone naam voor deze Fucus (Grieks voor ‘zeewier’) soort, omdat de luchtblazen van het blaaswier helpen het te laten drijven in het water. Blaaswier is olijf- tot geelgroen van kleur, met een sterke, leerachtige structuur, en heeft platte, Y-vormige, boomtakachtige bladeren van circa 60 centimeter tot 1 meter lang die met veelvuldige trossen naar beneden hangen vanaf een zeer klein, schijfvormig ‘houvast’. Kleine en jonge zeedieren vinden in dexe trossen beschutting.

De west en noordoost kust van de Verenigde Staten, Japan en Europa. In de zone van gemiddeld tot hoog water. 

Het oogsten en klaarmaken van blaaswier
Meerjarige plant. Wordt op het strand gevonden als het is aangespoeld na een storm. Het hele jaar door te oogsten. Verzamel de toppen boven het ‘houvast’ en laat de harde, houtachtige stengel achter om nieuwe takken te laten groeien. Moeilijk wier om te oogsten, omdat het op gladde, rotsige plaatsen groeit. Droog het in de zon aan lijnen of op matten tot het diepgroen van kleur is en de plant een ruwe, hobbelige oppervlakte heeft. 
Vers, gedroogd en als vlokken of poeder verkrijgbaar. Ook in capsules, en in oliën of als zeewierextract. Kan in kleine hoeveelheden worden gegeten en als thee worden bereid. Gebruik het om soepen en stoofpotten te verdikken. 

Smaak 
Mild en zoutzoet. 

Gezondheidsvoordelen en toepassingen
Rijk aan jodium, magnesium, broom, fosfor, zink, ijzer, kalium, eiwit, algin, slijmstoffen, mannitol, fucoidan, lysine, fytohormonen, antioxidanten en vitaminen A, C, E en K. Voor de ontdekking van jodium werd blaaswier al gebruikt. Het is vooral geschikt om de stofwisseling te bevorderen en vetten en koolhydraten te verbranden.

Kruidenremedie: Stimuleert het immuunsysteem, verlicht ontstekingen, reguleert de schildklier, helpt bij krop en bij het afvallen, verzacht bij problemen met de lymfeklieren, reinigt de nieren en werkt vocht afdrijvend, kalmeert pijnlijke gewrichten, ontgift lichaamsweefsels, bestrijdt vrije radicalen, stimuleert de bijnieren, ondersteunt het herstel na chronische ziekte, helpt bij artritis, bevordert het herstel van verzwikkingen en kneuzingen, helpt tegen jicht, behandelt vergrote of verharde klieren, reguleert bloedsuiker, bestrijdt bacteriële en schimmelinfecties, verdunt het bloed, preventief bij kanker. Werd ook gebruikt bij tuberculose.
Hydrotherapie: Verstevigend, revitaliserend, verbetert de veerkracht, helpt bij het afslanken, hydraterend, ontgiftend, antioxidant en anti-verouderingsmiddel. Vermindert cellulitis.
Overige: Tuinbemesting, grondverbeteraar, diervoeding, verpakkingsmateriaal voor zee voedsel.


Kelp / Macrocystis sp.
Kelp is de verzamelnaam voor algensoort met grote bladeren, die in de koudere kustgebieden op rotsen groeit, de familie der Laminariales. Er vallen ongeveer dertig soorten onder, naast de Laminariales ook Macrocystis en Nereocystis. De bekendste kelpsoort is wellicht Kombu (Lamionaria japonica) wat veel gegeten wordt in Azië.
 
Reuzenkelp
Macrocystis integrefolia (heeft een schoenachtige ‘houvast’), Macrocystis pyrifera (heeft een kegelvormige ‘houvast’), Macrocystis angustifolia

De reuzenkelp, het grootste wier, is donkergroen tot bruin van kleur, met een lange stengel die tot honderden meters lang kan groeien. Aan de hoofdstengel bevinden zich series dunne, taps toelopende, getande bladeren van circa 60 centimeter, die donkergroen tot bruin van kleur zijn. Ieder blad heeft zijn eigen knolvormige vlotter. Macrocystis, dat in het Grieks ‘grote blaas’ betekent, is een indrukwekkend zeewier van zeer grote lengte. Variërend van 180 tot 250 meter lang, de langste van alle zee- en landplanten, is het ook één van de snelst groeiende planten ter wereld. De reuzenkelp kan namelijk met drie meter per dag groeien!

Vindplaats
Rotsachtige kusten aan de open zee waar de golfslag niet te sterk is. De westkust van de Verenigde Staten van Alaska tot Zuid-Californië; Noord- en Zuid-Amerika, Japan, Australië, Nieuw- Zeeland en Zuid-Afrika.

