Kruiden en Ayurveda


De Âyurveda is de traditionele wetenschap in India die zich bezighoudt met de bestudering van de levende natuur. Het woord Âyurveda is afgeleid van twee Sanskriet woorden: Àyuh, van gaan leven en Veda weten, wetenschap. Ayurveda betekent dus letterlijk 'wetenschap van het leven', en de geneeskunde speelt hierin een belangrijke rol.

De periode waarin de Ayurveda is ontstaan kan niet met zekerheid vastgesteld worden. Aangenomen wordt dat het is ontstaan in de Vedische periode van de Indiase geschiedenis [ca. 1500-600 v.Chr.). Uit deze periode stamt de veda, een aantal religieuze teksten die mondeling werden overgeleverd en die alle kennis en wijsheid van die tijd bevatten. Na verloop van tijd werd deze informatie opgeschreven en breidde het uit tot de omvangrijke werken die we nu kennen.

In de Upanishadische periode (vanaf ca. 600 v.Chr.) vond een verdere systematisering van de kennis plaats. Er ontstonden scholen die zich bezighielden met verschillende aspecten van de Ayurveda. Zo ontstonden allerlei specialismen: interne geneeskunde, ziekten van het hoofd en de hals, chirurgie, toxicologie, psychiatrie, pediatrie, geriatrie en de leer van aphrodisiaca. Uit deze tijd stammen twee belangrijke bronnen van de Ayurveda: de Caraka Samhita uit de school van de interne geneeskunde, en de Susruta samhita uit de school van de chirurgie. Beide teksten dienen als uitgangspunt voor de Ayurveda en zijn geschreven in het Sanskriet, de klassieke taal van India.

Verschillende filosofische stromingen hebben een grote invloed gehad op de ontwikkeling an de Ayurveda. In tegenstelling tot de ontwikkeling van de Westerse wetenschap, waarin het objectieve waarnemen een belangrijke rol heeft gespeeld, heeft in de ontwikkeling van deze wetenschap juist subjectiviteit centraal gestaan in waarnemingensprocessen. Kennis van een bepaald object of verschijnsel wordt verkregen door de individuele waarneming daarvan.

Fysiologie van de Ayurveda.
Alle materie is opgebouwd uit de vijf basiselementen (mahabhüta's). Ruimte, lucht, vuur, water en aarde die door de zintuigen kunnen worden waargenomen.
De dosha's, vâta, pitta en kapha zijn de belangrijkste regulerende factoren in het lichaam. Ze worden gezien als subtiele entiteiten die overal in het lichaam vóórkomen. Vâta is het algemene principe van beweging en wordt tegenwoordig wel voorgesteld als het zenuwstelsel. Het reguleert de voortbeweging, de ademhaling, het vullen van het maagdarmkanaal en de luchtwegen, het verdelen van voedingsstoffen en uitscheidingsprodukten, en het activeert de twee andere dosha's.

Kruidentherapie in Ajurveda
Meestal worden planten niet in enkelvoudige vorm, maar in complexe bereidingen toegepast, die samengesteld zijn op basis van de 3 dosha's. Soms worden giftige planten gebruikt die via een ingewikkeld proces worden ontgiftigd. De wortels van Aconitum soorten worden ontgiftigd door de buitenste schorslaag af te schrapen, de wortel in plakjes te snijden en gedurende 7 dagen te bewaren in de urine van een zwangere koe. Dit preparaat wordt toegepast als harttonicum zonder dat depressieve effecten optreden. Van zaden van de Strychnos nux-vomica wordt de buitenste laag verwijderd, waarna ze gedurende 21 dagen worden ondergedompeld in koeiemelk. Hierdoor verliezen de zaden hun giftige karakter, maar blijven bitter. Dit preparaat wordt gebruikt als centraal tonicum (Dash, 1983).

Een voorbeeld: Emblica officinalis
Een bekend voorbeeld is 'Chyavanprash', een extract van hoofdzakelijk Emblica qfficinalis. Volgens de Âyurveda bezitten de vruchten van deze plant alle 6 smaken en hebben daarom een algemeen versterkende werking op het lichaam en zijn in vele ziekten te gebruiken. Uit onderzoek is gebleken dat deze bereiding een anabole werking heeft, met name wanneer als adjuvans gebruikt met primaire tuberculose middelen. Verder is aangetoond dat Emblica officinalis het serum cholesterol gehalte verlaagt bij konijnen met een geïnduceerde hypercholesterolemie. In enkele studies is een celbeschermend effect aangetoond bij chemische DNA-beschadigingen, waarschijnlijk ten gevolge van het hoge gehalte aan vitamine C.

Totaaltherapie
De Âyurveda richt zich op het verhogen van de weerstand van het lichaam. Wanneer de stofwisseling goed wordt onderhouden, is de kans op een ziekte sterk gereduceerd.
Ingrijpen in het ontwikkelingsproces van een ziekte dient zo vroeg mogelijk te gebeuren, liefst al in het stadium waarin ophoping van de dosha's plaatsvindt, en dus nog voordat specifieke symptomen optreden. Het doel is niet alleen de patiënt te bevrijden van ziekte maar ook zijn normale fysiologie te herstellen. Voor dit stadium kent men vele vormen van reinigingstherapieën, waaronder massagetechnieken, zweetbaden, het gebruik van emetica, purgeermiddelen en clysma's. Alle vormen van farmacotherapie worden ondersteund met het voorschrijven van dieten en leefregels. In deze doktersvoorschriften wordt zelfs de gehele familie betrokken.

Literatuur
Ajurveda en kruiden. Vasant Lad en Frawley.
Eet je kleur. Zimmerman.
Tridosha. Dr. Bhattacharya.

Comments