Betula / Berk

Verhalen, mythologie van de berkenboom

De Latijnse naam van de berk is Betula alba; ook wel Betula pendula of Betula pubescens.
Berk – ook wel zilverberk, treurberk of ruwe berk genoemd – komt van een oud Indisch woord en komt van bharg, dat “glanzend” betekent.
Of het zou van het Indo-Europese woord “bhirg” komen, waarvan de naam Brigitte zou zijn afgeleid.
Betula komt van het Keltische woord “betu”, wat slaan betekent. Dit heeft te maken met het slaan met berkentakken na de sauna, om de bloedsomloop te stimuleren. Dorpsnamen als Berkel, Berkel-Rodenrijs, Berlicum zouden aangeven dat er veel berkenbomen hebben gestaan of nog staan.

Er zijn ongeveer 60 soorten berken over de wereld verspreid. In een gematigd klimaat is de berk de eerste boom die spontaan opgroeit na bijvoorbeeld een natuurramp, zoals een aardbeving of een vulkaanuitbarsting. Zelfs na een kernongeluk! Het is een pionier, die onder zeer moeilijke omstandigheden nog kan overleven. De witte bast van de berk kan het felle zonlicht – omdat het op pioniersplekken meestal erg kaal is – afweren en terugkaatsen. Daarmee beschermt zij zichzelf tegen uitdrogen en verbranden, de twee grootste gevaren voor pioniersplanten.

De kenmerken kunnen wel zachtaardig en vriendelijk zijn, onder zijn schors zit hard en duurzaam hout.  De schors bestaat uit een witte, leerachtige kurklaag aan de buitenzijde en een looistofhoudende binnenlaag. Bij het ouder worden krijgt de boom scheuren en gaat hij vervellen.

De schors hangt soms in dunne repen naar beneden. Deze stukjes hebben een groot weerstandsvermogen tegen bederf en zijn terug te vinden in turf en versteend hout van duizenden jaren oud, zoals in Siberië.
Onder de schors is het berkensap te vinden; dit is een suikerhoudend sap dat in de volksgeneeskunde veel werd toegepast als algemeen versterkend middel

Tweeduizend jaar geleden schreven monniken in Ghandara (tegenwoordig Noord-west Pakistan) 29 manuscripten op perkament van berkenstam. Hierop stond poëzie en de leer van Boeddha. Het werd in kruiken gedaan en verstopt. Vele eeuwen later werd het puntgaaf teruggevonden. In de middeleeuwen bood de berk bescherming tegen heksen en boze geesten. Maar de heksen zelf maakten ook gebruik van het hout van de berk om een tovertrommel te maken.
Van oudsher is de berk gewijd aan Maria en daar voor aan Venus. De berk wordt altijd geassocieerd met het vrouwelijke.

Over de berk schreef Mellie Uyldert in haar boek ‘De taal der kruiden’ o.a. het volgende:

“…. Geen wonder dat men haar (de berk) ook in alle landen aanvoelt als de zetel van een zegenend, troostend en helend jonkvrouwelijk wezen, Venus of Freya of Maria genaamd. 
… Drie berken bij elkaar aan een heidepoeltje of bron zijn wellicht een woonplaats der drie nornen, Oerd, Werdandi en Skoeld. In Zweden wordt nog ieder jaar op zulk een plek het lentemysterium gevierd….Zwijgend begeeft men zich te middernacht naar de heilige plek, het beeld van de oerbron aller leven, en drinkt er plechtig de berkenmede. Zo versterkt men zich met de levenskracht van de berk, die in haar sap, in twijg en blad, aanwezig is, en wier kracht het grootst is in de lente.”