Het oogsten en gebruiken van de reuzenkelp
Meerjarige plant, wordt op het strand in stapels gevonden na een storm. Snij alleen de bovenste eerste meter er af, zodat de plant verder kan groeien. Hang het aan waslijnen in de zon tot het broos is geworden. Wordt verkocht als vlokken, in poedervorm, in tabletten en capsules. Gebruik het als een zoutvervanger of als vitaminesupplement. 

Smaak: Zout.

Gezondheidsvoordelen en toepassingen
  • Rijk aan algin, vitamine E en mannitol.
  • Kruidenremedie: Bestrijdt vrije radicalen; behandelt bloedarmoede tijdens zwangerschap.
  • Hydrotherapie: Stimulerend, verstevigend, revitaliserend, bevordert de veerkracht en helpt bij het afslanken.
  • Overige: Tuinbemesting en diervoeding.
Zeespaghetti / Himanthalia elongata

Omschrijving
Zeespaghetti, ook wel riemwier, bestaat uit twee à drie meter lange groenbruine slierten en lijkt op spaghetti. Deze slierten komen samen in een 'voetje' dat vastgehecht zit aan een steen of schelp. Dat voetje is het eigenlijke wier. De slierten zijn de voortplantingsorganen. Riemwiervoetjes zijn vaak begroeid met allerlei kleine wiertjes en zeedieren. Zeespaghetti leeft maar een paar jaar en plant zich slechts één keer voort, daarna sterft het.
 
Vindplaats
De west- en noordoost kust van de Verenigde Staten, Japan en Europa. Groeit niet aan de Nederlandse kust, maar op het strand kun je regelmatig hele bossen losgeslagen zeespaghetti vinden. Deze komen van Normandië, Bretagne of van de zuidkust van Engeland. In de zone van gemiddeld tot hoog water. 

Het oogsten en klaarmaken
Het is als magie; ze komen elk jaar weer tevoorschijn in het midden van de winter. Ze groeien met een wonderbaarlijke snelheid en zijn in het midden van de lente op hun best. Tijdens deze periode worden ze door de duikers van Porto Muinos met de hand geoogst aan de rotskusten van Salicyl. Dit is de periode dat de lange slierten op hun zachtst, meest smaakvol en voedzaam zijn. Rijk aan vezels, hoog ijzergehalte en een smaak die aan kokkels doet denken. Het kan zowel rauw als gekookt gegeten worden en de textuur en smaak maken van de zeespaghetti één van de meest favoriete algen uit de Atlantische zee. Dit tere, zilte bruinwier lijkt door zijn lange slanke vorm op spaghetti. Zeespaghetti is goed te combineren met vis, groenten of groenteschotels en zeevruchten.

Smaak 
Ziltig. 

Gezondheidsvoordelen en toepassingen
Rijk aan mineralen en vitaminen in het bijzonder vitamine C.  In 125 gram zee spaghetti zitten vezels (5% Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid), vitamine C (400% ADH), kalium (40% ADH), magnesium (29% ADH), calcium (25% ADH) en jodium (56% ADH).

Kombu / Laminaria saccharina - geherclassificeerd en nu bekend als Saccharina Latissima (zoete kombu of suikerwier, ), L. digitata (vingerkombu, knoop, kombu Breton), L.japonica (kombu), L. longicruris (kelp, knoopwier, paardenstaart kelp) , L. setchellii, L. sinclairii, L. angustata, L. diabolica

Laminaria, dat ‘dun blad’ betekent in het Latijn, kent bijna 30 soorten, waaronder kombu. De verschillende soorten worden vaak onderverdeeld afhankelijk van de vorm van hun ‘houvast’ en bladeren. Deze zeewieren zijn olijfbruin van kleur en kunnen zeer verschillend zijn van structuur en aantal bladeren. Sommigen hebben een enkel, breed blad, anderen hebben meerdere bladeren, sommigen zijn smal en buigzaam, anderen zijn weer omvangrijk en bijna leerachtig. Laminaria setchellii betekent ‘vingerachtig’ en omschrijft de vorm van het ‘houvast’ van het zeewier. Het heeft een stijve stengel tot 50 cm in lengte, met brede bladeren die vanaf de basis van het blad in meerdere delen zijn ingesneden. Laminaria saccharina / Saccharina Latissima is lichtbruin van kleur, heeft golvende randen en een dik, enkel blad met een houtachtige stengel.
 
Geschiedenis
Kombu werd voor het eerst vermeld in het Nihonshoki (de Kronieken van Japan) in 797.  Kombu werd waarschijnlijk al eerder gebruikt maar omdat het redelijk snel verteert zijn er geen overblijfselen gevonden. Rond 1400 werd een nieuwe droogtechniek ontdekt; het zeewier kon langer dan een paar dagen worden bewaard en werd een belangrijk export product van de Japanse Tohoku regio. Met de kolonisatie en toegenomen scheepvaartmogelijkheden verspreidde het gebruik van kombu zich over heel Japan. Sinds deze tijd (1800) werd kombupopulair in de traditionele keuken van Okinawa. Nog steeds is de consumptie van kombu per huishouden in Okinawa het hoogst van alle prefecturen in Japan. In de twintigste eeuw wordt een manier gevonden om kombu te telen en wordt het goedkoper en makkelijker verkrijgbaar.
 
