Corylus avellana / Hazelaar


De hazelaar is zowat de vroegst bloeiende struik. Als het weer meezit kan hij in januari al bloeien. De mannelijke katjes vallen in deze periode op aan de nog bladerloze struik. Deze katjes zitten er al vanaf de vorige zomer en worden bij het rijpen van het stuifmeel steeds langer, tot zo’n 10 cm. De kleur verandert mee; van groengrijs naar groengeel tijdens de bloei. De vrouwelijke bloeiwijze is erg klein en onopvallend als je niet weet waarop je moet letten. Kijk daarvoor eens van dichtbij naar de wat dikkere knoppen. Als daar een purperrood ‘pluimpje’ uitsteekt zit je goed.
 
Bij de hazelaar zitten de mannelijke en vrouwelijke bloemen aan dezelfde struik. De mannelijke en vrouwelijke bloeiwijzen zijn niet tegelijkertijd rijp, zo wordt zelfbestuiving voorkomen. De katjes produceren overvloedig stuifmeel. Dat moet ook wel, want bij windbestuiving gaat veel stuifmeel verloren. De stempels zijn plakkerig zodat het stuifmeel er gemakkelijk aan hecht.
 
Vruchten
Enkele maanden na de bestuiving vindt de bevruchting plaats. Daarna zie je de hazelnoten -eerst nog groen en zacht- tevoorschijn komen.  De hazelnoten zitten meestal in een kluwentje bij elkaar. In september zijn ze rijp. Dieren zoals muizen, eekhoorns, gaaien, boomklevers en spechten zorgen voor de verspreiding van de soort. Dat gebeurt middels verstoppen en vervolgens vergeten en door het ‘knoeien’ tijdens het eten ervan. Hazelnoten zijn voedzame vruchten, er kan ook olie uit worden geperst. En wie kent er niet hazelnootpasta?  Hazelaarhout brandt goed en levert een goede houtskool die als tekenkool kan worden gebruikt. De buigzame twijgen werden gebruikt voor handbogen, vlechtwerk en voor schuimspanen in bierbrouwerijen en bij de azijnproductie. Wichelaars gebruiken het liefst éénjarige twijgen om water op te sporen.
 
Insecten
In hazelnoten vind je soms een klein gaatje. Dit is het werk van de hazelnootboorder. Een kevertje met een lange snuit waarvan het vrouwtje een eitje legt in de hazelnoot als deze nog zacht is. De larve die uit het eitje komt vreet het zaad van binnen op en boort zich daarna door de dan hard geworden vruchtwand een weg naar buiten. De verpopping naar volwassen insect gebeurt in de bodem. Aan de mannelijke katjes zie je ook nog wel eens een afwijking; de katjes zijn dan gedeeltelijk opgezwollen; de bloemschubben worden ter plekke groter en bruiner. De veroorzaker is een galmug.
 
Naam / Etymologie
De naam Corylus komt van het Griekse korys, wat helm betekent; de noot zit in zijn schutblad als een hoofd in een helm. De soortnaam avellana verwijst naar de Italiaanse stad Avelino, wat van oudsher een centrum van hazelnotenteelt is. In België noemt men de hazelaar ook netheze, baardneute, nokke of planaboom. De naam van de Belgische stad Hasselt zou afgeleid zijn van de hazelnoot.
 
Hazelworm
Bij de wortel van de hazelaar zou een slang wonen, de hazelworm. Groeide er op een oude hazelaar een maretak, symbool van de eeuwigheid, en zaten er gaatjes in de bladeren, dan wist men dat daar de slangenkoning woonde. In Oostenrijk zegt men dat de nachtegaal slechts in hazelnootstruiken zingt. Een hazelnoot als hanger beschermt je tegen gevaren.

Hazel mother tincture complies with the requirements of the general technique for the preparation of  the mother tincture (see  Homeopathic Preparations (1038) and French Pharmacopoeia  Supplement). The mother tincture is prepared with ethanol (65 per cent  V/V), using the fresh, 
fragmented stem bark of Corylus avellana L. 
Content: minimum 0.15 per cent m/m of tannins, expressed as pyrogallol (C6H6O3; Mr 126.1). 

Het blad van de hazelaar bevat ook taxanen, die geïsoleerd zijn te gebruiken tegen kanker. http://www.sid.ir/en/VEWSSID/J_pdf/82220124108.pdf In other study shells and leaves of hazel plants were analyzed by ELISA and
HPLC-MS. Both shell and leaf extracts contained taxanes. Among these, paclitaxel,10-deacetylbaccatin III, baccatin III, paclitaxelC, and 7-epipaclitaxel were identified andquantified. Hazel extracts also showedbiological activity, inhibiting metaphase to anaphase transition in a human tumor cell line.
 
