Glycerol

GLYCERINUM, C3H5 (OH) 3 . De driewaardige alcohol, waaraan in de vetten de vetzuren gebonden zijn ; het is een dikvloeibare, hygroscopische, in water en alcohol gemakkelijk oplosbare, zoetsmakende, kleurloze, zware vloeistof. De glycerine van de Ed. VII bevat 12-16 pCt. water en heeft een s.g. van 1,221-1,232. Daarnaast is er nagenoeg watervrije glycerine in de Ed. VII opgenomen onder de naam GLYCEROLUM met een s.g. van 1,258-1,263. Dit laatste werd vroeger als Glycerinum spissum aangeduid.
Glycerine is voor vele stoffen een goedoplosmiddel; de oplossing van borax in glycerine reageert zuur, in tegenstelling met de waterige oplossing van borax, die alkalisch reageert; combinatie van borax met alkaloïdenzouten is mogelijk, wanneer men aan de oplossing glycerine toevoegt. 

Gebruik: Oplosmiddel voor talloze geneesmiddelen; wegens het wateraantrekkend vermogen gebezigd in tampons (bij cervixkatarrh) en clysma (ongewenst bij haemorrhoïden). Aanbevolen wordt insmeren der voetzolen en tenen 's morgens met glycerine bij zweetvoeten.
Als purgativum ook in suppositoria (zie bereidingen). Inwendig (20- 30 g per dag in 1 liter water met Succus Citri) bij galsteenkoliek, ook in Infusum Sennae comp. (zie Sennae Folium). Na inwendig gebruik van glycerine geeft de urine de reactie van Trommer met KOH enCuSO4 .
Ook als bederfwerend middel bij oplossingen, bv. in Infus. Sennae comp., wordt glycerine, zij het ook met weinig succes, gebruikt, daar reeds 40 pCt.'s oplossingen bederven. Toevoeging van glycerine aan Extracta fluida ter voorkoming van troebeling. Uitwendig in zalven en smeersels.

Bereidingen:
GLYCERINUM CUM TRAGACANTHA is een vast mengsel van 10 dln. tragacanth en 90 dln. glycerine. Het wordt als een neutraal pillenconstituens gebruikt voor pillen met zouten en droge extracten ; 3 g constituens voor ca. 10 g poeder. 



Glycerine (Glycerol)
Glycerine, ook wel glycerol of 1,2,3-propaantriol genoemd is een zogenaamde polyalcohol. Glycerine is de bouwsteen van alle natuurlijke vetten en oliën. Glycerine kan van dierlijke of plantaardige olie worden gemaakt, maar ook van bijvoorbeeld aardolie. Onze glycerine is gemaakt van plantaardige olie. Het bevat vrijwel geen water, mits droog bewaard is het percentage glycerine meer dan 99%. De dichtheid is ongeveer 1,26, dat wil zeggen dat 1 liter glycerine ongeveer 1,26 kg weegt.

Glycerine wordt in cosmetica gebruikt als vochtaantrekkend of vocht inbrengend middel (humectant). In een lage concentratie zorgt het daardoor dat de crème niet uitdroogt, maar ook dat de glycerine die in de huid trekt het daar aanwezige vocht vasthoudt. In hogere concentraties kan het vocht uit de huid aantrekken. Om die reden is het verstandig om het percentage glycerine niet te hoog te maken. Het klassieke schoonheidsmiddel rozenglycerine (50% glycerine en 50% rozenwater) zou tegenwoordig niet meer gebruikt worden, omdat het teveel glycerine bevat. Tegenwoordig wordt de grens bij ongeveer 5% gelegd bij producten die op de huid blijven zoals crèmes. Bij producten die weer worden afgespoeld wordt in bijzondere gevallen wel tot 20% gegaan, bijvoorbeeld in het geval van zeep.

Glycerine wordt ook wel gebruikt om extracten te maken van plantendelen. Dat kan inderdaad, de extracten zullen qua samenstelling lijken op extracten die met water of met andere polyalcoholen worden gemaakt. Een extract van glycerine heeft als voordeel boven een extract van water dat glycerine extracten niet zullen bederven, mits de concentratie glycerine minimaal 40% blijft. Denk er daarbij aan dat plantendelen vaak voor meer dan 90% uit water bestaan en dat glycerine sterk water aantrekkend is.



Monographs: Pharmaceutical substances: Glycerol (Glycerolum)

C3H8O3
Relative molecular mass. 92.09
Chemical name. Glycerol; 1,2,3-propanetriol; CAS Reg. No. 56-81-5.
Other name. Glycerin.

Description. A clear, colourless or almost colourless, syrupy liquid; odourless.
Miscibility. Miscible with water and ethanol (~750 g/l) TS; slightly miscible with acetone R; practically immiscible with ether R.

Category. Solvent; humectant.
Storage. Glycerol should be kept in a tightly closed container.
Additional information. Glycerol is hygroscopic.