Vindplaats
Oost- en westkust van de Verenigde Staten, Europa en Japan. Halfopen en rotsachtige kustlijn, in de laag tij en de sublitorale zone.

Het oogsten en gebruiken van kombu
Meerjarige plant. Oogsten in het vroege voorjaar of de zomer. Snij net boven het ‘houvast’, waar de vele bladen zich vertakken. Droog de dikke stroken in de lucht en zon door ze over waslijnen te draperen tot ze een diepgroene, bijna zwarte kleur hebben.
Breek in kleinere stukken en laat deze 20-30 minuten in warm water wellen, of kook de stukken gedurende een aantal uren tot ze volledig opgelost zijn in het gerecht waarin het zeewier is verwerkt. Gebruik de kombu gedroogd, vers, bevroren, geroosterd, in de pan gebakken, ingemaakt, gekookt, gewokt, gemarineerd of gekonfijt. Gebruik het bij vlees, of als een wrap voor vis wanneer je deze in de oven bakt of in een stoompan klaarmaakt. Gebruik kombu in sauzen, meng het met andere groenten, rijst, bonen en granen. Maak er bouillon  van, voeg het toe aan de soep, dashi (kombu vormt met bonito vlokken de  basis van deze Japanse bouillon) en stoofpotten, of drink het als thee. Maak het als snack klaar, maal het tot poeder en voeg het aan cakebeslag toe, of als smaakmaker voor gerechten, sla dressing en marinades. Poeder, korreltjes, capsules, kruidenextract. Kombu wordt (industrieel) ook gebruikt om emulgatoren (verdikkingsmiddelen) uit te extraheren. 

Smaak
Natuurlijke smaakversterker, met een karakteristieke, vleesachtige smaak. Geroosterd smaakt het naar bacon. Zoet en zilt.

Gezondheidsvoordelen en toepassingen
Rijk aan jodium, calcium, kalium, magnesium, ijzer, natrium, chroom, eiwit, mannitol, fosfor, alginaat, fucoidan, laminarin, caroteen, germanium, fytohormonen, en de vitaminen A, C, D, E, K en B complex.
Kruidenremedie: Behandelt schildklierstoornissen, reguleert de bloedsuiker, verlaagt de bloeddruk, vermindert cholesterol, voorkomt arteriosclerose, ontgift lichaamsweefsels en kan helpen zware metalen en radioactieve deeltjes uit te scheiden, zuivert het bloed, lost vastzittend slijm op, behandelt gynaecologische klachten, verlicht een zere keel, stimuleert de collageenproductie, gunstig voor de nieren en vocht afdrijvend, verdunt het bloed, helpt bij schimmel- en gistinfecties, verlicht lymfestuwing, vermindert oedeem, bevordert gewichtsverlies, verlicht obstipatie, stimuleert wondgenezing, neutraliseert vrije radicalen, helpt tegen artritis, verlicht spijsverteringsproblemen, stimuleert het immuunsysteem, kalmeert de zenuwen, vermindert stress, belemmert tumoren, verlicht testikelpijn en -zwelling.
Een stukje kombu meekoken met gedroogde peulvruchten laat deze sneller garen en maakt deze lichter verteerbaar.
Hydrotherapie: Verstevigend, bevordert de veerkracht, helpt bij het afslanken, revitaliseert, beschermt de huid, stimuleert de plaatselijke doorbloeding, reguleert talgproductie, bevordert de huidverjonging en het huidherstel. 
 

Laminaria

Scientific Name(s): Laminaria digitata (L.) Lamour or Laminaria bracteata Ag. Family: Laminariaceae
Common Name(s): Brown algae , Devil's apron , kelp , kombu , laminaria , Lamicel , ne-kombu , sea girdles

Botany
Laminaria, a genus of brown algae commonly known as “kelp,” is found primarily in the cold waters of the North Atlantic and North Pacific oceans. 1

History
Laminaria for cervical dilation is used in the form of “tents,” usually made of any hygroscopic (readily absorbs water) material, that are placed to maintain the opening or cause dilation. Dilators are made from the dried stems of laminaria seaweeds. When dried and rounded into a stick-like shape, the dilators are approximately 6 cm (2.5 inches) long with a diameter of 0.3 to 0.5 cm. A strong thread is attached to one end, and a collar prevents migration into the uterus. The stem is hygroscopic and can swell 3 to 5 times its original diameter within 12 to 24 hours. Other natural products used as tents for various purposes include sponges, dried corn stalks, slippery elm bark, and tupelo wood. 2 Hollow laminaria tents were developed in the 1800s to improve uterine drainage, and laminaria coated with wax was designed to release antiseptics as the wax melted.

