Galinsoga sp. / Knopkruid

De wetenschappelijke naam van dit algemeen onkruidje is Galinsoga vernoemd naar een zekere M.Galinsoga (1766-1797), botanicus en hofarts van  de koningin van Spanje. De soortnaam parviflora komt van het Latijnse parvus = klein en flos = bloem: met kleine bloemen. De Nederlandse naam ‘knopkruid’ verwijst ook naar het kleine, knopvormige gele bloemhoofdje.
De plant komt van oorsprong uit Zuid-Amerika (Andesgebergte). Rond 1820 is deze plant op een of andere manier hier in Europa ingeburgerd. De plant komt vooral voor in akkers en tuinen, omgewoelde wegbermen en opgehoogde terreinen. Kaal Knopkruid is eetbaar, tenminste de jonge blaadjes en stengels. Het kan ook in soep meegekookt worden. Het smaakt een beetje naar zeekraal en zit vol met calcium. Oude bijnamen zijn Akkerpest (een woekerend onkruid), Duitskruid (knopkruid breidde zich vooral tijdens de Tweede Wereldoorlog uit, de fout van die Duitsers), ook de naam Moffenkruid zegt genoeg.

En alhoewel dit algemene onkruid bij ons niet als geneeskruid gebruikt wordt, is het toch indrukwekkend als je leest hoeveel bijzondere stoffen, zoals beta-sterolen en antioxidanten, er in deze plant aanwezig zijn. Opvallend is ook zijn beschermende werking op de lever, werking die zelfs te vergelijken is met mariadistel en verder heeft het Galinsoga-extract ook nog een bloedsuikerverlagende werking. Niet mis dus voor zo'n lastig onkruid.

Knopkruid is effectief bij het behandelen van wonden. Het sap helpt bloed te stollen en werkt als een antibioticum. Sommigen beweren dat de wonden ook sneller helen. En als u door brandnetels bent geprikt, wrijf het blad erover. Dat helpt. 

In 2007 onderzocht de universiteit van Kwa-Zulu in Durban, Zuid-Afrika, de werking van zestien lokale kruiden als zogenaamde ACE-remmer. Galinsoga parviflora kwam daarbij goed uit de bus als bloeddrukverlager.
Instituto de Investigaciones para la Industria Alimentaria, Havana, Cuba, publiceerde op 5 november 2010 onderzoeksgegevens en, om kort te gaan, het bleek dat bladolie van knopkruid een antimicrobe werking had tegen bijv. staphylococcus en bacillus cereus.
Onbevestigde bronnen zeggen dat onderzoekers fenolen en antioxidanten bevat die een heilzame werking hebben voor mensen met hoge bloeddruk en diabetes type 2.

Geschiedenis van knopkruid
Knopkruid heeft zich via botanische tuinen verspreid. Het zou al in 1785 naar Europa gebracht zijn, eerst naar de botanische tuinen van o.a. Parijs, Madrid, Londen, Karlsruhe. Andere algemene bronnen schrijven dat het in 1796 in de Britse Kew Gardens gebracht – dat ligt in groter Londen. 
In 1794 wordt het opgenomen in Florae Peruvianae et Chilensis Prodomus van de botanici Hipólito Ruiz López en José Antonio Pavón, die de plant de naam gaven ter ere van Mariano Martinez de Galinsóga.
Eind 18e eeuw zou er in Frankrijk een behoorlijke knopkruid cultuur zijn geweest. De plant als groente, welteverstaan. En het werd een plaag. Volgens Duitse bronnen is knopkruid in 1800 uit de Parijse Jardin des Plantes ontsnapt.