NOISETIER (FEUILLE DE) Coryli folium
La partie utilisée du noisetier est constituée par la feuille séchée de Corylus avellana L. La feuille de noisetier contient au minimum 2,0 pour cent de flavonoïdes totaux, exprimés en myricitrine (C21H20O12 ; Mr 464,4).




Al 9000 jaar lang maakt de hazelaar deel uit van de struiklaag in die loofbossen. Tal van dieren en zwammen weten – elk op hun eigen manier - de hazelaar te appreciëren. Vogels zoals gaai en boomklever lusten wel een hazelnoot. Geen sinecure om die open te krijgen: de boomklever klemt de hazelnootjes tussen de schorsgroeven van een eik, de gaai hakt met zijn stevige snavel in op de top van een hazelnoot. Ook eekhoorn en bosmuis slagen erin om hun tanden niet stuk te bijten op de harde vruchten. 

Een hazelaar herbergt een eigen insectenwereld zoals de hazelnootboorder hebben zich gespecialiseerd in het afzetten van eitjes in een hazelnoot. Een stuk of vijf nachtvlindersoorten verkiezen hazelaarblaadjes als voornaamste (of enige) voedsel voor hun rupsen. En ook verschillende galmuggen en galmijten hebben het op de hazelaar gemunt; zij veroorzaken vergroeiingen aan knoppen, katjes en bladeren.
De relatie tussen de vuurmelkzwam - de naam verwijst naar de smaak - en de hazelaar is helemaal niet vijandig, maar juist bijzonder intiem. De vuurmelkzwam lijkt wel een exclusief samenlevingscontract met de hazelaar te hebben: je vindt hem nooit bij een andere struik of boom. Bovendien dragen struik en zwam zorg voor elkaar: de hazelaar krijgt extra water en mineralen van de zwam, terwijl die op zijn beurt van de hazelaar afhankelijk is voor suikers. En als de takken van de hazelaar afsterven, dan beschouwt de hazelaarschijfzwam het als zijn taak om de boel af te breken en op te ruimen. De hazelnootmycena doet dan weer hetzelfde met wegrottende hazelnootschalen.

Ook mensen hadden snel door dat hazelaars wat te bieden hadden. Hazelaars zijn immers uitstekende leveranciers van brandhout. Na kapping schieten hazelaars weer uit, zodat je na een jaar of 7 weer kan oogsten. De hazelaar wordt niet enkel als brandhout gebruikt, met de zogenaamde ‘tenen’ van hazelaars kun je ook hekken en manden vlechten. Volgens sommige bronnen stond de hazelaar vroeger ook symbool voor gezag. Zo zou de Hebreeuwse overlevering stellen dat de staf van Mozes uit een hazelaar gesneden was. Misschien klopt de veel gehoorde verklaring , dan ook wel dat het woord ‘hazelaar’ zijn oorsprong in het Angelsaksische ‘haes’ (= bevelen) zou vinden…



Corylus avellana gemmotherapy

Corylus avellana, or European hazel is a shrub that can reach six metres high and is found growing in the shade of large trees such as Ash and Hornbeam. It also grows in forest edges, thickets, and hedges. Once grown, it can become invasive, with a tendency to grow in dry, calcareous soils.[1]
  • Antisclerotic and antithrombotic[2]
  • Respiratory system drainage (particularly in the lungs)
  • Anticoagulant
Therapeutic actions
  • Antisclerotic remedy that breaks up sclerotic tissues
  • Lung-drainer, can restore elasticity of the lung through its anti-sclerotic action
  • Anticoagulant, normalising thrombus formation
  • Stimulates erythropoiesis and granulopoiesis
  • Active on hypotonic sclerotic people
Clinical indications
  • Respiratory system: restores elasticity of the lungs
  • Hepatic system: prevents fibrosis from progressing to cirrhosis. Hepatic steatosis (fatty liver)
  • Facilitates the synthesis of red blood cells (erythropoiesis) in marrow.
  • Circulatory system: active in arteriosclerosis and circulatory stasis, which lead to the occurrence of varicose ulcers. Hypocoagulant, effective in thrombosis and reducing cholesterol.
  • Nervous system: useful in depression, neuro-vegetative imbalances, dyspepsia. Also efficient for headaches of hepatic or circulatory origin.
  • Renal system: useful in the resorption of edemas of the lower extremities
  • Reduces scar tissues, cellulitis
References
↑ Ledoux Frank and Gueniot Gerard (2012) Phytembryotherapy: The Embryo of Gemmotherapy, Editions Amyris, Spain.
↑ Dr. Reckeweg (2012) Product Catalog, Bio Lonreco. Quebec.