Tents fell into disuse because of complications caused by infections. This was especially evident in tents derived from land plants because of the inability of sterilization to inactivate Clostridium spores, the causative agents of tetanus, botulism, and gas gangrene. Although laminaria from the ocean harbors relatively nonpathogenic bacteria, polluted waters and poor packaging negated the advantage. However, with the advent of ethylene oxide and gamma irradiation sterilization techniques, interest in laminaria dilators returned.

L. bracteata Ag. ( L. japonica Aresch) is commonly used in soup, candy, and sushi, or is eaten with rice or as a salad. The plant is known as kombu in the Far East and is cultivated in China, Korea, and Japan. 3

Chemistry
Laminarin (laminaran) is a polysaccharide found in laminaria sap. Soluble and insoluble forms are found in algae. 4 , 5 Kelp are rich in algin, a high molecular weight polysaccharide that forms viscous colloidal solutions or gels in water. This property has led to the use of kelp derivatives as bulk laxatives. 6 The constituents of laminaria also include iodine, potassium, magnesium, calcium, and iron. 7 , 8 , 9

Laminaria Uses and Pharmacology
Cervical ripening
Laminaria dilators have been used to dilate the cervix and to induce labor in abortions. When inserted into the cervix, laminaria dilators absorb surrounding moisture and gradually swell to a diameter of approximately one-half inch. While most of the swelling occurs in the first 4 to 6 hours, it may continue for up to 24 hours. Because this is a gradual process, the patient rarely notices pain. At the same time, the cervix is induced to ripening (becoming soft and flexible). The effect is often limited to local cervical ripening; however, stimulation of the cervix can induce labor.

The mechanism of action may be similar to that of a foreign body that, when inserted into the cervical canal, disturbs the normal chorioamniotic balance and initiates a cascade of prostaglandin synthesis. This in turn has myometrial-contracting and cervical-ripening effects. 10 Mediation by arachidonic acid has been suggested, but is not supported by evidence. 11 Cervical dilation may also be the result of partial placental detachment induced by laminaria. 12

Clinical data
A Cochrane review of mechanical methods of labor induction considered trials of laminaria versus placebo, prostaglandins, oxytocin, or extra-amniotic infusion. Most trials were small and evaluated different outcomes, making comparisons difficult. Thus, the review used risk of cesarian delivery as the comparator outcome measure. The lack of blinding in these trials must also be considered a potential source of bias. 13

In trials of laminaria versus placebo, no evidence exists of increased risk of cesarian delivery. Rates of cesarian delivery were the same for laminaria versus oxytocin and for laminaria versus extra-amniotic infusion. Likewise, in trials versus prostaglandins, the risk of cesarian delivery was the same for both groups; however, laminaria caused less hyperstimulation with fetal heart rate changes. No added benefit was found in trials of laminaria added to prostaglandins or to oxytocin. 13

Trials subsequent to the Cochrane review, which included trials up to 2001, have largely found similar results. 14 More recent trials have evaluated laminaria versus misoprostol and mifepristone, finding similar efficacy, but showing an increase in cost, induction times, and pain associated with laminaria. 15 , 16 , 17 , 18 The lack of blinding remains a methodological issue.

The potential exists for adverse outcomes with laminaria dilator use, especially infectious morbidity; endometritis, fetal sepsis, septic shock, and anaphylaxis have been reported. 10 , 19 , 20 , 21 A review of laminaria in cervical ripening found no difference in maternal infection rates for trials reporting infection-related outcomes, but the number of trials was small. 22 A further review concluded that serious infection and anaphylaxis were rare with commercial laminaria devices. 23 In a review of trials using laminaria in mid-trimester abortions, no increased risk of clinically important subsequent pregnancy complications was found. 24

Other uses
Sulfated polysaccharides from marine Laminaria cichoroides exert anticoagulant activity similar to that of heparin, but clinical relevance is unclear. 25 , 26
The basal parts of the blades of L. japonica and L. angustata have been used as a hypotensive agent (ne-kombu) in Japanese folk medicine. 27 Chemical analysis of the blades suggests that histamine and the amino acid laminine may be responsible for this hypotensive effect. 28 , 29
Alginate-containing algae reduce the absorption of radioactive strontium in animals and humans and are used in the management of radioactive intoxications. 30

Dosage
Clinical trials are lacking to provide dosing information for uses other than mechanical cervical dilation.