Verder vertelt Mellie Uyldert dat de levensroede, die vruchtbaarheid schenkt aan jonge paren, het best van de berk gesneden kan worden. Met de berkenroede werd levenskracht overgebracht. In de paastijd en meitijd werden de meisjes ermee door jongens uit bed gejaagd en de andere dag andersom. Waar het levensfeest verchristelijkt is, prijken jonge berkeboompjes langs de weg waar de processie langstrekt en boven huis- en staldeur hangen berkentwijgjes om zegen te verspreiden. Wanneer de blaadjes verpulverd zijn diende het als rookmiddel om huis en stal te reinigen van kwaad en ongedierte. Daarom is het ook een berkenbezem die het huis schoon houdt.
De berkenbezems die tijdens de 12 heilige nachten rond midwinter worden gebonden, gelden als de beste. Groene berkentwijgen of een berkenbezem in bed verdrijft de jicht en krampen. 
Het sap is zeer reinigend, maar het veelvuldig aftappen kan schadelijk zijn voor de bomen. Vroeger maakte men er berkenwijn of berkenmede van. Het bevat ondermeer de stof guajakol, die zeer genezend voor de luchtwegen is. 
Berkenthee, getrokken van het jonge blad is reinigend op de nieren, zonder dat zij de nieren prikkelt en het geneest iedere vorm van waterzucht. De nieren zijn, volgens de overlevering, door Venus geregeerde organen. Geen wonder dat zij dus baat vinden bij de boom van Venus. 
De bast is zo soepel dat men er schoenen en manden van vlecht en lang voordat men in Europa de papierfabricatie had uitgevonden, gebruikte men de blanke berkenbast om op te schrijven.

In de Keltische Bomenhoroscoop staat de berk ook vermeld. Op een bronzen plaat in de Franse plaats Coligny werd een bomenkalender aangetroffen. Voor de Kelten, die in het voor-christelijk tijdperk in grote delen van West-Europa leefden, waren bomen heilig. Volgens de bomenhoroscoop wordt je karakter bepaald door de boom die in je geboorteperiode heerst. De eigenschappen van deze boom hebben een sterke invloed op persoonlijkheid, gedrag en levensloop. De Kelten beschreven 21 bomensoorten, waarmee evenzoveel typen mensen worden beschreven. Er waren er 4 die zeer heilig waren, te weten de eik, de beuk, de berk en de olijf. Deze bomen hebben met vier bijzondere dagen te maken, die de overgang van de seizoenen markeren. De berk hoort dan bij 24 juni; de zomerzonnewende.

Volgens een Indiaanse sage werd de halfgod Winabojo op de hielen gezeten door de dondervogel. Op het nippertje kon hij ontkomen door zich te verstoppen in een berk. De dondervogel streek neer aan de voet van de boom en zei: ‘Winabojo, de boom bij wie je je heil zocht, is ons bloedeigen kind, een godskind. Wie bescherming zoekt bij de berk in onkwetsbaar.’ Winabojo antwoordde: ‘Zolang de wereld bestaat zullen de mensen eerbied en dankbaarheid betonen aan de berk in ruil voor zijn goede gaven.’

Niet alleen de Indianen, maar ook de Finnen eren de berk als een van de meest edele en hoogste vertegenwoordigers van het plantenrijk. Waarschijnlijk was ook bij de Finnen de berk de toegangspoort tot de wereld van de krachten en goden in de natuur.
Ook bij de Germanen was de berk belangrijk. Hij was de boom van de god van de bliksem en oorlog, Thor. Een cultuurfilosoof heeft gezegd dat niet de eik, maar de berk de goddelijke boodschapper was voor de Keltische volken en de volken uit het Noorden. De boom diende als medium voor druïden en sjamanen om in contact te treden met hun goden.



Het gebruik van berkensap in het verleden

There has been little scientific investigation and current research into the technology of production of tree sap in Europe,  and only a few of these studies have been published in English,  mainly concerning Finland [16–27]. The content of sugar in  the European species of birches can reach 0.8% of their weight [25]. The only part of Eurasia where birch sap was industrially gathered was in the Soviet Union. Hence, most of the research  on technology, productivity and resources has been published  in Russian. In the former Soviet Union, research on birch sap indicates that it can be used against anaemia, cancer, tuberculosis, kidney and liver stones, gout, arthritis, rheumatism,  cold and skin diseases. It also has diuretic properties, can be  used as worm powder and prevents tooth troubles [28–33]. 

“Biomos”, a medicine, based on birch sap, has been found to  heal wounds and burns and work as an antiphlogistic and  antisclerotic substance [34]. In veterinary medicine birch sap  cures some cattle diseases and increases milk production [35],  while in bee farming it is used as extra feed for the bees [36]. There is a rather limited number of modern ethnological or  ethnobotanical reports on the use of birch sap for food outside 
the former Soviet Union [2,10]. Although tree saps have been  mostly used as a simple beverage, they also have medicinal  and cosmetic functions [14,37,38] as well as folk veterinary  applications [39]. Recent research on the use of birch sap for  cosmetic purposes has shown promising results [40].
The purpose of this paper is to give an overview of the use of  tree saps in northern and eastern Europe (including northern  Eurasia). Relying on ethnographic data, travellers' accounts  and contemporary ethnobotanical fieldworks, we discuss the  means of collection, preservation, food and non-food use of  saps of different species, covering especially the genera Betula and Acer.

