Calluna / Struikheide

De houtige altijdgroene plant kan minstens 12-15 jaar oud en zo'n 80 cm hoog worden. Het heidehaantje helpt dan het leven van de plant te beëindigen. Verdraagt vraat en betreding door schapen wel en door runderen en paarden slecht. Herstelt zich vaak na brand.
In de jonge jaren is de plant nog klein en uitgespreid rond de hoofdstengel. De vaak bossige volwassen plant heeft een roodbruine vertakte vorm. De harde smalle spitse blaadjes staan tegenover elkaar. Aan de zijloten groeien zij zelfs schubachtig dicht opeen.
De enigszins klokvormige roze tot purperen of paarse bloemen (zelden wit) staan af of hangen wat. Ze staan ieder op korte zijloten van de jaarlijks aan de zijkant van de struik uitgroeiende circa 10 cm lang wordende twijgen. En dan vooral in het middendeel daarvan en bovenal naar buiten gericht. De bovenste niet bloeiende zijloten zullen het volgende jaar weer voor nieuwe uitgroeitwijgen zorgen.
De viertallige iets asymmetrische bloem is diep gedeeld. Zowel wat de kroon als de kelk betreft. De kelk is trouwens gekleurd en belangrijker dan de kroon. De stijl steekt ver buiten de bloem uit. Veel stuifmeel en geurige nectar lokt bijen. Alleen genoeg vocht garandeert veel nectar.

Struikheide bij nier- en blaasproblemen
Struikheide werkt licht diuretisch (urineafdrijvend). Te gebruiken bij nierstenen, maar vooral bij blaasontsteking en reuma.

J Environ Pathol Toxicol Oncol. 2012;31(3):233-43. Photochemoprotective effect of Calluna vulgaris extract on skin exposed to multiple doses of ultraviolet B in SKH-1 hairless mice.
Olteanu ED1, Filip A, Clichici S, Daicoviciu D, Achim M, Postescu ID, Bolfa P, Bolojan L, Vlase L, Muresan A.
UVB is a major cause of nonmelanoma skin cancer in humans. Photochemoprevention represents an important strategy in protecting the skin against the detrimental effects of ultraviolet B (UVB). We investigated the activity of Calluna vulgaris (Cv) delivered via a hydrogel on 3 main pathways (oxidative stress, inflammation, DNA damage) on skin exposed to multiple doses of UVB in SKH-1 mice. Fifty female mice were divided randomly into 5 groups: control, vehicle, UVB irradiated, Cv + UVB irradiated, and Cv + vehicle + UVB irradiated. The extract was applied topically on the skin in a dose of 4 mg polyphenols/cm2 30 minutes before each UVB (240 mJ/cm2) exposure over 10 consecutive days. Malondialdehyde, reduced glutathione, tumor necrosis factor-α, interleukin-6, cyclobutane pyrimidine dimer (CPD) levels, sunburn cell formation and epidermal thickness, and the number of epidermal cell layers in skin were evaluated 24 hours after the last treatment. UVB increased cytokine levels (P < 0.001), formation of CPDs (P < 0.001) and sunburn cells (P < 0.001), and the epidermal thickness and number of epidermal cell layers (P < 0.001) compared with the control group. The topical application of Cv protected the skin against inflammation and DNA damage, as shown by a decreased number of CPDs (P < 0.001) and sunburn cells (P < 0.001). The administration of Cv via hydrogel may be a viable method for chemoprevention..

In vitro activity of heather [Calluna vulgaris (L.) Hull] extracts on selected urinary tract pathogens.
Calluna vulgaris L. Hull (Ericaceae) has been used for treatment of urinary tract infections in traditional medicine. In this study we analyzed in vitro antibacterial activity of the plant extracts on different strains of Escherichia coli, Enterococcus faecalis and Proteus vulgaris, as well as the concentrations of total phenols and flavonoids in the extracts. Minimum inhibitory concentration (MIC) and minimum bactericidal concentration (MBC) were determined. The concentrations of total phenols were examined by using Folin-Ciocalteu reagent and ranged between 67.55 to 142.46 mg GAE/g. The concentrations of flavonoids in extracts were determined using spectrophotometric method with aluminum chloride and the values ranged from 42.11 to 63.68 mg RUE/g. The aqueous extract of C. vulgaris showed a significant antibacterial activity. The values of MIC were in the range from 2.5 mg/ml to 20 mg/ml for this extract. Proteus vulgaris strains were found to be the most sensitive. The results obtained suggest that all tested extracts of C. vulgaris inhibit the growth of human pathogens, especially the aqueous extract.