Pregnancy/Lactation
Laminaria dilators have been used to dilate the cervix and to induce labor in abortions. Information on the use of laminaria for other purposes during pregnancy is lacking. Avoid use.

Interactions
None well documented. Anticoagulant activity has been observed in vitro with sulfated polysaccharides from marine L. cichoroides . 25 , 26 The iodine content of kombu ( L. japonica ) may affect measurement of serum thyrotropin levels. 27

Adverse Reactions
There is a risk of laminaria dilators becoming trapped and fragmenting. 23 , 31 Synthetic laminaria dilators prepared from hydrophilic polymers provide increased levels of structural stability. 32
Increases in serum thyrotropin were observed in healthy volunteers who consumed kombu 15 g daily for 7 to 10 days. Long-term ingestion (55 to 87 days) led to abnormally elevated serum thyrotropin levels, but these returned to normal on discontinuation of consumption. The effect was attributed to the iodine content of the seaweed. Reports of hypothyroidism exist among Japanese populations, but causality has not been established. 27

Bibliography

1. Morton JF. Major Medicinal Plants: Botany, Culture, and Uses . Springfield, IL: Thomas; 1977.
2. Newton BW. Laminaria tent: relic of the past or modern medical device? Am J Obstet Gynecol . 1972;113(4):442-448.
3. Johansen HW, Akioka H. Salad from the sea. Sea Front . 1988;34:136.
4. Windholz M, Budavari S, Blumetti RF, Otterbein ES, eds. The Merck Index; An Encyclopedia of Chemicals, Drugs, and Biologicals . 10th ed. Rahway, NJ: Merck & Co; 1983.
5. Zvyagintseva TN, Shevchenko NM, Chizhou AO, Krupnova TN, Sundukova EV, Isakov VV. Water-soluble polysaccharides of some far-eastern brown seaweeds. Distribution, structure, and their dependence on the development conditions. J Exp Mar Biol Ecol . 2003;294(1):1-13.
6. Tyler VE. The New Honest Herbal: A Sensible Guide to the Use of Herbs and Related Remedies . Philadelphia, PA: GF Stickley Co; 1987.
7. The Drug & Natural Medicine Advisor: The Complete Guide to Alternative & Conventional Medications . Alexandria, VA: Time-Life Books; 1997.
8. Lininger SW, Wright JV, eds. The Natural Pharmacy . Rocklin, CA: Prima Publishing; 1998.
9. van Netten C, Hoption Cann SA, Morley DR, van Netten JP. Elemental and radioactive analysis of commercially available seaweed. Sci Total Environ . 2000;255(1-3):169-175.
10. Kazzi GM, Bottoms SF, Rosen MG. Efficacy and safety of Laminaria digitata for preinduction ripening of the cervix. Obstet Gynecol . 1982;60(4):440-443.
11. Crawford MA, Casperd NM, Sinclair AJ. The long chain metabolites of linoleic avid linoleic acids in liver and brain in herbivores and carnivores. Comp Biochem Physiol B . 1976;54(3):395-401.
12. Jonasson A, Larsson B, Lecander I, Astedt B. Placental and decidual u-PA, t-PA, PAI-1, and PAI-2 concentrations, as affected by cervical dilatation with laminaria tents or Hegar dilators. Thromb Res . 1989;53(2):91-97.
13. Boulvain M, Kelly A, Lohse C, Stan C, Irion O. Mechanical methods for induction of labour. Cochrane Database Syst Rev . 2001;(4):CD001233.
14. Almog B, Levin I, Winkler N, et al. The contribution of laminaria placement for cervical ripening in second trimester termination of pregnancy induced by intra-amniotic injection of prostaglandin F(2)alpha followed by concentrated oxytocin infusion. Eur J Obstet Gynecol Reprod Biol . 2005;118(1):32-35.
15. Prairie BA, Lauria MR, Kapp N, Mackenzie T, Baker ER, George KE. Mifepristone versus laminaria: a randomized controlled trial of cervical ripening in midtrimester termination. Contraception . 2007;76(5):383-388.
16. Darwish AM, Ahmad AM, Mohammad AM. Cervical priming prior to operative hysteroscopy: a randomized comparison of laminaria versus misoprostol. Hum Reprod . 2004;19(10):2391-2394.
17. Edelman AB, Buckmaster JG, Goetsch MF, Nichols MD, Jensen JT. Cervical preparation using laminaria with adjunctive buccal misoprostol before second-trimester dilation and evacuation procedures: a randomized clinical trial. Am J Obstet Gynecol . 2006;194(2):425-430.
18. Borgatta L, Chen AY, Vragovic O, Stubblefield PG, Magloire CA. A randomized clinical trial of the addition of laminaria to misoprostol and hypertonic saline for second-trimester induction abortion. Contraception . 2005;72(5):358-361.
19. Lin SY, Cheng WF, Su YN, Chen CA, Lee CN. Septic shock after intracervical laminaria insertion. Taiwan J Obstet Gynecol . 2006;45(1):76-78.
20. Kim SH, Chang YH, Kim WK, et al. Two cases of anaphylaxis after laminaria insertion. J Korean Med Sci . 2003;18(6):886-888.
21. Knowles SR, Djordjevic K, Binkley K, Weber EA. Allergic anaphylaxis to Laminaria. Allergy . 2002;57(4):370.
22. Heinemann J, Gillen G, Sanchez-Ramos L, Kaunitz AM. Do mechanical methods of cervical ripening increase infectious morbidity? A systematic review. Am J Obstet Gynecol . 2008;199(2):177-188.
23. Lichtenberg ES. Complications of osmotic dilators. Obstet Gynecol Surv . 2004;59(7):528-536.
24. Jackson JE, Grobman WA, Haney E, Casele H. Mid-trimester dilation and evacuation with laminaria does not increase the risk for severe subsequent pregnancy complications. Int J Gynaecol Obstet . 2007;96(1):12-15.
25. Drozd NN, Tolstenkov AS, Makarov VA, et al. Pharmacodynamic parameters of anticoagulants based on sulfated polysaccharides from marine algae. Bull Exp Biol Med . 2006;142(5):591-593.
26. Yoon SJ, Pyun YR, Hwang JK, Mourao PA. A sulfated fucan from the brown alga Laminaria cichorioides has mainly heparin cofactor II-dependent anticoagulant activity. Carbohydr Res . 2007;342(15):2326-2330.
27. Miyai K, Tokushige T, Kondo M; Iodine Research Group. Suppression of thyroid function during ingestion of seaweed “Kombu” ( Laminaria japonoca ) in normal Japanese adults. Endocr J . 2008;55(6):1103-1108.
28. Funayama S, Hikino H. Hypotensive principle of Laminaria and allied seaweeds. Planta Med . 1981;41(1):29-33.
29. Chiu KW, Fung AY. The cardiovascular effects of green beans ( Phaseolus aureus ), common rue ( Ruta graveolens ), and kelp ( Laminaria japonica ) in rats. Gen Pharmacol . 1997;29(5):859-862.
30. Gong YF, Huang ZJ, Qiang MY, et al. Suppression of radioactive strontium absorption by sodium alginate in animals and human subjects. Biomed Environ Sci . 1991;4(3):273-282.
31. Borgatta L, Barad D. Prolonged retention of laminaria fragments: an unusual complication of laminaria usage. Obstet Gynecol . 1991;78(5 pt 2):988-990.
32. Chvapil M, Droegemueller W, Meyer T, Macsalka R, Stoy V, Suciu T. New synthetic laminaria. Obstet Gynecol . 1982;60(6):729-733.



