Brassica sp. / Eeuwig moes

Brassica oleracea var. ramosa / var. acephela

Eeuwig moes, splijtkool, stekkool, oude wijvenkool, duizendkop, duizendkoppige kool,  armeluisgroente, stekkool (Nederlands); thousand-headed kale, perennial kale, pepetual kale, branching bush kale (Engels); Ewiger Kohl, Strauchkohl, Staudenkohl, Tausendkopfkohl, irischer Blätterkohl (Duits); chou cavalier, chou branchu, chou â mille têtes, chou vivace (Frans); col caballar, col de mile cabezas (Spaans); ? (Italiaans)

Eeuwig moes is een kool die – in principe – nooit bloeit, maar alleen vegetatief wordt vermeerderd (stekken, afleggen). En daardoor blijft dezelfde plant eigenlijk eeuwig groeien. Zo zou je de naam kunnen verklaren. Duizendkoppig verwijst naar het feit dat er in bladoksels jonge scheuten worden aangemaakt. En ja, er wordt wel door enkele handelaren zaad aangeboden van eeuwig moes, want enkele planten bloeien. Soms. (En pas op dat u niet met iets anders wordt opgescheept.)

Eeuwig moes wordt als een van de eerste in cultuur gebrachte wilde kolen beschouwd. Het werd geselecteerd en geteeld voor blad en dientengevolge is er een variant ontstaan die niet – of zelden – bloeit. De meeste planten zijn geheel steriel.
Eeuwig moes komt uit Italië en is zeker tweeduizend jaar oud. De Romeinen brachten het naar onze streken. Plinius de Oudere beschreef deze kool vermoedelijk als tritian kool. Hij beschreef ook al de speciale methode voor vegetatieve vermeerdering: een tak min of meer horizontaal planten, met alleen de top boven de aarde. Rond die tijd is de kool ook steriel geworden. 

Vroeger kwam de plant in geheel West Europa voor. Eeuwig moes is veel in zowel Nederlands als Belgisch Limburg geteeld, maar vandaag de dag mag ze als zeldzaam worden beschouwd. Ze wordt nog geteeld in Nederland, België, Duitsland, op sommige plekken in Frankrijk, Groot-Brittannië, Ierland, Portugal. Buiten Europa is ze waargenomen in Brazilië, op Haïti en in Ethiopië.

Vroeger was het een voedergewas voor de dieren en een vroege voorjaarsgroente. De overlevering wil dat Karel de Grote gek was op stamppot eeuwig moes. (Bedenk: niet met aardappelen, maar net zoals bij hutspot, vermoedelijk met pastinaak en misschien ook wel wortelen.) Als Karel ergens een slag moest leveren, stuurde hij mannen vooruit die ter plekke stekken eeuwig moes in de grond staken. In die tijd kon een beleg van een stad of gebied heel lang duren. Bij het transport bewaarden de mannen de stekken op hun bezwete blote bast, onder hun kleding. Het vocht van het zweet hield de stekken goed. Eeuwig moes kan dus wel wat zout verdragen – het lijkt ook wel wat op zeekool.

Culinair
Het blad wordt (voortdurend) geplukt en gebruikt zoals andere koolbladeren gebruikt zouden worden. Heel jong blad is ook lekker om rauw te eten. 

Vermeerderen
Ze laat zich heel gemakkelijk vermenigvuldigen: je neemt jonge stengelscheuten (10-13 cm) en scheurt ze af van de stengel. Je doet de meeste bladeren eraf zodat je nog maar een paar jonge blaadjes overhoudt. Zo zorg je ervoor dat het jonge plantje dat zijn wortels nog moet ontwikkelen niet al te veel verdamping heeft. Je zet dit stekje in een potje met compost en geeft het wat water.
Hou het in het oog, dat het voldoende licht en vocht heeft maar toch niet te nat staat. Het wortelt snel in en als het goed gestart is, kan je het in volle grond zetten.
Wanneer je het beste de stekken maakt is niet zo duidelijk. Er is me ooit verteld te stekken in december en dat lukte goed. Ik heb ook al gelezen dat je in de lente moet stekken.
Ik heb het al op diverse momenten van het jaar gedaan en het schijnt altijd goed te lukken. Ik doe het wel niet in volle zomer omdat er dan teveel verdamping is voor de stekken.
Als je de plant te lang hebt laten groeien zonder te oogsten, kan je het beste in het voorjaar de plant grondig terugsnoeien. Je knipt alles af tot er nog enkele jonge scheutjes overblijven onderaan de centrale stam. Daarna groeit ze helemaal terug uit.

Bewaren
Blad van eeuwig moes is in een open plastic zak enige dagen in de koelkast te bewaren. Maar waarom zou u dat doen? 

Comments