16. Kallio H. Towards Nordic co-operation in aroma research: are we on  the right track. In: Plant based specialty products and biopolymers:  Tema Nord 1997:606. København: Nordic Council of Ministers; 1997. p. 140–146.
17. Kallio H, Lahdenoja ML, Penttinen R. Electrophoretic profiles of birch  sap proteins of Betula pubescens, B. pendula and B. pendula forma carelica in Finland with reference to overall composition of sap. In: The 1st International Symposium on Sap Utilization (ISSU) in Bifuka '95, Bifuka, Hokkaido, Japan, April 10–12; 1995. Hokkaido: Hokkaido University Press; 1995. p. 13–21.
18. Kallio H. Aroma of birch syrup. J Agric Food Chem. 1989;37(5):1367– 1371. http://dx.doi.org/10.1021/jf00089a035
19. Ahtonen S, Kallio H. Identification and seasonal variations of amino acids  in birch sap used for syrup production. Food Chem. 1989;33(2):125–132.  http://dx.doi.org/10.1016/0308-8146(89)90115-5
20. Kallio H, Teerinen T, Ahtonen S, Suihko M, Linko RR. Composition  and properties of birch syrup (Betula pubescens). J Agric Food Chem.  1989;37(1):51–54. http://dx.doi.org/10.1021/jf00085a012
21. Macku C, Kallii H, Takeoka G, Flath R. Aspects on the use of headspace GC on-column injections in flavor research. J Chromatogr Sci.  1998;26(11):557–560. http://dx.doi.org/10.1093/chromsci/26.11.557
22. Kallio H. Comparison and characteristics of aroma compounds from  maple and birch syrups. In: Charalambous G, editor. Proceedings of the  5th International Flavor Conference, Porto Carras, Greece, July 1–3, 1987.  Amsterdam: Elsevier; 1988. p. 241–248.
23. Kallio H, Ahtonen S. Seasonal variations of the acids in  birch sap. Food Chem. 1987;25(4):285–292. http://dx.doi. org/10.1016/0308-8146(87)90015-X
24. Kallio H, Rine S, Pangborn RM, Jennings W. Effect of heating on the headspace volatiles of Finnish birch syrup. Food Chem. 1987;24(4):287–299.  http://dx.doi.org/10.1016/0308-8146(87)90104-X
25. Kallio H, Ahtonen S. Seasonal variations of the sugars in  birch sap. Food Chem. 1987;25(4):293–304. http://dx.doi. org/10.1016/0308-8146(87)90016-1
26. Kallio H, Karppinen T, Holmbom B. Concentration of birch sap by reverse osmosis. J Food Sci. 1985;50(5):1330–1332. http://dx.doi. org/10.1111/j.1365-2621.1985.tb10470.x
27. Meeuse BJD. Observations on the enzymatic action of maple  and birch saps. New Phytol. 1949;48(2):125–145. http://dx.doi. org/10.1111/j.1469-8137.1949.tb05115.x
34. Beskrovny AM, Khuden'ky YK, Bobylev ET, Baranenko SE. Bioneorganicheskie kompleksy “Biomos” kak perspektivnyy produkt luchevoy  obrabotki soka listvennykh porod. In: Proceedings of the All-Union  Conference “Podsochka i pererabotka soka listvennykh porod”. Lvov:  Lvovskoe knizhnoe izdatel'stvo; 1977. p. 56–57.
35. Orlov II. Berezovyy i klenovyy soki dobycha i ispol'zovanie. Moscow:  Lesnaya promyshlennost; 1974.
36. Evseeva NV. Bereza tvorit chudesa lechenie dyogtem pochkami list'yami  i sokom-. St. Petersburg: Nevskiy prospekt; 2005.
37. Pieroni A. Medicinal plants and food medicines in the folk traditions of  the upper Lucca Province, Italy. J Ethnopharmacol. 2000;70(3):235–273.  http://dx.doi.org/10.1016/S0378-8741(99)00207-X
38. Pieroni A, Gray C. Herbal and food folk medicines of the Russlanddeutschen living in Künzelsau/Taläcker, South-Western Germany. Phytother  Res. 2008;22(7):889–901. http://dx.doi.org/10.1002/ptr.2410