Laminaria digitata
is a large, tough, glossy kelp, which can grow from 1 to 3 meters in size, and up to 4 meters in optimum conditions.  Its color ranges from dark brown to golden brown to olive brown to olive green.  The broad frond or blade is large, lacks a midrib, and is shaped like the palm of a hand with a number of more or less regular finger-like segments (hence the Latin name for this seaweed).  The number of frond digits extend almost to the base of the frond, and vary with amount of exposure. In shelter these are few and short, but with increasing exposure, they are more numerous (up to 10 or 12).  The length of the frond varies with season, age of plant and location, and can reach lengths of 1 to 1.5 meters in suitable conditions.  The smooth and flexible stipe (stem, or stalk) is oval in cross-section, can be 3 to 4 centimeters in diameter, smooth, flexible, non-sticky, and is usually free of epiphytes, although old stipes which have become slightly roughened may support a few epiphytes, particularly Palmaria palmata.  Laminaria digitata attaches to anchor stones and rocky substrates by freely branched haptera, which spread out to form a shallow dome-shaped, claw-like holdfast.  The spreading root-like protrusions are called rhizoids.

This perennial species lives for 3 to 6 years, and in some cases reached 10 years.  Laminaria digitata grows more slowly from late summer to January, and then experiences rapid growth from February through July.  It is one of the more deeper growing edible seaweeds, and may only accessible a few days out of every month on the lowest new and full moon tides.  Laminaria digitata is found in rock pools and attached to rocks, bedrock or other suitable hard substrata in the lower intertidal and subtidal or sublittoral fringe, down to a maximum depth of 20 meters in clear waters.  It can be found higher up on the shore in areas of intense wave action.  Laminaria digitata clings to the rocks as the full force of the ocean flows through its fingers in heavy waves, swells, and surf, and flourishes in moderately exposed areas or at sites with strong water currents.  With its flexible stipe and deeply divided blade, it is well adapted to fast, turbulent water flow and multidirectional forces.  In the upper sublittoral, Laminaria digitata grows in masses and forms extended uniform kelp beds or meadows.  When it does become occasionally exposed at extreme low tide, it lies flat on the seabed with the uppermost blades covering the lower ones, protecting them against desiccation from wind and sun.  The extension of Laminaria digitata beds into greater depths of the mid-sublittoral zone is restricted by the occurrence of Laminaria hyperborea, thus Laminaria digitata can often be found as a belt above Laminaria hyperborea.  Its distribution is also limited by salinity, wave exposure, temperature, desiccation and general stress.  Laminaria digitata may be confused with young Laminaria hyperborea plants.  Laminaria digitata is darker, its stipe is oval in cross-section and is very flexible, whereas Laminaria hyperborea is lighter in color, and its stipe is circular, longer, and thicker.