Requirements
Glycerol contains not less than 95.0% and not more than the equivalent of 101.0% of C3H8O3, calculated with reference to the anhydrous substance.

Identity tests
A. Impregnate a piece of filter-paper with alkaline potassio-mercuric iodide TS; place it over a test-tube containing 1 mL of Glycerol with 2 g of potassium hydrogen sulfate R and heat; the paper turns black.
B. Mix 2 g with 10 mL of water and add 1 drop of phenolphthalein/ethanol TS; the solution remains colourless. Add 1 drop of methyl red/ethanol TS; the colour changes to yellow.
C. Mix 1 mL with 0.5 mL of nitric acid (~1000 g/l) TS and superimpose 0.5 mL of potassium dichromate (100 g/l) TS; a blue ring is produced at the interface of the two liquids. Allow to stand for 10 minutes; the blue colour does not diffuse into the lower layer.

Refractive index.  = 1.470 - 1.475

Relative density.  = 1.258 - 1.263.

Heavy metals. Use 1.0 g for the preparation of the test solution as described under 2.2.3 Limit test for heavy metals, Procedure 1; determine the heavy metals content according to Method A; not more than 5 μg/g.

Chlorides. Use 5 g in a mixture of 2 mL of nitric acid (~130 g/l) TS and 20 mL of water, and proceed as described under 2.2.1 Limit test for chlorides, using 1.0 mL of hydrochloric acid ClTS; the chloride content is not more than 10 μg/g.

Sulfates. Use 24 g and proceed as described under 2.2.2 Limit test for sulfates; the sulfate content is not more than 20 μg/g.

Clarity and colour of solution. Mix 25 g with sufficient water to produce 50 mL; the solution is clear. Dilute 10 mL of this solution to 25 mL with water; the solution is colourless.

Chlorinated compounds. Place about 5 g, accurately weighed, in a dry round-bottomed 100-mL flask, add 15 mL of morpholine R, and connect to a suitable reflux condenser. Reflux gently for 3 hours. Rinse the condenser with 10 mL of water, adding the washings back into the flask, and cautiously acidify with nitric acid (~1000 g/l) TS. Transfer the solution to a suitable comparison tube, add 0.5 mL of silver nitrate (0.1 mol/l) VS, dilute with water to exactly 50 mL, and mix thoroughly; the turbidity is not more pronounced than that of a solution prepared similarly but without refluxing and to which 0.2 mL of hydrochloric acid (0.02 mol/l) VS has been added (30 μg of Cl/g).

Acidity. Dilute 25 g to 50 mL with carbon-dioxide-free water R and add 0.5 mL of phenolphthalein/ethanol TS; the solution remains colourless. Titrate with carbonate-free sodium hydroxide (0.1 mol/l) VS; not more than 0.2 mL is required to obtain a pink colour. (Keep the solution for "Fatty acids and esters".)

Fatty acids and esters. To the above solution, add 5 mL of carbonate-free sodium hydroxide (0.5 mol/l) VS, boil the mixture for 5 minutes, cool, add phenolphthalein/ethanol TS, and titrate with hydrochloric acid (0.5 mol/l) VS. Repeat the procedure without the Glycerol being examined and make any necessary corrections. Not more than 1.0 mL of carbonate-free sodium hydroxide (0.5 mol/l) VS is consumed.

Aldehydes and reducing substances. Transfer 5 mL of Glycerol to a glass-stoppered flask, mix with 10 mL of water and 1 mL of fuchsin/sulfurous acid TS. Allow the mixture to stand in the dark for 1 hour; the colour of the solution is not more intense than that of a solution of potassium permanganate (0.0002 mol/l) VS.

Sulfated ash. Not more than 0.1 mg/g.

Water. Determine as described under 2.8 Determination of water by the Karl Fischer method, Method A, using 1.5 g of Glycerol; the water content is not more than 20 mg/g.

Assay. Transfer about 0.4 g, accurately weighed, to a 600-mL beaker, dilute with 50 mL of water, add bromothymol blue/ethanol TS, and acidify with sulfuric acid (0.1 mol/l) VS to a green or greenish yellow colour. Neutralize with sodium hydroxide (0.05 mol/l) VS to a definite blue end-point, showing no green tinge. Prepare a reagent blank containing 50 mL of water, and neutralize in the same manner. Pipette 50 mL of sodium metaperiodate TS into each beaker, swirl gently to mix, cover with a watch-glass, and allow to stand for 30 minutes at room temperature (not exceeding 35 °C). Dilute each solution with water to about 300 mL and, using a pH-meter, titrate with sodium hydroxide (0.1 mol/l) VS to pH 8.1 ± 0.1 for Glycerol and pH 6.5 ± 0.1 for the blank. Make any necessary corrections for the blank.

Each mL of sodium hydroxide (0.1 mol/l) VS is equivalent to 9.210 mg of C3H8O3.
Comments