De Duitsers noemen het Franzosenkraut omdat het, naar verluidt, in de eerste helft van de 19e eeuw zich tijdens de Franzosenkriege (verzamelnaam voor oorlogen in de 17e eeuw t/m begin 19e eeuw) verspreidde. Mogelijk is er rond 1799 in Bremen al met de plant geëxperimenteerd. Begin 19e eeuw liet de botanicus Carl Christian Gmelin zaden van de plant uit Madrid overkomen. Hij zaaide het in de botanische tuin van Karlsruhe en van daar verspreidde het zich over de akkers. Gmelin beschreef de plant in 1808 en noemde het Kleinblumige Galinsoga. En zo ging het door: de ene botanicus stuurde het aan de andere liefhebber (arts of botanicus). De naam Knopfkraut is rond 1807 door medewerkers van de botanische tuin van Berlijn gegeven. Rond 1818 ontdekte men dat de plant met de doortocht van Franse troepen naar het oosten, ook in Oost-Pruisen terecht was gekomen. Men vermoedde dat zaden met het Franse leger – bij de aardappelen? – waren meegevoerd. Het werd toentertijd dan ook maar als een behoorlijk invasief onkruid betiteld. Pater Georg Gotthilf Homann, botanicus uit Budow, Pommeren (thans Budowo in Polen), gebruikte voor het eerst de aanduiding Franzosen-Unkraut. In 1890 werd in Braunschweig een politieverordening uitgevaardigd ter bestrijding van de plant.

Onze oosterburen zijn uitvoerig in het beschrijven van de geschiedenis van knopkruid. Over de komst naar Nederland is niet erg veel bekend. Ook met de Fransen? De Franse tijd eindigde in de Lage Landen in 1813. Knopkruid is vijftig jaar later, in 1863, voor het eerst in Nederland officieel waargenomen: in een aardappelveld bij Harderwijk. Vermoedelijk meegekomen met Duitse pootaardappelen. In 1875 werd het in Vorden gezien en in 1882 in Amsterdam en Wageningen. Maar pas na 1900 breekt knopkruid pas goed door in Nederland. In Planten en hum naam, H. Kleijn (1970) lezen we dat Dr. W.F.R. Suringar in zijn zakflora schrijft ‘Sedert 1864 wild in ons land op akkers’ en in 1910 staat het in Heukels’ Flora van Nederland vermeld.
In het Natuurhistorisch Maandblad van het Natuurhistorisch Genootschap in Limburg dd 30 oktober 1936 staat in een verslag van een vergadering  ‘…. Mej. Sondeyker toont een exemplaar van ’t knopkruid (Galinsoga parviflora), gevonden te Heer, ….’. Schrijft dat harig knopkruid pas in de twintigste eeuw zijn intrede deed en voor het eerst in 1930 in Oost-Nederland werd aangetroffen.

Het kruid heeft zich goed verspreid over de wereld en geldt in oost-Afrikaanse landen – in het bijzonder Tanzania – als groente. Men oogst het terwijl gewied wordt tussen koffie en maïs. 

Culinair
Knopkruid - planten. De bloemen en bloemknoppen worden over het algemeen niet gegeten. Het blad past rauw in salades (de bovenste vier bladeren zijn het fijnste) en er is een uitstekende pesto van te maken. Of bereid het als spinazie; de jonge toppen kunnen geheel mee, van het onderste deel van de plant alleen de bladeren. Of kook het als kruid mee in allerlei soepen. Het wordt ook gebruikt in groentesappen.
Het (guascas) is een belangrijk ingrediënt voor ajiaco Bogotano, een Colombiaanse stoofpot/soep.



Z Naturforsch C. 2013 Jul-Aug;68(7-8):285-92. Chemical constituents and biological activities of Galinsoga parviflora cav. (Asteraceae) from Egypt. Mostafa I, Abd El-Aziz E, Hafez S, El-Shazly 
The phytochemical investigation of an aqueous ethanolic extract of Galinsoga parviflora Cav. (Asteraceae) resulted in the isolation and identification of eleven compounds namely: triacontanol, phytol, beta-sitosterol, stigmasterol, 7-hydroxy-beta-sitosterol, 7-hydroxystigmasterol, beta-sitosterol-3-O-beta-D-glucoside, 3,4-dimethoxycinnamic acid, protocatechuic acid, fumaric acid, and uracil. Furthermore, 48 volatile constituents were identified in the hydrodistilled oil of the aerial parts. The ethanolic extract at a content of 400 mg/kg body weight (BW) exerted 87% reduction in the alanine aminotransferase enzyme level in cirrhotic rats compared with the standard silymarin (150 mg/kg BW) and also exerted a reduction in the blood glucose level equivalent to that of glibenclamide (5 mg/kg BW) in diabetic rats. The ethanolic extract, light petroleum and ethyl acetate fractions exhibited substantial antimicrobial activity against Bacillus subtilis, Pseudomonas aeruginosa, 
 coli, Aspergillus niger, and Candida albicans. The ethyl acetate fraction showed strong antioxidant activity at a concentration of 150 mg/mL as compared with 0.1 M ascorbic acid. The cytotoxic effect against the MCF-7 cell line was found to be weak.