Arctostaphylos uva-ursi, the famous member of the Ericaceaefamily, is an ancient astringent and urinary antiseptic. The antimicrobial effect of Uvae ursi folium is associated with the aglycone hydroquinone released from arbutin or arbutin waste products in the alkaline urine (Heinrich et al. 2004).
In traditional medicine, other Ericaceae species are also used for the treatment of urinary tract infections (Tucakov 1997; Tasic´ et al. 2004; Malesˇ et al. 2006). Our research involved five species from Ericaceae family that grow wild in Serbia and Montenegro in addition to Arctostaphylos uva-ursi. The species Arbutus unedo L., Bruckentalia spiculifolia (Salisb.) Reichenb., Calluna vulgaris Salisb., Erica arborea L. and Erica carnea L. are widespread throughout Europe. Despite the fact that these species are often used in popular medicine in their region of origin, it was only in the last decade that a few studies have focused on their pharmacological effects.
Recently, investigations have shown that Arbutus unedo, traditionally used for the treatment of diabetes and hypertension (Bnouham et al. 2007; Ziyyat and Boussairi 1998), possesses significant antiaggregant, vasorelaxant, diuretic, anti-inflammatory and antioxidant properties (Pabuc¸cuog˘lu et al. 2003; Legssyer et al. 2004; ElHaouari et al. 2007; Afkir et al. 2008; Mariotto et al. 2008).

Calluna vulgaris is often used for the treatment of various inflammatory ailments, mainly due to considerable in vivo anti-inflammatory and antinociceptive activities (Najid et al. 1992; Orhan et al. 2007).
Erica species have been traditionally used as antirheumatic, diuretic, as astringent agents and in the treatment of urinary infections. Akkol et al. (2008) stated that Erica arborea displayed remarkable anti-inflammatory and antinociceptive activities. Antioxidant activity of Erica arborea has been also demonstrated (Ay et al. 2007).

Orhan I, Ku¨peli E, Terziog˘lu S, Yesilada E (2007) Bioassay-guided isolation of kaempferol-3-O-b-d-galactoside with anti-inflammatory and antinociceptive activity from the aerial part of Calluna vulgaris L. J Ethnopharmacol 114: 32–37.

Erica tetralix flora batava 1800 - 1934
Op Heivelden en vlakke Duingronden. Op bijna alle de woestliggende Heivelden in de onderscheide Oorden der Republiek bij de Erica vulgaris; en vooral op laage en veenachtige Heygronden. In het midden der Castricummer en Heemskerker Duinen †. In de Duinvlakte de Meente op Texel. De verscheidenheid bij de paarsche, doch is zeldzaamer.
Goed voor Schaapen en Geiten. in de Weilanden voor onkruid te houden, (Brugmans) ook in Bosschen. (Beckman) De Bloemen zeer gezogt door de Beyen, doch de Honig hiervan, als ook van de gewoone Heide komende, is geel en syroopig, en hierom minder waardig. (Du Hamel Du Monceau) De Plant dienstig tot Leerlooijen. (Bulliard) Hier van worden goede Bezems gemaakt: ook tot strooijing onder de Bedden bij sommige Landlieden in gebruik. — Verders wordt het onder het Vee op de stallen gestrooid, en maakt mede uit de korst der afgestooken Heiplaggen, die tot vermeerdering van mest, en tot brand gebruikt worden.

Ravelingius . Dodonaeus 1644
Dit gewas wordt in onze taal heyde genoemd, in het Hoogduits Heyden, in het Frans bruyere, in het Italiaans Erica, in het Spaans breco en ook wel soms quoiro, in het Engels heth, in het Grieks Ereice en in het Latijn Erica en is de echte eigen Erica van de ouders die sommige zeer kwalijk Myrica genoemd hebben daar de Myrica niets anders is dan de Tamarix boom die we in het voorgaande kapittel beschreven hebben.
1. De eerste soort heet eigenlijk heide of gewone heide of ook kleine heide, in het Latijn Erica prior.
2. De andere soort mag men grote heide (2003) noemen omdat ze hoger opschiet dan de eerste en gewone heide, in het Latijn Erica altera.
3. De derde soort heet Erica tertia, dat is derde heide of heide met smalle bladeren.

Aard, kracht en werking.
De geslachten van heide zijn merkelijk droog van naturen en hebben een verterende en scheidende of ontdoende kracht en kunnen alle vochtigheden in waasdom laten veranderen en vergaan, dan men moet tot dat doel zowel de bloemen van deze heide als de bladeren gebruiken, zo Galenus vermaant.
De toppen van de bloemen van heide, zegt Dioscorides, zijn zeer goed op de beten en steken van de slangen en diergelijke vergiftige dieren gelegd.
De honig die de bijen uit de heidebloemen verzamelen is niet goed of lieflijk van smaak zoals diegene die ze uit andere bloemen halen.
De takken van heide en vooral van de grote worden tegenwoordig veel gezocht om er bezems van te maken daar men de vloeren mee keert en reinigt en ook klerenbezems en kladders om de kleren en andere dingen te vegen, schrabben en wrijven.
 
 


Comments