Luchtwegen: de hazelaar werkt als drainagemiddel op het cardio-pulmonaire vlak met een fibro-sclerotisch profiel. Hij herstelt de elasticiteit van het longweefsel en regenereert het longslijmvlies evenals de pulmonaire circulatie. Hazelaar wordt ingezet bij bronchitis, emfyseem en astma (met emfyseem). Bij longontsteking kan hazelaar ingezet worden i.c.m. haagbeuk en zwarte bes (ribes nigrum). Zwarte bes zal in dit geval dienst doen als een natuurlijke ontstekingsremmer (zie zwarte bes gemmo)  

Bloedsomloop: corylus avelana is werkzaam bij (hypochrome) bloedarmoede waarbij de oorzaak in het spijsverteringsstelsel ligt (intestinaal bloeden of levercirrose). Bovendien bevordert hij de vorming van de rode bloedcellen (erythropoiesis) in het beenmerg. (Hazelnootolie heeft ook een positieve werking bij bloedarmoede). 

Spijsvertering: De hazelaar vermindert het cholesterolgehalte en verbetert de stofwisselingen, met uitzondering van de opname van suikers.
Zenuwstelsel:  hazelaar helpt bij verstoringen van het neuro-vegatieve zenuwstelsel bijv. bij depressies maar ook bij dyspepsie en kan doeltreffend zijn bij hoofdpijn die zijn oorsprong vindt in een slechte spijsvertering (lever).



Corylus colurna L. (Turkish hazel, Betulaceae) and  C. avellana L. (Common hazel, Betulaceae) are the most common hazel species in Europe. They  are native to  southeast Europe  and southwest Asia, from  the  Balkans  through  northern  Turkey  to  northern  Iran.  C. colurna  is widely  cultivated as  an ornamental tree  in Europe  and North  America  [1].  C.  avellana  is  widely  utilized  by  the confectionary industry,  and has  been used  in traditional  medicine for  a  long  time.  It  contains  several  compounds  with  beneficial biological activity, such  as flavonoids, caffeic acid  derivatives [2] and  diarylheptanoids [3]. Based  on these  facts, C.  colurna  could also  be  considered  as  a  source  of  pharmacologically  important natural compounds.  Nevertheless, its phytochemical  exploration is still  incomplete.  Based  on  previous  literature  data  the  ethanolic extract of C. colurna leaves possess notable antioxidant activity [4]. Nevertheless, its chemical composition has not yet been studied in detail.  Therefore,  our  aim  was  the  investigation  of  potent antioxidant phenolic compounds in different parts of the plant.   

The results of quantitative determination of phenolics in the leaves, bark, catkins and involucre of C. colurna are presented in Table 1. Based on  our results we could  conclude that the  catkins were the richest  in  total  polyphenols  (5.08±0.42%),  tannins  (3.49±0.42%) and flavonoids  (0.84±0.07%). Notable amounts  of phenolics were also presented in the bark samples (total polyphenols: 2.42±0.43%, tannins  1.33±0.37%,  flavonoids  0.43±0.05%).  The  involucre was found  to  contain  more  polyphenols  (1.43±0.18%)  and  tannins (0.80±0.13%)  than  the  leaves  (0.94±0.12%  and  0.38±0.16% respectively), while the latter was richer in flavonoids (0.08±0.02% and 0.49±0.04% respecitvely).  Since flavonoids, tannins and other plant phenolics are well known antioxidants,  we aimed  to investigate  the  free radical  scavenging activity and phenolic composition of C. colurna extracts. In order to gain  extracts  rich  in  phenolics,  extraction  with  n-hexane  and chloroform  was  carried  out  first  as  a  purification  step.  Since diarylheptanoid-type molecules, which are also in the range of our interest, show relatively high solubility in ethyl acetate [3], during the extraction procedure ethyl acetate and methanolic fractions were also prepared. 