J Enzyme Inhib Med Chem. 2009 Oct;24(5):1128-32. doi: 10.1080/14756360802667688.Galinsosides A and B, bioactive flavanone glucosides from Galinsoga parviflora.Ferheen S, Afza N, Malik A, Iqbal L, Azam Rasool M, Irfan Ali M, Bakhsh Tareen R.
Pharmaceutical Research Centre, PCSIR Laboratories Complex, Karachi 75280, Pakistan.
Galinsosides A (1) and B (2), new flavanone glucosides together with two known flavanones, 7,3',4'-trihydroxyflavanone (3) and 3,5,7,3',4'-pentahydroxyflavanone (4) have been isolated from an ethyl acetate- soluble fraction of Galinsoga parviflora. Their structures were assigned on the basis of spectral studies. Compound 1 showed significant antioxidant and urease inhibitory activity while compound 2 was moderately active. On the other hand, 2 showed inhibitory potential against alpha-glucosidase.



Nat Prod Commun. 2010 Nov;5(11):1831-2. Essential oil of Galinsoga parviflora leaves from Colombia. Pino JA, Gaviria M, Quevedo-Vega J, García-Lesmes L, Quijano-Celis CE. Instituto de Investigaciones para la Industria Alimentaria, Carretera a Guatao km 3 1/2, La Habana 19200, Cuba.
The chemical composition of the volatile compounds from the leaves of Galinsoga parviflora Cav. (Asteraceae) from Colombia was studied by GC and GC/MS. Eighty-eight volatile compounds were identified, of which the major ones were (Z)-3-hexen-1-ol (21.7%), beta-caryophyllene (12.4%), and 6-demethoxy-ageratochrome (14%). The leaf oil presented antimicrobial activities against the Gram-positive bacteria Staphylococcus aureus and Bacillus cereus.



Pfaff database: Galinsoga parviflora is a ANNUAL growing to 0.6 m (2ft). It is in flower from May to October. The flowers are hermaphrodite (have both male and female organs) and are pollinated by Insects, self.The plant is self-fertile. 
Suitable for: light (sandy), medium (loamy) and heavy (clay) soils. Suitable pH: acid, neutral and basic (alkaline) soils. It can grow in semi-shade (light woodland) or no shade. It prefers moist soil.
   
Edible Uses                                          
Edible Parts: Flowers;  Leaves;  Stem.
Edible Uses: Condiment;  Drink.

The leaves, stem and flowering shoots - raw or cooked and eaten as a potherb, or added to soups and stews[55, 62, 144, 183]. They can be dried and ground into a powder then used as a flavouring in soups etc[183]. A bland but very acceptable food[85, 144], it makes a fine salad either on its own or mixed with other leaves[9]. The fresh juice can be mixed and drunk with tomato or vegetable juices[183].

Medicinal Uses
Astringent;  Stings.
When rubbed onto the body, the plant is useful in treating nettle stings[240]. The juice of the plant is applied to treat wounds, It helps to coagulate the blood of fresh cuts and wounds[272].

[183]Facciola. S. Cornucopia - A Source Book of Edible Plants.
Excellent. Contains a very wide range of conventional and unconventional food plants (including tropical) and where they can be obtained (mainly N. American nurseries but also research institutes and a lot of other nurseries from around the world.
[200]Huxley. A. The New RHS Dictionary of Gardening. 1992.
Excellent and very comprehensive, though it contains a number of silly mistakes. Readable yet also very detailed.
[240]Chopra. R. N., Nayar. S. L. and Chopra. I. C. Glossary of Indian Medicinal Plants (Including the Supplement).
Very terse details of medicinal uses of plants with a wide range of references and details of research into the plants chemistry. Not for the casual reader.
[272]Manandhar. N. P. Plants and People of Nepal
Excellent book, covering over 1,500 species of useful plants from Nepal together with information on the geography and peoples of Nepal. Good descriptions of the plants with terse notes on their uses.

Comments