Norway
Birch sap has been tapped and used in some parts of Norway. In the medieval “Flatey book” (“Flateyjarbók”), completed  in 1394, there is a description of how King Sverre and his men “spent two nights in the wilderness and had no food but sap  they could suck from the trees” [2]. Norwegian writer Peder 
Claussøn Friis described in the 1590s from Finnmark that sap  was tapped and used by herdsmen and woodcutters [45]. There  are many descriptions in the topographical literature from 18th  and 19th century about the use of birch sap for food in various  parts of Norway. It was also used by the higher classes [2].
Children, especially, have gathered and appreciated birch  sap, but adults have drunk it too. Most of the sap produced  has been used as a fresh drink, but in some areas they added  yeast, and in more recent times also sugar, in order to produce  a kind of wine. The sap was also used when making coffee. For  children it was a kind of sweet [46].

Estonia
The cosmetic use of birch sap was widespread in Estonia. In  the 19th century it was believed that one who washes his or her  face with the first drops of birch sap will get rid of freckles and  their face will stay pale all the summer. Fair skin was valued  among the peasantry, as well as among the landowners. It was  also said that if one washes the eyes with the first drops of  birch or maple sap it will keep them clean and healthy. Sore  eyes were treated with birch and maple sap compresses. There  are a few reports of using birch sap for treating specific skin diseases [86].

Czech Republic
The month of March is called in Czech “březen” – “the  month of birches”. Tapping sap from birch, maple and beech  (Fagus sylvatica L.) is described from the Bohemian Forest.  The best sap came from the birch, though. In some areas of  Bohemia young girls and boys used to gather on 23 March in  order to tap birch sap. This was celebrated by eating food and  dancing around a birch. The girls consumed the birch sap in  order to be healthy and, as grown-up women, fertile [4,100]. Disabled persons went in secret to a birch-tree on the first  day of March to cut the bark and to put a piece of linen with 
a drop of blood into the incision. If the bark inosculated, the  impairment was said to be healed. The sap harvested on that  day was also assumed to have healing power: it was drunk for  good health, against infertility, etc. [101]. Girls washed themselves with birch sap to be beautiful and not to have freckles.  Some of them also drank it to be healthy and to have many children in marriage [102].

100.von Reinsberg-Düringsfeld O. Fest-Kalender aus Böhmen: ein Beitrag zur Kenntniss des Volkslebens und Volksglaubens in Böhmen. Prague: J. L. Kober; 1862.
101.Vinogradova LN, Usacheva VV. Bereza. In: Tolstoy NI, editor. Slavyanskie drevnosti. Etnolingvisticheskiy slovar'. Moscow: Institut Slavyanovedeniya 
RAN; 1995. p. 156–160. (vol 1).
102.Grohmann JV. Povery a obyceje v Cechách a na Morave. Prague: Plot; 2010

Denmark
Tapping birch sap has a long tradition in Denmark. It is  mentioned by botanist Simon Paulli in 1648. Later authors  write that it was used not only as a beverage, but also, by adding  yeast and malt, made a refreshing ale.
Birch sap has also been used for medicinal purposes [41]. It  was included in the “Danish pharmacopeia” in 1772. Birch sap  was recommended against hepatitis, rash, intestinal worms and  scurvy [42]. Birch sap was also added when making cheese in  order to protect it from vermin [43].
A perfume factory in Denmark bought 600 l of birch sap  annually in the mid-1950s and used it for making hair-water.  It was also used as emergency food in times of food shortages.  The sap was also used when making bread [42]. A wine made  of birch sap was made by adding yeast to it in earlier days [44].
41. Paulli S. Flora Danica. Det er: Dansk Urtebog. København: M. Martzan; 1648.
42. Brøndegaard VJ. Folk og flora: Dansk etnobotanik. København: Rosenkilde og Bagger; 1978–1979. (vol 1–2).
43. Lange J. Løvtræer. In: Granlund J, editor. Kulturhistoriskt lexikon för nordisk medeltid. Malmö: Allhem; 1966. p. 185–198. (vol 11).
44. Lange A, Seeberg C. Nogle sønderjydske Planter, deres Navne og Stilling i Folkloren. Tønder: H. Chr. Bakkes Boghandel; 1929.

Comments