Names 
an choirleach, anguillier, Atlantic kombu, bezhin bleuñv, bezhin siliou, bezhin sklej, bezhin stonn, bezhin warle, Braggair, cholgorn, coirleach, coirrleach, common kelp, cupóga, feamannach dubh, fingered tangle, Fingertang, Fingertäng, Fingertare, foetoù-traezh, fouet de sorcière, gladgesteeld, vingerwier, goazle, goémon de coupe, grac'hle, gwaskle, gwrac’hle, horsetail kelp, kaol, kaolenn, kelp, kombu, Kombu Breton, konbu, korle, laminaire digitée, laminaire flexible, learach, leath, leathach fada, leathrach, liadhaig, melkern, oarweed, oarweed kelp, ouarle, red ware, red wrack, salkorn, sea girdle, sea girdles, sea tangle, sea wand, sea-girdles, silketare, taangel, tali, tali du, tali gwrac'hle, tali laezh, tali moan, tali warle, taly, tangle, Thöngull, vingerwier, warle

Geographic Distribution 
Laminaria digitata is a North Atlantic Arctic-cold-temperate species which does not occur in the North Pacific.  It is found along both coasts of the English Channel; the southernmost occurrence of this species in European waters is on the southern coasts of Brittany.  Laminaria digitata grows along most coasts of Britain and Ireland, and along the North Sea coasts of Scandinavia.  Its northerly range includes into the Barents Sea and the western shores of Novaya Zemlya, and has been reported to occur in the Svarlbard Archipelago.  Laminaria digitata also grows in Iceland, the Faeroes, southern Greenland and the eastern coasts of North America, as far south as Cape Cod.

Uses 
Laminaria digitata plants contain minerals, vitamins and trace elements. These include iodine, calcium, potassium, iron, carotene, alginic acid, laminaran, mannitol, protein, carotene, niacin, phosphorus, the B complex vitamins, vitamin C and many other trace elements.  This species stores flavor-enhancing glutamic acid, or sodium glutamate, which imparts a mellow, silky taste to dishes.  The slight sweet background is mannitol, a natural sugar.  In terms of relatives, Laminaria digitata is closely related to the five species (Saccharina latissima, Saccharina japonica, Saccharina angustata, Laminaria longissima and Laminaria ochotensis) typically harvested as 'kombu' in Japan, and is frequently harvested and sold as kombu in North America.  Many recipes calling for kombu could be made with this form of kelp.

Laminaria digitata, both harvested and collected from the shore, was traditionally used as an agricultural fertilizer.  In the 18th century it was burned to extract the potash it contained for use in the glass industry.  In the 19th and 20th centuries it was used for the extraction of iodine.  It is still used as an organic fertiliser but more recently Laminaria digitata is commercially harvested in Brittany for alginate production.  Its use is expanding to thalassotherapy and balneotherapy and other specialty products.  The extraction of alginic acid contributes to applications such as the manufacture of toothpastes and cosmetics, and in the food industry for binding, thickening and moulding.  With increased demand, harvesting became mechanised in order to be effective.  In Europe, the other kelp species exploited by the hydrocolloid industry is Laminaria hyperborea.  They are also utilised by the cosmetic and agrochemical industries and for biotechnological applications.  Laminaria digitata is imported in Japan and China for making dashi, a soup stock, and for other culinary purposes, such as accelerating the cooking time of vegetables such as beans and lentils.  