Antioxidant capacity of these extracts was determined  by  in  vitro  tests  using  DPPH  (2,2-diphenyl-1-picrylhydrazyl) and  ABTS  (2,2'-azino-bis-(3-ethylbenzothiazoline-6-sulfonic acid)), as free radicals (Table 2).  In the DPPH in vitro radical scavenging activity tests the two catkin samples showed  the highest antioxidant  capacity, followed  by the bark extracts. In both cases the ethyl acetate extracts were found to be  better  antioxidants  than  the  methanolic  extracts.  These  four samples  possesed  higher  activites  than  all  the  standards,  except hirsutenone.  The  leaves  and  involucre extracts  presented  modest antioxidant activities, but still comparable with that of kaempferol.  In  the  ABTS  in  vitro  radical  scavenging  activity  tests  the methanolic  extract  of  the  catkin  samples  showed  the  highest antioxidant capacity, it being higher than those of all the standards, except hirsutenone. The bark extracts presented significantly lower activities, but still comparable with that of ascorbic acid. The leaves and involucre extracts showed modest activity in the ABTS test, as well. For all the plant samples it was observed that the methanolic extracts possessed  higher or  statistically equal antioxidant  activity in the ABTS test than the ethyl acetate extracts.  It is generally noted that phenolics might be responsible for the high antioxidant  activity  of  plant  extracts  prepared  with  solvents  of relatively  high  polarity,  therefore  we  examined  the  correlation between  the total  polyphenol  content of  the  crude drugs  and the antioxidant activities of their methanolic and ethyl acetate extracts (Figure 1).  In all  cases significant  correlation was  found between the polyphenol content and antioxidant activity of the extracts. The best correlations were found between the DPPH radical scavenging activity  and the  polyphenol  content of  the  ethyl  acetate  extracts, y=0.1827x-0.1436  r2=0.9631;  p<0.005)  and  between  the  ABTS radical  scavenging  activity  and  the  polyphenol  content  of  the methanolic extracts (y=0.1903x-0.1551, r2=0.9776; p<0.005). Based on these results we could conclude that the phenolic constituents of the C. colurna  samples are responsible  for the notable  antioxidant activity of the extracts. Furthermore, we suppose that phenolics of C. colurna that show better solubility in ethyl acetate possess higher antioxidant activity against the DPPH free radical, while more polar polyphenols,  soluble  in  methanol,  act  more  strongly  against  the ABTS free radical. 
 
References
[1]   Launert E. (1986) Edible and Medicinal Plants of Britain and Northern Europe, The Hamly Publishing Group Ltd., Twickenham, 124. [2]  (a) Amaral JS, Ferreres F, Nadrade PB, Valentao P,  Pinheiro C,  Santos A, Seabra R. (2005)  Phenolic profile of hazelnut (Corylus avellaena  L.) leaves cultivars grown in Portugal. Natural Product Research, 19, 157-163; (b) Jakopic J, Petkovsek MM, Likozar A, Solar A, Stampar F, Veberic R. (2011) HPLC-MS identification of phenols in hazelnut (Corylus avellana L.) kernels. Food Chemistry, 124, 1100-1106; (c) Shahidi F, Alasalvar C,  Liyana-Pathirana  CM.  (2007) Antioxidant  phytochemicals  in  hazelnut  kernel  (Corylus  avellana  L.)  and  hazelnut  byproducts.  Journal  of Agricultural and Food Chemistry, 4, 1212-20. [3]  Riethmüller E,  Alberti Á,  Tóth  G,  Béni Sz,  Ortolano  F,  Kéry  Á.  (2013) Characterisation  of diarylheptanoid-  and flavonoid-type phenolics  in Corylus avellana L. leaves and bark by HPLC-DAD-ESI-MS. Phytochemical Analysis, 24, 493-503. [4]  Benov L, Georgiev N (1994) The antioxidant activity of flavonoids isolated from Corylus colurna. Phytotherapy Research, 8, 92-94. [5]  (a) Ablajan K, Abliz Z, Shang XY, He JM, Zhang RP, Shi JG. (2006) Structural characterization of flavonol 3,7-di-O-glycosides  and determination of the glycosilation position by using negative ion electrospray ionization tandem mass spectrometry. Journal of Mass Spectrometry, 46, 352-360; (b)  Jang H,  Timmermann BN,  Gang DR.  (2006) Use  of liquid  chromatography-electrospray ionization  tandem mass  spectrometry to  identify diarylheptanoids in turmeric (Curcuma longa L.) rhizome. Journal of Chromatography A, 1111, 21-31; (c) Ma YL, Li QM, Van den Heuvel H, Claeys  M.  (1997)  Characterization  of  flavone  and  flavonol  aglycones  by  collision-induced  dissociation  tandem  mass  spectrometry.  Rapid Communications in Mass Spectrometry, 11, 1357-1364;  (d) Nandutu  AM, Clifford M,  Hoewll NK. (2007)  Analysis of phenolic  compounds in Ugandan sweet potato varieties (NSP, SPK AND TZ). African Journal of Biochemistry Research, 1, 29-36. [6]  Barros RGL, Dueñas M, Carvalho AM, Queiroz MJRP, Santos-Buelga C, Ferreira ICFR (2013) Characterisation of phenolic compounds in wild fruits from Northeastern Portugal. Food Chemistry, 141, 3721-3730. [7]  European Pharmacopoeia, 5th ed. (2005) Council of Europe, Strasbourg. 221. [8]  Arts MJTJ, Haenen GRMN, Voss H-P, Bast A. (2004), Antioxidant capacity of reaction products limits the applicability of the Trolox Equivalent Antioxidant Capacity (TEAC) assay. Food and Chemical Toxicology, 42, 45-49. 

Comments