Over 40 companies from the UK, Ireland, Iceland, France, Italy, Germany, United States, Canada, and Australia are selling more than 100 different products which include Laminaria digitata as an ingredient.  Some examples are listed below./p>

Personal care products:
  • body wraps, cleansing muds, and bath soak products
  • facial masks and toners, body scrubs and soaps
  • shampoos and conditioners
  • makeup removers, and cleansing milks, gels, and creams
  • body lotions, shaving lotion, and indoor tanning lotion
  • eye contour serum, rejeuvenating eye cream, day creams, night creams, hand creams, and repair creams
  • slenderizing gels and anti-cellulite drainage serums and treatments
  • skin rejeuvenators, hydrators, and moisturizers, including collagen stimulators for increasing skin elasticity and firming which helps diminish fine lines and wrinkles over time
  • Laminaria digitata is known to revitalize tired looking skin and is an effective anti-oxidant helping repair damage caused by free radicals and improving dull complexions
Food and nutrition products:
  • as a sea vegetable: snacks, soup mixes, flavoring and seasoning; slaw
  • flakes, powder, and whole
  • nutritional supplements and energy drinks
  • agricultural and gardening fertilizers, and animal feeds
  • alginic acid for the hydrocolloid industry
  • biodegradable surface cleaners for use in home, garden, and commercial and industrial settings
Harvesting 
Large scale, mechanical harvesting of Laminaria digitata takes place in Brittany, France and Iceland.  Smaller scale harvesting by hand takes place in Ireland, the UK, Canada, and the United States.

France has a long history of seaweed harvesting. Kelps were traditionally harvested by hand and transported from the shore by horses.  Today, there are certain ports along the coast of Brittany where the boats land their harvest. In the ports the raw material is loaded onto trucks. Each loaded truck has to drive over a balance to register the weight of the biomass harvested by the particular boats, before transporting the raw material to the processing companies.  The prices for the Laminaria digitata are negotiated by the fishermen and the industry before the start of the harvesting season and are valid throughout the season. Prices are adjusted for each boat at the dockside to take into account the actual quality in terms of purity of the crop (for example, the proportion of Saccharina polyschides within the Laminaria digitata harvest, and the amount of stones pulled up with the crop).  In France, about 60,000 tonnes of Laminaria digitata are harvested annually, primarily in Brittany, for the French hydrocolloid industry.  Laminaria digitata was previously an important source for the Norwegian alginate industry. This was harvested in Norway by hand from the lower eulittoral, but with the advent of mechanical harvesting of Laminaria hyperborea and Ascophyllum nodosum, the use of Laminaria digitata has essentially ceased there.

Because kelp species are long-lived and are of major importance as constituents of the benthic lower intertidal and subtidal ecosystems, specific management schemes have been developed to ensure sustainable harvesting.  In France, seaweed harvesting is regulated by the French Government and the National Syndicate of Marine Algae, which is a group drawn from the kelp industry (comprised of two companies), fishermen and scientific advisers.  Several dozen boats are licensed for harvesting of Laminaria digitata.  Landings of raw material per boat are restricted to 1,000 to 1,500 tons per year, and harvesting quotas are bound to the harvesting vessel.  Only a portion of the biomass of a kelp forest is harvested.  Regulations of harvesting times are imposed to make allowance for growth, reproduction and regeneration of kelp beds. These measures are thought to be sufficient to ensure sustainable harvesting.  Thus, because of a relatively short regeneration time, there are no official regulations on fallow periods.  Only in certain areas supporting only a small number of fishing boats, fishermen have introduced fallow periods in self-management.

Harvesting Techniques 
In Iceland, the company Thorverk mechanically harvests Laminaria digitata in late autumn and winter by a coaster equipped with a dredge.  In Brittany, a specialised mechanical kelp harvesting device mounted on small boats called a "scoubidou" is used.  This was a further development of a tool used in the 1950s.  The scoubidou is a 2 to 4 meter long steel bar with a spiral curved iron hook or sickle at the end which is suspended from a hydraulic arm mounted on the boat.  This is lowered into the thickest part of the Laminaria digitata forests and then rotated or twisted, gathering up the stipes like twisting spaghetti on a fork.  The hook is then winched inboard using the hydraulic arm, and whole plants of Laminaria digitata are ripped from the substratum, including blades, stipes and some holdfasts.  The scoubidou can pull up about 10 kg per extraction, which takes about 30 seconds.  By employing the scoubidou method, kelp plants smaller than 60 centimeters (plants younger than 2 years) are thought to be too small to be caught by the hook and remain to develop into the crop for the following year.  Using this method harvests averaged 1.5 to 2 tons wet weight per boat per day.  The scoubidou is operated from an 8 to 12 meter long boat manned by one or two harvesters and have a loading capacity of 10 to 20 tons raw material.  The larger boats can carry two scoubidous.  The scoubidou boats operate in the Laminaria digitata beds from May to October, and during the winter are used to collect scallops.  Depending on the size of the boat and the equipment (one or two scoubidous), the boats are allowed to land between 12 to 18 tons of Laminaria digitata per day and 1,000 to 1,500 tons per year.

Manual harvesting is sometimes done with a small boat at low tide, and may involve stepping out of the boat in a wetsuit to cut the Laminaria digitata with a knife.  In certain locations with higher tidal range, it may be possible to harvest it without a boat.  Regardless of method, juvenile plants should remain uncut.
Comments